Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:3603

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
10-07-2014
Datum publicatie
10-07-2014
Zaaknummer
01/045198-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beslissing verlenging terbeschikking stelling met een jaar.

Gronddelicten: poging tot doodslag en wederrechtelijke vrijheidsberoving

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/045198-01

Uitspraakdatum: 10 juli 2014.

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te '[geboorteplaats] op [1969],

verblijvende in [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 24 januari 2002 is betrokkene ter beschikking gesteld.

Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 11 juli 2013 met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 12 mei 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 juni 2014.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de ter beschikking gestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van drs. [naam hoofd behandeling], hoofd behandeling, dhr[naam psychiater], psychiater en mw. [naam directeur], directeur organisatie van de inrichting waar de ter beschikking gestelde verblijft;

  • -

    de omtrent de ter beschikking gestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is - onder meer - toegepast ter zake van poging tot doodslag en wederrechtelijke vrijheidsberoving, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Kenmerken als een gebrekkige frustratietolerantie, problemen in de agressieregulatie, status- en krenkinggevoeligheid en moeite hebben met directe behoeftebevrediging zijn een onlosmakelijk deel van betrokkenes persoonlijkheid. Als geleidelijkheid niet wordt ingebouwd binnen de behandeling en resocialisatie, is de inschatting dat hij, door blootstelling aan een complexe samenleving in combinatie met blootstelling aan destabiliserende factoren zoals een crimineel netwerk en druggerelateerde situaties, nog te weinig vaardigheden heeft om zich op een adequate manier staande te houden. Gezien de steun die betrokkene in eerste instantie zal krijgen vanuit zijn netwerk, wordt het recidiverisico met name op de middellange tot lange termijn als hoog ingeschat.

De inschatting is dat als betrokkene weer alcohol en drugs gaat gebruiken er een snelle opbouw zal zijn in de gewelddadigheid van de delicten. Geweld binnen een relatie hoeft hier geen onderdeel van te zijn. Indien betrokkene echter geconfronteerd wordt met krenking binnen de relationele sfeer (kinderen, vriendin, ex-vriendin), liggen ook hier, met name op de langere termijn, risicosituaties voor gewelddadig gedrag.

Gezien de nog aanwezige persoonlijkheidsproblematiek, het hoge risico op schijnaanpassing (hoge PCL-R) het snel overvraagd en overschat worden en zelf moeilijk om hulp vragen, het nog aan te vragen onbegeleid verlof, de te verwachten duur van het resocialisatietraject, het belang van het op termijn geleidelijk afbouwen van begeleiding en controle en vormgeven van een goede zorgprothese, en de inschatting van het recidivegevaar bij beëindiging van de maatregel als hoog met de ondersteuning daarbij van de diverse risicotaxatie-instrumenten HCR-20 en PCL-R, adviseren wij een verlenging van de ter beschikkingstelling van 2 jaar en continuering van de verpleging van overheidswege.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik doe niet zoveel gedurende de dag. Ik sport wat en voor de rest moet ik veel wachten. Het contact met mijn medebewoners en de sociotherapeuten verloopt goed. Er is een constante wisseling van personeelsleden, zodat ik niet de kans krijg om een goede band met iemand op te bouwen. Ik kan goed omgaan met teleurstellingen, het gedeelte van het uitgebrachte rapport waar staat dat ik daar moeite mee heb, klopt wat mij betreft niet. Ik ben al vanaf 2009 aan het resocialiseren, dat is een lange tijd. Ik vind dat ik genoeg bewezen heb dat ik een leven zonder drugs aankan. Ik ben al 13 jaar clean.. Ik heb al eerder gedurende een periode van 2,5 jaar onbegeleid verlof gehad. Nieuw personeel durft mij niet aan te spreken. Die nieuwe personeelsleden zijn geen sociotherapeuten. Ik kijk volgens de inrichting niet vrolijk, maar dat is gewoon mijn blik.Dat kan ik niet veranderen. Ik mag van de inrichting werken en een boodschap doen, maar dat is het dan. Ik ben verbitterd geworden na al die jaren. Ik wil het liefst buiten de inrichting verblijven met toezicht door de reclassering. Ik zit al 8,5 jaar in [kliniek] en wil graag terug naar Den Bosch. U zegt me dat in het rapport staat dat ik een omvangrijk netwerk heb en dat de inrichting daar meer inzicht in wil hebben. Ik vraag mij af wat de inrichting daar nog meer van wil weten. Ik heb al geboortes, bruiloften en begrafenissen mogen bijwonen. Ik heb in een korte tijd vijf verschillende sociotherapeuten gehad, die zich elke keer weer opnieuw moeten inlezen.

De deskundige drs. [naam deskundige], optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

De persoonlijkheidsproblematiek van betrokkene is nog steeds aanwezig. Hij zal eerst moeten doorstromen naar een begeleide woonvorm alvorens hij zelfstandig kan gaan wonen. Het advies is om de terbeschikkingstelling nu met twee jaar te verlengen. De aanvraag voor onbegeleid verlof is twee weken geleden gedaan. Het duurt een maand of twee voordat deze al dan niet zal worden goedgekeurd. In maart 2015 kan dan uitbreiding plaatsvinden van transmuraal verlof naar een begeleide woonvorm. Betrokkene houdt mensen op afstand en het heeft tijd nodig om dat te veranderen. Hij laat een gedragspatroon zien dat een mix is van intrinsiek en sociaal wenselijk gedrag. Aan de ene kant werkt hij mee aan het behandelplan, aan de andere kant wil hij zo snel mogelijk weg uit de kliniek. Het is aan betrokkene zelf te wijten dat het verlof gestagneerd is. Een vervolgstap is geënt op werken, sport en gerichte vrije tijdsverloven. Om eerst een goed inzicht te krijgen in het netwerk van verdachte, zijn de komende verloven nog begeleid. Semi-begeleid verlof houdt in dat hij met zijn begeleider naar de afspraak toegaat, daar een paar uur alleen mag zijn en met de begeleider weer terugkeert naar de kliniek. Er zijn de afgelopen tijd inderdaad wisselingen van personeelsleden geweest. Indien betrokkene wordt aangesproken op zijn gedrag laat hij heel snel antisociaal gedrag zien. In september vorig jaar is het besluit genomen dat er onbegeleid verlof zou worden aangevraagd. Dat voornemen is vervolgens in januari 2014 getoetst in de interne toetsingscommissie. Daar zijn opmerkingen uitgekomen en dan heb je drie tot vier maanden om aan die opmerkingen te werken. Vervolgens kan er dan een aanvraag voor onbegeleid verlof de deur uit. Daar gaat enige tijd overheen.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik blijf bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. Als betrokkene zich aan de afspraken houdt, kan hij toewerken naar transmuraal verlof en over een paar jaar kan betrokkene dan zelfstandig buiten de kliniek wonen.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik maak mij wat zorgen. Er zijn in het verleden wat incidenten geweest en afspraken geschonden, waardoor het onbegeleide verlof is ingetrokken. Er zijn echter geen delicten gepleegd. De rechtbank heeft vorig jaar tijdens de verlengingszitting gezegd dat de begeleide verloven moeten worden opgestart. We hebben tegen de verlengingsbeslissing beroep aangetekend om de vaart erin te houden. Dat beroep is, nadat bekend was dat het begeleide verlof was hersteld en het onbegeleide verlof zou worden aangevraagd, uiteindelijk ingetrokken. Des te vreemder is het dat er ineens op de rem is getrapt en de onbegeleide verlofaanvraag pas heel recent de deur is uitgegaan. Ik snap dat mijn cliënt niet zoveel vertrouwen meer heeft in de kliniek. Hij zit al 8,5 jaar in deze kliniek en loopt steeds tegen dezelfde zaken aan. Dat er een verlenging moet komen, snapt hij. Maar er kan ook eens gekeken worden of hij in een FPK terecht kan. Er kunnen dan strikte voorwaarden worden opgesteld, waaraan hij zich zal moeten houden. Dat zou genoeg waarborgen moeten bieden. Ik verzoek de rechtbank om de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar en de beslissing omtrent het voorwaardelijk beeindigen van de dwangverpleging aan te houden, om de reclassering te laten onderzoeken of een voorwaardelijke beëindiging haalbaar is.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De schendingen van de afspraken kwamen niet voor op het gebied van sport en werk, maar juist op het gebied van sociaal netwerk. Er zijn wel degelijk incidenten geweest waarmee we rekening moeten houden. Er is een hoog risico op schijnaanpassing. Er is geen aanleiding om de terbeschikkingstelling thans met één jaar te verlengen en aan te houden voor het laten opstellen van een rapport door de reclassering. Betrokkene moet maar laten zien of een voorwaardelijke beëindiging over twee jaar aan de orde is.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De schendingen hadden inderdaad betrekking op zijn sociale netwerk, te weten zijn relatie, maar die bestaat thans niet meer. Ik vraag de reclassering niet om nu al te onderzoeken of cliënt zelfstandig kan gaan wonen, maar of hij in een FPK kan gaan wonen. Dan is er nog genoeg controle op hem. Hij kan in het kader van een tbs met voorwaarden nog negen jaar gevolgd worden.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige wat betreft het verlengen van de terbeschikkingstelling. De rechtbank is echter wat betreft de termijn van verlenging is van oordeel van oordeel dat het traject van resocialisatie voortvarend dient te verlopen en is daarom - in tegenstelling tot de officier van justitie en de inrichting – van oordeel dat het in dat kader van belang is dat er over één jaar wederom een zitting plaatsvindt.

Het resocialisatieproces kan op deze wijze nauwlettend in de gaten gehouden worden door zowel de kliniek, de ter beschikking gestelde als de rechtbank. Vereiste bij het voortvarend verlopen van het resocialisatieproces is uiteraard dat de ter beschikking gestelde zich aan alle afspraken met de kliniek houdt en deze nakomt.

Nu het verlengingsadvies en het verhandelde ter zitting géén aanknopingspunten bieden voor het in dit stadium van de behandeling voorwaardelijk beëindigen van de verpleging van overheidswege dan wel deze mogelijkheid te laten onderzoeken door de reclassering, zal de rechtbank het verzoek daartoe van de raadsman afwijzen.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.A. Waals, voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. J. Leyenaar-Holleman, leden,

in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 juli 2014.