Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:4029

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
17-07-2014
Datum publicatie
18-07-2014
Zaaknummer
01/879300-13 2
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Bevel van de rechtbank dat de getuige voor de duur van 12 dagen in gijzeling zal worden gehouden. Art. 221, lid 2 en 222 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Oost-Brabant Strafraadkamer

Inzake Parketnummer: 01/879300-13, 01/978234-14 en 01/879097-13

RC-nummer :

Beschikking ex artikel 221, lid 2 en 222 van het Wetboek van Strafvordering

Deze beslissing volgt op beschikking van de Rechter-commissaris d.d. 15 juli 2014 strekkende de gijzeling van:

[getuige]

Geboren [1993]

Wonende te [adres]

hierna te noemen ‘getuige’ in de strafzaak tegen:

[verdachte 1], [verdachte 2] en [verdachte 3]

De rechtbank heeft de getuige in raadkamer gehoord op 17 juli 2014. Van het aldaar verhandelde is proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast geldt.

Beoordeling:

De rechter-commissaris heeft op 15 juli 2014 de getuige gehoord en beslist dat deze in gijzeling wordt gesteld. De rechter-commissaris heeft daarover tijdig, op 16 juli 2014 te 09.30 uur, zijnde binnen 24 uur, verslag aan de rechtbank uitgebracht.

De raadsman van de getuige heeft aangevoerd dat de getuige zich niet in gijzeling bevindt, nu deze niet in een Huis van Bewaring verblijft. De rechtbank volgt deze redenering niet. De omstandigheid dat de getuige tot het moment van de behandeling ex art. 221 lid 2 Sv in raadkamer van deze rechtbank in een politiecel heeft verbleven in plaats van in een Huis van Bewaring, leidt niet tot het oordeel dat hij zich niet in gijzeling bevindt. De beslissing van de rechter-commissaris tot het in gijzeling stellen vormt de titel van vrijheidsberoving.

De getuige heeft ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat hij de stem van een van de deelnemers aan een drietal OVC-gesprekken, herkent als zijn stem. Op vragen van de rechter-commissaris heeft de getuige verklaard dat hij zich de gehele inhoud van die gesprekken niet kan herinneren. De rechtbank is van oordeel dat uit de transcripties van de OVC’s blijkt van een zodanig uitzonderlijke gespreksinhoud, dat het antwoord van de getuige dat hij zich deze niet kan herinneren redelijkerwijs zo kan worden geduid dat de getuige tot op heden weigert antwoord te geven op voor het onderzoek essentiële vragen.

Tegen de achtergrond van de ernstige verdenking van een levensdelict en de inhoud van de OVC-gesprekken wordt door de weigering van de getuige om antwoord te geven op vragen over die gesprekken het onderzoek zodanig belemmerd dat het dringend noodzakelijk is dat door gijzeling van de getuige, de getuige bewogen wordt die vragen te beantwoorden.

De rechtbank zal om die reden bevelen dat getuige in gijzeling zal worden gehouden voor de duur van ten hoogste 12 dagen vanaf heden.

Beslissing :

De Rechtbank

Beveelt dat [getuige] voor de duur van twaalf dagen in gijzeling zal worden gehouden.

Aldus gegeven in raadkamer van de rechtbank Oost-Brabant op 17 juli 2014 door

mr. E.C.P.M. Valckx, voorzitter, en

mrs. W.M. Weerkamp, C.A. Mandemakers, leden,

en uitgesproken in tegenwoordigheid van W. Kneepkens, griffier.

De griffier, De voorzitter,