Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:4815

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
29-07-2014
Datum publicatie
07-08-2014
Zaaknummer
3270477
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

tussenbeschikking/schorsing bewindvoerder

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Kanton 's-Hertogenbosch

Zaaknr. 3270477 BH VERZ 14-8612

29 juli 2014

sd

Tussenbeschikking

In de zaak van:

Stichting Bronn

Postbus 75

6590 AB Gennep

hierna te noemen: de bewindvoerder

1 Het verloop van het geding

Op 27 juni 2014 heeft mr. P. Penders, kantonrechter rechtbank Oost-Brabant, het kantoor van de bewindvoerder bezocht. Aanleiding was het feit dat in een aantal dossiers was gebleken van door de bewindvoerder gemaakte fouten.

Bij brief van 1 juli 2014 is het bestuur van de bewindvoerder opgeroepen voor een gesprek met mr. F. Gerard, kantonrechter rechtbank Limburg, mr. W. Haasnoot, kantonrechter rechtbank Limburg en mr. P. Penders, kantonrechter rechtbank Oost-Brabant. In deze oproep is een aantal door de kantonrechter geconstateerde gebreken genoemd.

Het gesprek heeft plaatsgevonden op 8 juli 2014. In plaats van mr. F. Gerard was aanwezig mr. M. Vanhommerig.

Bij brief van 14 juli 2014 heeft de bewindvoerder een plan van aanpak aan de kantonrechter gestuurd. Op 22 juli 2014 heeft de kantonrechter mr. P.A.M. Penders gesproken met drie van de vier fungerend bewindvoerders.

Naar aanleiding van het gesprek met het bestuur en het plan van aanpak is de raad van toezicht van de bewindvoerder uitgenodigd voor een gesprek met de hiervoor genoemde kantonrechters. In de uitnodiging voor dit gesprek, die 5 pagina’s omvat, is een groot aantal zorgpunten weergegeven. Het gesprek heeft plaatsgevonden op 24 juli 2014.

2 De beoordeling

De kantonrechter verwijst naar de inhoud van voornoemde brieven, die hier als ingelast beschouwd moeten worden.

Allereerst wijst de kantonrechter erop dat de bewindvoerder het geld van andere mensen beheert en daarover beschikt. Deze mensen kunnen niet zelf voor hun eigen financiën zorg dragen en verkeren in een kwetsbare positie. Deze mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat de bewindvoerder te allen tijde zorgvuldig met de hem toevertrouwde financiën zal omgaan.

Uit diverse dossiers is gebleken dat deze zorgvuldigheid niet steeds wordt betracht. Zo worden toeslagen niet tijdig aangevraagd, net als bijzondere bijstand.

Kosten worden betaald, die niet betaald hadden moeten worden (zoals bijvoorbeeld de ziektekostenverzekering van een meerderjarig kind). Hierdoor kunnen andere rekeningen, die wel moeten worden betaald, niet betaald worden, waardoor rechthebbende schulden krijgt. Rechthebbenden krijgen meer leefgeld dan binnen hun budget mogelijk is, waardoor ook deze rechthebbenden onnodig schulden krijgen. Daarnaast is de verantwoording aan de kantonrechter niet tijdig en veelal niet juist of onvolledig.

De kantonrechter heeft, gelet op de geconstateerde tekortkomingen, gelet op het plan van aanpak van de bewindvoerder en gelet op de gevoerde gesprekken noch het vertrouwen dat de bewindvoerder de geconstateerde gebreken binnen bekwame tijd kan herstellen, noch dat binnen bekwame tijd een structurele oplossing wordt gevonden voor de personele en organisatorische problemen. Het feit dat inmiddels één bewindvoerder is ontslagen en de directeur op non-actief is gesteld, maakt dit niet anders.

De kantonrechter stelt vast dat thans, zo heeft de bewindvoerder medegedeeld, na ziek melding van de andere bewindvoerders, slechts één medewerkster die fungeert als bewindvoerder feitelijk werkzaamheden verricht. Deze medewerkster werkt volgens informatie van de kantonrechter op therapeutische basis gedurende 24 uur per week. Waar de bewindvoerder ongeveer 670 bewindsdossiers onder zich heeft, is dit een apert te kleine bezetting.

Er is, vier weken na het bezoek van de kantonrechter aan het kantoor van de bewindvoerder en bijna vijf weken nadat de bewindvoerder met onmiddellijke ingang de manager/bewindvoerder van de front office wegens disfunctioneren heeft ontslagen, niets anders gedaan dan het op non-actief stellen van de directeur/bestuurder en het aanstellen van 1,5 FTE telefoniste. Desgevraagd heeft de raad van toezicht aangegeven dat eerst eind augustus een tijdpad voor de verbeteringen kan worden aangegeven. Het aanbrengen van de verbeteringen staat onder leiding van één lid van de raad van toezicht, die geen enkele ervaring heeft met de werkzaamheden rond bewindvoering. Wel zal in augustus extra personeel aangenomen kunnen worden, maar dat zullen geen bewindvoerders zijn, aldus de raad van toezicht, maar administratief ondersteunend personeel.

Naar het oordeel van de kantonrechter is er niets concreets aangevoerd waaruit blijkt dat op korte termijn zodanige verbeteringen kunnen worden doorgevoerd dat de medewerkers die de werkzaamheden van bewindvoerder uitvoeren, daartoe weer in staat zullen zijn. Ook is niets concreets aangevoerd waaruit afgeleid kan worden binnen welke termijn de financiën van alle cliënten weer op orde zijn.

Gelet op al het voorgaande ontbreekt het de kantonrechter aan het vertrouwen dat binnen een acceptabele termijn de belangen van degenen wiens goederen onder bewind zijn gesteld, deugdelijk zullen worden behartigd. De bewindvoerder zal daarom worden ontslagen in alle zaken waarin de rechtbank Oost-Brabant, zowel kanton Eindhoven, als kanton ’s-Hertogenbosch, toezicht houdt. Dit betreft de zaken met de BM nummers die op bijgevoegde bijlage staan, welke bijlage een onderdeel van deze beschikking is. In verband met de privacy van rechthebbenden wordt deze bijlage niet gevoegd bij de beschikking welke aan de individuele rechthebbenden wordt gestuurd.

Teneinde een zodanige overdracht van dossiers mogelijk te maken dat rechthebbenden daarvan zo weinig mogelijk negatieve gevolgen zullen ondervinden, zal de kantonrechter de bewindvoerder eerst schorsen en bij wege van voorlopige voorziening gelasten dat de bewindvoerder de rekeningen van de vaste lasten van rechthebbenden en hun leefgeld blijft voldoen, tot het moment waarop de opvolgend bewindvoerder aangeeft voor rechthebbende een bankrekening te hebben geopend.

De beslissing

De kantonrechter:

- schorst de Stichting Bronn in alle zaken waarin de kantonrechter te Eindhoven en de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch toezicht houden en waarin de Stichting Bronn is benoemd tot bewindvoerder als bedoeld in boek 1 BW;

- gelast, bij wege van voorlopige voorziening, dat de Stichting Bronn de betaling van de vaste lasten en van het leefgeld van alle rechthebbenden in de zaken waarin zij is geschorst blijft voldoen totdat de opvolgend bewindvoerder heeft laten weten dat hij of zij een beheerrekening voor de rechthebbende heeft geopend;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2014 door

mr. P.A.M. Penders, kantonrechter te 's-Hertogenbosch, in tegenwoordigheid van de griffier.

verzenddatum:

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk. Door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet door tussenkomst van een advocaat worden ingesteld door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.