Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:4923

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
01-08-2014
Datum publicatie
15-08-2014
Zaaknummer
01/825634-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar. Indexdelicht: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825634-07

Uitspraakdatum: 1 augustus 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

verblijvende in[kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 maart 2009 is betrokkene ter beschikking gesteld.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 5 juni 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 augustus 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige van [kliniek] en betrokkene en zijn raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het verlengingsadvies van [kliniek] van 7 mei 2014, ondertekend door

R. Pieters, klinisch psycholoog en behandelcoördinator en H.J. Beintema, psychiater, directeur behandelzaken en plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft.

- de over de betrokkene gehouden wettelijke aantekeningen.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van “met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen”, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste.

Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van [kliniek] is onder meer het navolgende gesteld:

“Omdat bij betrokkene ziektebesef ontbreekt en betrokkene de overtuiging heeft dat

seksualiteit met kinderen totaal geen schade aan kinderen toebrengt, is betrokkenes

prognose ongunstig. Positief is dat hij bereid is behandeling aan te gaan, al is dit in eerste

instantie vooral gemotiveerd door de gedachte zo snel mogelijk weer op straat te staan.

Inmiddels is al wel duidelijk dat betrokkene, ten gevolge van de meervoudige handicaps,

onvoldoende van de behandeling zal kunnen profiteren om onbegeleid in de maatschappij te

kunnen verkeren. Intensief, forensisch toezicht za1 blijvend nodig zijn. (…)

Betrokkene heeft een pervasieve ontwikkelingsstoornis en ontwikkelde al op jonge leeftijd een preoccupatie met seksualiteit. In de loop der jaren ontwikkelde betrokkene meerdere

vormen van seksueel deviant gedrag (exhibitionisme, telefoneren met kinderen waarbij

masturberen) met een duidelijke tendens in de richting van pedofilie.

Betrokkenes ziektebesef is erg beperkt, betrokkene geeft aan dat hij fantasieën over seks met kinderen geen probleem vindt. Het is voor betrokkene niet duidelijk wat de seksuele normen en waarden zijn en hij heeft geen intrinsiek besef van wat toelaatbaar is voor wat betreft het

kunnen/mogen hebben van seks binnen de maatschappelijke en/of wettelijke kaders.

Betrokkene verblijft intussen drie jaar op een unit waar de SGG-problematiek behandeld

wordt, te weten [afdeling]. Hij volgt hier een individueel traject, waarin de modules

individueel aan hem aangeboden worden. Ondanks dat betrokkene trouw aanwezig is en

zich gemotiveerd toont, is probleemgedrag nog immer zichtbaar. Met name het ongeremde

en impulsieve gedrag is nog aanwezig, zich uitend op seksueel gebied en ten aanzien van

voeding. Betrokkene mist de interne structuur zichzelf hierin te begrenzen. Om seksueel

contact met medepatiënten te minimaliseren zijn hem beperkingen opgelegd, en tevens is

betrokkene ingesteld op libido remmende medicatie. Naast de ongeremdheid blijft de

contactname met personeel en medepatiënten een aandachtspunt. Dit verloopt tot op heden

nog moeizaam.

Betrokkenes autismeproblematiek leidt ertoe dat betrokkene nauwelijks in staat is tot

inlevingsvermogen in de ander en een gebrekkige impulsbeheersing heeft. In combinatie

met de pedofiele voorkeur van betrokkene leidt deze problematiek ertoe dat het risico op

recidive groot is. Gezien de huidige fase van de behandeling, in combinatie met de aard van

de problematiek, wordt het risico op recidive als hoog beoordeeld in het geval de TBS met

dwangverpleging zou worden opgeheven. De uitgevoerde risicotaxatie bevestigt deze

indruk.

Wij adviseren de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.”

Bij de behandeling ter terechtzitting heeft de deskundige de heer R. Pieters, klinisch psycholoog en behandelcoördinator bij [kliniek] gepersisteerd bij voormeld advies van de kliniek. Hij heeft daaraan toegevoegd dat het perspectief voor betrokkene somber is. Betrokkene laat nog steeds ongewenst gedrag zien en het ongeremde en impulsieve gedrag van betrokkene is niet te behandelen. Hierdoor durft de kliniek geen verlof voor betrokkene aan te vragen. Voor betrokkene zal altijd intensief toezicht nodig zijn. Op termijn hoeft dit niet per se onder een hoog beschermingsniveau plaats te vinden, zoals de terbeschikkingstelling nu ten uitvoer wordt gelegd, maar wel altijd in een dwingend kader.

De officier van justitie heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij haar vordering.

Betrokkene en zijn raadsvrouwe hebben bij de behandeling ter terechtzitting aangevoerd dat zij zich uit realistisch perspectief schikken in het advies van [kliniek] en zich ten aanzien van de vordering refereren aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verenigt zich met het advies [kliniek] en de daarop gegeven toelichting door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. T. van de Woestijne, voorzitter,

mr. drs. W.A.F. Damen en mr. C.P.J. Scheele, leden,

in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 augustus 2014.