Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:2896

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-06-2014
Datum publicatie
02-06-2014
Zaaknummer
01/825319-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar. Indexdelict: Verleiding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825319-06

Uitspraakdatum: 2 juni 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1972],

verblijvende in [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 29 januari 2007 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 30 mei 2013 met een jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 24 maart 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van

19 mei 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van 10 maart 2014, opgemaakt door mw. E.P.M.T. Brouns, psychiater en plaatsvervangend hoofd van de inrichting;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van ‘door misleiding een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd’, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Recidivegevaar

Betrokkenes pedofiele geaardheid zal niet meer veranderen. Daarnaast is betrokkene beschadigd in zijn sociale en emotionele ontwikkeling. Aangezien deze beschadigingen vroeg in zijn jeugd ontstaan zijn, betekent dit dat zijn persoonlijkheidsproblematiek diepgeworteld zit en middels de huidige behandeling waarschijnlijk niet volledig opgeheven zal worden. Het gevolg is dat betrokkene kwetsbaar zal blijven, maar wanneer hij tijdens de huidige behandeling in staat blijkt te zijn een aantal nieuwe vaardigheden aan te leren en weet vast te houden, een goede, bevredigende invulling aan zijn leven weet te geven, meer in contact staat met zijn gevoelens en deze open en eerlijk met zijn omgeving bespreekbaar maakt, en een reëel beeld van zijn seksualiteit en voldoende zelfcontrole ontwikkelt, zeker als het gaat om pedoseksuele gevoelens, zal hij in de toekomst mogelijk zonder risico’s kunnen participeren in de maatschappij. Hierbij zal de verdere behandeling uit moeten gaan wijzen in hoeverre blijvende begeleiding en controle nodig zal zijn en in welke mate. Wij gaan er vooralsnog vanuit dat dit gedurende vele jaren het geval zal moeten zijn.

Bij beëindiging van TBS op dit moment is er, op langere termijn, een matig tot hoog risico op herhaling van zijn indexdelict. Betrokkene is weliswaar vooruit gegaan in zijn behandeling, maar de visie vanuit het behandelteam is dat betrokkene, gezien de aanwezige problematiek, op dit moment nog onvoldoende uitgerust is om de druk van een zelfstandig leven met de daarbij behorende stress aan te kunnen, hetgeen de kans op seksuele delicten doet toenemen.

Verlengingsadvies

Er is bij betrokkene sprake van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven met afhankelijke, vermijdende, en borderlinetrekken. Er is tevens sprake van pedofilie (van het niet exclusieve type) die al tot ontwikkeling is gekomen op jonge leeftijd. Betrokkene is bekend met seksuele delicten ten aanzien van zowel minderjarige meisjes als jongens, binnen en buiten zijn netwerk, en zowel hands-off als hands-on delicten.

Bij beëindiging van de TBS met dwangverpleging wordt het risico op terugval in crimineel seksueel (gewelddadig) gedrag met behulp van zowel de HCR-20 als de SVR-20 als hoog ingeschat. Binnen de huidige kaders van TBS met dwangverpleging, met onbegeleid verlof en risicomanagement, wordt het recidiverisico als laag ingeschat.

De verwachting is dat de komende periode, net als de vorige, met het nodige vallen en opstaan zal gaan. Het is van belang dat betrokkene openheid en betrouwbaarheid laat zien om van zijn fouten te kunnen leren en het risicomanagement te blijven verscherpen. Het is tevens zaak om de komende periode de focus naar buiten te verleggen. Dit houdt in buiten werken, vrijetijdsbesteding buiten ontwikkelen en contacten met zijn netwerk onderhouden en eventueel verder uitbreiden. Hiervoor is het noodzakelijk dat de activiteiten van betrokkene binnen gaan afnemen. Voor betrokkene zal het moeilijk zijn om deze switch te maken, voor zijn toekomst is het noodzakelijk dat die ‘switch’ er wel komt.

Betrokkene verblijft nu op een klinische behandelafdeling in de kliniek. In de komende tijd zal tijdens de multidisciplinaire besprekingen geëvalueerd worden of betrokkene door kan stromen naar de interne resocialisatieafdeling, waarbij de voorkeur uitgaat naar de resocialisatieafdeling waar sprake is van externe structuur en begeleiding die voldoende nabijheid en ondersteuning biedt. Naast begeleiding en ondersteuning is het ook nog nodig om betrokkene te controleren en waar nodig af te grenzen. Om in aanmerking te komen voor doorstroming naar de resocialisatieafdeling is nodig dat hij stabiliteit in functioneren en samenwerking laat zien en als voldoende open en betrouwbaar wordt ervaren, met name ten aanzien van ervaren frustraties en seksualiteitsbeleving. Bij toename van vrijheden en verantwoordelijkheden middels onbegeleid verlof of doorstroming naar de resocialisatieafdeling zal betrokkene zich ook moeten verhouden met het aanwezigheid van internet.

Vooralsnog ligt het in de bedoeling om betrokkene middels de gebruikelijke route van transmuraal verlof en proefverlof te resocialiseren, omdat deze weg de meest geleidelijke is. Er zal worden toegewerkt naar een vorm van begeleid wonen.

Aangezien betrokkene aan het begin van de opbouw van onbegeleide verloven staat is lastig te zeggen hoeveel tijd hiermee gemoeid is. De inschatting is echter dat geschetst traject de duur van één jaar zal overschrijden.

Betrokkenes pedofiele geaardheid zal niet meer veranderen. Daarnaast is betrokkene beschadigd in zijn sociale en emotionele ontwikkeling. Aangezien deze beschadigingen vroeg in zijn jeugd ontstaan zijn, betekent dit dat zijn persoonlijkheidsproblematiek diepgeworteld zit en middels de huidige behandeling waarschijnlijk niet volledig opgeheven zal worden. Hierbij zal de verdere behandeling uit moeten gaan wijzen in hoeverre blijvende begeleiding en controle nodig zal zijn en in welke mate. Wij gaan er vooralsnog vanuit dat dit gedurende vele jaren het geval zal moeten zijn.

Wij adviseren derhalve op basis van bovenstaande de maatregel van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege te verlengen met de duur van twee jaar.’

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik heb het afgelopen jaar redelijke sprongen gemaakt. Ik ben meer gaan praten over waar ik last van heb en wat mijn gevoelens zijn. Dat helpt mij wel enorm. Voor mij is daarbij van belang dat mijn omgeving ook in balans is. Op de afdeling zitten we nu niet in de meest prettige sfeer.

Met de behandelaars heb ik overeenstemming bereikt over het te volgen traject, maar daarvoor moeten nog behoorlijke stappen worden gezet. Het tempo waarop deze stappen worden gezet stelt mij wel enigszins teleur. Ik voel me door de kliniek geremd op dit moment. Ik ben bezig met een resocialisatietraject, maar vanuit de behandelunit gaat dit niet zoals ik dit vorm wil geven. De kliniek wil mij op een resocialisatieafdeling plaatsen, maar dat is nog niet gelukt. Ik besef daarbij ook dat vorig jaar vertraging is opgelopen door mijn gedrag. Op dit moment kan ik beter keuzes maken, vergeleken met vorig jaar. Ik kan heel goed zelf aangeven of de dag goed is om met verlof te gaan of niet. Dat kon ik een half jaar geleden nog niet. Ik begrijp dat de kliniek zegt dat ze nog twee jaar nodig hebben. Ik had toch verwacht dat ik nu iets verder zou zijn, dan ik ben. Ik zou graag willen gaan voor een verlenging met 1 jaar, om de druk op het resocialisatietraject te houden. Het laatste half jaar heb ik hard gewerkt om nog wat meer bij mijn gevoel te komen en dit te doorleven. Dat is een lastig proces. Ik zal daar mogelijk nog heel lang ondersteuning bij nodig hebben, ook na de TBS waarschijnlijk.

Begin dit jaar ben ik gestart met andere medicatie. Het is dat het moet. De uitwerking van de medicatie is nog niet goed ingeregeld. Ik ben niet blij met de bijwerkingen. Ik bespreek de medicatie veelvuldig met de psychiater. De medicatie moet volgens de psychiater in een jaar of anderhalf jaar tijd zijn ingeregeld. Ik ben wel gebaat bij het gebruik van deze medicatie.

De deskundige M. Pepels, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Op het moment dat betrokkene onvoldoende openheid in zijn gevoelens geeft, praat hij niet met de behandelaars en zoekt hij weer naar porno. Hij vervalt dan weer in seksualisering. Hij geeft wel meer openheid over zijn gevoel tijdens verloven. Dat is positief. De angst voor de consequenties moet hij onder controle houden. We weten dat hij dat kan, maar hij moet het wel doen. Het gaat erom dat in het resocialisatietraject het juiste tempo wordt gezocht. Betrokkene is opnieuw gestart met onbegeleide verloven. Begin dit jaar is betrokkene op de wachtlijst gezet van resocialisatieafdeling 3, per 1 juli 2014. Op dit moment gaan we er van uit dat hij wellicht binnen nu en een half jaar naar deze afdeling kan worden overgeplaatst. Zekerheid valt daarover niet te geven; dat heeft ook te maken met de doorstroming binnen de kliniek. Op de afdeling zijn vervelende dingen gebeurd, rondom betrokkene. Dit had niet met hem te maken, maar dat versterkt wel zijn wens om door te stromen. We moeten het traject echter niet te snel doorlopen. Daar moet ik ook voor pleiten. We willenbetrokkene ook geen loze beloften doen. Daarbij komt dat betrokkene binnen het huidige verlofkader nog uitbreiding kan krijgen. Hij is dus nog niet op het eind van de mogelijkheden wat betreft het verlof.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege met twee jaar. [terbeschikkinggestelde] laat goed zien dat zijn zelfinzicht is toegenomen. Er lijkt duidelijk sprake te zijn van groei hierin, wat van belang is voor resocialisatie. Het aanvragen van onbegeleid verlof heeft lang geduurd en daarna is er een kink in de kabel gekomen door het gedrag van [terbeschikkinggestelde]. De kliniek heeft vervolgens besloten dat het tempo van de opbouw van het onbegeleid verlof omlaag moest. Daar had [terbeschikkinggestelde] baat bij. Maar het gaat nu te langzaam voor hem. Dat is op zich heel begrijpelijk, maar ik wens wel het advies van de kliniek te volgen. [terbeschikkinggestelde] moet nog de nodige stappen gaan zetten. Hij moet ook oefenen met aangeleerde sociale vaardigheden. Hij is nog niet klaar om terug te keren in de maatschappij. De kliniek heeft in ieder geval nog twee jaar nodig. Er is sprake van matig tot hoog recidiverisico. Het belang van de veiligheid van personen in het algemeen eist verlenging.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Cliënt staat nu 7 jaar onder behandeling. Als de vordering wordt gevolgd dan komen daar nog twee jaren bij. Dit terwijl de staatssecretaris heeft geroepen dat de behandelduur juist omlaag moet. De behandeling moet niet langer duren dan strikt nodig is.

Bij cliënt is er sprake van vallen en opstaan tijdens de behandeling. Dat past ook bij de problematiek van cliënt. Het zal nog wel een keer misgaan, maar dan hopelijk niet op ernstige punten. Open en helder zijn wordt beloond in plaats van afgestraft, dat is hem nu inmiddels wel duidelijk. Dat moet hij zien vast te houden. Het onbegeleid verlof verloopt goed. De blik naar buiten moet meer vorm krijgen. De kliniek heeft hier een plan voor. Zij stelt voor eerst transmuraal / proefverlof, dan een voorwaardelijke beëindiging en daarna mogelijk de beëindiging van de terbeschikkingstelling. Cliënt staat ook achter dit plan, maar het verloopt volgens hem nogal langzaam. Echter, te snel willen gaan kan een valkuil zijn. Cliënt wil kritisch zijn ten aanzien van de voortgang van bepaalde zaken. Afhankelijk van anderen kunnen de voornemens van de kliniek mogelijk niet worden nagekomen, zoals op korte termijn plaatsing op de resocialisatieafdeling. Cliënt wil daar nu naartoe en niet binnen nu en een half jaar. In het Kempenhuis gelden andere regels dan op de behandelunit. Daar kan hij dan uitproberen wat hij heeft geleerd. Stel je voor dat transmuraal verlof aangevraagd moet worden, wat gaat het ministerie dan bedenken. Het gaat weer een tijd duren voordat transmuraal verlof wordt toegewezen. De aanvraag van het onbegeleid verlof heeft ook de nodige voeten in de aarde gehad. Dan duurt het zomaar weer langer; daar heeft ook de kliniek niet altijd invloed op. Als cliënt ijkpunten heeft die kunnen worden nagekomen, kan hij leven met twee jaar verlengen. Dat is niet zo, zodat het nu beter is om een verlenging met 1 jaar te vragen. Dan houden we de vinger aan de pols, ook voor wat betreft het verloop van de resocialisatie.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige, behalve voor wat betreft de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Anders dan de officier van justitie en de kliniek zal de rechtbank de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege bepalen op één jaar. Bij de vorige verlenging van de terbeschikkingstelling in 2013 is reeds aan de orde gekomen dat de voortgang van het behandeltraject van de ter beschikking onnodig vertraging had opgelopen, hetgeen destijds aanleiding vormde om de TBS met slechts een jaar te verlengen. Aangezien thans onduidelijk is wanneer de volgende fase van de behandeling van de ter beschikking gestelde (plaatsing op de resocialisatieafdeling), in zal kunnen gaan, terwijl betrokkene gezien zijn ontwikkeling daar wel aan toe is, wil de rechtbank ook hier een vinger aan de pols houden aangaande de voortgang van het resocialisatietraject. Dat maakt dat de rechtbank zal bepalen dat de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling één jaar bedraagt. De rechtbank plaatst daarbij uitdrukkelijk de kanttekening dat het einde van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, mede gelet op de problematiek van de ter beschikking gestelde en de daarmee gepaard gaande weg van de geleidelijkheid, in aanmerking nemende het thans voorliggende verlengingsadvies mogelijk nog lang niet in zicht is en dat de rechtbank met haar beslissing om de TBS – in afwijking van dat advies – met een jaar te verlengen geenszins wil vooruitlopen op de in deze zaak te nemen vervolgbeslissingen.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. W. Schoorlemmer, voorzitter,

mr. M.Th. van Vliet en mr. F. Schneider, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 juni 2014.

mr. F. Schneider is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.