Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:3689

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
14-07-2014
Datum publicatie
17-07-2014
Zaaknummer
01/025470-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar.

Indexdelict: poging tot zware mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/025470-04

Uitspraakdatum: 14 juli 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1968],

verblijvende in [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 6 juni 2005 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 18 juli 2013 met een jaar verlengd. Deze verlenging is door het gerechtshof te Arnhem op 7 november 2013 bevestigd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 15 mei 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van een jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 juni 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige C.Th. Van de Weide namens [kliniek], de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van drs. H.J. van der Lugt, hoofd van de inrichting, drs. Z. Acherrat-Stitou, psychiater, E.I.J. Peeters MSc, hoofd behandeling en drs. L. Krieckaert, hoofd behandelzaken, d.d. 10 april 2014;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van poging tot zware mishandeling, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

4.3 Recidivegevaar

Het recidiverisico wordt voor de korte termijn, in de huidige omstandigheden, zowel binnen de inrichting als gedurende begeleid verlof, als laag ingeschat. Het gaat er dan om of betrokkene zich voldoende kan houden aan de aanwijzingen van de medewerkers en aan de medicatievoorschriften. Er wordt niet direct gedacht aan een delict gedurende zijn intramurale verblijf of eventueel begeleid verlof, hoewel de kans op een delict binnen de huidige instelling ook niet volledig kan worden uitgesloten. Het blijft dan ook zaak het medicatiegebruik, middelengebruik en het dagelijks functioneren van betrokkene goed te monitoren.

Betrokkene heeft in de afgelopen periode minder passief verzet en een meer op samenwerking gerichte attitude getoond. Er lijkt vooralsnog sprake te zijn van een passieve, overwegend negatieve behandelattitude vanuit onvermogen. Ongunstig is dat betrokkene chronisch psychotisch is, gunstig is dat er gedurende langere tijd minder sprake is van paranoïde gedachten, betrokkene zich laat ondersteunen en openheid betracht, op goede dagen afspraken kan maken en zich daaraan weet te houden en prettig in de omgang is.

Bij een hypothetisch direct ontslag, wanneer er geen sprake is van begeleiding, toezicht en controle, wordt het recidiverisico als zeer hoog ingeschat; betrokkene zal spoedig ontregelen, voortkomend uit de inhoud van zijn psychotische belevingen en wanen en een gebrek aan probleeminzicht. Er zal een zeer grote kans zijn dat betrokkene geen medicatie gebruikt en wordt blootgesteld aan destabiliserende factoren, met name druggebruik. Dit kan uitmonden in delictgedrag.

Box 8 verlengingsadvies

Betrokkene is een thans 45-jarige man bij wie sprake is van schizofrenie van het paranoïde type, dat zich al jarenlang manifesteert in een ernstig psychotisch toestandbeeld, ondanks constant gebruik van antipsychotische medicatie in depotvorm. Er is sprake van formele denkstoornissen, wanen, desorganisatie, akoestische-, visuele- en tactiele hallucinaties, zelfverwaarlozing, apathie en emotionele vervlakking.

In het vorige verlengingsadvies d.d. 18-04-2013 is reeds beschreven dat er sprake is van een chronisch psychotisch toestandbeeld, waarin een zekere mate van stabiliteit zichtbaar is. In het afgelopen jaar is het toestandbeeld van betrokkene dan ook nagenoeg hetzelfde gebleven. Er is een hele kleine vooruitgang zichtbaar in de wijze waarop betrokkene zijn psychotische gedachten kenbaar maakt (niet meer altijd op ongepaste momenten) en hij kan beter accepteren dat zijn omgeving er andere ideeën op na houdt. Een gesprek leidt niet altijd meer tot een ‘waterval’ aan psychotische gedachten die betrokkene willen vertellen en verdedigen.

Hoewel momenteel meer gedesorganiseerde symptomen en minder de paranoïdie, die tot het plegen van het indexdelict heeft geleid, op de voorgrond staan, blijft betrokkene psychotisch. Het recidiverisico wordt aanvaardbaar laag gehouden door externe factoren als structuur, ondersteuning en toezicht. Derhalve koerst de kliniek nog altijd op uitstroom naar een Forensisch Psychiatrische Afdeling van een GGZ-instelling. Een eerste stap hiertoe is genomen door het aanvragen van begeleid verlof (een beslissing wordt verwacht medio april), conform het traject zoals dat in het vorige verlengingsadvies ook is beschreven. Het heeft echter enkele maanden geduurd voor er daadwerkelijk een aanvraag opgestuurd kon worden, daar betrokkene in het afgelopen jaar in toenemende mate softdrugs heeft gebruikt en waarmee hij een belangrijke voorwaarde voor verlof en doorstroom heeft overtreden.

In de komende periode willen wij dan ook starten met begeleide verloven en wanneer dit goed verloopt, zo snel als mogelijk, in overleg met betrokkene, gaan zoeken naar een geschikte vervolgvoorziening en hem hier dan ook aanmelden.

Alternatieve uitstroom/ doorstroomtrajecten, zoals eerder besproken tijdens zittingen bij de Rechtbank en het Hof (november 2013), bieden naar onze inschatting minder garantie op het behoud van een stabiele conditie en hieraan gekoppeld het behoud van passend risicomanagement.

Wij adviseren de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met één jaar.”

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik ben van mening dat ik eindelijk op korte termijn geplaatst dien te worden in de reguliere psychiatrie en niet te lang meer moet worden gebonden aan de maatregel van terbeschikkingstelling. Ik wil daarom voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

De deskundige C.Th. van der Weide, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

[terbeschikkinggestelde] heeft weinig ziekte-inzicht. De desoriënterende symptomen komen wat meer op de voorgrond. Zijn legitimering daarvoor is de toestemming van God. Met de overgang van inrichting [kliniek 2] naar onze kliniek ging het beter met betrokkene, omdat er minder druk op hem werd gezet. Omgaan met druk is lastig voor betrokkene. Bij iemand met de stoornis schizofrenie leidt druk tot toename van desintegratie. De door de kliniek beoogde toekomst van [terbeschikkinggestelde] sluit aan bij zijn eigen wens, te weten een plek in de psychiatrie. Echter de verplichtingen met betrekking tot de TBS-maatregel zijn eveneens van toepassing. Daarom is het lastig om hem in de psychiatrie te krijgen. Het ziektebeeld van betrokkene maakt dat hij af en toe de fout in zal gaan, terwijl de regelgeving op dit moment vereist dat hij zich een jaar lang aan alle voorwaarden houdt. Dat is voor betrokkene bijna onmogelijk, gelet op zijn ziektebeeld. Door de thans geldende verplichting van een jaar voorwaardelijke beëindiging van verpleging van overheidswege is omzetting in een civiele Rechterlijke Machtiging nu niet mogelijk. Het te volgen traject is nu dat een RM in beeld kan komen via het te volgen verlofkader en dat hij via transmuraal verlof in de volgende situatie kan komen. In dit traject zullen dingen mis gaan en de vraag is hoe zwaar hieraan gevolg zal worden gegeven. Het traject van verlof is ingezet. We moeten ook niet vergeten dat het moment van overstappen naar een nieuwe situatie het grootste risico oplevert bij betrokkene. Hij komt weinig buiten, een wereld met veel prikkels. Hij heeft moeite om die prikkels, opgedaan tijdens de verloven, te verwerken. Ik heb weinig vertrouwen in de route via een voorwaardelijke beëindiging, omdat betrokkene dingen gaat doen die niet mogen. Niet omdat hij zich daarvan bewust is, maar omdat dit bij zijn ziektebeeld past. Ik opteer liever voor een weg waarbij geleidelijk het verlof wordt uitgebreid. Voor betrokkene geldt thans de situatie dat dubbel begeleid verlof wordt aangevraagd. De inrichting wil de verlofruimte geleidelijk laten toenemen. Dan kan worden bezien hoe betrokkene in de psychiatrie terecht kan komen, of via transmuraal verlof, of via de weg van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, of via een andere niet voor de hand liggende weg.

Het hebben van verlof is in mijn visie ook een behandelinterventie. Wij willen kijken hoe hij daar psychiatrisch reageert. Dat is de reden om de verloven uit te breiden, zodat betrokkene kan oefenen om hiermee om te gaan.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Het doel is om terbeschikkinggestelde uiteindelijk te kunnen plaatsen in een FPA/FPK instelling van de GGZ. Dat er hobbels zullen zijn in het traject van een voorwaardelijke beëindiging is wel duidelijk. De wenselijkheid van het verloftraject is er ook om te kunnen toewerken naar het aanvragen van een rechterlijke machtiging. Ik zie hierin redenen om dat verloftraject door te zetten. Het is nu te vroeg om te kijken naar alternatieven. Dan kunnen we over een jaar weer bekijken waar terbeschikkinggestelde dan staat. Zo ook om een vinger aan de pols te kunnen houden. Wellicht zijn er dan redenen om te bezien of het verloftraject verder doorgevoerd moet worden of dat er alternatieven gezocht moeten worden. Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met een jaar. Een verzoek tot aanhouding voor een onderzoek naar de haalbaarheid van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege dient op dit moment te worden afgewezen.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik zie wel wat in het voorstel van de inrichting om te bezien wat de verloven gaan brengen en in dat kader te bekijken wat cliënt aankan en dat dan uitbouwen. Bij verloven hoeft een misstap van cliënt geen grote gevolgen te hebben, maar tijdens een voorwaardelijke beëindiging heeft dat wel grote gevolgen. Het risico van een misstap zit er - gelet op het chronische toestandbeeld van cliënt - altijd wel in. Ik verzoek namens cliënt dat de mogelijkheid voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege nu wordt onderzocht door de reclassering en dat de reclassering zich in dat onderzoek tevens uitlaat of cliënt kan worden geplaatst in een FPA of een FPK. Als uit dit onderzoek volgt dat dit alleen op langere termijn haalbaar is, dan volgt de weg zoals voorgesteld door de inrichting. Een directe plaatsing in de psychiatrie moet dan als alternatief worden gezien. Cliënt is klaar met de TBS-maatregel. Hij wil graag laten zien dat hij geplaatst kan worden in een psychiatrische kliniek en dat hij de waarheid kan vinden. De reclassering kan in haar onderzoek aangeven hoe dit traject gevolg kan worden geven en wat haalbaar is in de begeleiding van cliënt. Juist nu de inrichting meent dat voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege niet aan de orde kan zijn, moet juist een alternatief worden onderzocht door de reclassering. Een alternatief is bijvoorbeeld directe plaatsing door middel van een rechterlijke machtiging. Ik verwijs in deze naar een recent arrest van het gerechtshof Arnhem/Leeuwarden ten aanzien van artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (naar de rechtbank begrijpt doelt de raadsman hier op het arrest van 24 april 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:3657).

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige. Een situatie als wordt bedoeld in het door de raadsman aangehaalde arrest doet zich thans niet voor en de rechtbank ziet op dit moment, gelet op het voorliggend advies van de kliniek en de daarop ter zitting gegeven toelichting ook geen aanleiding om de (on-)mogelijkheden voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te laten onderzoeken. De rechtbank kan zich vinden in het door de inrichting ingeslagen traject van verloven, waarbij dit instrument als behandelinterventie wordt ingezet om geleidelijk en rekening houdend met de mogelijkheden en beperkingen van terbeschikkinggestelde en diens ziektebeeld, terbeschikkinggestelde zo ver te krijgen dat een volgende stap richting reguliere psychiatrie kan worden gezet.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. I.L.A. Boer, voorzitter,

mr. W. Schoorlemmer en mr. A.M.R. van Ginneken, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 juli 2014.

mr. A.M.R. van Ginneken is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.