Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:4949

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
18-08-2014
Zaaknummer
C/01/279277 / HA ZA 14-412
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Provisionele vorderingen. 1: opgave doen van door gedaagden in de hoofdzaak onrechtmatig weggenomen goederen, aan wie deze zijn verkocht, wat de opbrengst daarvan was etc. Dit kwalificeert niet als een voorlopige voorziening voor de duur van het geding in de hoofdzaak. 2: afgifte van goederen die eigendom zijn van eiseres. Dit is evenmin een voorlopige voorziening in de zin van artikel 223 Rv. Nu in de hoofdzaak geen vordering tot revindicatie is ingesteld kan het niet anders dan met deze incidentele vordering wordt beoogd een definitieve maatregel te treffen, namelijk teruggave aan de rechtmatige eigenaar. Volgt afwijzing van de vorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/279277 / HA ZA 14-412

Vonnis in incident van 13 augustus 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPORTTRADING HOLLAND B.V.,

gevestigd te Waalwijk,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.G.A. Linssen te Tilburg,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verweerder in het incident,

advocaat mr. G.J.B.C. Maton te 's‑Hertogenbosch,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verweerder in het incident,

advocaat mr. G.J.A. van de Grint te 's‑Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna Sporttrading Holland B.V., [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening,

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van [gedaagde 1],

  • -

    het rolbericht van de advocaat van [gedaagde 2] inhoudende dat wordt afgezien van het nemen van een conclusie van antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

In de hoofdzaak vordert Sporttrading Holland B.V. – kort gezegd – een verklaring voor recht dat [gedaagden] onrechtmatig gehandeld hebben, alsmede hoofdelijke veroordeling van beiden tot schadevergoeding. Aan de vorderingen legt Sporttrading Holland B.V. ten grondslag dat [gedaagde 1] onrechtmatig sportartikelen van Sporttrading Holland B.V. heeft weggenomen en deze heeft verkocht en geleverd, dan wel ter beschikking heeft gesteld aan [gedaagde 2] en een onbekende derde persoon van 52 jaar oud uit 's‑Hertogenbosch. Voorts heeft [gedaagde 1] volgens eigen opgave de sportartikelen verkocht aan “buurt kapper Mo”. [gedaagde 2] heeft (een deel van) de sportartikelen weer aan derden verkocht en geleverd. Het vorenstaande is onrechtmatig jegens Sporttrading Holland B.V., die daardoor schade heeft geleden, aldus Sporttrading Holland B.V.

2.2.

In het incident vordert Sporttrading Holland B.V. dat de rechtbank:

I a) [gedaagde 1] beveelt om binnen veertien dagen na de betekening van het in dezen te wijzen vonnis, althans binnen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, aan de advocaat van Sporttrading Holland B.V. schriftelijk en volledig:

  • -

    gespecificeerd opgave te doen van de totale hoeveelheid door [gedaagde 1] onrechtmatig weggenomen goederen uit het distributiecentrum DCSG aan de Albert Einsteinweg 1 te Drunen,

  • -

    opgave te doen van het adres dan wel de adressen waar de onrechtmatig weggenomen goederen zijn opgeslagen en/of afgegeven, althans afgeleverd,

  • -

    gespecificeerd opgave te doen van de totale hoeveelheid thans nog in “voorraad” zijnde (onrechtmatig weggenomen) goederen,

  • -

    opgave te doen van de namen, adressen en woonplaatsen van de afnemers van de onrechtmatig weggenomen goederen, inclusief geleverde aantallen en data levering,

  • -

    opgave te doen van de verkooprijs voor welke de (onrechtmatig weggenomen) goederen zijn verkocht, onder gelijktijdige overlegging van een bewijsstuk van betaling,

  • -

    opgave te doen van het totale bedrag dat [gedaagde 1] als gevolg van de verhandeling van de onrechtmatig weggenomen goederen heeft ontvangen,

  • -

    opgave te doen van de naam en het adres van de 52-jarige Bosschenaar alsmede opgave te doen van de naam en het adres van de “buurt kapper Mo”,

een en ander op straffe van een dwangsom,

I b) [gedaagde 2] beveelt om binnen veertien dagen na de betekening van het in dezen te wijzen vonnis, althans binnen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, aan de advocaat van Sporttrading Holland B.V. schriftelijk en volledig:

  • -

    gespecificeerd opgave te doen van de totale hoeveelheid goederen die [gedaagde 2] middels [gedaagde 1] ofwel de 52-jarige Bosschenaar ofwel de “buurt kapper Mo” onder zich heeft verkregen en die in eigendom toebehoren aan Sporttrading Holland B.V. en die afkomstig zijn uit het distributiecentrum DCSG aan de Albert Einsteinweg 1 te Drunen,

  • -

    opgave te doen van het adres dan wel de adressen waar de onrechtmatig weggenomen goederen zijn opgeslagen en/of afgegeven, althans afgeleverd,

  • -

    gespecificeerd opgave te doen van de totale hoeveelheid thans nog in “voorraad” zijnde (onrechtmatig weggenomen) goederen,

  • -

    opgave te doen van de namen, adressen en woonplaatsen van de afnemers van de onrechtmatig weggenomen goederen, inclusief geleverde aantallen en data levering,

  • -

    opgave te doen van de verkooprijs voor welke de (onrechtmatig weggenomen) goederen zijn verkocht, onder gelijktijdige overlegging van een bewijsstuk van betaling,

  • -

    opgave te doen van het totale bedrag dat [gedaagde 2] als gevolg van de verhandeling van de onrechtmatig weggenomen goederen heeft ontvangen,

  • -

    opgave te doen van de naam en het adres van de 52-jarige Bosschenaar alsmede opgave te doen van de naam en het adres van de “buurt kapper Mo”,

een en ander op straffe van verbeurte vaneen dwangsom,

II a) [gedaagde 1] beveelt om binnen 48 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis over te gaan tot afgifte van de onrechtmatig weggenomen goederen, die in eigendom toebehoren aan Sporttrading Holland B.V. en die afkomstig zijn uit het distributiecentrum aan de Albert Einsteinweg 1 te Drunen, in nieuwstaat, althans in de staat waarin deze zich ten tijde van het wegnemen bevonden, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

II b) [gedaagde 2] beveelt om binnen 48 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis over te gaan tot afgifte van de onrechtmatig weggenomen goederen, die in eigendom toebehoren aan Sporttrading Holland B.V. en die afkomstig zijn uit het distributiecentrum aan de Albert Einsteinweg 1 te Drunen, in nieuwstaat, althans in de staat waarin deze zich ten tijde van het wegnemen bevonden, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

2.3.

Aan de incidentele vorderingen als genoemd onder Ia) en Ib), door Sporttrading Holland B.V. bestempeld als incidentele vordering tot het verstrekken van informatie, legt Sporttrading Holland B.V. ten grondslag dat zij belang heeft bij het verkrijgen van de bedoelde informatie teneinde in kaart te kunnen brengen welke sportartikelen zijn weggenomen en verkocht, om het wederrechtelijk voordeel van [gedaagden] te kunnen begroten, alsmede de door Sporttrading Holland B.V. geleden schade te kunnen begroten. De incidentele vorderingen onder IIa) en IIb) zijn door Sporttrading Holland B.V. niet onderbouwd.

2.4.

De rechtbank is van oordeel dat hoewel tegen de incidentele vorderingen inhoudelijk geen verweer is gevoerd – de incidentele conclusie van antwoord van [gedaagde 1] betreft alleen een opgave van de door Sporttrading Holland B.V. gewenste gegevens – de incidentele vorderingen toch niet voor toewijzing in aanmerking komen. Artikel 223 Rv ziet op het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding in de hoofdzaak. Noch de vorderingen onder Ia) en Ib), noch die onder IIa) en IIb) kunnen als zodanig worden gekwalificeerd. Sporttrading Holland B.V. bestempelt de vorderingen onder Ia) en Ib) – terecht – als een vordering tot het verstrekken van informatie. Niet valt in te zien dat die informatie bij wege van voorlopige voorziening kan worden verstrekt. Ten overvloede wijst de rechtbank erop dat de wet voor het verkrijgen van informatie andere instrumenten in het leven heeft geroepen. De vorderingen onder IIa) en IIb) zien op de teruggave van roerende zaken waarvan Sporttrading Holland B.V. stelt eigenaar te zijn. Aangezien Sporttrading Holland B.V. in de hoofdzaak alleen schadevergoeding vordert en geen vordering tot revindicatie instelt, kan het niet anders dan dat met de hier als incidenteel bestempelde vordering tot afgifte – voor zover deze vordering dus als vordering op grond van artikel 223 Rv is ingesteld, hetgeen niet duidelijk uit de dagvaarding blijkt omdat iedere onderbouwing ontbreekt – wordt beoogd op dit punt een definitieve maatregel te treffen, zijnde terugkeer naar de rechtmatige eigenaar.

2.5.

De conclusie is dat de vorderingen in het incident zullen worden afgewezen.

Sporttrading Holland B.V. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De rechtbank begroot deze kosten aan de zijde van [gedaagde 1] tot op heden op € 452,00 en aan de zijde van [gedaagde 2] tot op heden op nihil.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

wijst het gevorderde af,

3.2.

veroordeelt Sporttrading Holland B.V. in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde 1] tot op heden begroot op € 452,00,

3.3.

veroordeelt Sporttrading Holland B.V. in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde 2] tot op heden begroot op nihil,

in de hoofdzaak

3.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 september 2014 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.A. Poelman en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2014.