Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:3789

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
04-07-2014
Datum publicatie
17-07-2014
Zaaknummer
01/825443-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar.

Indexdelict:'seksueel binnendringen van iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren'.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825443-07

Uitspraakdatum:4 juli 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1957],

verblijvende in [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 31 december 2009 is betrokkene ter beschikking gesteld.

De vordering van de officier van justitie ingekomen bij deze rechtbank op 12 mei 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 juli 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige mw A.A. Goldhoorn van [kliniek] en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman mr. P.H.P. van Vugt gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het verlengingsadvies van [kliniek] van 15 april 2014, opgemaakt en ondertekend door mevrouw drs. I.A.M. Breukel, klinisch psycholoog/psychotherapeut/ locatiemanager zorg, de heer drs. dhr. A.R.A.M. Geraerts, gezondheidszorgpsycholoog/hoofd behandeling, mevrouw drs. M. Kossen, psychiater/geneesheer-directeur en mevrouw J. Waal, groepsbegeleider.

  • -

    de over de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast voor het ‘seksueel binnendringen van iemand beneden twaalf jaar’, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste.

Dit betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd verlengingsadvies van [kliniek] is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

“De [terbeschikkinggestelde] is thans drie jaar en tien maanden in behandeling. Hij onderneemt sinds september 2013 onbegeleid verlof. Hij verblijft sinds 4 april 2014 in de transmurale behandelingsfase en verhuist naar een transmurale woning van de kliniek in de stad [gemeente]. Doel op termijn is uiteindelijk een zelfstandig verblijf in de samenleving met, gegeven de beperkingen, voldoende inbedding en ondersteuning.

De [terbeschikkinggestelde] wordt diverse malen veroordeeld inzake seksueel misbruik met minderjarigen. Hierbij is sprake van een patroon waarbij hij zich invoegt in een situatie waar potentiële slachtoffers aanwezig zijn en hij na enige tijd overgaat tot misbruik. Het risico van terugval in seksueel gewelddadig gedrag wordt bij overgang naar een transmurale woning vanwege dit patroon als laag ingeschat. Bij voortijdige beëindiging van de terbeschikkingstelling is er op langere termijn een matig risico dat de [terbeschikkinggestelde] opnieuw een context creëert waarbinnen

seksueel misbruik van een minderjarige kan plaatsvinden. De frequentie van potentiële nieuwe delicten wordt als laag ingeschat. Het risico van (niet seksueel) gewelddadig gedrag wordt zowel bij een transmurale overgang als bij beëindiging van terbeschikkingstelling als laag ingeschat.

Tempo en resultaat van verdere behandeling hangen sterk af van de motivatie, het probleem- besef en de mate van verantwoordelijkheid die de [terbeschikkinggestelde] verder demonstreert.

Thans is voortzetting van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege noodzakelijk.

Wij adviseren u de terbeschikkingstelling te verlengen met de termijn van een jaar.”

Bij de behandeling ter terechtzitting heeft de deskundige mevrouw A.A. Goldhorn, gepersisteerd bij voornoemd advies van de kliniek.

De officier van justitie heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij haar vordering.

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman hebben bij de behandeling ter terechtzitting aangevoerd dat zij zich, evenals bij de vorige vordering tot verlenging terbeschikkingstelling, uit realistisch perspectief schikken in het advies van [kliniek] en zich ten aanzien van de vordering refereren aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verenigt zich met het advies van [kliniek].

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Zonder vooruit te willen lopen op wat de rechtbank op de volgende vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling zullen beslissen, vindt de rechtbank het wel van belang dat - indien de positieve ontwikkelingen worden voortgezet - de reclassering bij het resocialisatietraject zal worden betrokken en dat de reclassering, tijdig voor de volgende verlengingszitting, zal onderzoeken of en zo ja, onder welke daaraan te stellen voorwaarden voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege van terbeschikkinggestelde tot de mogelijkheden behoort en van de resultaten van dat onderzoek rapport zal opmaken en dit rapport aan de rechtbank en aan partijen zal doen toekomen.

DE BESLISSING

De rechtbank:

- verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

- bepaalt dat de reclassering tijdig voor de volgende verlengingszitting onderzoekt of en zo ja, onder welke daaraan te stellen voorwaarden voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege van terbeschikkinggestelde tot de mogelijkheden behoort en van de resultaten van dat onderzoek rapport opmaakt en dit rapport aan de rechtbank en aan partijen doet toekomen.

Deze beslissing is genomen door

mr. T. van de Woestijne, mr. E.M.J. Raeijmaekers en mr. C.P.J. Scheele, leden,

in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier

en is uitgesproken op 4 juli 2014.

Mr. Van de Woestijne is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.