Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:4897

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-08-2014
Datum publicatie
11-08-2014
Zaaknummer
01/820402-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een taakstraf van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis en 1 maand gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren voor een openlijke geweldpleging in en nabij een feesttent te Asten. Daarnaast moet verdachte schade vergoeden aan meerdere slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/820402-13

Datum uitspraak: 11 augustus 2014

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1976],

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 juli 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 17 september 2013.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 16 december 2012 te Asten met een ander of anderen, op een

voor het publiek toegankelijke plaats en/of in een voor het publiek

toegankelijke ruimte, te weten in of nabij een feesttent (alwaar een

kerstfeest gaande was), openlijk met verenigde krachten geweld heeft gepleegd

tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

[slachtoffer 4], welk geweld bestond uit

- - het met kracht aan de neus trekken van die [slachtoffer 1] en/of het slaan

en/of schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] (waardoor die

[slachtoffer 1] tijdelijk het bewustzijn heeft verloren) en/of

- - het met kracht aan de haren trekken van die [slachtoffer 2] en/of het

trekken aan de oorbellen van die [slachtoffer 2] en/of

- - het slaan en/of schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] (waardoor

die [slachtoffer 3] tijdelijk het bewustzijn heeft verloren) en/of

- - het slaan en/of schoppen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 4]

(terwijl die [slachtoffer 4] bewusteloos en/of weerloos op de grond lag);

(artikel 141 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 16 december 2012 te Asten opzettelijk mishandelend (een)

perso(o)n(en) (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2]), (met kracht tegen diens/dier lichaam heeft

geslagen en/of geschopt en/of aan de haren heeft getrokken, waardoor die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of van [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] letsel

heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden;

(artikel 300 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht).

De steller van de tenlastelegging is kennelijk uitgegaan van de oude wettekst van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht aangezien onder feit 1 primair in regel 4 ‘met verenigde krachten’ staat vermeld in plaats van ‘in vereniging’.

De rechtbank herstelt deze fout en leest het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Inleiding.

Op zondag 16 december 2012 te 00.13 uur ontving de politie een melding dat er gevochten werd ter hoogte van de kerk aan het Koningsplein te Asten. Een jongen zou buiten bewusteloos op straat liggen. In de feesttent die op het plein stond in verband met een evenement, georganiseerd door de stichting ‘Asten in Kerstsfeer’, zou ook gevochten zijn of worden. Ter plaatse bleek dat er verschillende personen waren mishandeld, onder wie [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]. Laatstgenoemde is als gevolg van zijn letsel overgebracht naar een ziekenhuis.1

Verdachte wordt er van verdacht betrokken te zijn geweest bij de openlijke geweldpleging tegen deze personen.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij is van mening dat verdachte heeft deelgenomen aan de openlijke geweldpleging op 16 december 2012 in de feesttent in Asten. Verdachte is zich gaan bemoeien met een ruzie die ontstond nadat een medeverdachte [slachtoffer 1] aan zijn neus had getrokken en zij heeft daarbij [slachtoffer 2] aan de haren en oorbellen getrokken, als gevolg waarvan deze pijn heeft ondervonden en letsel heeft opgelopen. Verder stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat verdachte door haar handelingen een wezenlijke en significante bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde openlijk geweld.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat – kort samengevat – verdachte geen deel uit heeft gemaakt van de groep die geweld heeft gepleegd tegen een aantal personen. Bovendien blijkt niet duidelijk of de vechtpartij, die zowel binnen als buiten heeft plaatsgevonden, is voortgevloeid uit een en dezelfde handeling, namelijk het bier gooien door een van de betrokken personen. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de door de diverse getuigen afgelegde verklaringen niet als bewijs kunnen dienen, aangezien het daarin gegeven signalement niet overeenstemt met het signalement van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht voor haar oordeel de navolgende feiten en omstandigheden van belang.

Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij op 15 december 2012 naar het feest in de feesttent in Asten ging waar hij op een bepaald moment zag dat een oom van hem werd lastiggevallen. Hij zag dat deze oom, [slachtoffer 1], daardoor een kras op zijn neus had en dat [broer van verdachte] bij zijn oom stond. Zijn (aangevers) moeder, die ook aanwezig was, reageerde daarop naar [broer van verdachte]. Vervolgens gooide de [verdachte] met bier naar zijn moeder. [slachtoffer 4] wilde vervolgens verhaal gaan halen en liep naar zijn moeder en oom en kan zich daarna niets meer herinneren.2

Op zondag 16 december 2012 omstreeks 11.00 uur hebben twee verbalisanten een bezoek gebracht aan [slachtoffer 4], die op dat moment verbleef op de IC-afdeling van het Elkerliek Ziekenhuis te Helmond. Hij was toen bij kennis maar niet aanspreekbaar. Uit de medische verklaring blijkt dat hij, naast een verwonding bij zijn linkeroog, een hersenschudding had en storingen in het bewustzijn.3

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij in de nacht van 15 op 16 december 2012 ’s nachts in de feesttent in Asten stond toen hij ineens hard op zijn schouder werd getikt door een bodybuilder met tatoeages op zijn armen. Hij had die man eerder op de avond de tent binnen zien komen met een groep andere mensen. [slachtoffer 1] is vervolgens elders in de feesttent bij familie gaan staan. Vijf minuten later kwam dezelfde man weer naar hem toe en pakte hem heel hard bij zijn neus. De groep van deze man stond toen vijf meter van hem vandaan. De zus van aangever, [slachtoffer 2], reageerde hierop door er iets van te zeggen en toen werd er direct door de groep van de bodybuilder met bier gegooid en met iedereen gevochten. Aangever [slachtoffer 1] werd door twee andere mannen met tatoeages vastgepakt en geschopt en geslagen. Een van deze mannen droeg een witte blouse met een zwart logo en had lang haar in de nek en de ander droeg een donkere blouse en had kort donker haar, iets langer dan stekeltjes. Ook werd hij aangevallen door een vrouw uit die groep die iets roods droeg. Deze vrouw sloeg hem en beet in zijn linker arm. Twee seconden daarna voelde hij een klap in zijn nek waardoor hij ongeveer vijftien minuten bewusteloos is geraakt.4De medische verklaring betreffende [slachtoffer 1] vermeldt dat hij een schaafplek had op de linkerslaap, een blauwe plek op neusbrug, een kneuzing van de linker elleboog, een bijtwond in zijn linker onderarm en pijnklachten in zijn linkerflank, nek, schouder en hoofd.5

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze zag dat haar broer [slachtoffer 1] bij zijn neus werd gepakt door een man van wie ze later hoorde dat hij [medeverdachte 1] heet. Toen ze daar iets van zei tegen deze man, kwam er een vrouw bij staan die haar, aangeefster, een glas bier in het gezicht gooide. Nadat haar zoon - [slachtoffer 4] - daar ook een opmerking over maakte, werd ze door die vrouw bij de haren gepakt en over de vloer getrokken. Haar oorbellen zijn daarbij uit haar oren getrokken, waardoor ze pijn aan haar oren heeft en haar linkeroor is ingescheurd.6

Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij in de feesttent voor het podium stond toen hij voelde dat er iemand op zijn schouder tikte. Vanaf dat moment weet hij niets meer. Hij is bewusteloos geraakt en kwam weer bij van het koelelement dat ze tegen zijn gezicht hielden. Verbalisanten zien dat het gezicht van aangever dik is onder zijn linkeroog en dat hij zijn linker snijtand mist.7

Getuige [getuige 1] heeft onder meer verklaard dat zijn schoonmoeder [slachtoffer 2] door een vrouw aan de haren en aan haar oorbel werd getrokken in de richting van de nooduitgang en dat hij deze vrouwen uit elkaar heeft gehaald. Daarna ontstond de vechtpartij. Hij zag dat er twee mannen aankwamen die om zich heen begonnen te slaan. Deze twee mannen sloegen gericht en doelbewust in op anderen. Zijn zwager [slachtoffer 4] sprong er tussen en werd door deze mannen mee naar buiten getrokken.

Getuige [getuige 1] heeft tijdens zijn verhoor een filmpje getoond aan de verbalisant betreffende een opname van de band die die avond in de feesttent optrad. Volgens [getuige 1] komt één van de twee mannen die het geweld heeft gebruikt in beeld voorbij. [getuige 1] beschrijft deze persoon als een grote man van ongeveer 1.80-1.85 meter lang, kortgeschoren haar donker/grijs, geen lang haar, stevig postuur, blank, ongeveer 40 jaar. De verbalisant ziet dat de man die door [getuige 1] wordt aangewezen een bierglas in de hand heeft, een kaal hoofd heeft en een zwart t-shirt draagt en dat hij groter is dan de overige personen op het filmpje.8

Verbalisanten herkennen de persoon aan het eind van het filmpje als [broer van verdachte].9

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat ze heeft gezien dat een grote dikke donkerblonde man met een zwart t-shirt en getatoeëerde armen ruzie kreeg met [slachtoffer 4] en vervolgens door beveiligers uit de tent werd gegooid. Deze man ging buiten helemaal door het lint toen hij [slachtoffer 4] weer zag en begon als een bezetene op [slachtoffer 4] in te slaan. Op een bepaald moment gaf deze man [slachtoffer 4] een klap met zijn vuist waardoor zijn hoofd naar achter sloeg. Ze zag dat [slachtoffer 4] bewusteloos op de grond viel. Ze verklaart verder dat ze een filmpje via whatsapp heeft ontvangen en dat ze zeker weet dat de man die op het eind van het filmpje met een bierglas in beeld verschijnt dezelfde man is die dit allemaal heeft gedaan.10

Verbalisanten merken op dat dit hetzelfde filmpje betreft als door getuige [getuige 1] werd getoond.11

Getuige[getuige 3] heeft verklaard dat hij zag dat een stevige man van ongeveer 1,90 m. lang met tatoeages op beide armen, lichtblond achterover gekamd haar met een licht t-shirt aan, zijn zwager [slachtoffer 1] bij de neus pakte. Verder verklaarde hij dat deze man [broer van verdachte] heet en vroeger in de [adres] te [gemeente] woonde. Hij zag dat zijn vrouw [slachtoffer 2] [broer van verdachte] aansprak en dat hij haar wegwuifde. Hierop kwam een onbekende vrouw naar [slachtoffer 2] gelopen en deze gooide de inhoud van haar glas in haar gezicht. Hij, getuige, gooide in een reflex zijn glas leeg op die vrouw waarna [medeverdachte 1] op hem af kwam. Zijn zoon [slachtoffer 4] sprong er vervolgens tussen. Getuige zag dat zijn vrouw de oorbellen uit het hoofd werden getrokken en dat zijn zoon [slachtoffer 4] naar buiten werd gewerkt. Hij is toen ook naar buiten gegaan waar hij zag dat zijn zoon [slachtoffer 4] werd geslagen en een meter de lucht in vloog. Hij zag niet wie geslagen heeft, maar [medeverdachte 1] en [broer van verdachte] stonden op dat moment bij zijn zoon [slachtoffer 4]. Hij heeft ook gezien dat een andere man in de tent zijn zwager [slachtoffer 3] de tand uit de mond sloeg. Die persoon had donker vet haar in een scheiding over de oren, 1,82 en droeg vermoedelijk een leren jasje.12

Getuige [getuige 4] heeft op 16 december 2012 verklaard dat zij in de feesttent aanwezig was toen de groep, waartoe [broer van verdachte] en[medeverdachte 1] behoorden binnen kwam. Ze kent hen van vroeger omdat ze in dezelfde buurt woonden. Er was ook nog iemand bij die [medeverdachte 2] heet en een paar mensen die ze niet bij naam kent. Ze waren ongeveer met zijn zessen en er waren ook vrouwen bij. Er was een andere groep in de tent waarvan [slachtoffer 4] en een aantal van zijn familieleden deel uitmaakten. Deze twee groepen stonden dicht bij elkaar toen er vanuit de groep van [medeverdachte 1] bier werd gegooid.13

Zij zag dat het hierna escaleerde en dat er over en weer met bier werd gegooid. Vervolgens werden er over en weer klappen uitgedeeld en begaven de groepen zich vechtend richting de nooddeur. [broer van verdachte] viel door die deur naar buiten met nog een paar mensen. De oom van [slachtoffer 4] lag op de grond en kreeg een tik in zijn gezicht waardoor hij viel.14

De moeder van [slachtoffer 4] is door een van de vrouwen uit de andere groep aangevallen en door die vrouw naar buiten gegooid. Ze zag dat de vrouw (de moeder van [slachtoffer 4]) gewond was en dat haar linkeroorlel was ingescheurd. De vrouw die de moeder van [slachtoffer 4] heeft aangevallen droeg iets van een panterprintje. Ze zag dat [slachtoffer 4] ook naar buiten ging om het op te nemen voor zijn moeder en vervolgens werd gepakt door vier personen en dat hij werd geschopt en geslagen.15

Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat hij op 15 december 2012 vanaf ongeveer 21.00 uur in de feesttent te Asten aanwezig was en dat hij heeft gezien dat [broer van verdachte] met zijn groepje in de feesttent stond. Rond 24.00 uur werd gevochten door [broer van verdachte] en de mensen die daarvoor bij hem aan tafel stonden. Hij zag dat daarbij een persoon op de grond viel en een ander zich afweerde. Verder zag hij ook dat er twee vrouwen aan het vechten waren.16

Getuige[getuige 6] heeft verklaard dat hij op 15 december 2012 de[functie] was van de band “[bandnaam]” die optrad in de feesttent op het Koningsplein te Asten. Hij stond de hele avond bij de nooduitgang links van het podium. Op een gegeven moment was hij naar buiten gelopen om iets in de bus te leggen. Toen hij terugliep naar de tent hoorde hij een knal en zag hij dat de deur van de nooduitgang openvloog waarna een groep van acht personen, al duwend en trekkend naar buiten kwam. Hij zag dat een persoon viel en dat twee vrouwen aan elkaars haren trokken. De man die viel was een stevig persoon met tatoeages op beide armen en had donker kort haar. Hij zag dat er een groepje van vier personen al stoeiend, ruziemakend zijn kant op kwam en hem voorbij liep. Bij het einde van de tent verwijderde een van de vier personen zich en strompelde richting de kerk. Een van de drie achtergebleven mannen rende naar die eerste persoon toe en gaf hem een klap tegen zijn hoofd waardoor deze eerste persoon omviel als een boom en op de grond bleef liggen. Vanaf het moment dat de man op de grond viel, werd hij niet meer aangeraakt.17

Op 19 december 2012 heeft verdachte ten overstaan van de politie verklaard bij een handgemeen betrokken te zijn geraakt met een vrouw.18

Ter terechtzitting van 28 juli 2014 heeft verdachte verklaard dat zij op 16 december 2012, toen zij in de feesttent in Asten was, een vestje met een tijgerprint droeg.19

Op basis van de hiervoor genoemde aangiftes en het hiervoor genoemde letsel bij aangevers, in combinatie met de getuigenverklaringen en de verklaring van verdachte, afgelegd ten overstaan van de politie en ter terechtzitting, stelt de rechtbank vast dat verdachte heeft deelgenomen aan het geweld dat heeft plaatsgevonden in de nacht van zaterdag op zondag 16 december 2012 in de feesttent in Asten. Zij heeft met bier gegooid en [slachtoffer 2] aan de haren en oorbellen getrokken. Vervolgens is er geslagen en geschopt en heeft de vechtpartij zich verplaatst naar buiten.

Nu de geweldshandelingen die de bewuste nacht zijn gepleegd in en nabij de feesttent op het Koningsplein te Asten, dus op zeer korte afstand van elkaar, in een zéér kort tijdsbestek hebben plaatsgevonden, en voortkomen uit één en dezelfde aanleiding, is het naar het oordeel van de rechtbank niet relevant welk geweld de verdachte precies heeft uitgeoefend tegen de slachtoffers. De rechtbank acht verdachte mede verantwoordelijk voor hetgeen nà haar handelen is gebeurd. De vechtpartij op 16 december 2012 te Asten is daarom te beschouwen als één openlijke geweldpleging. De rechtbank kwalificeert het voorgaande als het door verdachte en de medeverdachten plegen van openlijk geweld tegen personen, waaraan verdachte een wezenlijke en significante bijdrage heeft geleverd. Verdachte is daarmee in strafrechtelijke zin medeverantwoordelijk voor het handelen van haar mededaders. De rechtbank verwerpt daarmee het verweer van de raadsman dat zijn cliënt geen deel uitmaakte van een groep.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het gedeelte van de tenlastelegging dat ziet op het slaan en/of schoppen op/tegen het lichaam van die[slachtoffer 4] ‘terwijl die [slachtoffer 4] bewusteloos en/of weerloos op de grond lag’, nu daar gelet op het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor is.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op 16 december 2012 te Asten met anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats en in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in en nabij een feesttent (alwaar een kerstfeest gaande was), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], welk geweld bestond uit

- - het met kracht aan de neus trekken van die [slachtoffer 1] en het slaan en schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1], waardoor die [slachtoffer 1] tijdelijk het bewustzijn heeft verloren, en

- - het met kracht aan de haren trekken van die [slachtoffer 2] en het trekken aan de oorbellen van die [slachtoffer 2] en

- - het slaan tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] , waardoor die [slachtoffer 3] tijdelijk het bewustzijn heeft verloren, en

- - het slaan en schoppen tegen het lichaam van die[slachtoffer 4].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde:

- een werkstraf voor de duur van 200 uur, subsidiair 100 uren hechtenis.

- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman stelt zich op het standpunt dat aan verdachte, indien het tenlastegelegde bewezen wordt geacht, een lagere straf dient te worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Op 16 december 2012 was verdachte samen met een aantal anderen in een feesttent op het Koningsplein te Asten bij een optreden van de Johnny Cash coverband “Def Americans” toen er ruzie ontstond tussen de groep van verdachte en de groep waartoe de slachtoffers behoorden. Deze ruzie is ontaard in een geweldpleging die in eerste instantie plaatsvond in de tent, maar zich later naar buiten verplaatste. Een van de medeverdachten is begonnen met een geweldshandeling tegen [slachtoffer 1], waarna verdachte [slachtoffer 2] aan de haren en de oorbellen heeft getrokken. Medeverdachten hebben meerdere personen geschopt en geslagen. Op een bepaald moment is het slachtoffer[slachtoffer 4] buiten als gevolg van een harde klap bewusteloos op de grond gevallen en nadien is hij met een ambulance naar het ziekenhuis afgevoerd.

Er is ook grof geweld jegens andere feestgangers gebruikt, waarbij er uiteindelijk in totaal drie slachtoffers buiten bewustzijn zijn geraakt. Dit alles vond plaats te midden van het uitgaanspubliek en maakte op de meeste van hen een grote indruk. Bovendien leidt dit soort geweld in het uitgaansleven tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving en wordt aan mensen het plezier ontnomen deel te nemen aan festiviteiten.

Naar het oordeel van de rechtbank gaat het om een laf en gewelddadig feit, waarin de verdachte een aanzienlijk aandeel heeft gehad. Verdachte heeft weliswaar eigenhandig alleen geweld gebruikt tegen [slachtoffer 2] en niet tegen de andere slachtoffers, echter de rechtbank acht haar wel mede verantwoordelijk voor het geweld tegen de andere slachtoffers. Immers, verdachte heeft, kort nadat een medeverdachte in de feesttent op een van de slachtoffers geweld heeft toegepast, zich in de daarop ontstane ruzie gemengd en en heeft vervolgens zelf gewelddadige handelingen gepleegd. Gelijktijdig en aansluitend daarop hebben medeverdachten in en buiten de feesttent grof geweld toegepast tegen verschillende slachtoffers. Die laatste geweldshandelingen ziet de rechtbank als een direct vervolg op de het door verdachte gepleegde geweld.

Aan alle slachtoffers en aan [slachtoffer 4] in het bijzonder, is letsel en veel pijn toegebracht. [slachtoffer 4] is een aantal dagen opgenomen geweest in het ziekenhuis ter behandeling van zijn letsel en ondervindt daar nog steeds dagelijks de gevolgen van.

De rechtbank acht het verontrustend dat verdachte, zonder dat zij zich ook maar enigszins heeft bekommerd om de gezondheid van de slachtoffers en zonder dat zij de gevolgen van haar handelen heeft overdacht, is overgegaan tot haar gewelddadig handelen. Ook ter zitting heeft zij nauwelijks blijk gegeven van medeleven met de slachtoffers.

De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist, nu verdachte een relatief beperkte rol heeft gespeeld in het totaal van het gepleegde geweld. Voorts weegt de rechtbank mee - in strafverminderende zin - dat er sedert het plegen van het strafbare feit een aanzienlijke termijn is verstreken.

De rechtbank is van oordeel dat een taakstraf en een gevangenisstraf van na te melden duur passend is.

De rechtbank zal de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen met een proeftijd, om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier stelt zicht op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat het gevorderde schadevergoedingsbedrag inmiddels is betaald.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft aangevoerd dat dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat het gevorderde schadevergoedingsbedrag inmiddels is betaald.

Beoordeling.

De rechtbank is niet gebleken dat de benadeelde [slachtoffer 3] het door hem gevorderde bedrag daadwerkelijk uitbetaald heeft gekregen. Om die reden acht de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de verdediging, de benadeelde partij in beginsel ontvankelijk in de vordering.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering, te weten:immateriële schade tot een bedrag van € 500,00 en materiële schade ad € 37,52 (reiskosten) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de immateriële schade voor zover deze het bedrag van € 500,00 te boven gaat, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover zij heeft voldaan aan een van de haar opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier stelt zicht op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat het gevorderde schadevergoedingsbedrag inmiddels is betaald.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft aangevoerd dat dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat het gevorderde schadevergoedingsbedrag inmiddels is betaald.

Beoordeling.

De rechtbank is niet gebleken dat de benadeelde [slachtoffer 1] het door hem gevorderde bedrag daadwerkelijk uitbetaald heeft gekregen. Om die reden acht de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de verdediging, de benadeelde partij in beginsel ontvankelijk in haar vordering. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schade tot een bedrag van € 500,00 en de materiële schade ad € 1.545,60 (vervanging jas en bril), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de immateriële schade voor zover deze het bedrag van € 500,00 te boven gaat, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 30,00 ter zake van kosten rechtsbijstand.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover zij heeft voldaan aan een van de haar opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier acht de gehele vordering toewijsbaar met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verdachte wordt daarvoor hoofdelijk aansprakelijk geacht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, omdat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover zij heeft voldaan aan een van de haar opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]:

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier acht toewijsbaar immateriële schade ten bedrage van EUR 2.000,00 en materiële schade ten bedrage van EUR 1.595,20 met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verdachte wordt daarvoor hoofdelijk aansprakelijk geacht.

Voor het overige (post verhuiskosten) acht de officier van justitie de benadeelde partij niet ontvankelijk in de vordering.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schade tot een bedrag van € 2.000,00 en de materiële schade ad € 1.595,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de immateriële schade voor zover deze het bedrag van EUR 1.595,20 te boven gaat, omdat de rechtbank van oordeel is dat het ten aanzien van verhuiskosten opgevoerde bedrag onvoldoende is onderbouwd en de behandeling van dit onderdeel van de vordering derhalve een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover zij heeft voldaan aan een van de haar opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelden [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en[slachtoffer 4] hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 141.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

primair

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

De rechtbank verklaart verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen en maatregelen.

T.a.v. primair:

* Taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis.

* Gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2

jaren.

* Maatregel van schadevergoeding van EUR 537,52 subsidiair 10 dagen hechtenis:

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 537,52 (zegge:

vijfhonderdzevenendertig euro en tweeënvijftig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 500,00 immateriële schade (post 2) en

EUR 37,52 materiële schade (post 1). Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

haar mededader(s) is betaald.

* Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 537,52

(zegge: vijfhonderdzevenendertig euro en tweeënvijftig eurocent), te weten

EUR 500,00 immateriële schade (post 2 ) en EUR 37,52 materiële schade (post 1).

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

haar mededader(s) is betaald.

Verdachte is van haar schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover zij of (een van) zijn mededader(s) heeft/hebben voldaan aan een van de

haar opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

* Maatregel van schadevergoeding van EUR 2.045,60 subsidiair 30 dagen hechtenis:

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], van een bedrag van EUR 2.045,60

(zegge: tweeduizendvijfenveertig euro en zestig eurocent), bij gebreke van

betaling en verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 500,00 immateriële schade en EUR 1.545,60 materiële schade. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

haar mededader(s) is betaald.

* Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 2.045,60

(zegge: tweeduizendvijfenveertig euro en zestig eurocent, te weten EUR 500,00

immateriële schade en EUR 1.545,60 materiële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

haar mededader(s) is betaald.

Verdachte is van haar schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover zij of (een van) haar mededader(s) heeft/hebben voldaan aan een van de

haar opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op EUR 30,00 voor rechtsbijstand.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

* Maatregel van schadevergoeding van EUR 150,00 subsidiair 3 dagen hechtenis:

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], van een bedrag van EUR 150,00

(zegge: eenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te

vervangen door 3 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële

schade. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

haar mededader(s) is betaald.

* Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 150,00

(zegge: eenhonderdvijftig euro), te weten immateriële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

haar mededader(s) is betaald.

Verdachte is van haar schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover zij of (een van) haar mededader(s) heeft/hebben voldaan aan een van de

haar opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

* Maatregel van schadevergoeding van EUR 3.595,20 subsidiair 45 dagen hechtenis:

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van EUR 3.595,20 (zegge: drieduizendvijf-honderdvijfennegentig euro en twintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 45 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 2.000,00 immateriële schade en EUR 1.595,20 materiële schade. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

haar mededader(s) is betaald.

* Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van EUR 3.595,20 (zegge: drieduizendvijfhonderdvijfennegentig euro en twintig eurocent), te weten EUR 2.000,00 immateriële schade en EUR 1.595,20 materiële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

haar mededader(s) is betaald.

Verdachte is van haar schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover zij of (een van) zijn mededader(s) heeft/hebben voldaan aan een van de

haar opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel (post verhuiskosten) van de

vordering niet ontvankelijk is.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M. Lammers, voorzitter,

mr. R.J. Bokhorst en mr. J. Leyenaar-Holleman, leden,

in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier,

en is uitgesproken op 11 augustus 2014.

Mr. Leyenaar-Holleman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Eindproces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, afdeling gezamenlijke recherche Helmond, met dossiernummer 2012183986, afgesloten d.d. 22 januari 2013, aantal doorgenummerde pagina’s: 169 (hierna te noemen ‘eindpv’) p. 4, 5, 6 en p. 140

2 P. 56-57 eind-pv

3 P. 5, 63, 67 eind-pv

4 P. 68-70 eind-pv

5 P. 74 eind-pv

6 P. 75-76 eind-pv

7 P. 79-80 eind-pv

8 P. 93-94 eind-pv

9 P. 138 eind-pv

10 P. 106-107 eind-pv

11 P. 138 eind-pv

12 P. 103-105 eind-pv

13 P. 111, 112 eind-pv

14 P. 113 eind-pv

15 P. 114 eind-pv

16 P. 136 eind-pv

17 Aanvullend proces-verbaal van verhoor opgemaakt door de Regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling gezamenlijke recherche Helmond, met proces-verbaalnummer 2012183986-46, opgemaakt d.d. 8 februari 2013, aantal doorgenummerde pagina’s: 3, p. 1,2

18 P. 150, eind-p.v.

19 De door verdachte ter terechtzitting van 28 juli 2014 afgelegde verklaring