Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:4631

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
31-07-2014
Datum publicatie
31-07-2014
Zaaknummer
01/821008-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van € 101.703,60 in verband met twee hennepoogsten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Parketnummer ontneming: 01/821008-[verdachte]

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer ontneming: 01/821008-13

Datum uitspraak: 31 juli 2014

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1976],

wonende te [adres 1],

hierna te noemen: veroordeelde.

Onderzoek van de zaak:

De vordering van de officier van justitie strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 301.381,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Een kopie van deze vordering is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 juli 2014.

De officier van justitie heeft de vordering ter terechtzitting gewijzigd in die zin dat thans een bedrag ad € 260.539,40 wordt gevorderd. Een kopie van deze vordering is als bijlage 2 aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft kort gezegd aangevoerd dat er in de berekening van de politie sprake is geweest van giswerk. Als dergelijke potentiële winsten daadwerkelijk gemaakt zouden worden, dan zou veroordeelde reeds ruim twee miljoen euro hebben gegenereerd, hetgeen niet het geval is. Tevens is de politie in haar berekening er ten onrechte van uitgegaan dat ook in ruimtes D en E eerdere oogsten hebben plaatsgevonden.

De raadsman heeft geen conclusie aan zijn standpunt verbonden.

De beoordeling.1

De rechtbank stelt vast dat de vordering tijdig is ingediend.

Veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 31 juli 2014 veroordeeld voor (onder andere) het telen van 690 hennepplanten in de periode van 1 juni 2013 tot en met 28 juni 2013 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel.

De rechtbank is op grond van de hierna volgende bewijsmiddelen van oordeel dat veroordeelde voornoemd voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van soortgelijke feiten als het feit ter zake waarvan hij bij vonnis van deze rechtbank van 31 juli 2014 is veroordeeld en waaromtrent naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door veroordeelde zijn begaan.

De bewijsmiddelen.

Een proces-verbaal van bevindingen van 31 januari 2014, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1].2

Het perceel [adres 2] is gelegen in Gemert, gemeente Gemert-Bakel. Het pand is thans in gebruik als [restaurant] genaamd [bedrijf 1]. Op dit adres staat volgens de gemeentelijk basisadministratie als enige persoon ingeschreven[veroordeelde], geboren op [1976] te [geboorteplaats].

Ik heb vanaf januari 2013 van drie afzonderlijke buurtbewoners de informatie gekregen dat zij een hennepkwekerij vermoedden in het pand [adres 2] te Gemert. Genoemde buurtbewoners hadden op wisselende dagen en tijdstippen een voor hen herkenbare hennepgeur geroken in de directe nabijheid van dit restaurant.

Op 28 juni 2013 trad ik genoemde woning binnen. Ik zag dat een ruimte gevuld was met een grote hoeveelheid plastic zakken potgrond, kunststoffen kweekbakken en gebruikte en nieuwe transformatoren. Tevens zag ik direct achter de deur een trap naar boven leiden. Uit het trapgat zag ik fel licht. Bovengekomen zag ik dat kennelijk over de gehele vloeroppervlakte van de zolder in verschillende compartimenten hennepkweekruimten waren ingericht en in werking werden gehouden.

Een rapport ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art. 36e 2e lid Sr’ van 31 januari 2014, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1].3

Als startdatum van de onderzoeksperiode is gekozen voor de datum van aanvang van het huurcontract van [veroordeelde] met [bedrijf 2] op 1 maart 2011. Op 28 juni 2013 was de politie-inval in genoemd restaurant [bedrijf 1].

Op 28 juni 2013 betrad ik de zolderruimte boven het restaurant [bedrijf 1], gevestigd [adres 2] te Gemert. Bovengekomen zag ik dat kennelijk over de gehele vloeroppervlakte van die zolder in verschillende compartimenten hennepkweekruimten waren ingericht.

Kweekruimten B en C.

Vaststelling opbrengst per oogst.

Aangetroffen planten/potten.

In de kwekerij stonden minimaal 690 hennepplanten. De oppervlakte van de beplanting in de kwekerij was 63 m2. Per m2 stonden er 11 hennepplanten.

Opbrengst hennep per plant.

In het BOOM-rapport van 1 november 2010 is een tabel opgenomen met daarin de opbrengst per hennepplant. De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is volgens de tabel minimaal 30 gram.

Opbrengst hennep per oogst.

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt: 690 planten x 30 gram = 20,7 kilogram.

Financiële opbrengst per oogst.

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep bedraagt volgens het BOOM-rapport minimaal € 3.280,- per kilogram.

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 20,7 kilogram x € 3.280,- =

€ 67.896,00.

Kweekruimten D en E.

Ik zag dat in beide ruimten sporen aanwezig waren van een eerdere oogst.

Vaststelling eerdere oogsten.

In de hierna vermelde berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt uitgegaan van twee reeds eerder gerealiseerde oogsten. Uitgangspunt hierbij is een gemiddelde kweekcyclus van tien weken per oogst. De vermelde eerdere oogsten zijn vastgesteld op basis van ingesteld onderzoek, waarbij de volgende aanwijzingen bleken.

Hennepresten.

Ik zag verdroogde resten van hennepplanten in kweekruimten B en C. Ik zag hennepafval in benedenruimte plaats delict I en ruimte plaats delict II.

Kalkafzetting.

Ik zag in de kweekruimte kalkafzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten. De hoogte van de kalkafzetting aan de onderzijde van de potten en op het zeil tegen de opstaande rand kwamen overeen.

Stof op koolstoffilters.

Ik zag dat de aangetroffen koolstoffilters in kweekruimten D en E redelijk nieuw waren. Kennelijk dienden deze ter vervanging van de in de oude kweekruimte (plaats delict II) aangetroffen verzadigde koolstoffilters. De filterdoek van die koolstoffilters was vervuild. Bij het verplaatsen van de bevestiging bleek dat op de plaats(en) waar deze was aangebracht, het filterdoek een aanzienlijk lichtere kleur vertoonde ten opzichte van de kleur van het overige filterdoek. Het is aannemelijk dat de vervuiling van het filterdoek in de kwekerij is opgetreden nadat de koolstoffilters in de kwekerij bevestigd zijn geweest.

Stof op voorwerpen.

Ik zag stof op:

  • -

    de kappen van de armaturen van de assimilatielampen;

  • -

    de aanwezige elektra;

  • -

    het rotorblad van de ventilator.

Vervuiling met stof in een hennepkwekerij treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin de hennepplanten worden gekweekt.

Potgrond/wortelresten.

Onder andere in ruimte plaats delict II (grote schuur op achterterrein) zag ik een aantal (vuilnis)zakken met potgrond. In deze potgrond bevonden zich gebruikte stekblokjes/rondjes en wortelresten. Verder hadden diverse stukken samengeperste potgrond dezelfde vorm en inhoud als de lege potten die in de kwekerij waren aangetroffen. Aannemelijk is dat deze potgrond zich in een eerder stadium in deze potten had bevonden.

In de al geoogste hennepkwekerij zag ik potten met potgrond. In deze potgrond bevonden zich wortelresten van hennepplanten, wat er op duidt dat er sprake is geweest van een eerdere oogst.

Overige aanwijzingen eerdere oogsten.

In de opslagplaats voor nieuwe potgrond zag ik meerdere gebruikte transformatoren liggen. In de voormalige hennepkwekerij (plaats delict II) zag ik gebruikte ventilatieslangen, irrigatieleidingen en koolstoffilters liggen, die klaarblijkelijk niet alleen van die ruimte afkomstig waren.

Kostenberekening.

Verdachte heeft de elektriciteit op legale wijze betrokken en periodiek voldaan. In de kwekerij bevonden zich 110 lampen van elk 400 Watt aan de plafonds. Volgens het rapport van het BOOM bedragen deze kosten per oogst:

110 lampen x € 100,00 (400 watt) = € 11.000,00.

Verdachte heeft deze kosten betaald en derhalve wordt dit bedrag op het wederrechtelijk voordeel in mindering gebracht.

De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport van het BOOM als volgt:

Opmerking rechtbank: onderstaande bedragen wijken af van de in het ‘rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij’ vermelde bedragen nu de rechtbank, enkel uitgaat van eerdere oogsten van telkens 690 planten, in welk verband wordt verwezen naar de nadere overwegingen.

Afschrijvingskosten volgens tabel € 400,00 € 400,00

Hennepstekken planten per oogst 690 x € 2,85 € 1.966,50

Variabele kosten planten per oogst 690 x € 3,33 € 2.297,70

Elektriciteitskosten per geslaagde oogst € 11.000,00

Kosten knippers aannemelijk 690 x € 2,00 € 1.380,00

Huisvestingskosten niet extra -

+ ---------------

Totaal kosten per oogst € 17.044,20.

Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het netto wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gesteld op:

  • -

    bruto opbrengst twee oogsten x € 67.896,00 € 135.792,00

  • -

    totale kosten twee oogsten x € 17.044,20 -/- € 34.088,40

Wederrechtelijk verkregen voordeel € 101.703,60.

Nadere overwegingen.

De rechtbank gaat op grond van de aangetroffen situatie zoals hierboven beschreven en op grond van het gegeven dat vanaf januari 2013 door buurtbewoners de hen bekende hennepgeur bij het pand werd geroken, uit van twee voorafgaande oogsten (in de periode januari 2013 tot juni 2013). Anders dan de officier van justitie gaat de rechtbank hierbij uit van 690 planten per oogst. Zij overweegt hierbij dat weliswaar uit de stukken naar voren komt dat in de kweekruimten D en E sporen waren van een eerdere oogst, maar dat daaruit niet reeds de conclusie kan worden getrokken dat (telkens) sprake is geweest van gelijktijdige kweek in de ruimtes B, C, D en E tezamen. De aangetroffen situatie op 28 juni 2013, waarbij in ruimtes B en C hennepplanten werden aangetroffen en in ruimtes D en E niet, bevestigt dat ook. Voor wat betreft de kosten van de elektriciteit gaat de rechtbank ervan uit dat de aangetroffen 110 lampen van 400 Watt per stuk alle betrekking hadden op de in werking zijnde kweekruimten B en C. Dit betekent dat de rechtbank uitgaat van

€ 11.000 elektriciteitskosten per oogst van 690 planten.

Toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

De rechtbank:

stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op

€ 101.703,60 (voluit: honderdeenduizend zevenhonderddrie euro en zestig eurocent);

legt aan veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 101.703,60 (voluit: honderdeenduizend zevenhonderddrie euro en zestig eurocent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij, door middel van of uit de baten van soortgelijke feiten als het feit ter zake waarvan hij is veroordeeld, heeft verkregen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M. Senden, voorzitter,

mr. M.T. van Vliet en mr. J. Leyenaar-Holleman, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.M. Weemers, griffier,

en is uitgesproken op 31 juli 2014.

1 In de voetnoten wordt - tenzij anders vermeld - verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, district Helmond, team Peelland, registratienummer PL2212-2013087396, afgesloten op 1 februari 2014, in totaal 167 doorgenummerde bladzijden.

2 Eindproces-verbaal, pag. 5-8.

3 Eindproces-verbaal, pag. 103-108.