Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:5150

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
28-08-2014
Datum publicatie
28-08-2014
Zaaknummer
01/845043-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaren.

Indexdelict: met iemand beneden de leeftijd van 16 jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845043-05

Uitspraakdatum: 28 augustus 2014.

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1953],

verblijvende in [kliniek 1].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 april 2007 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 3 april 2012 met twee jaar verlengd. Deze beslissing van de rechtbank is bij arrest van het gerechtshof Arnhem d.d. 30 augustus 2012 bevestigd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 10 februari 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Op 20 mei 2014 is de behandeling van de zaak aangehouden op verzoek van de raadsvrouw van de terbeschikkingestelde, nadat de behandeling reeds eenmaal eerder was aangehouden op 10 april 2014 bij gebreke aan toereikende zittingscapaciteit. Deze vordering is inhoudelijk behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 augustus 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundigen R.E. Pieters, A. Verhaert en H.E. Sanders en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het verlengingsadvies van R. Pieters, klinisch psycholoog, behandelcoördinator, en H.J. Beintema, psychiater, directeur behandelzaken en plaatsvervangend hoofd van de [kliniek 2], d.d. 8 januari 2014, zijnde de kliniek waar de terbeschikkingestelde verbleef ten tijde van het uitbrengen van het rapport;

  • -

    een rapport van de psychiater C.J.F. Kemperman d.d. 26 november 2013;

  • -

    een rapport van de psycholoog drs. C. Sipma d.d. 8 januari 2014;

  • -

    een brief/rapportage van psychiater H.E. Sanders d.d. 10 mei 2014, met daarbij gevoegd een rapport van H.E. Sanders d.d. 11 maart 2007 en 13 november 2006;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van de terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van ‘met iemand beneden de leeftijd van 16 jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd’, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van de [kliniek 2] is onder meer het navolgende gesteld:

‘(…) Betrokkene is diverse malen gerecidiveerd; pas tijdens de huidige terbeschikkingstelling is er voor het eerst sprake van (een poging tot) behandeling vanwege zedendelicten bij minderjarige jongens. (…)

De verwachting is dat toezicht en controle voor lange tijd nodig zullen zijn om het risico op recidive te verkleinen.

(…)

Betrokkene is een thans 60-jarige man die de ten laste gelegde delicten volledig ontkent.

Hij is sinds 1981 meerdere malen veroordeeld voor zedendelicten met voornamelijk jongens

onder de 16 jaar, maar ook voor schending van de eerbaarheid en het in bezit hebben van

kinderpomo. Op basis van de beschikbare gegevens zijn er genoeg aanwijzingen voor het

stellen van de diagnose pedofilie van het niet exclusieve type. In het verleden is er sprake

geweest van alcoholmisbruik.

De behandeling heeft geruime tijd geen start kunnen maken aangezien betrokkene geen

enkele openheid wilde geven over de delicten en niet mee wilde werken aan de geïndiceerde

behandelonderdelen. Sinds vorig jaar is hier voorzichtig aan een positieve verandering in

gekomen; betrokkenes vertrouwen in het team lijkt toe te nemen waardoor hij steeds meer

openheid durft te geven. Betrokkene is een ontkennende dader en de behandeling richt zich

dan ook op de aspecten die een rol hebben gespeeld bij de eerder, wel erkende, delicten.

Door samen met betrokkene gesprekken aan te gaan over zaken waar hij tegenaan loopt,

lijkt de boosheid die hij voorheen regelmatig liet zien, af te nemen.

Betrokkene heeft intussen de delictscenarioprocedure doorlopen en de gesprekken met de

seksuologe zijn opgestart. Hieruit is recentelijk een seksuele anamnese opgesteld, en de

komende periode zal ook een terugvalpreventieplan opgesteld gaan worden,

Een dilemma binnen de behandeling is betrokkenes intensieve contact met een medepatiënt

van een andere unit. De loyaliteit en verantwoordelijkheid die betrokkene voelt jegens deze

patiënt reikt verder dan dat goed is voor zijn behandeling. Betrokkene komt met regelmaat

in de problemen omdat hij zich inlaat met de problemen (met name op liet gebied van drugs

en financiën) van deze medepatiënt. Omdat dit contact een verdere behandeling dusdanig

ernstig belemmerd, is besloten betrokkene aan te melden voor een ruiling, Dit proces is

momenteel in gang gezet.

Om de noodzakelijke zorg voor betrokkene te kunnen waarborgen en het voorgenomen

traject in voldoende mate te kunnen vormgeven en begeleiden, wordt voortzetting van de

TBS met dwangverpleging noodzakelijk geacht. Het huidige recidiverisico wordt als hoog

ingeschat als de TBS zou worden beëindigd. Deze inschatting wordt bevestigd door de

risicotaxatie.

(…)

Wij adviseren de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.’

In voornoemd advies van de psychiater C.J.F. Kemperman is onder meer het navolgende gesteld, zakelijk weergegeven:

Er is sprake van pedofilie, niet exclusieve type bij een zwakzinnige man met een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. (…) Er bestaat in grote lijnen consensus over de diagnostische conclusies en het recidivegevaar vergeleken met de inschatting van de kliniek. De kans op toekomstig seksueel delictgedrag wordt als hoog ingeschat bij een beëindiging nu van de TBS. Dit risico is bij voortgang van de huidige situatie als laag in te schatten. Binnen de huidige situatie met toezicht en begeleiding wordt de kans op herhaling van strafbare feiten zoals het indexdelict als laag geschat.

Geadviseerd wordt de huidige behandeling en begeleiding binnen de kliniek voort te zetten met het verder uitbreiden van verloven zodat getoetst kan worden welke mate van begeleiding en controle hij nodig zal blijven houden.

Er wordt geadviseerd de tbs met twee jaar te verlengen en de verpleging te continueren.

In voornoemd advies van de psycholoog C. Sipma is onder meer het navolgende gesteld:

‘(…) Betrokkene is een verstandelijk beperkte man, bij wie sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met overwegend antisociale, borderline en narcistische kenmerken. Voorts moet er op basis van de justitiële voorgeschiedenis en de indexdelicten gesproken worden van pedofilie. Tenslotte moet op basis van de beschikbare informatie uit het dossier geconcludeerd worden dat er in het verleden vermoedelijk sprake was van alcoholmisbruik en/of alcoholafhankelijkheid door betrokkene. (…)

Mijns inziens zijn de diagnostische conclusies van de kliniek in grote lijnen juist. Hierbij moet de kanttekening geplaatst worden dat op grond van de intelligentiebepaling binnen [kliniek 3] gesproken moet worden van lichte verstandelijke beperking of zwakzinnigheid in plaats van zwakbegaafdheid. (…)

Wanneer betrokkene zelfstandig en zonder toezicht in de maatschappij zou moeten functioneren, moet het risico op pedosekuele delicten als hoog worden ingeschat. Dit geldt met name op langere termijn, wanneer betrokkene vriendschappelijke relaties aangaat met minderjarige jongens. (…)

In ieder geval zou de behandeling zich moeten richten op het geleidelijk in toenemende mate verlenen van vrijheden om te toetsen hoe betrokkene hier mee omgaat en de problemen waar hij eventueel tegen aan loopt in de behandeling aan te grijpen. (…)

Gaandeweg zal onderzocht moeten worden hoeveel begeleiding en toezicht precies nodig is en zal de behandeling zich moeten richten op acceptatie van dit perspectief door betrokkene. (…) Ik adviseer de tbs-maatregel te verlengen voor de duur van twee jaar. (…)Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging is mijns inziens de komende twee jaar nog niet aan de orde.’

In het in eigen opdracht van betrokkene uitgebrachte, voornoemd advies/rapport van H.E. Sanders van 10 mei 2014 is onder meer het navolgende gesteld:

‘Op basis van mijn psychiatrisch onderzoek kan ik (…) geen duidelijke psychiatrische stoornis(sen) vaststellen behoudens trekken van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en zwakbegaafdheid.

(…)

De risico’s, zoals gemeten met een risicotaxatieinstrument kunnen vrijwel uitsluitend berusten op historische, dus onveranderbare, items. Betrokkene blijft een minder dan gemiddeld intelligente man, met antisociale trekken in de persoonlijkheid, en m.i. kan een behandeling, in welke setting dan ook, deze ‘diagnostische gegevens’ niet veranderen. Vanuit deze onveranderbare trekken in de persoonlijkheid kan theoretisch verwacht worden dat betrokkene kwetsbaar kan blijven voor het minder dan wenselijk inperken van zijn impulsen.

Met dit uitgangspunt voor ogen lijkt het mij echter zeker mogelijk een traject te ontwikkelen waarbinnen met toenemende uitbreiding van verloven en andere vrijheden, toegewerkt kan worden naar een geleidelijke vermindering van het intramurale verblijf van betrokkene en kan er binnen een dergelijk traject, met toezicht vanuit de reclassering, beoordeeld worden of er in de geleidelijke terugkeer in de maatschappij knelpunten ontstaan c.q. gevaren opdoemen, waartegen betrokkene beschermd moet worden en waarbij het wellicht, ambulant, begeleid moet worden. Hierbij doel ik op herhaald vervallen in alcoholmisbruik en vervalllen in het (pogen) tot aangaan van ongeoorloofde seksuele contacten (met minderjarigen).

Ik adviseer dan ook de huidige tbs-maatregel te verlengen met 1 jaar, met als uitgangspnt dat na 1 jaar de tbs omgezet zal kunnen worden in een voorwaardelijke opheffing van de tbs, met toezicht vanuit de reclassering.’

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik zit in een hel. [kliniek 1] is geen kliniek. Die moeten ze sluiten. Ik wil terug naar[kliniek 2]. De heer Pieters liegt.

De deskundige R.E. Pieters, optredend namens de [kliniek 2], heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts onder meer het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Er was zorg in de [kliniek 2] over de relatie van betrokkene met een jongere medepatiënt. Als gevolg van deze relatie verslechterde het contact van betrokkene met het behandelteam. We zagen een toename van onbetrouwbaar gedrag, naarmate het contact met de medepatiënt intensiever werd. Betrokkene was niet bereid toezeggingen te doen, die wij noodzakelijk vonden om met hem verder te gaan. Het begeleid verlof was met aarzeling opgestart. Dat verlof zou niet langer doorgang kunnen vinden omdat de samenwerking verslechterde door onbetrouwbaar bedrag en een weigering toezeggingen te doen. Dit heeft geleid tot de overplaatsing om verder te komen in het proces.

Bij een overplaatsing als in deze situatie kan een voorstel tot begeleid verlof in een versneld traject plaatsvinden. Elke kliniek heeft evenwel de tijd nodig om een patiënt te leren kennen alvorens door het team aan een verlofplan uitvoering kan worden gegeven. Het tijdsverlies door ziekte van een collega bij [kliniek 1] waardoor de aanvraag tot verlof is blijven liggen, is dan ook beperkt. De behandelrelatie met betrokkene is alle jaren broos geweest.

In de gesprekken met een seksuoloog heeft betrokkene toegegeven dat er wel degelijk seksuele aantrekkingskracht is tot minderjarigen. Daarnaast is de diagnose gesteld op basis van het gedrag dat door betrokkene is getoond in het verleden. Onze kliniek is niet de mening toegedaan dat betrokkene als kernpedofiel kan worden geïndiceerd. Er is om verschillende redenen wel een voorkeur bij betrokkene om in aanwezigheid van minderjarigen te verkeren. Er is een psychologische voorkeur voor aanwezigheid van minderjarigen gecombineerd met het niet wars zijn van seksueel contact met minderjarigen en middelengebruik. Dat is wel een enscenering die zich herhaalt.

De deskundige A. Verhaert, optredend namens kliniek [kliniek 1], heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts onder meer het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Een verlenging van twee jaren is zeker nodig om het traject op te starten. Mijn collega zal de aanvraag begeleid verlof doen. Dat staat op de agenda en is in mei zo besproken in de behandelplanbespreking. De delictbewaking en het risicomanagement kunnen we overnemen van de [kliniek 2]. We zullen opnieuw inhaken op dubbel begeleid verlof. Daarna kijken we of uitbreiding mogelijk is. In het opbouwen van een werkrelatie is nog veel te investeren. De contacten met het maatschappelijk werk willen we verbreden, bijvoorbeeld naar de Liberman module.

Een deel van de vertraging in het aanvragen van begeleid verlof komt door ziekte als gevolg van een ongeluk van de collega. Een aantal stukken moet geschreven worden, zodat bij terugkomst van die collega meteen verlof kan worden aangevraagd.

In [kliniek 1] heeft betrokkene in eerste instantie geweigerd een gesprek te voeren over het gehele dossier. Er is toch een gesprek gevoerd en dat krijgt een vervolg. Er zijn vragen bij het IQ van betrokkene. Er is getracht neurologisch onderzoek te doen. Dat is geweigerd door betrokkene. De gesprekken met de maatschappelijk werker lopen goed.

Als blijkt dat betrokkene niet open staat voor verdere behandeling kijken we op basis van zijn gedrag en het risicomanagement welke vervolginstelling geïndiceerd is. Er moeten wel afspraken gemaakt worden om het risicomanagement uit te kunnen voeren.

Wij kunnen een diagnose stellen op basis van het gedrag van betrokkene.

De diagnose luidt pedofilie. De combinatie van interesse in minderjarige jongens, jongens buiten het gezin, naast de een PCL-R score van 24 is risicoverhogend.

De deskundige H.E. Sanders, psychiater, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij zijn rapportages. Hij heeft voorts onder meer het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik stel me wat formeler op dan de collega’s. Het is niet mogelijk een diagnose als pedofilie te stellen zonder aan een aantal criteria te hebben voldaan. Wij horen te verwijzen naar het DSM-systeem.

Ik kan wel achter het scenario, geschetst door de collega van de [kliniek 2], staan. Mijn conclusies zijn echter anders. Het beeld wat deze collega schetst, dat contextgebonden is, lijkt mij wel heel waarschijnlijk. Ik kan de diagnose pedofilie echter niet stellen. Vastgesteld is dat betrokkene in het verleden grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond onder invloed van alcohol.

Bij oudere mannen is er bij seksueel gedrag in het algemeen sprake van een hormonale aandrijving die in de loop van de tijd afneemt. Ik zie dit bij seksueel deviant gedrag niet anders. De kans bestaat dat dat seksueel deviant gedrag in de loop van de jaren afneemt bij een oudere man. In de klinische setting kun je daar niets over zeggen. Je zult een situatie in de gewone wereld moeten creëren om het risico te kunnen schatten.

Betrokkene was tevreden in[gemeente]. Er was een behandelrelatie. Dat is een essentieel onderdeel van de behandeling. Ik voorzag dat betrokkene niet goed zou reageren op de overplaatsing. Ik heb er moeite mee dat het plan voor het aanvragen van begeleid verlof is blijven liggen omdat iemand er niet is.

In mijn beleving komt het nu neer op een impliciete longstay. Dit is niet de manier waarop je tbs-behandelingen vorm moet geven. Bij een verlenging van twee jaren ben ik bang dat het oeverloos gaat duren. Vanuit het juridisch kader moet absoluut druk worden gezet op de behandelaars om ze te verplichten alle stappen sneller te laten doen. Dan zou het over een jaar wel eens afgehandeld kunnen zijn.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren.

Los van de diagnose zijn alle deskundigen het er over eens dat er een risico bestaat dat gedrag dat betrokkene in het verleden heeft getoond, zich in toekomst kan herhalen.

Iedereen is het er over eens dat er nog stappen genomen moeten worden en dat dit in ieder geval een jaar moet duren.

Ik hoor de deskundigen van de klinieken zeggen dat het uiterst moeilijk is een behandelrelatie met betrokkene op te bouwen. Ik vind niet dat we over een jaar moeten kijken hoe het er voor staat.

Betrokkene is overgeplaatst naar [kliniek 1]. De [kliniek 2] kliniek vond voortzetting van de behandeling daar niet verantwoord. Deskundige Verhaert heeft aangegeven dat zij door kunnen met het pakket van de [kliniek 2]. Er worden in [kliniek 1] gesprekken met het maatschappelijk werk gevoerd en het begeleid verlof wordt opgepakt. In het stadium waarin we nu zitten, heb ik er alle vertrouwen in dat de kliniek het traject voortvarend oppakt. Over een jaar is een voorwaardelijke beëindiging nog zeker niet aan de orde. Ik vind het een passend traject om over twee jaar te bekijken hoe het met de behandeling gaat.

De raadsvrouw van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Het beroep tegen de overplaatsing is ongegrond verklaard.

In 2006 heeft de rechtbank betrokkene veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en een terbeschikkingstelling. Betrokkene ontkende het ten laste gelegde.

Er waren toen beleidslijnen om kritisch om te gaan met een terbeschikkingstelling bij ontkennende verdachten omdat het mogelijk een verkapt levenslang kan zijn. Dat is niet de bedoeling van ons systeem. Verdachte is in 2005 aangehouden voor orale seks en aftrekken van twee jongens van respectievelijk 14 en 15 jaar.

Als de rechtbank beslist dat er twee jaar bij moeten, dan zit betrokkene inmiddels 11 jaar vast voor deze feiten. Daar heb ik moeite mee. Het voelt een beetje als het kind met het badwater weggooien. De behandeling, het delictscenario en al die dingen die nodig zijn om te resocialiseren, gaat betrokkene niet doen.

Als deskundige Pieters zegt dat de relatie broos en moeilijk op te bouwen is, welke verwachtingen heeft u dan bij [kliniek 1], een kliniek waar men geen behandeling heeft voor een specifieke dadergroep van ontkennende veroordeelden. In februari dit jaar is betrokkene in [kliniek 1] gekomen. Er ligt blijkbaar een plan dat goed is. Desondanks is de aanvraag voor begeleid verlof blijven liggen en dit begrijp ik niet. Het rammelt in [kliniek 1]. Door een recente onttrekking van een ander, zal het ministerie met een vergrootglas gaan kijken naar de aanvragen van betrokken. Ik heb er geen vertrouwen in dat voortvarend zal worden gehandeld. Ik verzoek de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar, zodat er volgend jaar een toetsmoment is, waarbij kritisch kan worden gekeken wat er in de tussentijd is gebeurd. Dat zou recht doen aan de zaak van betrokkene.

De rechtbank verenigt zich met het verlengingsadvies van de [kliniek 2] kliniek en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige R.E. Pieters, en voorts met de adviezen van de psycholoog C. Sipma en de psychiater C.J.F. Kemperman alsmede met het mondeling ter terechtzitting gegeven advies van de deskundige A. Verhaert van [kliniek 1].

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de terbeschikkinggestelde inmiddels van de [kliniek 2] kliniek is overgeplaatst naar [kliniek 1] en dat het beroep van betrokkene tegen deze overplaatsing ongegrond is verklaard.

Uit de toelichting van de deskundige R.E. Pieters blijkt dat het contact van de terbeschikkinggestelde met het behandelteam van de [kliniek 2] in de loop van de tijd is verslechterd ten gevolge van een intensieve relatie van de terbeschikkinggestelde met een medepatiënt. Door onbetrouwbaar gedrag aan de kant van de terbeschikkinggestelde en de weigering van de terbeschikkinggestelde toezeggingen te doen, zag de kliniek zich genoodzaakt betrokkene over te laten plaatsen naar een andere kliniek.

De rechtbank constateert dat de overplaatsing voor een groot deel te wijten is aan de opstelling van de terbeschikkinggestelde.

De rechtbank ziet in hetgeen de raadsvrouw en de deskundige H.E. Sanders hebben aangevoerd ter terechtzitting onvoldoende reden de verlenging van de terbeschikkingstelling te beperken tot een jaar.

De [kliniek 2] kliniek, de psycholoog C. Sipma en de psychiater C.J.F. Kemperman zijn eenduidig in hun advies en adviseren de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. Het recidiverisico van een pedoseksueel delict wordt zonder de structuur van de kliniek door deze deskundigen als hoog ingeschat.

Uit de toelichting ter terechtzitting van de deskundige A. Verhaert van kliniek [kliniek 1] is gebleken dat een begeleid verlof nog moet worden aangevraagd, dat er nog een werkrelatie met betrokkene moet worden opgebouwd en dat een verlenging van twee jaar zeker nodig is om het traject op te starten. Er heeft een gesprek over het dossier plaatsgevonden en gesprekken met het maatschappelijk werk. Voor het overige moet nog worden aangevangen met de behandeling.

Gelet op het vorenstaande, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling met de verpleging van overheidswege eist.

Gelet op de huidige stand van de behandeling acht de rechtbank geen termen aanwezig voor een tussentijds toetsmoment over een jaar. Het verzoek om de verlenging te beperken tot een jaar, wijst de rechtbank dan ook af. Gelet op al het vorenoverwogene acht de rechtbank verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar nodig.

De rechtbank zal de terbeschikkingstelling dan ook verlengen met twee jaar.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door

mr. H.M. Hettinga, voorzitter,

mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. J.M.J. Denie, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 augustus 2014.

Mr. Denie is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.