Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:2454

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
15-05-2014
Datum publicatie
15-05-2014
Zaaknummer
01/025397-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

TBS-verlenging met 1 jaar.

TBS-maatregel is opgelegd op 2-11-2004. Indexdelicten tweemaal diefstal met geweld, poging tot afpersing, meermalen gepleegd en poging tot diefstal met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/025397-03

Uitspraakdatum: 15 mei 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1959],

verblijvende in [kliniek 1]

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 2 november 2004 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 10 april 2013 met 1 jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 13 maart 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van 1 jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 mei 2014.

Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van mevr. Drs. E.A.M. Terpstra, Hoofd [behandelcentrum], mevr. Drs. I. Burdova, Behandelverantwoordelijke/GZ-psycholoog, dhr. Dr. R.C. Brouwers, Eerste Geneeskundige en dhr. Drs. R.M. Coutinho, Psychiater, van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 6 februari 2014;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van 2 maal diefstal met geweld, poging tot afpersing meermalen gepleegd en poging tot diefstal met geweld, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Uitkomsten risicotaxatie

Er bestaat in het multidisciplinair behandelteam consensus over de besproken

risicoanalyse.

Wanneer betrokkene op dit moment zonder de huidige mate van begeleiding zou

terugkeren in de maatschappij, wordt de kans op recidive hoog geschat. Op de PCL-R zijn

enkele kenmerken van psychopathie zichtbaar. Op de HKT zijn met name de historische

en toekomstige variabelen zwaar belast. Naar verwachting zal betrokkene bij terugkeer

in de maatschappij geen huisvesting kunnen vinden en niet op adequate wijze in zijn

levensonderhoud kunnen voorzien. Hij zal de stress van een maatschappelijk bestaan

niet aankunnen en snel vervallen in verslaving. Voor zijn onderhoud zal hij mogelijk snel

terugvallen op diefstal en andere delicten. Daarnaast zal hij naar verwachting graag

willen terugkeren naar detentie of een behandelkliniek. Dat kan een reden zijn om

delicten te plegen.

De risico-inschatting op grond van de risicoanalyse met directe begeleiding en controle

zoals op de huidige afdeling, is op korte (6 maanden) laag, op middellange (6 mnd-3

jaar) en lange termijn (>3 jaar) laag - matig.

De risico-inschatting op grond van de risicoanalyse zonder directe begeleiding en controle

zoals op de huidige afdeling, is op korte (6 maanden), op middellange (6 mnd-3 jaar) en

lange termijn (>3 jaar) hoog.

Betrokkene is een zeer gehospitaliseerde man met een persoonlijkheidsstoornis met

antisociale trekken en met verslavingsproblematiek. Betrokkene is ruim vier jaar in

behandeling binnen [kliniek 1], als zijnde voorheen [kliniek 1]. Na zijn

onttrekking in 2012 heeft hij meer dan een jaar in de geslotenheid doorgebracht en werd

daar gestabiliseerd.

Sinds november 2013 wordt hij op de besloten afdeling [naam] begeleid en

behandeld, waar hij al eerder adequaat heeft gefunctioneerd en waar zijn permanente

conflict tussen autonomie en afhankelijkheid hanteerbaar was. Wanneer hij daadwerkelijk

aantoont dat de huidige mate van begeleiding en controle en de wijze van bejegenen

afdoende is om de kans op recidive zo laag mogelijk te laten zijn, zal gezocht worden

naar een geschikte vervolgvoorziening. Idealiter is dat een kleinschalige zorgboerderij in

de omgeving van [kliniek 1], met een vergelijkbare mate van begeleiding en controle

zoals in de beslotenheid.

De verwachting is dat intrinsieke behandeling van het probleemgedrag niet meer nodig

zal zijn en niet zal bijdragen aan een verdere afname van het recidiverisico.

[kliniek 1] verwacht dat het resocialisatietraject langzaam en met kleine stappen moet

verlopen. Op teveel veranderingen en een onevenredige toename van vrijheden reageert

betrokkene altijd met angst en terugval in zijn delictgerelateerde coping.

De TBS-maatregel lijkt vooralsnog onontbeerlijk te zijn om het proces van resocialisatie

verantwoord te laten verlopen.

Om bovenstaande redenen adviseert [kliniek 1] om de TBS-maatregel van de heer

[terbeschikkinggestelde] met één jaar te verlengen.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik heb al veel behandelingen gehad. Het gaat nu goed met mij. Ik ben bereid om overal aan mee te werken. Ik ben in staat om zelfstandig in een appartement te wonen. Sinds november van het jaar 2013 verblijf ik op de besloten afdeling [naam]. Het is niet de bedoeling dat ik nog naar een zorgboerderij ga. Ik ben het niet eens met een verlenging van de TBS met 1 jaar. Ik ben gebaat bij een goed dagritme. Ik wil verder gaan met schilderen en met het werken bij de kringloop.

De deskundige C. van Zwieten, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Het perspectief voor de terbeschikkinggestelde is een intensieve begeleiding in het kader van een 24-uurstraject. De plaatsing in een zorgboerderij is van de baan. Dat is niet goed gegaan. Terbeschikkinggestelde staat op de wachtlijst voor beschermd wonen op het terrein van [kliniek 1]. Ook wordt er nog gekeken naar andere opties. Intensieve controle is noodzakelijk opdat het resocialisatietraject op verantwoorde wijze kan geschieden. Daarom dient de TBS met 1 jaar te worden verlengd.

Het is juist dat een jaar geleden de verwachting iets anders was. Terbeschikkinggestelde zat toen in een gesloten opvang en het behandelend team destijds keek toen wat positiever tegen de situatie aan.

Het team dat nu het verslag over de terbeschikkinggestelde heeft geschreven kijkt wat minder positief tegen de situatie aan.

Er zijn incidenten geweest, zoals het incident in een winkel (diefstal) en het incident waarbij de terbeschikkinggestelde tijdens zijn verlof niet op de plaats was waar hij moest zijn. De terbeschikkinggestelde heeft delict gerelateerd gedrag vertoond.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Tijdens de vorige behandeling is er gesproken over een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging. Intussen zijn er echter incidenten geweest waardoor er gevaarsrisico is ontstaan.

Ik verzoek de rechtbank derhalve de TBS te verlengen.

Indien de rechtbank voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overweegt, dan verzoek ik om aanhouding van de zaak voor het uitbrengen van een maatregelenrapport.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Cliënt wil een volgende stap maken. Hij heeft de behandeldoelen gehaald. Aan andere punten zal nog gewerkt moeten worden. Hoe zal de situatie volgend jaar zijn? Waar zal de behandeling uit bestaan als hij alle behandelingen heeft gehad? Cliënt reageert nu eenmaal op een bepaalde manier. Dwangverpleging is niet meer noodzakelijk. Ik verzoek de rechtbank de vordering af te wijzen dan wel de verpleging voorwaardelijk te beëindigen

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

De rechtbank is van oordeel dat uit de rapportage en hetgeen ter zitting is besproken, blijkt dat het recidivegevaar nog altijd moet worden ingeschat als hoog, wanneer de huidige mate van zorg en begeleiding zou wegvallen. De kliniek acht het van belang dat het resocialisatietraject plaatsvindt met kleine stappen en onder voldoende begeleiding. Dat betekent ook dat de ter beschikking gestelde moet kunnen terugvallen op de TBS en de verpleging, wanneer daartoe aanleiding bestaat. Vooralsnog is de verpleging dus nog noodzakelijk. De rechtbank acht het daarom nog te vroeg voor een voorwaardelijke beeindiging van de verpleging zoals is verzocht.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. H.M. Hettinga, voorzitter,

mr. M. Lammers en mr. J. Leyenaar-Holleman, leden,

in tegenwoordigheid van L.D. Wittenberg, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 mei 2014.