Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:2239

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
28-04-2014
Datum publicatie
28-04-2014
Zaaknummer
01/845323-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaren.

Indexdelict: poging tot moord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845323-07

Uitspraakdatum: 28 april 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

verblijvende in [kliniek],

hierna ‘betrokkene’.

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 21 maart 2008 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 19 april 2012, met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 3 maart 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 april 2014.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige, de betrokkene en haar raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van [kliniek] opgemaakt door drs. P.J.C. Bakx, 1e geneeskundige en drs. K.M. ten Brinck, directeur behandeling/plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 3 februari 2014;

  • -

    een rapport van drs. W.G.E. Kuyck, psychiater d.d. 11 januari 2014;

  • -

    een rapport van A.J. de Groot, klinisch psycholoog d.d. 14 januari 2014;

  • -

    de omtrent betrokkene gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van betrokkene.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van ‘poging tot moord’, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van [kliniek] is onder meer het navolgende gesteld:

‘Het delictgevaar blijft bij onmiddellijke beëindiging van de TBS groot.

In de afgelopen jaren zijn er enkele doelen behaald: het blijven innemen van

medicatie, deelnemen aan diagnostisch onderzoek, veilig verblijven op de ICU,

het starten met arbeid, psychomotorische therapie en muziektherapie. Het lukt

patiënte echter nog niet om arbeid en therapieën te blijven volgen. Binnen de

kliniek hebben plannen in de toekomst matige kans van slagen wegens

instabiliteit in stemming en gedrag. Buiten de kliniek heeft patiënte een geringe

kans van slagen omdat dan alle structuur en begeleiding bij het uitvoeren van

plannen wegvalt. (…)Hoewel er het afgelopen jaar minder separaties en incidenten zijn

geweest dan in vorige jaren is patiënte nog steeds niet psychosevrij. (…)

Buiten de kliniek zal er door gebrek aan begeleiding en structuur een geringe

kans zijn dat zij meewerkt aan behandeling. Ze is erg wisselend in haar

uitspraken over haar problematiek en de noodzaak van behandeling. Aangezien

zij in vorige jaren ook medicatieontrouw is geweest, zal dit in de toekomst in de

gaten gehouden moeten worden. (…)

Patiënte zal naar verwachting veel stress ervaren in de toekomst, zowel binnen

als buiten de kliniek. Wanneer de stemmen de overhand op haar krijgen kan zij

erg angstig worden en in paniek raken. Ook door de beschreven behandeldruk in

de vorm van een stappenplan kan patiënte erg onrustig raken. Buiten zal zij door

blootstelling aan destabiliserende factoren snel overvraagd worden.

Conclusie en advies:

Patiënte is na diverse incidenten in de [kliniek] geplaatst. Na een incident op een reguliere behandelafdeling is zij naar de intensive care unit (ICU) geplaatst. Hier heeft zij de behandeling goed opgepakt. Ondanks haar goede instelling en (medicamenteuze) behandeling heeft zij nog veel last van psychotische symptomen. Hierdoor wordt zij ernstig beperkt in haar functioneren en is haar draagkracht gering. Er is sprake van chronische psychiatrische problematiek waardoor patiënte altijd beperkt zal blijven en afhankelijk blijft van behandeling. Zonder deze begeleiding blijft het risico op

delictgevaar groot. Om patiënte niet te overvragen, zal stapsgewijs toegewerkt moeten worden naar uitbreiding van vrijheden en afname van externe structuur/beveiliging. De eerste stap hierin is gemaakt door patiënte over te plaatsen naar een reguliere

behandelafdeling. Na drie maanden zal hier een Multi Disciplinair Overleg

plaatsvinden. Als zij goed functioneert, zal een overplaatsing naar [kliniek]

[kliniek] worden aangevraagd. Dit heeft er mee te maken dat we verwachten dat bij

stapsgewijze opbouw van vrijheden en bij goed verloop overdracht naar de

reguliere psychiatrie met begeleiding vanuit de TBS-kliniek nog zeker 2 jaar nodig

heeft. [kliniek] moet zijn TBS-capaciteit afbouwen voor 2016. Dit zou kunnen

inhouden dat we patiënte niet adequaat kunnen begeleiden bij de overgang naar

de reguliere psychiatrie of haar verblijf aldaar. Het is dus wenselijk dat zij haar

behandeltraject voortzet in een andere kliniek. Daarnaast wil patiënte zelf graag

dichter bij haar familie wonen.

(…) Geadviseerd wordt de TBS met dwangverpleging met twee jaar te verlengen.’

In voornoemd advies van de psychiater W.G.E. Kuyck is onder meer het navolgende gesteld:

‘Betrokkene heeft schizofrenie van het paranoïde type en een persoonlijkheidsstoornis met theatrale, borderline en antisociale trekken. In 2008 werd betrokkene opgenomen in de [kliniek]. Door ernstige agressieve en op het indexdelict lijkende incidenten in 2010 en 2011 heeft herselectie plaatsgevonden en is betrokkene begin 2012 in [kliniek] opgenomen. Daar gaat het ook al snel mis, omdat ook daar een ernstig fysiek agressief incident plaatsvindt. (…) Ze wordt overgeplaatst naar de ICU-B, wat een kleinere en meer gestructureerde afdeling is. Betrokkene blijft, ondanks adequate medicatie, paranoïde psychotisch, heeft erg weinig draagkracht, ervaart regelmatig teveel prikkels (met toename van haar angsten) waardoor ze verzoekt in de isolatie te mogen verblijven. De plaatsgevonden forse fysieke incidenten in de vorige maar ook huidige TBS kliniek moeten beoordeeld worden tegen het licht van haar chronisch psychotisch toestandsbeeld (paranoïde met angsten) maar ook haar antisociale persoonlijkheidstrekken. (…)

Het risico op gewelddadig gedrag is groot. Bij het wegvallen van het TBS kader is het recidiverisico nog groter dan het nu nog is in de setting van de TBS.

Betrokkene heeft een hoog/intensief behandelniveau nodig naast een hoog beveiligingsniveau. Geadviseerd wordt de maatregel van terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.’

In voornoemd advies van de psycholoog A.J. de Groot is onder meer het navolgende gesteld:

‘Betrokkene is een op zwakbegaafd niveau functionerende vrouw van Somalische origine bij wie sprake is van een ernstige persoonlijkheidsstoornis met borderline, antisociale en theatrale kenmerken en paranoïde schizofrenie. (…).

Ondanks psychofarmacologische beïnvloeding houdt ze fors last van haar psychose (…).

De kans op geweldsdelicten is zowel op basis van gestructureerd klinische risicotaxatie, alsook op basis van klinische weging uitgesproken hoog.

(…) Als betrokkene aan zichzelf overgeleverd, zonder steun in de vrije maatschappij verblijft, dan is sprake van een hoge kans op herhaling. Ernstig geweld en dan in het bijzonder insteken op een persoon met een puntig voorwerp kan plaatsvinden op basis van psychose (bevelshallucinaties), maar ook instrumenteel (alloplastisch) vanuit haar persoonlijkheid om zaken af te dwingen. Hierbij kunnen relatief kleine aanleidingen c.q. frustraties als tot hevig geweld leiden; er hoeft geen sprake te zijn van een symmetrische conflictopbouw om tot geweld te komen.

Gelet op deze bevindingen (ernstige psychopathologie, groot geweldsrisico en beperkte beïnvloedingsmogelijkheden) kan niet anders geadviseerd worden dan de maatregel tbs met bevel tot verpleging te verlengen met de duur van twee jaar.’

De betrokkene heeft onder meer verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Het werken gaat beter en ik neem ook meer op tijd rust.

Ik ben twee jaar niet agressief geweest. Ik voel dat het nu beter met mij gaat. Ik neem de medicatie goed in. Ik vind het oneerlijk dat ik acht jaar lang niet met verlof ben geweest.

Ik mis mijn familie en ik wil graag met hen omgaan. Ik vind het heel belangrijk dat mijn familie op bezoek komt.

Ik vind dat er zo gemakkelijk wordt verlengd. Ik weet wel dat ik begeleiding nodig heb, maar ik wil graag een einddatum hebben. Ik toon nu al twee jaar goed gedrag in [kliniek].

Ik vraag mij af of men mij levenslang vast wil houden.

Het plan dat er nu ligt, vind ik wel goed. Ik kan het niet aan meteen zonder begeleiding op straat te komen staan. Ik wil graag naar [kliniek] worden overgeplaatst omdat ik dan dichter bij mijn familie ben.

De deskundige M. Philippi, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene zit nu op een behandelafdeling. We verwachten dat ze over een paar weken naar [kliniek] kan. Het is twee jaar geleden dat betrokkene geweld heeft gebruikt. Bij het laatste incident heeft ze gepoogd iemand met een mes aan te vallen.

Er is sprake van ernstige schizofrenie, waarbij betrokkene altijd last zal blijven houden van stemmen. Ze heeft geleerd daar op een goede manier mee om te gaan, waarbij ze de agressie niet meer inzet. Dat wil niet zeggen dat de stoornis is weggenomen. Als de druk toeneemt, zullen de stemmen ook toenemen.

We denken stappen te kunnen maken door iets meer vrijheden te geven. We willen dan ook kijken naar begeleide verloven. De aangifte met betrekking tot het incident van twee jaar geleden loopt nog. Zolang deze aangifte loopt, kan er geen verlof worden aangevraagd.

De ECT-therapie gaat niet door. De optie van TMS is ons bekend. Wellicht dat we dat nog in zouden kunnen zetten. We proberen de draagkracht en de draaglast van betrokkene in evenwicht te brengen. Het onder controle houden daarvan vraagt een goede begeleiding. We denken dat we in ieder geval nog twee jaar nodig hebben. Wellicht is het mogelijk binnen die twee jaren naar de transmurale voorziening te gaan. Het valt nu echter nog niet te zeggen hoe het gaat verlopen.

De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik vorder verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. De afgelopen twee jaren is gebleken dat het beter gaat met betrokkene. Er hebben daarvoor wel incidenten plaatsgevonden. Ook het indexdelict spreekt voor zich.

Betrokkene wordt geleid door bepaalde stemmen. Het is goed te horen dat ze er over kan praten als ze boos is. De stemmen zijn echter niet weg.

Uit de rapporten valt te lezen dat er meer dan een jaar nodig is voor de behandeling.

Ik ga bij de behandelend officier van justitie in de zaak waar de aangifte loopt, proberen de afdoening van de nieuwe zaak te bespoedigen.

De raadsman van de betrokkene heeft onder meer aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene ervaart de terbeschikkingstelling als lang en ondraaglijk.

De externe rapporten zijn gebaseerd op één gesprek. Er wordt veel uit eerdere rapporten gehaald. Betrokkene is erg veranderd sinds 2007 en zet zich voor 100% in.

Er is op dit moment veel meer perspectief. De vraag is of een verlenging met twee jaar proportioneel is. Ik bepleit verlenging met één jaar. Het is goed als de rechtbank een vinger aan de pols houdt. De vorderingen en inzet van betrokkene zouden dan door de rechtbank worden beloond. Op deze wijze heeft betrokkene perspectief.

De rechtbank kan zich verenigen met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige. De rechtbank verenigt zich tevens met de adviezen van de externe deskundigen W.G.E. Kuyck en A.J. de Groot.

Zonder het kader van de terbeschikkingstelling wordt het recidivegevaar door alle deskundigen als hoog ingeschat. Gelet op het vorenstaande, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank ziet in hetgeen betrokkene en haar raadsman ter terechtzitting hebben aangevoerd onvoldoende reden de verlenging van de terbeschikkingstelling te beperken tot één jaar. Zowel de rapporteurs van de kliniek als de externe deskundigen achten een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren geïndiceerd.

De rechtbank constateert een progressie waarbij betrokkene haar behandeling goed heeft opgepakt. De rechtbank ziet ook dat er stapsgewijs wordt toegewerkt naar uitbreiding van vrijheden en afname van externe structuur/beveiliging. De eerste stap daarin is gezet door betrokkene over te plaatsen naar een reguliere behandelafdeling. Verdere stappen dienen geleidelijk te gaan en daarvoor is tijd nodig. De externe deskundigen hebben geen twijfel over deze wijze van aanpak van de behandeling van betrokkene door de kliniek. Uit de behandeling ter zitting is gebleken dat voor de stapsgewijze uitbreiding van vrijheden, gezien de aard van de problematiek, zeker een termijn van twee jaren nodig is. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling dan ook verlengen met twee jaren.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M. Lammers, voorzitter,

mr. H.A. van Gameren en mr. W.J.M. Fleskens, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 april 2014.