Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:2304

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
01-05-2014
Datum publicatie
01-05-2014
Zaaknummer
01/029001-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de ter beschikking stelling met 1 jaar.

De rechtbank houdt de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging aan voor een periode van ten hoogste drie maanden.

Gronddelict: verkrachting, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/029001-02

Uitspraakdatum: 1 mei 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1981],

verblijvende [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 19 december 2013 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 8 maart 2012 met twee jaar verlengd. Deze beslissing is bij arrest van het gerechtshof Arnhem van 17 september 2012 bevestigd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 9 januari 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 april 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van [kliniek] d.d. 19 december 2013, alwaar betrokkene verblijft, ondertekend door drs. [hoofd inrichting] (hoofd inrichting), drs. [psychiater] (psychiater), drs.[psycholoog 1] (klinisch psycholoog, hoofd behandeling en bedrijfsvoering) en [psycholoog 2](klinisch psycholoog, manager behandeling en bedrijfsvoering);

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen betreffende het jaar 2013;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van “verkrachting, meermalen gepleegd”, “opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven of beroofd houden, meermalen gepleegd” en “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd”, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

“(…) Diagnostisch is er bij de [terbeschikkinggestelde], naast middelenproblematiek, sprake van een

narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken. (…) Het plan

van de kliniek behelst een versneld resocialisatietraject met als eerste stap het aanvragen

van een begeleid, onbegeleid en vervolgens transmuraal verlofkader, gericht op de

plaatsing op [afdeling]. Pas op termijn, bij goed verloop van het transmurale traject, zou

daarbij een voorwaardelijke beëindiging overwogen worden. Binnen een dergelijk intensief

kader zou hij ondersteund worden bij het abstinent blijven van verslavende middelen, het

vasthouden van gestructureerde dagbesteding, het uitbreiden van zijn netwerk en het op

veilige wijze vormgeven van een eventuele relatie. Het delict risico van de [terbeschikkinggestelde] is

naar alle waarschijnlijkheid beperkt tot de relationele context. Bij het plotseling wegvallen

van de tbs-maatregel met dwangverpleging wordt dit risico nog hoog geacht. (…) Wij

adviseren de maatregel van terbeschikkingstelling van de [terbeschikkinggestelde] met één jaar te

verlengen. Hoewel het aannemelijk is dat het doorlopen van het volledige traject langer dan

een jaar zal duren, valt in deze fase een langere periode nog moeilijk te overzien en is het

voor het behoud van de zeer beperkte motivatie van de [terbeschikkinggestelde] van belang dat er

voor hem voldoende perspectief is (…)”.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik heb zes maanden geleden in een gesprek met de kliniek gevraagd of de terbeschikkingstelling niet voorwaardelijk kan worden beëindigd. Een maand geleden ontvang ik dan dit rapport. Ik wil snel naar buiten, maar niet op de manier zoals de kliniek voorstelt. Wij zijn nu 12 jaar verder. Ik moet naar buiten, maar dan wel op mijn manier. Ik wil graag naar huis. Ik heb een woonadres. De reclassering is daar welkom. Ik wil akkoord gaan met de voorwaarden. Ik wilde destijds niet akkoord gaan met de voorwaarden, maar dat wil ik nu wel. Ik heb maandenlang een seksuele relatie met een staflid van de kliniek gehad. Het staflid is door de kliniek op non actief gesteld. Er werden verhalen verteld. De kliniek hecht geloof aan mijn kant van het verhaal. Ik vond het een hele vervelende situatie met het staflid. Ik heb echt intense gevoelens voor haar gehad. De kliniek is pas achter de relatie gekomen toen ik daarmee naar buiten kwam. Ik begrijp niet hoe men er bij komt dat ik controlerend en jaloers ben. Ik vind het vervelend dat de kliniek mijn relatie met het staflid aangrijpt om tot dit advies te komen. Ik vind het ook vervelend dat er steeds weer op het pro Justitia rapport wordt teruggevallen. Mijn zus heeft mij niet in de steek gelaten. Ik begrijp het allemaal niet meer. Ik besef dat ik met voorwaarden naar buiten moet. Ik zou het fijn vinden als de rechtbank nu ingrijpt. Volgens mij kan ik het allemaal prima zelf, dus het liefst zonder voorwaarden. Ik vind voorwaarden, zoals openheid over een relatie, urinecontroles, met de reclassering of psycholoog praten, prima. Ik ga het liefst niet naar [afdeling], maar als dat moet dan moet dat. Ik wil streven naar een voorwaardelijke beëindiging van mijn terbeschikkingstelling. Het klopt dat ik in mijn jeugd wat tekort ben geschoten, maar ik ben ook ouder geworden. Ik heb wel echt geen zin om te moeten gaan koken voor anderen of om daarvoor boodschappen te moeten doen. Daartegen verzet ik mij. Ik zie daar het nut niet van in. Ik laat mij niet dwingen tot iets wat ik niet wil. Andere voorwaarden maken mij niet uit. Ik heb er geen moeite mee als iemand zich met een eventuele relatie gaat bemoeien. Er moet iets gebeuren. Ik zit steeds weer in de rechtbank. Ik reik mijn handen uit om mee te werken aan voorwaarden.

De deskundige [deskundige 1], optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij het advies van de inrichting. Het incident met het staflid heeft gevolg voor het verloop van het traject. Wij willen een versneld traject naar plaatsing bij [afdeling]. Een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling is te snel, want de [terbeschikkinggestelde] is al lang uit de maatschappij. Het klopt dat de kliniek het verhaal gelooft van de [terbeschikkinggestelde] voor wat betreft de relatie met het staflid. Wij hebben de mailwisseling tussen hen gezien. Het was een wederzijdse relatie. Er is niet gebleken van dwang. Het staflid is geschorst. Zij heeft inmiddels de kliniek verlaten. Wij willen ons traject vasthouden, maar wij willen het traject wel versnellen. Wij gaan twee aanvragen tegelijk doen, namelijk zowel voor begeleid als onbegeleid verlof. De vraag is of het Ministerie van Justitie daarmee akkoord gaat. De [terbeschikkinggestelde] kan het ingezette traject niet verdragen. Hij wil een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. De [terbeschikkinggestelde] heeft niet meegewerkt aan enige behandeling. De [terbeschikkinggestelde] kan moeilijk loslaten. Hij is alert op wat zijn partner doet. Hij is gevoelig voor trouw. Hij is wantrouwend, onzeker, angstig en dat met name tegenover vrouwen. Hij is bang om in de steek te worden gelaten, met alle gevolgen van dien. Als de [terbeschikkinggestelde] optimaal mee zou werken, dan zou het niet zoveel uitmaken als de terbeschikkingstelling voorwaardelijk wordt beëindigd. De patstelling is een groot probleem. Het ging wat beter met hem. Wij vinden eigenlijk dat de [terbeschikkinggestelde] moet kunnen laten zien wat hij kan in de maatschappij. Hij wil nu wel in therapie. Ons traject houdt in dat de [terbeschikkinggestelde] eerst met begeleid en dan met onbegeleid verlof gaat en vervolgens naar een plaatsing bij [afdeling]. Het voordeel daarvan is dat wij makkelijker kunnen ingrijpen. Het probleem bij de [terbeschikkinggestelde] zit met name in het aangaan van een nieuwe relatie en het daarmee samenwonen. Zijn persoonlijkheidsproblematiek speelt ook een rol. Hij wil controle houden over zijn partner. Zijn laatste relatie met het staflid is goed verlopen. Dat is positief en een grote vooruitgang, maar die relatie was wel binnen onze structuur. De [terbeschikkinggestelde] is heel verdrietig geweest over het einde van de relatie, maar ook dat is nog binnen in de kliniek gebeurd. Loslaten is moeilijk voor hem. Hij heeft het staflid nog een keer stiekem proberen te bellen.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Gezien het rapport van de kliniek is er nog steeds een hoog recidive risico. Dit hangt samen met het aangaan van een relatie en zijn persoonlijkheidsproblematiek. Een relatie binnen de muren van de kliniek is toch anders dan een relatie buiten de muren. De relatie met het staflid geeft maar een beperkt zicht op hoe het buiten de kliniek zal gaan. Ik ben van mening dat aan de formele criteria voor een verlenging van de terbeschikkingstelling is voldaan. Voor de [terbeschikkinggestelde] maakt het veel uit of de terbeschikkingstelling voorwaardelijk wordt beëindigd of dat het traject van de kliniek wordt gevolgd. De [terbeschikkinggestelde] geeft aan dat hij specifieke zaken niet wil. De weg van de kliniek naar transmuraal verlof gaat geleidelijker en geeft wat meer garanties. Deze weg verdient mijn voorkeur. Ik persisteer bij mijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

De raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde heeft schriftelijk gepleit. Een afschrift van deze pleitnota wordt aan deze beschikking gehecht en dient als hier ingelast te worden beschouwd.

De rechtbank verenigt zich wat betreft de noodzaak tot het verlengen van de TBS met één jaar met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige. De rechtbank is wel van oordeel dat uit het oogpunt van proportionaliteit en teneinde de terbeschikkinggestelde perspectief te bieden om op termijn tot een beëindiging van de terbeschikkingstelling te kunnen komen thans dient te worden onderzocht of de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zou kunnen worden beëindigd. De rechtbank overweegt dat blijkens het rapport het hoge recidive risico met name een rol speelt bij het aangaan van een nieuwe relatie door terbeschikkinggestelde, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank goed kan worden gemonitord.

Gezien het vorenstaande dient de Reclassering Nederland een nader maatregelrapport op te stellen, waarin de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege worden onderzocht, waarbij in elk geval gekeken dient te worden naar voorwaarden met betrekking tot controle op drugsgebruik en het aangaan en onderhouden van partnerrelaties. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, zal de rechtbank op grond van artikel 509t lid 5 van het Wetboek van Strafvordering de beslissing op een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor onbepaalde tijd, maar maximaal drie maanden, aanhouden in afwachting van het rapport van Reclassering Nederland. Daarnaast is de rechtbank gelet op artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, zodat de terbeschikkingstelling zal worden verlengd met één jaar.

DE BESLISSING

De rechtbank:

- verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar;

- houdt de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege aan en schorst daartoe het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, tot ten hoogste drie maanden, teneinde de reclassering een rapport te laten opmaken omtrent de vraag of, en zo ja, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder, de verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde kan worden beëindigd;

(zaak aan te brengen bij een meervoudige kamer waarvan mr Waals of mr Viering deel uitmaakt)

- beveelt de oproeping van de terbeschikkinggestelde, de deskundige[deskundige 2]en de rapporteur van de reclassering tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting, met kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde, mr [advocaat], advocaat te Rotterdam;

- stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. M.A. Waals en mr. E. Sikkema, leden,

in tegenwoordigheid van mr. B.J. van Vugt-Jansen, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 mei 2014.

mr. E. Sikkema is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.