Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:2897

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
19-05-2014
Datum publicatie
28-05-2014
Zaaknummer
01/845071-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de duur van de terbeschikkingstelling met een jaar.

Gronddelicten -kort gezegd-: met iemand die de leeftijd van 12 jaren maar nog niet die van 16 jaren heeft bereikt buiten echt ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam meermalen gepleegd, mensenhandel in vereniging met betrekking tot een persoon die de leeftijd van 16 jaren nog niet heeft bereikt, en met iemand die de leeftijd van 12 jaren maar nog niet de leeftijd van 16 jaren heeft bereikt ontuchtige handelingen plegen meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845071-07

Uitspraakdatum: 19 mei 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

verblijvende in [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 28 november 2007 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 25 mei 2012 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 8 april 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van

19 mei 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van [kliniek] d.d. 3 maart 2014, opgemaakt door dhr. Drs.[naam hoofd inrichting], hoofd van de inrichting, mw. drs. [deskundige 1], psychiater, en mw. drs. [deskundige 2], hoofd behandeling;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde;

  • -

    de rapportage van psycholoog [deskundige 3]d.d. 17 maart 2014;

  • -

    de rapportage van psychiater drs.[deskundige 4] d.d. 9 maart 2014.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van “met iemand die de leeftijd van 12 jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd” en “mensenhandel, terwijl de feiten worden gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de persoon ten aanzien van wie de feiten worden gepleegd, de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd en mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de feiten worden gepleegd, de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt” en “met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen”, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

‘Persoonlijkheid.

Er is sprake van persoonlijkheidsproblematiek met antisociale en afhankelijke kenmerken. Betrokkene kan daarnaast halsstarrig en koppig zijn. De sociale vaardigheden zijn wat beperkt, maar leiden thans niet tot grote problemen. Recent is vast komen te staan dat er bij betrokkene sprake is van het syndroom van Asperger, een stoornis binnen het autistisch spectrum. Ook wordt er nog antisociaal gedrag gezien. Deze wijziging vraagt een aanpassing van de begeleidingsstijl en het risicomanagement welke de komende maanden verder uitgewerkt zal worden. Voor nu volstaat het huidige plan.

Recidivegevaar korte termijn (bij huidige verlofstatus):

Betrokkene beschikt over een machtiging voor onbegeleid verlof. Het afgelopen jaar zijn deze verloven over het algemeen goed verlopen en kunnen als positief worden geëvalueerd. Hoewel er bij betrokkene sprake is van enig probleembesef, heeft hij nog onvoldoende zicht op de factoren die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de delicten. Hij erkent zijn pedofiele seksuele voorkeur, maar heeft moeite het ‘grooming-proces’ bij zichzelf te herkennen en ziet de meerwaarde van libidoremmende medicatie niet in.

Als expliciet gekeken wordt naar het recidiverisico bij een uitbreiding van het huidige verlof met overnachtingen bij moeder, kan het volgende worden gezegd. Het is van belang dat betrokkene medicatietrouw is en dat de verloven doelgericht zijn en voldoende ingekaderd worden. Tevens zijn controlemomenten belangrijk, waarbij ook aandacht uit zal gaan naar mogelijke problemen waar betrokkene op dat moment tegenaan loopt. Op deze wijze wordt de kans om over te gaan tot ‘grooming’ ingeperkt. Op grond van bovenstaande kan het recidiverisico, op korte termijn, als laag worden ingeschat.

Recidivegevaar op de lange termijn:

Wanneer gekeken wordt naar het recidiverisico op de lange termijn, bij een hypothetisch ontslag, kan gesteld worden dat betrokkene voornemens is te stoppen met het gebruik van libidoremmende medicatie. In die situatie is het aannemelijk dat betrokkene zich meer zal richten op seksuele prikkels, hetgeen risicoverhogend werkt. Daarnaast is hij gebaat bij controle en een duidelijke dagstructuur. Wanneer dit zou wegvallen, is het mogelijk dat hij oude copingstijlen (o.a. vermijding) weer zal aanwenden en uiteindelijk ook contacten aangaat en onderhoudt met minderjarige jongens, temeer hij het groomingproces onvoldoende bij zichzelf herkent. Het recidiverisico op de lange termijn, bij een hypothetisch ontslag, zal in dergelijke situaties dan worden geschat als matig tot hoog.

Verlengingsadvies.

In de loop van de behandeling is zichtbaar geworden dat betrokkene overmatig gericht is op seksueel contact en gezien het verleden van betrokkene en zijn risicoprofiel is libidoremmende medicatie dan ook geïndiceerd op het moment dat zijn vrijheden toenemen. Betrokkene heeft het hier erg moeilijk mee en wil zijn seksuele identiteit behouden. Hij is sterk gericht op zijn mannelijkheid en kampt met sterke gevoelens van onzekerheid op het moment dat hem dit wordt ontnomen. Op advies van zijn moeder, en om verder in zijn behandeling te komen, besluit hij toch met deze medicatie te starten. Het blijft echter altijd een onderwerp van gesprek en een discussiepunt. Ook wordt duidelijk dat betrokkene in mindere mate groepsgeschikt en prikkelgevoelig is en soms zeer onredelijk, rigide en star kan zijn. Ook ervaart betrokkene veel hinder van lichamelijke klachten, onrust en concentratieproblemen. Betrokkene wijdt deze klachten voor een groot deel aan het gebruik van libidoremmende medicatie. Echter, wanneer hij op de resocialisatieafdeling wordt geplaatst en start met een antidepressivum om het piekeren tegen te gaan en het slapen te verbeteren nemen deze klachten enigszins af. Betrokkene voegt zich vervolgens redelijk snel in de nieuw groep en zoekt de samenwerking met het team. Ook met overige medewerkers verbetert het contact in enige mate. Er wordt een nieuwe risicotaxatie gedaan, betrokkene gaat deelnemen aan de terugvalpreventiegroep en werkt buiten de kliniek. Moeilijker is het voor hem om mee te denken over het vervolgtraject. Betrokkene wordt bij diverse organisaties aangemeld binnen zijn regio van herkomst. Soms is zijn delictsachtergrond een reden om betrokkene niet op te willen nemen en soms wil betrokkene zich niet openstellen voor een andere plek, bijvoorbeeld omdat het in eerste instantie een teruggang in zijn vrijheden zou betekenen. Zo wordt de kans om zich te kunnen vestigen in de regio van herkomst kleiner in de loop der tijd. De kliniek betrekt betrokkene dan ook zoveel mogelijk bij het vinden van een passende plek, om te voorkomen dat het wederom tot een afwijzing zijnerzijds zal leiden. Belangrijk is wel dat er geen grote stappen gezet worden. Betrokkene heeft moeite met veranderingen en heeft tijd nodig om zich aan te passen en open te stellen voor nieuwe mensen. Daarbij is het van groot belang dat de organisatie die hem in de toekomst gaat begeleiden voldoende toegerust is om hem op een passende manier te ondersteunen, te coachen en te controleren, zodat hij op een veilige manier zijn weg terug in de maatschappij kan gaan vinden. De kliniek wil de verlenging van de dwangverpleging dan ook gebruiken om een passende vervolgvoorziening voor betrokkene te vinden.

Alhoewel betrokkene al enige jaren van behandeling achter de rug heeft zal de controle op en monitoring van risicofactoren zeker vele jaren gecontinueerd moeten worden. Toch lijkt het zinvol om de tbs met één jaar te verlengen, zodat de voortgang in plaatsing op een extramurale voorziening aan de orde kan komen, alsmede welke maatregelen nodig zijn voor een passend risicomanagement. Om die redenen adviseren wij dan ook de ter beschikking stelling met dwangverpleging met één jaar te verlengen.’

Voornoemde rapporten van de externe psycholoog [deskundige 7] en de externe psychiater [deskundige 6] bevatten in grote lijnen dezelfde diagnostische conclusies, waarbij de psychater de risicoprognose op de langere termijn als iets gunstiger inschat dan de kliniek. Ook zij komen vervolgens, op basis van een risicotaxatie die overeenkomt met die van de kliniek, tot het advies om de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen en de dwangverpleging te continueren.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik kan me wel vinden in het advies van de kliniek om de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar te verlengen.

De deskundige, mw. drs. [deskundige 8], optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Het resocialisatieplan is recent gewijzigd. Het doel blijft echter hetzelfde. Een plaatsing in het kader van RIBW is niet geschikt gebleken voor betrokkene. Hij heeft zelf voorgesteld om in de trainingswoning in Almere te gaan verblijven. Dat is volgens de kliniek een goed alternatief. Betrokkene kan dan tijdig worden bijgestuurd. In het afgelopen halfjaar is meer zicht gekregen in de stoornis van betrokkene. Bij hem is het syndroom van Asperger gediagnosticeerd. Er zit nog ontwikkeling in de behandeling, maar monitoring van betrokkene zal nog jaren nodig zijn. Meer individueel wonen en de begeleiding in de woning van de kliniek heeft mogelijk een positieve invloed op het recidiverisico. Richting de verlofunit kan de kliniek nu nog beter aangeven dat het verblijven in de trainingswoning in Almere doorgang kan vinden. Dit met name in het kader van het aan te vragen transmuraal verlof.

Ik sluit niet uit dat betrokkene op enig moment zonder libidoremmende medicatie zal kunnen leven. Wellicht kan de dosis in de nabije toekomst in overleg met de psychiater iets worden geminderd. Het komende jaar is nodig om verlof aan te vragen. Het jaar erop moeten we een machtiging aanvragen om betrokkene in een woning van de kliniek te laten wonen. Als de dwangverpleging daarna voorwaardelijk wordt beëindigd, dan komt deze woning op naam van betrokkene. Op dit moment is er nog geen zicht op een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Een jaar is wellicht nog tekort om betrokkene in de trainingswoning te krijgen, maar op dit moment is de doorstroming binnen de kliniek redelijk vlot. Ik ben een voorstander van de tussenstap van het proefverlof. De stap van dwangverpleging naar voorwaardelijke beëindiging is erg groot. Bij proefverlof gaat dat soepeler, dan is er meer geregeld in de begeleiding van betrokkene. Een verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met een jaar kan nuttig zijn om bij de kliniek de druk erop te houden om stappen te zetten in de behandeling en begeleiding van betrokkene.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar.

De raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik refereer me ten aanzien van de verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige en met de adviezen die zijn gegeven door de psycholoog en de psychiater.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.Th. van Vliet, voorzitter,

mr. W. Schoorlemmer en mr. F. Schneider, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 mei 2014.

Mr. F. Schneider is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.