Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:4048

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22-07-2014
Datum publicatie
22-07-2014
Zaaknummer
01/865025-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gewapende overval (diefstal met geweld in vereniging) in de gemeente 's-Hertogenbosch (Empel). Slachtoffer is een hoogbejaarde vrouw. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en aftrek van voorarrest. Als bijzondere voorwaarde wordt onder meer opgelegd dat verdachte een klinische en later ambulante behandeling ondergaat. Verdachte is licht verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Verdachte en de mededaders dienen schade te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/865025-13

Datum uitspraak: 22 juli 2014

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1990],

wonende te [adres],

thans gedetineerd te: PI Limburg Zuid - De Geerhorst.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 januari 2014, 11 april 2014 en 8 juli 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 3 januari 2014.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 08 oktober 2013 te 's-Hertogenbosch tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of sieraden en/of

sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer]

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

die [slachtoffer] dreigend een mes hebben/heeft getoond en/of voorgehouden en/of

met kracht een of meerdere sieraden van haar arm hebben/heeft getrokken en/of

aan een (hals)ketting hebben/heeft gerukt en/of haar (met kracht) in een stoel

en/of op de grond hebben/heeft geduwd en/of gegooid en/of daarbij op dreigende

toon hebben/heeft gezegd dat zij moest blijven liggen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. De rechtbank verbetert “te ’s-Hertogenbosch” in “in de gemeente ’s-Hertogenbosch”.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

op 08 oktober 2013 in de gemeente 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en sieraden en sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededader die [slachtoffer] dreigend een mes hebben getoond en voorgehouden en met kracht sieraden van haar arm hebben getrokken en aan een halsketting hebben gerukt en haar met kracht in een stoel en op de grond hebben geduwd en/of gegooid en daarbij op dreigende toon hebben gezegd dat zij moest blijven liggen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

30

maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde, reclasseringstoezicht met daarbij de voorwaarden zoals opgenomen in het reclasseringsrapport.

Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ad EUR 1871,87, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ad EUR 1871,87.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met zijn mededader een gewapende overval gepleegd op een 88-jarige vrouw. Het slachtoffer werd daarbij bedreigd met een mes, zij werd in een stoel geduwd en hardhandig op de grond gegooid. Haar sieraden werden van haar arm gerukt.

Het gaat hier om een laffe en gewetenloze daad gericht tegen een weerloze hoogbejaarde vrouw.

Een overval, zeker wanneer daarbij geweld wordt gebruikt, is voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring waar zij nog jarenlang last van kunnen hebben. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is. Verdachte heeft met die gevoelens geen rekening gehouden toen hij besloot op een gewelddadige manier snel aan geld te willen komen. Overvallen leiden bovendien tot gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving. Het door verdachte en zijn mededader gepleegde strafbare feit heeft bovendien grote onrust veroorzaakt in de plaatselijke gemeenschap.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat verdachte het door hem gepleegde strafbare feit in een vroeg stadium van het onderzoek heeft toegegeven. Hij heeft zichzelf gemeld bij de politie en ook verder zijn volledige medewerking aan dat onderzoek heeft verleend. Verdachte is niet de initiatiefnemer van het mede door hem gepleegde strafbare feit geweest en heeft er blijk van gegeven dat hij de ernst van het door hem en zijn mededader aan het slachtoffer aangedane leed inziet en heeft oprecht berouw getoond.

De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het rapport van gezondheidszorg-psycholoog drs. T. ’t Hoen d.d. 3 juli 2014. Hierin wordt geconcludeerd dat er bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis NAO met zowel narcistische, als enkele antisociale en theatrale trekken. Volgens de deskundige kan verdachte voor de overval als (hooguit) licht verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd worden. De rechtbank zal hiermee in het voordeel van verdachte rekening houden.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank over de strafsoort en de hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoer-legging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader/medeplichtige samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade. (medeplichtige [medeverdachte] alleen voor wat betreft de materiële schade).

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering;

- zich binnen 5 dagen volgend op het vonnis zal melden bij de GGZ Reclassering Iriszorg op het telefoonnummer 088-6061600, en zich daarna gedurende een door die reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit GI-GGZ Leefstijltraining;

- zich gedurende de proeftijd zal laten behandelen voor zijn hoge mate van beïnvloedbaarheid, zijn emotionele instabiliteit en mogelijke gedragsproblematiek bij (Forensische) psychiatrie - Polikliniek Kairos Nijmegen of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- gedurende de proeftijd verplicht wordt tot een korte klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken, als de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die opname door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

-gedurende de proeftijd zal gaan wonen bij woonvoorziening St. Moria te Nijmegen of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen en maatschappelijke opvang, en zich zal houden aan het dagprogramma wat in overleg met de reclassering wordt opgesteld;

waarbij de Reclassering Nederland, Regio's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1871,87 subsidiair 28 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], van een bedrag van EUR 1871,87 (zegge: éénduizend achthonderdeenenzeventig euro en zevenentachtig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit EUR 1750,-- immateriële schadevergoeding (post 3) en EUR 121,87 materiële schadevergoeding (posten 1 en 2).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalings-verplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader/medeplichtige is betaald.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van EUR 1871,87 (zegge: éénduizend achthonderdeenenzeventig euro en zevenentachtig cent), te weten EUR 1750,-- immateriële schadevergoeding (post 3) en EUR 121,87 materiële schadevergoeding (posten 1 en 2).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader/medeplichtige is betaald.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A. Vos, voorzitter,

mr. I.L.A. Boer en mr. E.W. van den Heuvel, leden,

in tegenwoordigheid van L.M.E. de Roo, griffier,

en is uitgesproken op 22 juli 2014.