Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:438

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
04-02-2014
Datum publicatie
04-02-2014
Zaaknummer
AWB-13_3035
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2014:3812, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft een evenementenvergunning verleend voor Paaspop en heeft daaraan geluidvoorschriften verbonden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid tot deze geluidvoorschriften heeft kunnen komen. Bij deze beoordeling speelt geen rol of ook een omgevingsvergunning nodig is voor Paaspop. In dit kader speelt evenmin een rol of door Paaspop geluidvoorschriften op grond van de milieuregelgeving worden overtreden. Dat zijn handhavingskwesties die niet aan de kunnen komen bij de beoordeling van een evenementenvergunning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2014/3266

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 13/3035

uitspraak van de meervoudige kamer van 4 februari 2014 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schijndel, verweerder

(gemachtigden: J. Mathijsen en R. Janssen).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Stichting Paaspop, te Schijndel, de vergunninghouder,
(gemachtigde: mr. D. Wintraecken).

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2013 heeft verweerder aan de vergunninghouder vergunning verleend op grond van artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening Schijndel (APV) voor het organiseren van een popfestival op vrijdag 29, zaterdag 30 en zondag 31 maart 2013 op de terreinen van de manege de Molenheide aan de Heikampen 5 te Schijndel (de evenementenvergunning). Bij dit besluit heeft verweerder de vergunninghouder ook ontheffing verleend op grond van artikel 4:18 van de APV voor het plaatsen van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf van vrijdag 29 maart 2013 tot en met maandag 1 april 2013, vergunning verleend op grond van artikel 2.1 van de Brandbeveiligingsverordening voor het gebruik van diverse tenten en vergunning verleend op grond van artikel 5:18 van de APV voor het innemen van diverse standplaatsen op het festivalterrein en één standplaats op het campingterrein.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2013. Eiseres is verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde. De vergunninghouder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon 1] en [persoon 2], bijgestaan door haar gemachtigde.

Overwegingen

1.

De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.

Paaspop is een jaarlijks terugkerend, driedaags festival met livemuziek, amusement, theater en een camping. Het festival heeft plaatsgevonden in het paasweekend op vrijdag 29, zaterdag 30 en zondag 31 maart 2013. Het festival vond plaats in de weilanden tegenover manege de Molenheide (hierna ook: de manege). Tijdens het festival is in de buitenlucht niet-versterkte muziek, versterkte elektrische muziek, versterkte livemuziek en house- en dancemuziek ten gehore gebracht. Volgens de evenementenvergunning mochten per dag maximaal 20.000 bezoekers worden toegelaten.

2.

De beroepsgronden van eiseres zijn alleen gericht tegen de evenementenvergunning voor het popfestival. De ontheffing voor de camping, de vergunning op grond van de Brandbeveiligingsverordening en de standplaatsvergunning zijn niet in geschil.

3.

Eerst is aan de orde of eiseres nog procesbelang heeft bij een inhoudelijke uitspraak op haar beroep. Het evenement waarvoor de evenementenvergunning is verleend, heeft immers al plaatsgevonden. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) kan het belang van een oordeel over de rechtmatigheid van besluiten zijn gelegen in de omstandigheid dat het inhoudelijke oordeel van de rechtbank kan worden betrokken bij aanvragen die leiden tot besluiten in de toekomst (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 2 maart 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AS8397). Aangezien het evenement Paaspop ook in 2014 zal worden georganiseerd, is in dit geval herhaling van de vergunningverlening waartegen eiseres zich verzet reëel te achten. Eiseres heeft dan ook procesbelang bij de beoordeling van haar beroep.

4.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het goed denkbaar is dat eiseres, gelet op de afstand van haar woning tot het evenemententerrein, geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De vergunninghouder heeft aangevoerd dat eiseres gelet op de afstand van haar woning tot het evenemententerrein geen belanghebbende is en dat haar stelling dat Paaspop te veel geluid produceert alleen de belangen van de direct omwonenden aangaat. Eiseres woont volgens de vergunninghouder op zo’n grote afstand van het evenement dat zij op grond van de brochure Bedrijven en milieuzonering geen enkele bescherming zou genieten als gevolg van welke zware geluid veroorzakende bedrijfsactiviteiten dan ook. Volgens de vergunninghouder mag eiseres de belangen van de direct omwonenden vanwege het relativiteitsvereiste niet gebruiken voor haar eigen zaak.

5.

Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Awb, kan uitsluitend een belanghebbende beroep in stellen tegen een besluit. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

6.

Geluid is een milieuaspect. Wanneer een vergunning wordt verleend voor een evenement, zijn naast de aanvrager onder meer de eigenaren en bewoners van percelen waarop milieugevolgen van dit evenement kunnen worden ondervonden belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Eiseres woont in landelijk gebied, op een afstand van 2,5 tot 3,5 kilometer van het festivalterrein. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij het geluid van Paaspop in de avond- en in de nachtperiode kan horen en dat zij dan met name lage bastonen met daaroverheen flarden van gezongen teksten hoort. De gemachtigde van verweerder, J. Mathijsen, heeft ter zitting verklaard dat hij tijdens Paaspop bij de woning van eiseres is gaan luisteren en dat hij het geluid van het evenement duidelijk kon horen. Gelet op deze verklaringen acht de rechtbank het aannemelijk dat bij de woning van eiseres geluid kan worden waargenomen dat herkenbaar is als geluid afkomstig van Paaspop. Daarom is aannemelijk dat bij de woning van eiseres milieugevolgen van Paaspop kunnen worden ondervonden. De stellingen van verweerder en de vergunninghouder leiden niet tot een ander oordeel. De rechtbank merkt eiseres aan als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, tweede lid, van de Awb.

7.

De rechtbank gaat over tot een inhoudelijke beoordeling van het geschil. Het geschil gaat over de geluidniveaus en de eindtijden die voor de verschillende geluidniveaus gelden. Eiseres is van mening dat de geluidvoorschriften die verweerder aan de evenementenvergunning heeft verbonden, niet ver genoeg gaan. De volgende voorschriften zijn van belang voor de beoordeling van het geschil.

A.Voorschriften algemeen

(…)

2.

Het evenement begint op vrijdag 29 maart om 16:00 uur en eindigt uiterlijk om 24:00 uur.

3.

Op zaterdag 30 maart 2013 begint het evenement om 13:30 uur en eindigt uiterlijk om 02:00 uur.

4.

Op zondag 31 maart 2013 begint het evenement om 12:00 uur en eindigt uiterlijk 01:00 uur.

(…)

D.Voorschriften op het gebied van geluid

1. (…)

2.

De muziek dient in de nacht van vrijdag op zaterdag om 24:00 uur te worden beëindigd, in de nacht van zaterdag op zondag uiterlijk om 02:00 uur en in de nacht van zondag op maandag om 01:00 uur.

3.

Op vrijdag moet van 17:00 – 24:00 uur het geluid afkomstig van de muziekinstallatie zodanig zijn afgesteld, dat een geluidniveau van 75 dB(A) ter plaatse van de buitengevel van de dichtst bij gelegen woning niet wordt overschreden.

4.

Op zaterdag moet van 14:30 – 19:00 uur het geluid afkomstig van de muziekinstallatie zodanig zijn afgesteld, dat een geluidniveau van 80 dB(A) ter plaatse van de buitengevel van de dichtst bij gelegen woning niet wordt overschreden.

5.

Op zaterdag moet van 19:00 – 02:00 uur het geluid afkomstig van de muziekinstallatie zodanig zijn afgesteld, dat een geluidniveau van 75 dB(A) ter plaatse van de buitengevel van de dichtst bij gelegen woning niet wordt overschreden.

6.

Op zondag moet van 13:00 uur – 19:00 uur het geluid afkomstig van de muziekinstallatie zodanig zijn afgesteld dat een geluidniveau van 80 dB(A) ter plaatse van de buitengevel van de dichtst bij gelegen woning niet wordt overschreden.

7.

Op zondag moet van 19:00 – 01:00 uur het geluid afkomstig van de muziekinstallatie zodanig zijn afgesteld, dat een geluidniveau van 75 dB(A) ter plaatse van de buitengevel van de dichtst bij gelegen woning niet wordt overschreden.

8.

Eiseres heeft ten eerste aangevoerd dat verweerder in het bestreden besluit niet op haar zienswijze is ingegaan.

9.

Deze beroepsgrond faalt. Verweerder is in het bestreden besluit summier ingegaan op de zienswijze van eiseres. Artikel 3:46 van de Awb, waarin is bepaald dat een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering, verzet zich er niet tegen dat zienswijzen samengevat worden weergegeven (zie de uitspraak van de ABRvS van 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1290). Dat niet op ieder argument ter ondersteuning van een zienswijze afzonderlijk is ingegaan, is op zichzelf geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd.

10.

Eiseres heeft aangevoerd dat voor Paaspop op grond van artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 2.1, tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht een omgevingsvergunning had moeten worden verleend en geen vergunning op grond van de APV. Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat Paaspop erg verweven is met de inrichting manege De Molenheide. Volgens eiseres gelden de milieuvoorschriften die voor de inrichting gelden ook voor Paaspop.

11.

Deze beroepsgrond treft geen doel.

11.1. Een aanvraag om een evenementenvergunning dient te worden beoordeeld aan de hand van de in artikel 1:8 van de APV limitatief opgesomde weigeringsgronden. Op grond van artikel 1:8 van de APV kan een vergunning of ontheffing worden geweigerd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu. De aanwezigheid van een omgevingsvergunning is geen voorwaarde voor het verlenen van een evenementenvergunning. Gelet op dit beoordelingskader kan in dit geding niet aan de orde komen of voor het popfestival een omgevingsvergunning had moeten worden verleend (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 3 maart 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL6208).

11.2. Het beroep van eiseres is gericht tegen de aan de evenementenvergunning verbonden geluidvoorschriften. De rechtbank vat het betoog van eiseres daarom aldus op dat deze geluidvoorschriften een hoger geluidsniveau toelaten dan mogelijk zou zijn geweest indien Paaspop als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zou moeten worden aangemerkt. Voorts vat de rechtbank het betoog van eiseres op in de zin dat de geluidvoorschriften een hoger geluidsniveau toelaten dan is toegestaan volgens de milieuvoorschriften die gelden voor de manege.

11.3. Gezien de wet- en regelgeving voor inrichtingen is de rechtbank van oordeel dat niet op voorhand kan worden gesteld dat geluidgrenswaarden zoals die in de evenementenvergunning zijn opgenomen niet zouden kunnen worden vergund indien Paaspop als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zou moeten worden aangemerkt. Voor zover eiseres vreest dat de geluidvoorschriften die uit hoofde van de wet- en regelgeving voor inrichtingen gelden voor de manege worden overtreden ten gevolge van Paaspop, overweegt de rechtbank dat dit een handhavingskwestie betreft die hier niet ter beoordeling kan staan. Deze beroepsgrond faalt.

12.

Eiseres heeft verder aangevoerd dat verweerder in de Evenementennotitie Schijndel heeft aangegeven dat hij ter beoordeling van de geluidsbelasting van een luidruchtig evenement als Paaspop in beginsel aansluiting zoekt bij de landelijke nota “evenementen met een luidruchtig karakter” (nota) van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg. De Evenementennotitie Schijndel wijkt echter af van de in de nota geadviseerde tijden en geluidniveaus. Volgens eiseres rechtvaardigen verweerders overwegingen in de Evenementennotitie Schijndel deze afwijkingen niet. Eiseres stelt veel overlast te ondervinden van Paaspop, met name in de nachtelijke uren. Volgens haar is het buitenproportioneel om van omwonenden te verwachten dat zij elk jaar in het Paasweekend hun nachtrust opgeven of hun woning ontvluchten ten behoeve van het vertier van bezoekers en de belangen van de organisatoren en derden. Volgens eiseres is een beperking van het maximale geluidniveau op alle dagen van het evenement tot 75 dB(A) geldend van 19:00 tot 24:00 uur redelijk.

13.

De rechtbank overweegt dat het van toepassing zijnde beleid is neergelegd in de Evenementennotitie Schijndel. In hoofdstuk 4.3 van deze notitie staat onder meer dat voor alle activiteiten en evenementen op vrijdag, zaterdag en dagen voor een officiële feestdag de eindtijd 24.00 uur wordt gehanteerd. Ook staat er dat voor deze algemene regeling onder andere een uitzondering voor Paaspop geldt. Vanwege de uitzonderlijke positie die Paaspop reeds jarenlang op de landelijke festivalagenda inneemt en ter garantie van het behoud van de daaraan verbonden naamsbekendheid van het popfestival én van de gemeente, zullen de verworven rechten ten aanzien van de eindtijden, zoals die tot nu toe zijn vergund, te weten de eerste dag 02.00 uur en de tweede dag 01.00 uur, worden gerespecteerd.

In hoofdstuk 4.4, onder ad c, van de Evenementennotitie Schijndel staat onder meer dat uitgaande van een invallend geluidsniveau op de gevel in principe conform de ‘Nota evenementen met een luidruchtig karakter’ uitgegaan wordt van de volgende geluidsniveaus ter plaatse van de buitengevel van dichtst bij gelegen woningen:

Bij de grotere muziekevenementen, zoals bijvoorbeeld de Muziekfeesten, Paaspop

- 80 dB(A) tussen 09.00 en 19.00 uur;

- 75 dB(A) tussen 19.00 uur en eindtijd muziek.

14.

Verweerder hanteert het hiervoor omschreven beleid bij de uitoefening van zijn discretionaire bevoegdheid tot het verlenen van evenementenvergunningen. Dit betekent dat de rechtbank dit beleid slechts marginaal kan toetsen. Zij toetst alleen of dit beleid kennelijk onredelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in dit beleid voldoende gemotiveerd waarom hij ten aanzien van Paaspop afwijkt van de voor andere evenementen te hanteren eindtijden en geluidniveaus. Ook heeft verweerder ter zitting aangegeven dat gezien de grootschaligheid van Paaspop betrekkelijk weinig klachten (maximaal vijf per jaar) van de omwonenden binnenkomen met betrekking tot de eindtijden en geluidniveaus van het evenement. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank betekenis mogen toekennen aan deze omstandigheid. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het hiervoor bedoelde beleid van verweerder niet kennelijk onredelijk.

15.

In artikel 4:84 van de Awb is bepaald dat het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel handelt, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. De rechtbank stelt vast dat de door verweerder in de evenementenvergunning opgenomen “voorschriften op het gebied van het geluid” in overeenstemming zijn met het beleid in de Evenementennotitie Schijndel. Eiseres heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd in de zin van artikel 4:84 van de Awb. Bij de vaststelling van het beleid is immers al rekening gehouden met de belangen van omwonenden bij beperking van het geluid.

16.

Gelet op het voorgaande heeft verweerder er in redelijkheid toe kunnen besluiten de hiervoor weergegeven voorschriften aan de exploitatievergunning te verbinden. Wat eiseres verder heeft aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden. Het beroep is ongegrond.

17.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Hutten, voorzitter, en mr. J. Heijerman en mr. N.W.A. Verrijt, leden, in aanwezigheid van mr. C.G.M. Kosman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2014.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.