Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:4628

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-07-2014
Datum publicatie
04-08-2014
Zaaknummer
C/01/268304 / HA ZA 13-658
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Contradictoir. Schadevergoeding wegens afgebroken onderhandelingen. Vergoeding negatief contractsbelang. Holdingmaatschappij wil werkmaatschappij verkopen. Uiteindelijk breekt de potentiële koper de onderhandelingen af. Afbreken onderhandelingen is in dit geval onaanvaardbaar wegens gerechtvaardigd vertrouwen bij de verkoper dat een overeenkomst tot stand zou komen. Eiseres wil worden gebracht in de positie waarin zij zou hebben verkeerd wanneer er geen onderhandelingen hadden plaatsgevonden en vordert vergoeding van het negatief contractsbelang, uitdrukkelijk niet het positief contractsbelang (situatie waarin hij zou zijn te komen verkeren wanneer de onderhandelingen tot een overeenkomst zouden hebben geleid). In dit geval is er geen sprake van causaal verband tussen het afbreken van de onderhandelingen en de gestelde schade. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/268304 / HA ZA 13-658

Vonnis van 30 juli 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STACON BEHEER B.V.,

gevestigd te Zwolle,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STACON PLAATBEWERKING B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eiseressen,

advocaat mr. H.K. Beek te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZINKUNIE B.V.,

gevestigd te Boxtel,

gedaagde,

advocaat mr. G.F. van den Berg te Uden.

Partijen zullen hierna Stacon Beheer, Stacon Plaatbewerking en Zinkunie genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 13 november 2013,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 25 maart 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Stacon Beheer houdt de aandelen van Stacon Plaatbewerking. De heer[naam 1] (hierna: [naam 1]) is directeur en (middellijk) aandeelhouder van Stacon Beheer.

2.2.

Directeur en grootaandeelhouder van Zinkunie is de heer [naam 2] (hierna: [naam 2]).

2.3.

In het voorjaar van 2006 hebben [naam 1] en [naam 2] gesproken over de overname van Stacon Plaatbewerking door Zinkunie. Voorts is gesproken over de overname van het bedrijfspand van Stacon Plaatbewerking door [naam 2] privé.

2.4.

Op 7 juli 2006 is tussen [naam 1] in zijn hoedanigheid van directeur van Stacon Beheer enerzijds en [naam 2] anderzijds een notariële akte opgemaakt waarin onder meer staat vermeld (prod. 25 dagv.):

LEVERING, REGISTERGOED, GEBRUIK

Uit een door verkoper en koper gesloten mondelinge overeenkomst inhoudende algehele bedrijfsovername blijkt dat de verkoper aan koper heeft verkocht en koper derhalve van verkoper heeft gekocht en bij deze aanvaardt:

het bedrijfscomplex, bestaande uit bedrijfs-, kantoor-, kantine-, sanitaire en overige ruimten, alsmede erf, ondergrond en verder onroerend toebehoren, staande en gelegen te Nieuwleusen, (…)

KOOPPRIJS

De koopprijs van het verkochte is (…) (€ 850.000,00). Deze koopsom is onderdeel van een nog nader overeen te komen koopsom omvattende de algehele bedrijfsoverdracht.

(…)

ONTBINDENDE VOORWAARDEN

Verkoper en koper heeft het recht de koop eenzijdig te ontbinden voor een oktober tweeduizendzes zonder boete en/of schadevergoeding in welke vorm dan ook. (…)”

2.5.

Op 29 september 2006 heeft Zinkunie met Stacon Beheer een overeenkomst van geldlening gesloten (prod. 18 dagv.). Stacon Beheer heeft van Zinkunie een bedrag van € 125.000,00 ter leen ontvangen.

2.6.

In het najaar van 2006 heeft Zinkunie de onderhandelingen over de overname van Stacon Plaatbewerking beëindigd.

2.7.

Zinkunie heeft haar vordering uit hoofde van de overeenkomst van geldlening gecedeerd aan [naam 2].

2.8.

[naam 2] heeft Stacon Beheer gedagvaard voor de rechtbank Zwolle-Lelystad en terugbetaling van het uitgeleende bedrag gevorderd, vermeerderd met rente en kosten. In reconventie heeft Stacon Beheer onder meer een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen [naam 2]. Grondslag voor de vordering in reconventie is dat het op grond van maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat [naam 2] de vergevorderde onderhandelingen over de bedrijfsovername had afgebroken, waardoor hij schadeplichtig was geworden.

2.9.

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft in reconventie bij eindvonnis van 24 februari 2010 (zaaknummer 132129 / HA ZA 07-627) (prod. 12 CvA) voor recht verklaard dat [naam 2] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Stacon door het afbreken van onderhandelingen. Van de door Stacon Beheer gevorderde schadevergoeding van in totaal € 1.557.057,00 heeft de rechtbank een bedrag van € 7.860,50 toewijsbaar geoordeeld.

2.10.

In hoger beroep heeft het Gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, bij eindarrest van 12 juni 2012 (zaaknummer 200.067.408/01) na bewijsverrichtingen geoordeeld dat [naam 2] bij de onderhandelingen met Stacon Beheer niet voor zichzelf handelde, maar namens Zinkunie. Het gerechtshof heeft het vonnis van de rechtbank daarom (deels) vernietigd en de vordering die Stacon Beheer tegen [naam 2] heeft ingediend alsnog afgewezen. Over de rechtmatigheid van het afbreken van de onderhandelingen door [naam 2] heeft het gerechtshof zich daarom niet uitgelaten.

3 Het geschil

3.1.

Stacon Beheer en Stacon Plaatbewerking vorderen – samengevat – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht verklaart dat Zinkunie aansprakelijk is jegens Stacon Beheer en Stacon Plaatbewerking doordat zij onrechtmatig heeft gehandeld, althans toerekenbaar tekort is geschoten, door het afbreken van de onderhandelingen;

  2. Zinkunie veroordeelt om aan Stacon Beheer en Stacon Plaatbewerking een schadevergoeding te betalen van € 556.000,00, vermeerderd met wettelijke rente,

  3. Zinkunie veroordeelt om aan Stacon Beheer en Stacon Plaatbewerking een schadevergoeding te betalen van € 613.000,00, vermeerderd met wettelijke rente,

  4. Zinkunie veroordeelt tot het betalen van de buitengerechtelijke kosten ad € 6.422,00,

  5. Zinkunie veroordeelt in de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen, vermeerderd met wettelijke rente.

3.2.

Stacon Beheer en Stacon Plaatbewerking leggen aan het gevorderde ten grondslag dat het door Zinkunie afbreken van de onderhandelingen over de bedrijfsovername van Stacon Plaatbewerking in een vergevorderd stadium zonder goede reden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Zinkunie heeft onrechtmatig gehandeld, althans is toerekenbaar tekortgeschoten jegens Stacon Beheer en Stacon Plaatbewerking, die daardoor schade hebben geleden.

3.3.

Zinkunie voert verweer. Zij betwist aansprakelijk te zijn, omdat de onderhandelingen nog niet dermate ver waren gevorderd dat het afbreken daarvan haar niet meer vrij stond. Voor zover al sprake zou zijn van aansprakelijkheid, dan is dat alleen aansprakelijkheid jegens Stacon Beheer als wederpartij bij de onderhandelingen. Voorts is een eventuele schadevergoedingsvordering van Stacon Plaatbewerking verjaard. Zinkunie betwist de (omvang van de) gestelde schade, alsmede het causaal verband tussen het afbreken van de onderhandelingen en een aantal van de gestelde schadeposten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Zoals ook het geval was in de procedures die zijn gevoerd voor de rechtbank Zwolle-Lelystad en het gerechtshof Arnhem, gaat het in de onderhavige zaak om de vraag of Zinkunie onaanvaardbaar heeft gehandeld door de onderhandelingen af te breken.

4.2.

De rechtbank zal de vorderingen voor zover die zijn ingesteld door Stacon Plaatbewerking afwijzen. De grondslag van de vorderingen is gelegen in de afgebroken onderhandelingen. Tussen partijen is niet in geschil dat de onderhandelingen door [naam 1] namens Stacon Beheer zijn gevoerd. Stacon Plaatbewerking was, hoewel zij wel mede het onderwerp van de onderhandelingen was, bij de onderhandelingen geen partij. Stacon Beheer en Stacon Plaatbewerking hebben niet toegelicht waarom het afbreken van de onderhandelingen tegenover Stacon Plaatbewerking naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Sterker nog, in de dagvaarding wordt onder het kopje “Juridisch standpunt” gesteld dat bij Stacon – waarmee wordt bedoeld Stacon Beheer – het gerechtvaardigd vertrouwen in het welslagen van de onderhandelingen en in het tot stand komen van een overeenkomst is gewekt (pt. 34). Ook nadat door Zinkunie bij antwoord op dit punt verweer is gevoerd, hebben Stacon Beheer en Stacon Plaatbewerking hun stellingen aangaande de aansprakelijkheid jegens laatstgenoemde niet van verdere onderbouwing voorzien. Van aansprakelijkheid van Zinkunie jegens Stacon Plaatbewerking is reeds gelet op het vorenstaande geen sprake. Dat een deel van de gevorderde schade subsidiair schade van Stacon Plaatbewerking zou kunnen zijn – zoals door de advocaat van Stacon Beheer en Stacon Plaatbewerking ter comparitie is aangevoerd – geeft – wat daar overigens van zij – geen grond voor aansprakelijkheid. Wat partijen hierover verder over en weer hebben aangevoerd behoeft derhalve geen bespreking. De vorderingen voor zover ingesteld door Stacon Plaatbewerking worden afgewezen.

4.3.

Met betrekking tot de door Stacon Beheer ingestelde vorderingen overweegt de rechtbank als volgt.

4.4.

Het standpunt van Stacon Beheer is dat tussen partijen overeenstemming bestond over de overname van Stacon Plaatbewerking door Zinkunie, maar dat over de voorwaarden waaronder die overname zou plaatsvinden (prijs, vorm etc.) nog onderhandeld werd. Volgens Stacon Beheer was de deal rond op 29 september 2006. Op die dag presenteerde [naam 1] drie voorstellen aan [naam 2] met betrekking tot de wijze van overname. De derde variant (vgl. prod. 17 dagv.) werd door [naam 2] gekozen. Daarna moesten alleen de accountants de overname nog verder uitwerken.

Het standpunt van Zinkunie is dat zij alleen interesse had getoond in overname van Stacon Plaatbewerking, maar dat van overeenstemming, in welke vorm dan ook, geen sprake kon zijn zolang Zinkunie niet beschikte over de financiële gegevens van Stacon Plaatbewerking.

4.5.

Ter onderbouwing van haar standpunt omtrent de bereikte overeenstemming dat Stacon Plaatbewerking door Zinkunie zou worden overgenomen, verwijst Stacon Beheer naar de hiervoor onder 2.4 genoemde akte van levering, waarin is te lezen dat tussen partijen een mondelinge overeenkomst ter zake de algehele bedrijfsovername is gesloten. De rechtbank overweegt dat de rechtbank Zwolle-Lelystad in de bij haar gevoerde procedure uitvoerig is ingegaan op het feit dat de notaris in de akte heeft opgenomen dat tussen de koper en verkoper een mondelinge overeenkomst was gesloten inhoudende algehele bedrijfsovername. Zinkunie betwist in de onderhavige procedure de juistheid van wat de notaris in de akte heeft opgenomen. Zoals uit het navolgende zal blijken is de rechtbank gelet op het verdere verloop van de onderhandelingen en wat zich feitelijk heeft voorgedaan tussen Stacon Beheer en Zinkunie van oordeel dat verder onderzoek naar de bedoeling van de betreffende passage in de akte van levering niet relevant is voor de beantwoording van de vraag of het Zinkunie vrij stond om de onderhandelingen met Stacon Beheer af te breken.

4.6.

Als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen geldt dat ieder van de onderhandelende partijen – die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen – vrij is om de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigde vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en de gerechtvaardigde belangen van deze partij (Hoge Raad 12 augustus 2005, RvdW 2005, 93 (CBB/JPO)).

4.7.

Op 7 juli 2006 is de akte van levering van het bedrijfspand van Stacon Beheer aan [naam 2] gepasseerd. Hoewel het hier dus niet ging om levering aan Zinkunie, stond deze rechtshandeling niet op zichzelf, maar hield samen met de onderhandelingen tussen Stacon Beheer en Zinkunie over de bedrijfsovername van Stacon Plaatbewerking. Dat in de akte van levering is opgenomen dat de koopsom van de onroerende zaak onderdeel is van een nog nader overeen te komen koopsom omvattende de algehele bedrijfsoverdracht wijst daar ook op. Gesteld noch gebleken is dat Stacon Beheer uitsluitend het bedrijfspand wilde verkopen.

Stacon Beheer stelt onweersproken dat [naam 2] op 7 september 2006 liet weten dat hij van de overname afzag, dat [naam 1] op 14 september 2006 aan [naam 2] laat weten dat hij contact op zal nemen met de notaris om alles terug te draaien, waarop [naam 2] meedeelt dat hij toch de overname beoogt. Dit wordt gevolgd door een bespreking op 21 september 2006.

Vervolgens is op 29 september 2006 door [naam 1] en [naam 2] een overeenkomst van geldlening ondertekend, op grond waarvan Zinkunie een bedrag van € 125.000,00 aan Stacon Beheer uitleende. Zinkunie stelt daarover in de conclusie van antwoord, pt. 15:

“(…) Wel laat [naam 1] weten dat Stacon financiële problemen heeft en niet in staat is haar crediteuren te betalen. De financiële positie is zodanig dat Stacon genoodzaakt is machines te verkopen. Verkoop van een belangrijke machine zou een mogelijke bedrijfsovername bemoeilijken. Om die reden heeft Zinkunie op 29 september 2006 een bedrag van € 125.000,00 aan Stacon uitgeleend met de afspraak dat dit geld voor 1 december 2006 terug betaald zou moeten worden indien het niet tot een bedrijfsovername zou komen.”

Hieruit blijkt dat Zinkunie op 29 september 2009 wellicht niet in detail, maar wel globaal wist hoe de vlag er in financieel opzicht bijhing bij Stacon Beheer en desondanks is overgegaan tot het verstrekken van de geldlening. Voorts blijkt uit het citaat dat Zinkunie nog uitging van bedrijfsovername en er dus een eigen belang bij had dat de machine niet zou worden verkocht. Een andere legitieme reden voor het verstrekken van deze geldlening dan de overname is de rechtbank niet gebleken en vindt tevens steun in het feit dat Stacon Beheer over het geleende bedrag, anders dan bij een zakelijke transactie, geen rentevergoeding hoefde te betalen en in het feit dat de lening op 1 december 2006 in zijn totaliteit moest worden terugbetaald. Gesteld noch gebleken is dat Stacon Beheer daartoe, gezien haar slechte financiële positie, ook in staat zou zijn geweest zonder de overname van Stacon Plaatbewerking door Zinkunie.

Daarnaast heeft [naam 2] van de in de akte van levering van het bedrijfspand opgenomen mogelijkheid om voor 1 oktober 2006 de ontbindende voorwaarde in te kunnen roepen geen gebruik gemaakt. Hoewel dit [naam 2] privé betreft, kan dit niet los worden gezien van de onderhandelingen die namens Zinkunie werden gevoerd. Verkoop van alleen de onroerende zaak was immers niet het doel dat Stacon Beheer voor ogen stond. De stelling van Zinkunie bij antwoord dat [naam 2] aan [naam 1] heeft gevraagd om de notaris te bellen om de termijn voor het inroepen van de ontbinding te verlengen mist feitelijke onderbouwing en wordt daarom verworpen.

Tevens speelt nog een rol dat Stacon Beheer met het oog op de onderhandelingen een taxatierapport heeft laten opmaken door [naam 3] taxaties B.V. Zinkunie erkent dat zij het taxatierapport met betrekking tot de waarde van de machines, auto’s, kantoor- en bedrijfsinventaris van Stacon Plaatbewerking heeft ontvangen. Dat Zinkunie dit rapport voor kennisgeving heeft aangenomen en er verder niet over is gesproken, betekent niet dat dit een omstandigheid is die geen rol speelt bij de beoordeling, zoals Zinkunie wil betogen. De rechtbank is van oordeel dat juist vanwege die omstandigheden Stacon Beheer erop mocht vertrouwen dat op dit punt geen verschil van mening bestond tussen partijen.

4.8.

Het vorenstaande in onderling verband bezien en gewogen, is de rechtbank van oordeel dat Stacon Beheer er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat partijen overeenstemming zouden bereiken over de bedrijfsovername door Zinkunie. Het afbreken van de onderhandelingen door Zinkunie op 31 oktober 2006 is jegens Stacon Beheer onaanvaardbaar.

4.9.

Dat volgens Zinkunie over de essentialia nog geen overeenstemming bestond, doet aan het vorenstaande niet af. Ook zonder overeenstemming over de essentialia kan het niet gerechtvaardigd zijn om de onderhandelingen om tot een overeenkomst te komen af te breken. Dat volgens Zinkunie de onderhandelingen zijn afgebroken op basis van het door haar adviseurs gegeven advies is niet relevant, aangezien dat niets zegt over het vertrouwen dat Stacon Beheer gelet op de hiervoor onder 4.7 genoemde omstandigheden mocht hebben in de goede afloop van de onderhandelingen.

4.10.

De conclusie luidt dat Zinkunie onrechtmatig heeft gehandeld jegens Stacon Beheer door de onderhandelingen af te breken. Zij is dan ook gehouden de schade die Stacon Beheer daardoor heeft geleden te vergoeden. De door Stacon Beheer gevorderde verklaring voor recht dat Zinkunie op grond van onrechtmatig handelen aansprakelijk is jegens Stacon Beheer wordt daarom toegewezen.

4.11.

Stacon Beheer vordert naast de hiervoor bedoelde verklaring voor recht tevens betaling van een bedrag van € 556.000,00 als vergoeding voor gederfde winst. Zij stelt schade te hebben geleden omdat de marktsituatie voor de metaalsector en voor de metaalproductenbranche in de jaren 2006 tot en met 2008 uitstekend was, maar dat zij daarvan niet heeft kunnen profiteren. Als gevolg van de onderhandelingen was – in haar woorden – sprake van ondernemen met de handrem erop, terwijl er juist vol gas gegeven kon en moest worden. Volgens Stacon Beheer betreft de gederfde winst haar schade. Voor zover de gederfde winst als schade van Stacon Plaatbewerking moet worden beschouwd, is de vordering tevens namens haar ingesteld.

4.12.

De rechtbank is van oordeel dat zonder gemotiveerde toelichting, die ontbreekt, niet valt in te zien dat de winstderving die is ontstaan doordat Stacon Plaatbewerking als gevolg van de onderhandelingen niet haar volledige capaciteiten kon benutten, als schade van Stacon Beheer kan worden beschouwd. De enkele door [naam 1] ter comparitie geponeerde stelling dat de winstderving schade is van Stacon Beheer omdat daar uiteindelijk het geld terecht komt, is onvoldoende. Dat zou wellicht anders kunnen zijn wanneer de door Stacon Plaatbewerking behaalde winst één op één werd doorgeleid naar Stacon Beheer, maar dat volgt niet zonder meer uit de hiervoor bedoelde stelling van [naam 1], noch is dat anderszins gebleken. De rechtbank is van oordeel dat de gederfde winst – wat daar verder ook van zij – schade is van Stacon Plaatbewerking. De vordering van Stacon Beheer op dit punt wordt afgewezen. Gelet op wat hiervoor onder 4.2 ten aanzien van het ontbreken van aansprakelijkheid van Zinkunie jegens Stacon Plaatbewerking is beslist, behoeft hetgeen partijen verder over de vordering ter zake gederfde winst naar voren hebben gebracht geen bespreking.

4.13.

Stacon Beheer vordert voorts veroordeling van Zinkunie tot betaling van een schadevergoeding van € 613.000,00 als gevolg van waardevermindering van de aandelen / goodwillverlies. De grondslag voor de door Stacon Beheer op dit punt gevorderde schadevergoeding is dezelfde als die voor de (afgewezen) vordering tot vergoeding van de gederfde winst: door de onderhandelingen was sprake van ondernemen met de rem erop waar eigenlijk vol gas gegeven had moeten worden. Daardoor is de winstcapaciteit niet benut en is de waarde van de goodwill en dus de verkoopprijs / waarde van de aandelen gedaald. Stacon Beheer stelt dat zij moet worden gebracht in de situatie waarin zij zou hebben verkeerd indien er geen onderhandelingen over de overname van Stacon Plaatbewerking hadden plaatsgevonden. Dit betreft het negatief contractsbelang. Zowel in de dagvaarding als ter comparitie heeft Stacon Beheer uitdrukkelijk te kennen gegeven dat zij het negatief contractsbelang vergoed wil zien.

4.14.

Stacon Beheer stelt bij dagvaarding onder verwijzing naar algemene economische rapportages van MKB-metaal en de Rabobank over de marktsituatie voor de metaalsector en de metaalproductenbranche dat de vooruitzichten voor de markt goed waren. Stacon Plaatbewerking heeft echter haar volle capaciteit niet benut omdat door de onderhandelingen nieuwe plannen niet konden worden uitgevoerd en de overname een slepende zaak werd. Stacon Beheer kreeg daardoor te maken met een groot aantal belemmeringen in het ondernemen, waarvoor zij verwijst naar de volgende rapporten van PKM:

  • -

    rapport van 5 november 2012 (prod. 29 dagv.),

  • -

    rapport van 3 november 2009 (onderdeel van prod. 30 dagv.),

  • -

    aanvulling van 24 september 2010 op rapport van 3 november 2009 (onderdeel van prod. 30 dagv.),

  • -

    aanvulling van 21 februari 2011 op het rapport van 3 november 2009 (onderdeel van prod. 30 dagv.).

4.15.

Zinkunie betwist bij antwoord gemotiveerd dat Stacon Beheer schade heeft geleden als gevolg van het afbreken van de onderhandelingen. Zij wijst erop dat de schets van de economische positie van de metaalsector niet ter zake doet en betwist dat het onderhandelingsproces zodanig lang en belastend is geweest dat het proces belemmerend heeft gewerkt in de bedrijfsvoering van Stacon Plaatbewerking.

4.16.

De rechtbank overweegt dat het rapport van 3 november 2009 op het punt van het causaal verband tussen het afbreken van de onderhandelingen en de schade slechts heel summier aangeeft dat de winstcapaciteit niet is gerealiseerd door praktische en mentale belemmeringen zonder daar verder over uit te weiden. Daar gaat de rechtbank daarom aan voorbij. De aanvulling op dat rapport van 21 februari 2011 betreft alleen de reactie van PKM op de door [naam 4] accountants gegeven reactie op de wijze waarop de winstderving is berekend. Voor het beoordelen van het causaal verband is die aanvulling derhalve niet relevant. Het rapport van 5 november 2012 behoeft geen afzonderlijke bespreking, aangezien dat voor wat betreft de belemmeringen in de bedrijfsvoering verwijst naar het aanvullend rapport van 24 september 2010.

4.17.

Stacon Beheer verwijst ter comparitie voor de onderbouwing van het causaal verband nogmaals naar het aanvullend rapport van PKM van 24 september 2010 (onderdeel van prod. 30 dagv.). Daarin staat opgesomd wat volgens Stacon Beheer de belemmeringen in de bedrijfsvoering zijn geweest die tot de slechte resultaten hebben geleid. De rechtbank is van oordeel dat Stacon Beheer, gelet op het verweer van Zinkunie ter zake het ontbreken van causaal verband, niet met die verwijzing naar het rapport van PKM kon volstaan. Het had op de weg van Stacon Beheer gelegen om de geschetste belemmeringen in het rapport van PKM van nadere feitelijke onderbouwing te voorzien. In het rapport van PKM worden blote stellingen geponeerd, zonder enige onderbouwing.

Daar komt nog bij dat de onderhandelingen zelf met tussenpozen hebben plaatsgevonden vanaf begin mei 2006 tot het afbreken daarvan eind oktober 2006. Toen kon Stacon Beheer dus niet meer in onzekerheid verkeren omtrent de overname door Zinkunie. Die overname was van de baan. Stacon Beheer stelt wel dat de onderhandelingen tot eind 2008 hebben geduurd, maar dat volgt de rechtbank niet. Uit het verhandelde ter comparitie is gebleken dat er naar aanleiding van de rechtszaak die inmiddels aanhangig was gemaakt nog is gesproken over overname van Stacon Plaatbewerking. Volgens Zinkunie ging het daarbij om de volgende momenten: de in 2007 bij de rechtbank Zwolle-Lelystad gehouden comparitie met voorstel van Zinkunie achteraf en een bespreking in oktober 2008 op het kantoor van de advocaat van Stacon Beheer. Dit is door Stacon Beheer niet weersproken. De rechtbank is van oordeel dat vanaf de comparitie in 2007 tot het gesprek in oktober 2008 niet kan worden gesproken van een doorlopend onderhandelingstraject met de daarbij behorende onzekerheid. Het uitgangspunt was immers dat de overname niet meer zou plaatsvinden.

4.18.

Het kan zijn dat Stacon Beheer, althans Stacon Plaatbewerking, vanwege de onderhandelingen in 2006 terughoudend is geweest met het doorvoeren van veranderingen. Uit de eigen stellingen van Stacon Beheer en het rapport van PKM volgt naar het oordeel van de rechtbank echter dat die terughoudendheid vooral te wijten is geweest aan het feit dat [naam 1] volledig werd geabsorbeerd door de onderhandelingen, waardoor hij niet meer in staat was effectief leiding te geven aan zijn bedrijf. Dit is echter niet toerekenbaar aan Zinkunie. Voor wat betreft de periode na de onderhandelingen valt niet in te zien dat de belemmeringen zoals genoemd in het rapport van PKM van 24 september 2010 onder de kopjes “Commercieel” en Personeel & Organisatie” zich toen nog steeds voordeden. Uit het rapport blijkt eerder dat de reden dat na het afbreken van de onderhandelingen geen “vol gas is gegeven” is gelegen in het feit dat [naam 1] door de slepende overname – waarmee kennelijk wordt gedoeld op de rechtszaak die is aangespannen bij de rechtbank Zwolle-Lelystad – mentaal zwaar belast werd. Ook blijkt daaruit dat privé-redenen, een herseninfarct van de vrouw van [naam 1], een rol hebben gespeeld. Dat [naam 1] het moeilijk had met de nasleep van de afgebroken onderhandelingen en daardoor niet in staat was de winstcapaciteit van Stacon Plaatbewerking te benutten kan echter in redelijkheid niet meer aan Zinkunie worden toegerekend.

4.19.

De slotsom is dat het door Stacon Beheer gevorderde schadebedrag voor waardevermindering van de aandelen / goodwillverlies niet kan worden toegewezen. Ook de subsidiair gevorderde door de rechtbank in redelijkheid vast te stellen schadevergoeding wordt afgewezen.

4.20.

Stacon Beheer vordert een vergoeding voor buitengerechtelijke (incasso-)kosten. Enige onderbouwing van deze kosten ontbreekt. Daar waar Zinkunie betwist dat Stacon Beheer buitengerechtelijke (incasso-)kosten heeft gemaakt, had het op de weg van Stacon Beheer gelegen om deze kosten nader te onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan. De vordering wordt daarom afgewezen.

4.21.

In het geschil tussen Stacon Beheer en Zinkunie zijn beide partijen over en weer deels in het gelijk gesteld. Hoewel de concreet gevorderde schadebedragen worden afgewezen, wordt de gevorderde verklaring voor recht omtrent onrechtmatig handelen en aansprakelijkheid van Zinkunie toegewezen. De rechtbank ziet daarin aanleiding om de proceskosten aan de zijde van Stacon Beheer op basis van een vordering van onbepaalde waarde te begroten op:

- dagvaarding € 76,71

- griffierecht 589,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.569,71

4.22.

In het geschil tussen Stacon Plaatbewerking en Zinkunie zal Stacon Plaatbewerking als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Vanwege de samenhang met het verweer tegen de vordering van Stacon Beheer begroot de rechtbank de kosten op nihil.

5 De beslissing

De rechtbank

in het geschil tussen Stacon Beheer en Zinkunie:

5.1.

verklaart voor recht dat Zinkunie aansprakelijk is jegens Stacon Beheer doordat zij onrechtmatig heeft gehandeld door het afbreken van de onderhandelingen over de overname van Stacon Plaatbewerking,

5.2.

veroordeelt Zinkunie in de proceskosten, aan de zijde van Stacon Beheer tot op heden begroot op € 1.569,71, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Zinkunie in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Zinkunie niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft onderdelen 5.2 en 5.3,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

In het geschil tussen Stacon Plaatbewerking en Zinkunie:

5.6.

wijst de vorderingen af,

5.7.

veroordeelt Stacon Plaatbewerking in de proceskosten, aan de zijde van Zinkunie tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.F.M.T. Franke en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2014.