Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:4922

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
01-08-2014
Datum publicatie
15-08-2014
Zaaknummer
01/845086-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar. Indexdelicten: vier keer mishandeling en poging tot zware mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845086-06

Uitspraakdatum: 1 augustus 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te[geboorteplaats] op [1976],

verblijvende in [kliniek 1].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van deze rechtbank van 30 juni 2006 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank van 2 augustus 2012 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 5 juni 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van betrokkene voor de duur van

2

jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 augustus 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige van[kliniek 1] en de raadsman van betrokkene gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het verlengingsadvies van[kliniek 1] van 14 mei 2014, ondertekend door

drs. M.A. Polak, hoofd van de inrichting, drs. R. van der Pol, psychiater, drs. M. Franken, GZ-psycholoog en hoofd behandeling & bedrijfsvoering en drs. C. Gerritsma, klinisch psycholoog en manager behandeling & bedrijfsvoering.

  • -

    de over betrokkene gehouden wettelijke aantekeningen.

  • -

    een proces-verbaal verhoor van betrokkene op locatie (in[kliniek 1]) van

31 juli 2014.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van vier maal mishandeling en poging tot zware mishandeling, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste.

Dit zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van[kliniek 1] is onder meer het navolgende gesteld:

“Er is een rechtstreeks verband tussen de stoornis(sen) die de [terbeschikkinggestelde] heeft en het gevaarscriterium. Vanuit oplopende spanning en achterdocht reageert hij met agressief gedrag wanneer hij geen andere manier ziet om met dergelijke spanningen om te gaan. Een professioneel netwerk, wat te allen tijde beschikbaar is om vragen aan te stellen of spanningen te reguleren, is dan ook noodzakelijk. Een stapsgewijs traject waarbij de spanningen gemanaged worden en de [terbeschikkinggestelde] voldoende tijd krijgt om aan veranderingen te wennen is dan ook noodzakelijk. Hier is nog enige tijd voor nodig. Maar ook als de [terbeschikkinggestelde] straks in zijn vervolgvoorziening zit is een langdurige vinger aan de pols door de [kliniek 1] belangrijk. Dit zorgt voor een gematigde overgang en biedt de mogelijkheid aan de [terbeschikkinggestelde] tot een terugplaatsing / time-out wanneer de situatie binnen de GGZ niet meer te handhaven blijkt. Een verlenging van 2 jaar is hiervoor noodzakelijk.

In de volgende behandelplanbespreking zal besproken worden naar welke regio de [terbeschikkinggestelde] wil resocialiseren en wat hierbij mogelijk is. Er zal gezocht worden naar een concrete vervolgplek, waarmee tevens contact gezocht zal worden om de mogelijkheden tot plaatsing aldaar te onderzoeken. Tevens zullen de begeleide verloven in 2014 verder worden uitgebreid en de benodigde machtiging voor overplaatsing zal worden aangevraagd.

Voor de [terbeschikkinggestelde] is het van belang dat de resocialisatie stapsgewijs plaatsvindt met een voldoende beschermend professioneel netwerk om zich heen. Omdat bij veranderingen spanningen kunnen toenemen is het beveiligde kader voor nu nog noodzakelijk. Streven is wel binnen het jaar toe te gaan naar een minder beveiligde instelling. Tbs met dwangverpleging blijft noodzakelijk om de [terbeschikkinggestelde] de mogelijkheid te geven tot leren met vallen en opstaan indien nodig. Daarbij zal hij onder de

dwangverpleging in een vervolgsetting ook nog bezocht worden door medewerkers van de Kijvelanden, wat een geleidelijke overgang onderstreept.

Op grond van het bovenstaande luidt het advies om de maatregel tbs met twee jaar te verlengen.”

Betrokkene heeft bij zijn verhoor op de vordering tot verlenging op 31 juli 2014, welke verhoor op advies van een behandelaar en met instemming van de raadsman van betrokkene voorafgaand aan de zitting is gehouden in[kliniek 1], onder meer verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik ben het niet eens met verlenging van mijn terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar. Ik wil één jaar krijgen en binnen één jaar naar de [kliniek 2] toe. Ik zal daar meer vrijheden hebben. Ik denk dat verlenging met één jaar beter voor mij is. Ik ben [kliniek 1] moe. Ik ben het daar zat.

De deskundige mevrouw M. Franken, optredend namens[kliniek 1], heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft daaraan toegevoegd, kort en zakelijk weergegeven:

In de behandeling van de [terbeschikkinggestelde] gaan we langzamer vooruit dan we hadden gehoopt en gedacht. Een onbegeleid verlof gaan we voorlopig niet redden en ik

denk dat we dat ook niet moeten willen. We zijn van plan komend jaar de [terbeschikkinggestelde] over te plaatsen naar [kliniek 2] om te bezien of begeleid verlof tot de mogelijkheden behoort. Wij willen hem wel perspectief bieden om te resocialiseren, maar het moet wel op een verantwoorde wijze gebeuren. Het verlengen van de maatregel tbs met één jaar biedt in dat opzicht weliswaar meer perspectief, maar geeft ook meer spanning bij hem waardoor de kans op terugval groter is. Het is echt noodzakelijk dat plaatsing van de [terbeschikkinggestelde] op een FPA stapsgewijs gaat zodat hij voldoende tijd krijgt om aan veranderingen te wennen en zijn spanningen gemanaged kunnen worden. Daarom adviseren wij om de maatregel met twee jaar te verlengen. Verlengen met één jaar is contraproductief.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering.

De raadsman van betrokkene heeft bij de behandeling ter terechtzitting, kort en zakelijk weergegeven, aangevoerd dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar meer in de rede ligt, omdat de rechtbank dan over een jaar wederom de voortgang van de behandeling kan toetsen.

De rechtbank stelt vast dat uit het advies van de inrichting en de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige van[kliniek 1] blijkt dat in elk geval nog (zeer) geruime tijd nodig is voor het behandel- en begeleidingstraject dat betrokkene dient te ondergaan en dat bij het wegvallen van de begeleiding en het toezicht van de kliniek het risico op recidive nog altijd als hoog wordt ingeschat. Reeds gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om de terbeschikkingstelling slechts met één jaar te verlengen. Bovendien kan uit de stukken en het verhandelde ter zitting worden afgeleid dat, vanwege de met een verlengingszitting gepaard gaande spanningen bij betrokkene, een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar de behandeling van betrokkene eerder belemmert dan bevordert

De rechtbank verenigt zich met het advies van[kliniek 1] en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting van de deskundige.

Gelet op het aanwezige delictgevaar en het feit dat betrokkene nog langdurig zorg, structuur en begeleiding nodig heeft en gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. T. van de Woestijne, voorzitter,

mr. drs. W.A.F. Damen en mr. C.P.J. Scheele, leden,

in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 augustus 2014.