Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:1772

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
14-04-2014
Datum publicatie
14-04-2014
Zaaknummer
01/845765-13
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2015:3436, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid in eendaadse samenloop begaan (september 2013) en verkrachting (februari 2013).

Verdachte is bij het ene slachtoffer in bed gaan liggen terwijl zij sliep en heeft zich tegenover het andere slachtoffer voorgedaan als taxichauffeur. Beide dames zijn door verdachte verkracht.

Opgelegd is een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren (eis was 6 jaren). Ook moet schade worden betaald aan een van de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/845765-13 en 01/860142-13 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 14 april 2014

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

wonende te [woonplaats], [adres 1],

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 december 2013, 23 januari 2014 en 31 maart 2014.

Op de zitting van 31 maart 2014 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 6 december 2013 en 2 januari 2014.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 september 2013 te Eindhoven meermalen, althans eenmaal, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het (telkens) seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte met meerdere, althans een, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] gegaan en/of gebleven (vingeren) en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte door het raam van de woning van die [slachtoffer 1] binnen is geklommen en/of (vervolgens) bij die [slachtoffer 1] (welke lag te slapen) in bed is gaan liggen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] onverhoeds is gaan knuffelen en/of haar borsten en billen is gaan kneden en/of strelen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] is gaan kussen en/of (vervolgens) (ruw) is gaan vingeren en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt, terug op bed heeft gesmeten, althans geduwd, en haar daarbij heeft gezegd "Sstt, stt" en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, in haar gezicht heeft geslagen en/of (vervolgens) haar onderbroek af heeft gerukt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] (weer) ruw is gaan vingeren en/of (vervolgens) is gaan tongzoenen en/of (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op of omstreeks 06 september 2013 te Eindhoven, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit knuffelen en/of (tong)zoenen en/of het kneden en/of strelen van haar borsten en billen en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het inklimmen van een raam van de woning van die [slachtoffer 1] en/of het (vervolgens) bij die [slachtoffer 1] (welke lag te slapen) in bed gaan liggen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] onverhoeds gaan knuffelen en/of haar borsten en billen gaan kneden en/of strelen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] gaan kussen en/of het (vervolgens) vastpakken van die [slachtoffer 1], terug op bed smijten, althans duwen, en haar daarbij zeggen "Sstt, stt" en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, in het gezicht slaan van die [slachtoffer 1] en/of het (vervolgens) afrukken van haar onderbroek en/of het (vervolgens) tongzoenen van die [slachtoffer 1] en/of het (aldus) voor die [slachtoffer 1] doen ontstaan van een bedreigende situatie;

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/860142-13 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 03 februari 2013 te Eindhoven door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte meermalen, althans eenmaal zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] gebracht/geduwd en/of zijn vinger(s) en/of zijn penis in/tegen de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht/geduwd en/of met zijn hand(en) over/tegen de borsten en/of schaamstreek en/of billen van die [slachtoffer 2] gewreven en/of met zijn penis het gezicht en/of lichaam van die [slachtoffer 2] aangeraakt en/of aan de tepel van die [slachtoffer 2] gelikt en/of die [slachtoffer 2] gezoend en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- zich 's nachts jegens die [slachtoffer 2] heeft voorgedaan als taxichauffeur, althans heeft voorgesteld die [slachtoffer 2] naar haar plaats van bestemming/woning te zullen brengen en/of

- die [slachtoffer 2] vervolgens met een personenauto heeft vervoerd naar een afgelegen en (op dat moment) verlaten bospad/bosweg en/of

- vervolgens de deuren van die personenauto op slot heeft gedaan en/of

- in die personenauto op/over die [slachtoffer 2] is gekropen en/of

- de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 2] naar beneden heeft getrokken en/of

- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal in haar gezicht en/of tegen haar hoofd heeft geslagen/getikt en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij haar pas naar huis zou brengen als ze hem had gepijpt en hij was klaargekomen en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De beoordeling van het bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat er ten aanzien van de feiten die ten laste gelegd zijn onder parketnummer 01/845765-13 geen bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van deze feiten te komen. Dat verdachte in de woning van [slachtoffer 1] is geweest, betekent niet dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en bewijs dat er sprake is geweest van tongzoenen of vingeren, ontbreekt. Er is immers geen DNA van verdachte in de schaamstreek of op het rechterbovenbeen van [slachtoffer 1] aangetroffen en verdachte ontkent deze handelingen te hebben verricht. Alleen [slachtoffer 1] heeft verklaard dat deze handelingen hebben plaatsgevonden. Voorts stelt de verdediging zich op het standpunt dat er geen sprake is geweest van dwang, zodat vrijspraak voor zowel de ten laste gelegde verkrachting als de ten laste gelegde aanranding dient te volgen. De raadsman heeft ook geconcludeerd tot vrijspraak van de onder parketnummer 01/860142-13 ten laste gelegde verkrachting.

Het oordeel van de rechtbank.1

Ten aanzien van 01/845765-13: feit 1 en 2

De rechtbank zal de bewijsmiddelen opsommen die zij van belang acht voor de beantwoording van de vraag of verdachte bewijsbaar betrokken is bij de verkrachting en de aanranding van [slachtoffer 1].

De bewijsmiddelen.

Op 6 september 2013 om 05:14 uur kregen verbalisanten [verbalisant 4] en[verbalisant 5] het verzoek van de Regionale Meldkamer Politie om te gaan naar de [adres 2] te Eindhoven. Bij de meldkamer was een melding binnengekomen2 en die telefonische melding ging als volgt:

meldkamer: Meldkamer politie

meldster: ik ben net verkracht (huilen)

meldkamer: waar ben jij?

meldster: ik ben in mijn woning [adres 2]

meldkamer: in Eindhoven?

meldster: ja

meldkamer: nummer?

meldster: [huisnummer]

meldkamer: ben je alleen?

meldster: ja mijn buurman is net gekomen, er was iemand ineens in mijn bed en die heeft me zitten aanraken en die hield me tegen.

meldkamer: hoe oud ben jij?

meldster: 24

meldkamer: 24 jaar ... Er was een man die bij jouw in bed lag?

meldster: er was een man in mij! in bed echt ik ik ..

meldkamer: waar is die man nu?

meldster: Die is nu weg! Ik heb mezelf opgesloten in de badkamer meteen de politie gebeld en ineens was die weg en het klinkt echt heel raar, ik snap het echt niet

meldkamer: doe even rustig adem halen. Ik ben een melding aan het maken. Die gaat nu naar collega's op de meldkamer om jou te kunnen helpen heb ik wel wat vragen ja?

meldster: ja

meldkamer: blijf even aan de lijn, je bent niet meer alleen je zei dat de buurman bij jou is he?

meldster: ja mijn buurman is echt net ... net .. net bij mij aangekomen.

meldkamer: oke .. Jij werd wakker en die vent lag bij jou in bed en die raakte jou aan?

meldster: ja

meldkamer: en die ken je niet, die man?

meldster: nee ... Het was echt ...

meldkamer: heeft die meneer .. man verder nog iets gedaan of heeft hij je alleen betast of heeft hij verder nog iets gedaan?

meldster: nee hij heeft mij echt tegen het bed gedwongen en zo en hij zat met zijn hand in mij ... ! (huilen)

meldkamer: oke, ik zet dit allemaal even in de melding .. Wat is jouw naam?

meldster: [slachtoffer 1] (spellen)

meldkamer: en die man was in een keer weg?

meldster: ja, ja echt ik heb het

meldkamer: je had je opgesloten in de badkamer?

meldster: ja ik heb tegen hem staan vechten en toen heb ik me opgesloten in de badkamer (…)3

Op vrijdag 6 september 2013 vond er een zeden informatief gesprek plaats met [slachtoffer 1]. Ze vertelde dat ze op vrijdag 6 september 2013, tussen 04.00 uur en 05.00 uur, in haar woning aan de [adres 2] in bed lag te slapen toen ze merkte dat er een manspersoon naast haar lag. Ze vertelde dat ze eerst dacht dat dit haar vriend was, maar dat ze al snel door had dat het een voor haar onbekende manspersoon betrof. Ze vertelde dat deze manspersoon haar ruw vingerde. Zij deed het licht aan en zei: “Jij bent [naam 1] (haar vriend) niet” en “Wie ben jij?”. Ze heeft zich verzet en ze heeft geschreeuwd tegen deze manspersoon. Hij sloeg haar een paar keer in haar gezicht. Hij rukte haar onderbroek af en vingerde haar weer ruw. Ze beet in zijn lippen. Ze heeft met haar hand in zijn ballen geknepen. Hij liet wat los, waarop ze naar de badkamer rende, twee deuren van de badkamer op slot deed en de politie belde. Toen bleek de man/dader weg te zijn.4

Op maandag 16 september 2013 werd vervolgens door [slachtoffer 1] aangifte gedaan ter zake van verkrachting. Zij verklaarde het volgende over de verkrachting, die plaatsvond op de locatie [adres 2] te Eindhoven, tussen vrijdag 6 september 2013 te 04:00 uur en vrijdag 6 september 2013 te 05:30 uur:
Ik kom aangifte doen van het binnendringen van mijn huis, dat iemand bij mij in bed is gekropen zonder daarvoor uitgenodigd te zijn, mij heeft geslagen en ik doe aangifte van aanranding.5

Ik moest donderdag 5 september 2013 om 18.00 uur gaan werken. Ik heb gewerkt tot 00.30 uur. Ik was om 03.05 uur thuis. Ik ben naar bed gegaan en in slaap gevallen.

Ik werd wakker omdat iemand lepeltje lepeltje achter mijn rug lag. Ik voelde aan de rechterbovenkant een arm om mij heen en hij streelde over mijn buik. Deze arm was nogal losjes om mij heen. Ik dacht nog dat het mijn vriend was. Ik draaide mij om en pakte zijn gezicht vast en gaf hem een kus op zijn mond. Geen tongzoen, maar hij reageerde daar wel op. Hij pakte mij steviger vast bij mijn borsten en billen. Een beetje kneden en strelen. Ik had zijn gezicht in mijn handen en voelde dat er iets niet klopte. Toen ben ik op mijn zij gedraaid en merkte ik dat hij mij probeerde te graaien. Ik ben opgestaan en naar de lichtschakelaar toegelopen. Ik heb het licht aangedaan en toen raakte ik in paniek. Hij had geen broek aan, wel een onderbroek en t-shirt. Ik schreeuwde: "Wie ben jij, jij bent [naam 1] niet. Wat doe je hier." Hij is opgestaan en pakte mij en duwde mij terug op bed en deed: “Stt sst”. Ik schreeuwde dat ik de politie ging bellen. Hij zei: "Nee niet de politie”. Hij is bovenop mij gegaan en heeft mij gezoend en ik heb hem op zijn lip gebeten. Hij rustte meer op zijn knieën, beide benen naast mijn lijf gehurkt over mij heen. Met een hand sloeg hij mij, omdat ik de politie wilde bellen. Ik zei dat hij weg moest gaan. Ik schreeuwde de naam van mijn bovenbuurman [naam 2] en toen sloeg hij mij op mijn gezicht aan de linkerkant met vlakke hand. Hij sloeg hard en het deed wel pijn. Hij sloeg mij vier of vijf keer. Tegelijkertijd was hij met zijn handen onder aan het graaien. Hij heeft mijn onderbroek weggerukt. Dat kan ik me niet herinneren, maar ik zag later dat die op het bed lag en dat ik een kras op mijn rechterbovenbeen had. Hij ging toen met twee vingers in mijn vagina. Ik voelde dat het er twee waren, omdat die breder waren dan een. Hij duwde ruw tot hij niet meer verder kon. Hij duwde meerdere malen. Ik weet niet of hij helemaal uit mij is geweest. Hij maakte die beweging 10 à 15 keer. Volgens mij ben ik vanaf toen echt gaan schreeuwen. Ik heb hem geknepen. Ik denk in zijn ballen. Ik heb hem ook gebeten in zijn lippen. Volgens mij was dat voordat hij mij sloeg toen hij mij aan het zoenen was. Omdat hij merkte dat ik het niet oké vond, is hij ruwer gaan werken en heeft hij mij geslagen. Ik beet in zijn onderlip. Tijdens het zoenen ging hij met zijn tong in mijn mond en ik vond het heel opdringerig. Hij duwde hard met zijn lippen tegen mijn mond, ik voelde dat zijn lippen stijver waren en zijn tong hard was. Ik heb zijn tong in mijn mond gevoeld, maar ik weet niet wat hij met zijn tong in mijn mond deed. Ik heb vrij snel gebeten en daarna ben ik gaan schreeuwen en kon hij mij niet meer zoenen. Ineens kon ik opstaan en ben ik naar de badkamer gegaan met mijn telefoon. Toen heb ik meteen 112 gebeld. Toen ik de politie nog aan de lijn had, ben ik naar de slaapkamer gegaan en ik zag dat er niemand meer was. Ik zag daarna dat mijn buurman, [naam 2], aan de voorzijde van mijn woning voor mijn raam stond. Ik heb ook nog gekeken of de voordeur openstond en daarna heb ik mijn buurman binnen gelaten. Daarna is [naam 2] met mij op de bank gaan zitten en hebben we samen gewacht tot de politie kwam. Al die tijd was ik wel hysterisch en aan het huilen.6

Op vrijdag 6 september 2013 te 06.20 uur hebben verbalisanten, werkzaam als forensisch onderzoekers bij de Divisie Recherche afdeling Forensisch Technische Ondersteuning bij de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, op verzoek van het hoofd van de Gezamenlijke Recherche afdeling Eindhoven een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een verkrachting, gepleegd op vrijdag 6 september 2013 tussen 04.00 uur en 05.30 uur in een woning op het adres [adres 2] te Eindhoven.

Op het moment dat verbalisant [verbalisant 1] als eerste ter plaatse was, hoorde hij dat het slachtoffer aan hem mededeelde dat zij door de dader op haar mond was gekust en dat ze een worsteling had gehad met de dader. Op vrijdag 6 september 2013 omstreeks 06.30 uur heeft verbalisant [verbalisant 1] met behulp van twee wattenstaafjes de mond van het slachtoffer bemonsterd met de methode dubbel-SWAB, op de aanwezigheid van biologische sporen (DNA). Betreffende bemonsteringen werden gezamenlijk voorzien van het SIN-AAGG4454NL.

Verbalisanten zagen dat op het bed in eerder genoemde slaapkamer een kapotgetrokken roze string lag, die vermoedelijk door de dader van het slachtoffer was getrokken.

Gezien vanaf de achterdeur van genoemde woning zagen zij dat tussen de grijze kliko en de poort, links naast het verharde pad, ontlasting lag, zeer waarschijnlijk afkomstig van een mens. Zij zagen dat deze ontlasting vers was, gezien het gegeven dat deze vochtig was en niet was ingedroogd. Deze ontlasting werd door verbalisant [verbalisant 1], op vrijdag 6 september 2013, omstreeks 06.15 uur, in een glazen pot veiliggesteld.7

Op maandag 9 september 2013 werd van het slachtoffer [slachtoffer 1] wangslijmvlies als referentiemateriaal afgenomen. De onderzoekset wangslijmvlies werd voorzien van SIN-RAAW4532NL.8 Dit werd op voorgeschreven wijze verpakt en voorzien van de identiteitszegel RAAW4532NL.9

Op 16 september 2013 is wangslijmvlies afgenomen van verdachte. Het celmateriaal is op de voorgeschreven wijze verpakt en voorzien van identiteitszegel RABC3148NL.10

De ontlasting AABN7396NL is onderworpen aan een DNA-onderzoek. Van de ontlasting AABN7396NL zijn DNA-profielen verkregen van een man. Deze DNA-profielen matchen met het DNA-profiel van de verdachte[verdachte] RABC3148NL. De berekende frequentie van het DNA-profiel van de ontlasting is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man met dit DNA-profiel matcht, is kleiner dan één op één miljard.11

De bemonsteringen AAGG4454NL#01 en #02 zijn onderzocht op de aanwezigheid van speeksel. Hierbij is voor beide bemonsteringen een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van speeksel. Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek: AAGG4454NL#01 en #02 bemonsteringen van de mond van het slachtoffer en RAAW4532NL een referentiemonster wangslijmvlies van het slachtoffer
[slachtoffer 1]. Het DNA-profiel van de verdachte[verdachte] RABC3148NL (geboren op [1980]) is betrokken bij het vergelijkend onderzoek.

AAG4454NL#01 en #02 (mond slachtoffer) bevat een DNA-mengprofiel van twee personen. Een DNA-hoofdprofiel van slachtoffer [slachtoffer 1] en een DNA-nevenprofiel van verdachte[verdachte]. De berekende frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.12

Op 6 september 2013 werd door de forensische onderzoekers onderzoek gedaan naar het letsel wat [slachtoffer 1] zou hebben opgelopen tijdens de verkrachting. Dit onderzoek werd verricht samen met de forensische arts dr. Swaminathan. Het letsel is vervolgens als volgt omschreven: hematoom op linker kaak, oppervlakkige huidbeschadiging (kras) op rechter bovenbeen, oppervlakkige huidbeschadiging (kras) binnenzijde rechter elleboog en oppervlakkige huidbeschadiging (kras) op bovenzijde rechter bovenbeen.13

Uit de bemonstering van het hematoom (nat) op de linker kaak van het slachtoffer (ZAAC2100NL#01) kwam een DNA-mengprofiel van [slachtoffer 1] (RAAW4532NL) en van de verdachte (RABC3148NL). Na berekening bleek dat de kans dat een ander DNA-profiel zou matchen kleiner was dan één op één miljard dan het DNA-profiel van de [verdachte] voornoemd.14

Verdachte heeft ter terechtzitting van 31 maart 2014 verklaard dat hij op 6 september 2013 in de tuin van [slachtoffer 1] zijn behoefte heeft gedaan, vervolgens door een openstaand raam vanuit die tuin de woning van aangeefster binnen is geklommen en daar in een bed is gaan liggen.15

Met betrekking tot de seksuele handelingen staan de verklaringen van aangeefster en de verdachte haaks op elkaar. Aangeefster heeft verklaard dat zij is gedwongen tot seksuele handelingen, terwijl verdachte ter terechtzitting van 31 maart 2014 heeft verklaard dat er geen seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.


Verdachte heeft ter terechtzitting van 31 maart 2014 het volgende verklaard:
Nadat ik in een bed was gaan liggen, werd ik wakker omdat ik gekust werd. Toen volgde geschreeuw. Ik ben toen uit bed gegaan en wilde de woning verlaten. Aangeefster stond in de deuropening en toen ik tegen haar zei dat ik naar huis wilde gaan, zei ze: “Nee, ik bel de politie”. Ik heb haar toen één keer links in haar gezicht geslagen toen ze bij de deur stond, omdat ze mijn weg blokkeerde. Ik wilde haar gewoon beletten de politie te bellen en ik wilde dat ze opzij ging. Er hebben geen seksuele handelingen plaatsgevonden.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat het wettige en overtuigende bewijs voor de ten laste gelegde verkrachting en aanranding ontbreekt. Hiertoe is aangevoerd dat het verhaal van aangeefster niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen en dat verdachte het ten laste gelegde ontkent. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van aangeefster. Al bij het eerste contact met de politie (via de meldkamer) verklaart aangeefster [slachtoffer 1] dat er iemand haar huis is binnengedrongen, bij haar in bed is gaan liggen en haar gevingerd heeft. Zij heeft dit in de verklaringen die zij daarna heeft afgelegd steeds herhaald. De rechtbank is van oordeel dat aangeefster consistent heeft verklaard over wat er op 6 september 2013 is gebeurd. De verklaring van aangeefster over het door verdachte toegepaste geweld wordt overigens ondersteund door het letsel dat bij haar is aangetroffen en door de kapotgetrokken string die op haar bed lag. De rechtbank is voorts op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat aangeefster een reden heeft om in strijd met de waarheid te verklaren.

Verdachte heeft op zijn beurt aanvankelijk steeds ontkend in de woning van aangeefster [slachtoffer 1] te zijn geweest en is pas op de terechtzitting van 31 maart 2014 met voornoemde verklaring gekomen.

Voor wat betreft het antwoord op de vraag of verdachte de door aangeefster gestelde seksuele handelingen heeft verricht, hecht de rechtbank meer waarde aan de verklaringen van aangeefster dan aan die van verdachte. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat het bij aangeefster geconstateerde letsel (onder meer krassen op het rechter bovenbeen) niet past bij de verklaring van verdachte dat hij haar slechts één klap heeft gegeven en dat er op het bed in de slaapkamer van aangeefster daadwerkelijk een kapotgetrokken string is aangetroffen. Er is voor de rechtbank derhalve geen aanleiding om op onderdelen te twijfelen aan de door aangeefster afgelegde verklaringen. Bovendien heeft verdachte zijn verklaring pas afgelegd op het moment dat het voor hem belastend bewijs reeds op tafel lag.

Gelet op het voorgaande en gelet op de uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals bewezen is verklaard.

Ten aanzien van 01/860142-13

De rechtbank zal de bewijsmiddelen opsommen die zij van belang acht voor de beantwoording van de vraag of verdachte bewijsbaar betrokken is bij de verkrachting van [slachtoffer 2].

De bewijsmiddelen.

Op zondag 3 februari 2013 omstreeks 07:30 uur kregen verbalisanten via de centralist van de meldkamer van de eenheid Oost-Brabant het verzoek te gaan naar de [adres 3] te Eindhoven. De bewoonster van dit pand had naar de politie gebeld met de mededeling dat ze die nacht in een taxi was gestapt en daarna was verkracht. Hierop zijn verbalisanten ter plaatse gegaan. Ter plaatse troffen zij de meldster, die desgevraagd opgaf te zijn [slachtoffer 2].

In afwachting van de komst van de collega’s van de afdeling zeden heeft verbalisant [verbalisant 2] bij [slachtoffer 2] gezeten en haar laten vertellen. Hij hoorde dat zij het volgende vertelde.
Ze was op stap geweest in het centrum van Eindhoven en had daar wijntjes gedronken, biertjes gedronken en 1 of 2 joints gerookt. Hierna was ze naar het station gegaan, met de bedoeling met de taxi naar huis te gaan. Op het station zag ze parallel aan het VVV kantoor een zilverkleurige personenauto van het merk BMW staan. Op deze BMW was geen “taxi-bordje” bevestigd. De chauffeur van deze BMW wenkte haar en bood aan haar naar huis te brengen. In plaats van in de richting van de [adres 3], reed de bestuurder van de BMW in de richting van de [plaats 1]. Vervolgens draaide de auto een aantal keer rechtsaf en zag [slachtoffer 2] het crematorium. Het is mij verbalisant bekend dat het crematorium gelegen is aan de [adres 4] te Eindhoven. Na enige tijd rijden stopte de BMW op een lang, donker bospad, alwaar [slachtoffer 2] seksuele handelingen moest verrichten.

Zij vertelde dat zij de bestuurder van de BMW moest pijpen en zijn lul in haar mond moest houden tot hij klaar kwam. [slachtoffer 2] vertelde dat de bestuurder zijn pieliewielie niet eens om hoog kreeg en dat ze hem had gevraagd of hij coke had gebruikt. De bestuurder had hierop geantwoord dat dit het geval was en dat het daarom allemaal lang duurde, maar dat [slachtoffer 2] pas mocht gaan als hij was klaar gekomen. Vervolgens heeft de bestuurder van de BMW met zijn piemel aan haar hele lijf gezeten. Op haar buik, tussen haar borsten en heeft hij getracht bij haar binnen te dringen, maar omdat zijn piemel niet stijf was, lukte dit niet. De bestuurder van de BMW heeft met zijn handen en vingers het gehele lijf van [slachtoffer 2] betast. [slachtoffer 2] vertelde dat de bestuurder van de BMW zelfs had gevraagd of zij zijn ballen even wilde kietelen. [slachtoffer 2] vertelde dat ze zich had verzet en daarna enkele klappen in haar gezicht had gehad. Ze vertelde tevens dat ze zich daarna maar een beetje relaxed had opgesteld. [slachtoffer 2] vertelde dat de bestuurder ook met zijn handen en vingers overal had aangezeten. Ik, verbalisant [verbalisant 2], zag dat [slachtoffer 2] terwijl ze dit vertelde met haar handen naar haar borsten en vagina wees. [slachtoffer 2] herhaalde veelvuldig dat ze zich vies voelde, dat ze wilde douchen en er of er DNA afgenomen zou worden omdat “die viezerik gepakt moest worden”. [slachtoffer 2] vertelde dat de bestuurder was klaargekomen terwijl zij hem aan het pijpen was. Hij was klaargekomen in haar mond en ze had zijn sperma doorgeslikt. Nadat de bestuurder was klaargekomen, vertelde hij dat hij naar Tilburg zou gaan. [slachtoffer 2] vertelde dat ze eerst naar huis wilde en is uiteindelijk door de bestuurder afgezet op de kruising van de [straat 1] met de[straat 2]. [slachtoffer 2] vertelde dat ze, nadat ze was uitgestapt, naar het kenteken van de auto had gekeken. Dit moest volgens haar[kenteken 1] of [kenteken 2] zijn. Ze wist in ieder geval zeker dat het een zilverkleurige BMW was. Ze had in eerste instantie gedacht tegen niemand iets te zeggen, maar uiteindelijk besloten toch haar vriend en de politie in te lichten, omdat ze er niet aan moest denken dat een andere vrouw, die niet gedronken en geblowd had, dit zou overkomen. [slachtoffer 2] vertelde dat de bestuurder een man was, van Oost-Europese afkomst. Ze heeft hierbij Polen, Rusland en Tsjechië genoemd.16

De man zou tussen de 30 en 40 jaar oud zijn. Hij droeg geen bril en had geen gezichtsbeharing. Ze kon niets zeggen over zijn lengte, omdat ze hem alleen in de auto had gezien en hij haar de hele auto had laten zien. Ze had moeten zitten, liggen, allerlei kanten opdraaien en uiteindelijk was hij op de achterbank bij haar binnen gedrongen. [slachtoffer 2] bleef maar vragen naar het afnemen van DNA, om de dader te kunnen pakken. Uiteindelijk is [slachtoffer 2] in gesprek gegaan met de collega’s van de afdeling zeden.17

Op 4 februari 2013 werd het informatief gesprek met de later genoemde aangeefster [slachtoffer 2] vervolgd. Zij verklaarde dat zij vanaf het centrum Eindhoven in een auto was gestapt bij een onbekende man die haar thuis zou afzetten. De man is richting de [plaats 2] gereden en vervolgens zag zij ergens borden van het crematorium. Zij zag dat zij uitkwamen bij een geasfalteerd bospad. Daar moest zij de man pijpen en hij probeerde met zijn "leuter" haar te penetreren. Ook zou de man haar in het gezicht hebben geslagen. Vervolgens is de man met haar teruggereden richting de [straat 1] met de [straat 2] en daar is zij uitgestapt en het vermoedelijke kenteken is [kenteken 1] of de laatste lettercombinatie is [kenteken 1].

Het signalement van de auto was een zilverkleurige BMW, vermoedelijk type 118, zwart gestoffeerde stoelen vermoedelijk met hoofdsteunen en aan de spiegel hing een bordeaux rode dennenboom. Het signalement van de onbekende man: leeftijd midden 30 jaar, compact postuur, kort stekelig blond haar, sprak met een dialect, vermoedelijk een Oostblok, Rus of Pool, Tsjech of Hongaar, een gekrulde tattoe op zijn rechterarm.18

Op 30 september 2013 werd door de eerder genoemde [slachtoffer 2] aangifte gedaan ter zake van verkrachting en gaf de volgende antwoorden op deze vragen van de verbalisant:

Verbalisant (verder: V): Waarom kom je nu aangifte doen?

Antwoord (verder: A): Omdat ik vernomen heb van jullie dat die man weer zwaar de fout in is gegaan en ik gehoopt had dat het een incident was van die figuur, omdat die misschien onder invloed van drugs was, maar nu ik hoor dat dit niet zo is, dan doe ik wel mee.

V: Waarvan kom je aangifte doen?

A: Die blonde man die zich voordeed als taxichauffeur en mij mee het bos in nam en mij dwong tot seksuele handelingen.

V: Wanneer is dit voorval gebeurd?

A: Jullie vertelden mij laatst februari 2013, maar ik kan mij dit niet meer herinneren.

V: Vertel daar nu eens alles over?

A: Ik was op stap en had jointjes gerookt en te veel gedronken. Ik was dronken en wilde een taxi nemen, maar de taxi’s die daar stonden wilden mij niet mee nemen, zij wilden alleen maar lange ritten. Ik ben naar voren gelopen richting het VVV kantoor en stond op de stoep. Ik was nogal druk tegen omstanders. Hij zat toen in zijn auto op de parkeerplaats bij het VVV kantoor bij het Station Eindhoven. Ik had het idee dat hij vooraan stond, maar ik weet dit niet zeker. Het raampje was voor de helft open en hij riep: “Taxi, taxi”. Ik ben toen bij hem ingestapt, omdat ik het vermoeden had dat hij mij als taxichauffeur naar de [adres 3] zou brengen. Ik was toen stoned en dronken en voelde mij op mijn gemak, omdat ik ook steeds aan het kletsen was. De man knikte steeds en ik had niet in de gaten dat hij een enge man zou zijn. Totdat hij een andere route nam in plaats van de [adres 3]. Wij reden toen in de richting van de [plaats 2], daar bij die kruising met dat mooie pand. De man reed toen rechtdoor en eigenlijk had hij rechtsaf moeten slaan om naar mijn huis te rijden. Ik zei nog dat hij hier rechts af moest gaan, maar hij reed rechtdoor. Het was toen al meteen eng. Ik kon niet uitstappen, want het was één lange weg met geen stoplichten. Hij is toen ergens linksaf gegaan, ergens achter de [plaats 2] en toen kwamen wij al in de bossen uit. Toen reden we nog een keer links en kwamen op een smal pad, geasfalteerd. Deze weg liep heel lang rechtdoor met allemaal bomen. Ik denk dat het wel een pad is waar iedereen kon komen, maar op dat moment was het nacht dus was er niemand. Hij wilde toen al seksuele handelingen. Hij liet mij zijn lul zien en toen ben ik uitgestapt. Ik was in paniek en dacht nog hoe kom ik naar huis. Hij kwam toen weer langs mij afgereden met zijn raam open en ik vroeg: “Breng je mij naar huis”. Ik ben maar weer ingestapt, omdat ik dacht als ik niet instap dan dwingt hij mij wel in te stappen. Wij zijn toen het pad afgereden en hij stopte vervolgens. Hij kwam toen over mij heen gekropen. Ik weet nu weer dat hij steeds met zijn piemel bezig was en dat ik die in de mond moest nemen. Ik weet dit nu weer omdat u mij dit laatst nog vertelde. Toen zijn wij achterop de bank gegaan en ik moest mij omdraaien, hij wilde zijn piemel in mijn mond duwen en dat deed hij ook. Dit ging niet goed, want zijn erectie was niet helemaal goed. Dit was mijn geluk, misschien kwam het door de drugs dat die hem niet helemaal stijf kreeg. Ik lag op de achterbank en ik moest hem pijpen want hij wilde perse klaarkomen. Ik kreeg voor op de stoel nog een paar tikken tegen mijn hoofd zodat ik mee moest werken. De handelingen waren gelukkig allemaal mislukt behalve dan dat ik zijn lul in mijn mond had. Wij zijn toen het pad afgereden en bij het oude huis aan de rechterkant en de nieuwe huisjes aan de linkerkant mocht ik uitstappen en ik ben achterom de auto gelopen. Ik heb toen ook nog naar het kenteken gekeken. Ik kan mij nu niet meer het kenteken herinneren. Ik ben vanaf daar naar mijn flat gelopen. Thuis heb ik mijn vriend gesproken, dat was [persoon 1] en jullie gebeld. Ik had ook gezegd dat die man in een zilveren BMW reed.

V: Weet je nog hoe laat het was die nacht?

A: Ik denk tussen 03.00 en 04.00 uur. De kroegen gingen dicht. Ik dacht dat ik tot het einde was gebleven, maar dat weet ik niet meer zeker.

V: Wanneer wilde je een taxi nemen?

A: Toen ik het café verliet.

V: Aan welke kant stapte jij in die BMW?

A: Ik stapte aan de passagiers kant in.

V: Had jij op het moment dat hij rechtdoor reed in plaats van rechtsaf richting je huis nog iets gezegd?

A: Ik zei nog dat die rechtsaf had moeten gaan en dat ik naar huis wilde. Ik bleef dit roepen.

V: Wist je al wat die man dan wilde voordat je was uitgestapt?

A: Ja, toch wel. Hij wilde seksuele handelingen. Dat is toch ook erop uitgedraaid.

V: Had die man daar al iets over gezegd?

A: Dat weet ik niet meer, maar hij liet dit wel doorschemeren. Ik kan goed zijn dat die zijn lul had laten zien en dat ik toen was uitgestapt.

V: Hoe ging dat in de auto dat hij op jouw kroop?

A: Ik zit in de passagiersstoel en hij kroop vanaf zijn bestuurderstoel over mij heen met zijn hoofd en lichaam naar mij toe.

V: Wat deed hij toen?

A: Zijn lul uit zijn broek pakken en deze in mijn mond stoppen.

V: Had je zijn lul gezien dan?

A: Ja hoor, hij had heel zijn lul in mijn gezicht gedrukt.

V: Wat gebeurde er toen hij met zijn lul voor jouw gezicht zat?

A: Zijn lul was gelukkig niet stijf maar hij wilde wel met alles doorgaan. Ik dacht misschien had die iets van drugs op. Die man had mijn rugleuning naar achtergedaan om van alles te proberen. Ik werkte niet mee, dus het was een geklungel. Toen weer tussen de twee stoelen in, want die andere stoel had die ook naar achter gedaan. Vervolgens nog op de achterbank. Hij probeerde van alles.

V: Hoe is dat dan met zijn lul gegaan in het begin?

A: Ik zag dat hij zijn lul vasthield en probeerde deze in mijn mond te stoppen. Ik draaide steeds mijn hoofd weg en hield mijn mond dicht. Ik schreeuwde ook nog en uiteindelijk had ik de lul wel in mijn mond gehad omdat ik dacht “dan laat die mij wel gaan”. Ik kreeg van te voren nog tikken tegen mijn hoofd en daarom kwam de lul ook in mijn mond en ik spuugde die dan weer uit. Ik kon geen kant op en te veel tegenstribbelen was niet goed. Ik dacht nog laat het maar over mij heen komen dan.

V: Je zei nog dat je probeerde de deur open te maken, wanneer was dat?

A: Ik dacht dat ik de deur niet open kon krijgen. Ik was bezig om de deur aan mijn kant open te krijgen toen hij op mij kroop en zijn lul in mijn mond probeerde te duwen. Ik had een paar keer geprobeerd, maar later niet meer, want die deur zou wel op slot zitten omdat het niet lukte om hem te openen.

V: Hoe waren jouw kleding toen?

A: Ik ben niet zo ontbloot geweest behalve dan dat mijn broek omlaag was omdat hij mij wilde penetreren. Ik moest op mijn knieën in de voorstoel. Hij wilde toen zijn lul in mijn vagina steken. Dit lukte niet omdat zijn lul niet stijf was. Ik voelde zijn leuter tegen mijn billen aan. Het was echt afschuwelijk.

V: Hoe kwam je op de achterbank terecht dan?

A: Hij wilde van alles, maar hij wilde zeker eerst klaar komen, dat zei hij ook steeds. Het ging allemaal moeilijk op de achterbank. Ik wilde steeds niet meewerken en het was een heel geworstel.

V: Wat deed je om te zorgen dat het niet lukte?

A: Door te worstelen met hem, te huilen en te roepen: “Ik wil naar huis laat mij gaan”. Ik was overstuur. Ik riep dit steeds in herhaling.

V: Waardoor stopte het dan?

A: Dat weet ik niet meer, ik denk dat die het opgegeven had.

V: Zijn er nog andere seksuele handelingen geweest?

A: Ik heb de hele tijd zijn “orgel” in mijn bek gehad. Ik zag rosé van zijn lul en ballen. Hij had een trui aan, maar ik weet niet meer of die opgestroopt waren.

V: Wat bedoel je met “orgel”?

A: Zijn ballen en zijn lul.

V: Hoe zat het met zijn onderbroek?

A: Dat weet ik niet meer

V: Heeft de man nog iets gezegd verder?

A: Hij was stil. Ik had wel een accent gehoord, maar ik weet dit niet meer zeker. Hij had wel iets gezegd dat ik hem moest pijpen en mijn kop dicht moest houden. Ook iets van “schatje” of zo. Hij sprak wel met een accent. Die man had een Oostblok kop, een blokhoofd.

V: Beschrijf eens de zilverkleurige BMW?

A: Zilver, deze auto deed mij denken aan de auto van mijn vriend. Die rijdt er zo een. Het betrof een hatchback, maar dat weet ik niet zeker. De bekleding was donker. Ik weet het verder niets meer.

V: Beschrijf deze persoon eens?

A: Blanke man, stoppel haar, blond lichte wenkbrauwen, lichte ogen, leeftijd, jonge jongen begin tot midden 30, lengte weet ik niet want ik heb hem niet recht zien staan, normaal postuur, wel een tatoeage op zijn arm maar ik weet niet meer links of rechts, het kwam onder zijn mouw uit. Ik weet niet meer wat die tatoeage was. Ik weet niet meer de kleding. Ik weet heel veel dingen niet meer. Ik had alles verteld de eerste keer toen ik bij jullie was.

V: In de intake heb je gezegd dat die man is klaargekomen in je mond en dat jij dat heb doorgeslikt?

A: Oh ja, ik ken mij nog herinneren dat die in mijn mond was klaargekomen. Gadverdamme, ik heb het doorgeslikt, want ik durfde het niet uit te spugen. Ik dacht nog nu gauw naar huis.

V: In de intake had je gezegd dat er in de auto een bordeaux rood dennenboompje zou hangen aan de spiegel?

A: Ik kan mij dit nu niet herinneren, maar als dat toen gezegd is dan is dat zo. Ik zal het niet verzinnen.

V: In de intake had je gezegd dat die man met zijn vingers in of aan je vagina is geweest?

A: Ja dat zal wel zo zijn, want als ik dit toen gezegd had dan is dat gewoon zo. Ik zou dit niet zeggen als dit niet zou zijn geweest. Ik heb dit allemaal willen vergeten.

A: Ik kreeg wel tikken tegen mijn hoofd. Hij heeft mij wel verkracht.

V: Kon je wel uit de auto komen dan?

A: Nee. Ik had geprobeerd om de deur te openen. Bij een BMW moet je dit 2x doen. Ik kreeg de deur niet open.

V: Hoeverre was dit nu allemaal gedwongen?

A: Het begon al op het rechte stuk toen hij rechtdoor ging, naar dat bospad reed en zijn lul liet zien. Ik kon toen nog uit de auto stappen, maar later niet meer, want toen zat de deur op slot. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.19

Op maandag 4 februari 2013 werd door verbalisant [verbalisant 3] een onderzoek ingesteld naar een personenauto voorzien van een kenteken, met de vermoedelijke combinatie van de cijfers en letters [kenteken 1] of [kenteken 2]. Dit onderzoek vond plaats naar aanleiding van een zedenintakegesprek, waarbij aangeefster genoemde kentekencombinaties heeft genoemd. Het ging in ieder geval zeker om een zilverkleurige BMW. De bestuurder van deze auto, zou een man zijn van mogelijk Poolse, Russische of Tsjechische afkomst. In ieder geval zou hij afkomstig zijn uit Oost Europa.

Na enige kentekencombinaties gemaakt te hebben in de politiesystemen, kwam verbalisant uit bij een personenauto, merk BMW, type 116I kleur grijs, voorzien van het kenteken [kenteken 3], op naam van [persoon 2], wonende aan de [adres 1] te Eindhoven. Op dit adres is eveneens woonachtig een man genaamd [verdachte], geboren [1980] te Polen [zijnde verdachte].

Hierna zijn door verbalisant [verbalisant 3] de camerabeelden bekeken, die opgevraagd waren bij de Regionale Toezicht Ruimte. Hij zag op deze beelden dat op 3 februari 2013 om 04.15 uur een vrouw, die een donkere broek en een donkere driekwart jas droeg, het zebrapad af kwam gelopen en in de richting liep van het station aan de zijde van het VVV-kantoor. Hij zag dat deze vrouw wankelend/onvast ter been liep. Hij zag dat de vrouw stil bleef staan bij de voorste personenauto, die geparkeerd stond in een parkeervak langs het trottoir. Hij zag dat deze auto van het merk BMW, type 116I, kleur grijs was. Hij zag dat de vrouw aan de bijrijderszijde van deze auto enige ogenblikken bleef stil staan.20 Hij zag hierna dat de vrouw het portier aan de bijrijderszijde na enige pogingen opende.21 Hij zag dat de vrouw hierna in de auto stapte.22 Hij zag hierna dat de auto met hierin de vrouw wegreed en rechtsaf sloeg in de richting van het [plein 1].23

Op 5 februari 2013 omstreeks 10.00 uur hebben verbalisanten een nader onderzoek ingesteld naar het opgegeven kenteken zijnde [kenteken 3]. De aangeefster [slachtoffer 2] had tijdens haar intake verklaard dat zij een kenteken had onthouden zijnde [kenteken 1] van een grijze personenauto merk BMW en dat in de auto met dit kenteken ook een bordeaux rood dennenboompje aan de spiegel hing. Uit verder onderzoek is gebleken dat het kenteken [kenteken 3] een grijze BMW 116 is. De tenaamgestelde is een Poolse vrouw en deze heeft als partner een man met de naam [verdachte] welke geboren is te Polen [=verdachte]. Deze BMW 116 serie is gezien het beeld nagenoeg hetzelfde als een BMW 118 serie. Verbalisanten zijn vervolgens naar genoemd adres gereden om duidelijkheid te krijgen of de genoemde personenauto BMW inderdaad betrokken zou kunnen zijn bij de verkrachting van de aangeefster. Onder het flatgebouw van de [adres 1] is een parkeergarage aanwezig. Verbalisanten zagen vervolgens in deze parkeergarage op een parkeerplek met nummer [nummer 1] genoemde BMW met kenteken [kenteken 3] staan. Zij zagen dat in deze auto aan de binnenspiegel een roodkleurige geurverfrisser in de vorm van een dennenboom hing en dat de bekleding van donkere stof was.24

Ter terechtzitting van 31 maart 2014 heeft verdachte verklaard dat hij en zijn vrouw niet de gewoonte hadden om iemand de auto, een zilverkleurige BMW, uit te lenen.

Ook heeft hij ter terechtzitting van 31 maart 2014 verklaard dat hij op allebei zijn armen een tatoeage heeft. Op zijn rechter arm staat de naam van zijn vrouw en op zijn linker arm een tekening.25

De verdediging heeft vrijspraak bepleit omdat het wettige en overtuigende bewijs voor de ten laste gelegde verkrachting ontbreekt. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster. Al bij het eerste contact met de politie (via de meldkamer) verklaart aangeefster [slachtoffer 2] over wat haar overkomen is en zij heeft dit verhaal in de verklaringen die zij daarna heeft afgelegd steeds herhaald. De rechtbank is van oordeel dat aangeefster derhalve consistent heeft verklaard over wat er op 3 februari 2013 is gebeurd. Dat de verklaringen voor wat betreft bepaalde details van elkaar verschillen doet daar niet aan af, nu de verklaringen op essentiële onderdelen overeenkomen. De rechtbank is voorts op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat aangeefster een reden heeft om in strijd met de waarheid en voor verdachte belastend te verklaren.

De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, bewezen dat de grijze BMW waarin aangeefster [slachtoffer 2] op 3 februari 2013 gestapt is de auto is die op 5 februari 2013 in de parkeergarage onder het flatgebouw van verdachte stond en dat de bestuurder van de grijze BMW waarover aangeefster [slachtoffer 2] in haar aangifte en verklaringen verklaart verdachte is geweest. Het door haar gegeven signalement van de bestuurder komt overeen met het signalement van verdachte, verdachte was in het bezit van een grijze BMW met een kenteken dat nagenoeg gelijk is aan de door aangeefster [slachtoffer 2] genoemde kentekencombinaties en in deze grijze BMW hing op 5 februari 2013 een rood dennenboompje aan de spiegel. Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij en zijn vrouw de betreffende auto niet aan iemand hebben uitgeleend.

Nu de rechtbank bewezen acht dat verdachte op 3 februari 2013 de bestuurder van de grijze BMW is geweest waarin [slachtoffer 2] is gestapt, acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte haar vervolgens heeft meegenomen naar een afgelegen en op dat moment verlaten bospad en haar door geweld en andere feitelijkheden heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

Dit betekent dat de rechtbank de ten laste gelegde verkrachting wettig en overtuigend bewezen acht.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

Onder parketnummer 01/845765-13.

1.

op 06 september 2013 te Eindhoven meermalen door geweld en andere feitelijkheden [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte meerdere vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] gedaan en gehouden en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte door het raam van de woning van die [slachtoffer 1] binnen is geklommen en vervolgens bij die [slachtoffer 1], welke lag te slapen, in bed is gaan liggen en vervolgens die [slachtoffer 1] onverhoeds is gaan knuffelen en haar borsten en billen is gaan kneden en strelen en die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt, terug op bed heeft gesmeten, althans geduwd, en haar daarbij heeft gezegd "Sstt, stt" en vervolgens die [slachtoffer 1] meermalen in haar gezicht heeft geslagen en haar onderbroek af heeft gerukt en aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.


op 06 september 2013 te Eindhoven door geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit knuffelen en tongzoenen en het kneden en strelen van haar borsten en billen en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden uit het inklimmen van een raam van de woning van die [slachtoffer 1] en het vervolgens bij die [slachtoffer 1], welke lag te slapen, in bed gaan liggen en vervolgens die [slachtoffer 1] onverhoeds gaan knuffelen en haar borsten en billen gaan kneden en strelen en die [slachtoffer 1] gaan kussen en het vastpakken van die [slachtoffer 1], terug op bed smijten, althans duwen, en haar daarbij zeggen "Sstt, stt" en vervolgens meermalen in het gezicht slaan van die [slachtoffer 1] en het afrukken van haar onderbroek en het aldus voor die [slachtoffer 1] doen ontstaan van een bedreigende situatie;

Onder parketnummer 01/860142-13.

op 03 februari 2013 te Eindhoven door geweld en andere feitelijkheden [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte meermalen zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] gebracht en zijn penis tegen de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd en met zijn handen over de borsten en schaamstreek en billen van die [slachtoffer 2] gewreven en met zijn penis het gezicht en lichaam van die [slachtoffer 2] aangeraakt en die [slachtoffer 2] gezoend en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden hierin dat verdachte

- zich 's nachts jegens die [slachtoffer 2] heeft voorgedaan als taxichauffeur,

- die [slachtoffer 2] vervolgens met een personenauto heeft vervoerd naar een afgelegen en op dat moment verlaten bospad en

- vervolgens de deuren van die personenauto op slot heeft gedaan en

- in die personenauto over die [slachtoffer 2] is gekropen en

- de broek en onderbroek van die [slachtoffer 2] naar beneden heeft getrokken en

- die [slachtoffer 2] meermalen in haar gezicht en tegen haar hoofd heeft geslagen en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij haar pas naar huis zou brengen als ze hem had gepijpt en hij was klaargekomen
en aldus voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert voor alle feiten een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Mocht de rechtbank tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten komen, stelt de verdediging zich op het standpunt dat de door de officier van justitie geëiste straf fors en niet juist is. Verkrachtingen maken weliswaar deel uit van de bewezen verklaarde feiten en op een verkrachting staat volgens de richtlijnen een gevangenisstraf van 24 maanden, maar in deze zaken zijn strafverminderende omstandigheden aan de orde. Zo is er geen sprake geweest van geweld, hebben de verkrachtingen kort geduurd en hebben de slachtoffers in beide gevallen geen blijvend letsel overgehouden aan de verkrachtingen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met het feit dat uit het Uittreksel Justitiële documentatie van 27 februari 2014 blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder veroordeeld is.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een vrouw op een afgelegen locatie. Nadat hij slachtoffer [slachtoffer 2] in de nacht van 3 februari 2013 had aangeboden naar huis te brengen, reed verdachte in plaats van naar haar woning naar een afgelegen bospad waar verdachte slachtoffer [slachtoffer 2] verkrachtte. Daardoor heeft verdachte misbruik gemaakt van het door [slachtoffer 2] in hem gestelde vertrouwen.

Voorts heeft de verdachte zich slechts zeven maanden later opnieuw schuldig gemaakt aan verkrachting en aanranding van een jonge vrouw. In de nacht van 5 op 6 september 2013 is verdachte de woning van slachtoffer [slachtoffer 1] binnengedrongen en bij haar in bed gaan liggen terwijl zij lag te slapen. Vervolgens heeft hij het slachtoffer in haar eigen bed aangerand en verkracht. Daarbij heeft verdachte het slachtoffer op het bed gesmeten en haar meermalen geslagen.

Verdachte heeft zich in beide gevallen met dit handelen louter en alleen laten leiden door zijn eigen lust- en behoeftebevrediging en hij heeft zich op geen enkele wijze bekommerd om de gevoelens van de slachtoffers. De verdachte heeft in beide gevallen de slachtoffers veel angst aangejaagd.

[slachtoffer 1] lag te slapen toen verdachte haar huis binnendrong en haar vervolgens aanrandde en verkrachtte. De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder zwaar aan dat hij [slachtoffer 1] in haar eigen huis, waar men zich veilig moet kunnen voelen, heeft verkracht.

Verdachte heeft door het plegen van deze feiten een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Dat de verkrachting en de aanranding grote impact hebben gehad op [slachtoffer 1], blijkt wel uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring. [slachtoffer 1] heeft aangegeven als gevolg van het feit onder meer angstgevoelens te ondervinden. Haar leven is hierdoor danig veranderd.

Het behoeft weinig betoog dat feiten als de onderhavige ook in de samenleving gevoelens van afschuw en verontwaardiging oproepen.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, alsmede gezien de aard en de ernst van de strafbare feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, kan naar het oordeel van de rechtbank in verband met een juiste normhandhaving niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.

De rechtbank acht uit een oogpunt van vergelding en ter beveiliging van de maatschappij een vrijheidsbeneming van lange duur op zijn plaats.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de gehele vordering, inclusief de gevorderde wettelijke rente, voor toewijzing vatbaar met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geen bezwaar tegen toewijzing van de gevorderde reiskosten en de gevorderde gederfde inkomsten. De verdediging heeft wel bezwaar tegen toewijzing van de gevorderde kosten voor tuinverlichting en vervanging van de sloten, nu er geen causaal verband is tussen de gevorderde kosten en de door verdachte gepleegde feiten. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade stelt de verdediging zich op het standpunt dat deze aan de hoge kant is met € 5.000,-.

Beoordeling.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] bestaat uit materiële schade als gevolg van de aanschaf van beveiligingsmaterialen (sloten en tuinverlichting), gemaakte reiskosten en gederfd inkomen en uit immateriële schade als gevolg van psychische klachten.

De rechtbank acht de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade, toewijsbaar, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank houdt bij de bepaling van de hoogte van de immateriële schade rekening met hetgeen zij reeds bij de strafmotivering heeft overwogen en verwijst daarnaar.

De rechtbank begroot de schade naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid op het gevorderde bedrag van € 5.000,-.

De rechtbank acht de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de materiële schade van € 410,74, ook toewijsbaar. De reiskosten en de gevorderde kosten in verband met gederfd inkomen worden door de verdediging niet betwist en de benadeelde partij heeft de schade als gevolg van de aanschaf van sloten en tuinverlichting toegelicht en met stukken onderbouwd waaruit blijkt dat zij de beveiligingsmaatregelen heeft getroffen korte tijd na de datum waarop de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd (respectievelijk 10 en 13 september 2013). De rechtbank is van oordeel dat hiermee is komen vast te staan dat de benadeelde partij deze materiële schade rechtstreeks heeft geleden als gevolg van de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank zal de vordering derhalve toewijzen voor een bedrag van € 410,74.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2014 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2014 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de in beslag genomen goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 55, 57, 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/845765-13 feit 1:

verkrachting

T.a.v. 01/845765-13 feit 2:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid

feit 1 en feit 2 zijn in eendaadse samenloop begaan

T.a.v. 01/860142-13:

verkrachting

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. 01/845765-13 feit 1, feit 2, 01/860142-13:

Gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht

T.a.v. 01/845765-13 feit 1, feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 5.410,74 subsidiair 62 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 5.410,74 (zegge: vijfduizendvierhonderdtien euro en vierenzeventig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 62 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van
EUR 5.000,- aan immateriële schadevergoeding en een bedrag van EUR 410,74 aan materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van EUR 5.410,74 (zegge: vijfduizendvierhonderdtien euro en vierenzeventig cent ), te weten EUR 5.000,- aan immateriële schadevergoeding en een bedrag van EUR 410,74 aan materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Teruggave in beslag genomen goederen, te weten: een GSM merk Nokia (goednummer 705111), een paar zwarte Puma schoenen (goednummer704613) en een paar zwarte Bottesini schoenen (goednummer 704615) aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.A. van Gameren, voorzitter,

mr. C.J. Sangers- de Jong en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. Boerboom, griffier,

en is uitgesproken op 14 april 2014.

Mr. W.T.A.M. Verheggen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Brabant Oost, afdeling: Eindhoven GRE zeden, met registratienummer PL2233- 2013124286, gesloten op 15 november 2013, aantal doorgenummerde bladzijden: 404 [verder: eindpv]

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 165-166 van het eindpv

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 170-171 van het eindpv

4 Proces-verbaal informatief gesprek zeden, p. 60-62 van het eindpv

5 Proces-verbaal aangifte gedaan door [slachtoffer 1], p. 65 van het eindpv

6 Proces-verbaal aangifte gedaan door [slachtoffer 1], p. 68-71 van het eindpv

7 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 195, 197-198 en 203 van het eindpv

8 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 198-199 van het eindpv

9 Proces-verbaal aanwezigheid opsporingsambtenaar bij afname celmateriaal ter bepaling DNA-profiel, p. 230-231 van het eindpv en proces-verbaal afname DNA celmateriaal door opsporingsambtenaar, p. 234 van het eindpv

10 Proces-verbaal aanwezigheid opsporingsambtenaar bij afname celmateriaal ter bepaling DNA-profiel, p. 33-34 van het eindpv

11 Rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf in Eindhoven op 6 september 2013 op 9 oktober 2013 opgemaakt door ing. J.L.W. Dieltjes

12 Rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf in Eindhoven op 6 september 2013 opgemaakt op 19 september 2013 door ing. J.L.W. Dieltjes, p. 243-244 van het eindpv

13 Proces-verbaal forensisch medisch onderzoek, p. 261-262 van het eindpv

14 Proces-verbaal forensisch medisch onderzoek, p. 262 van het eindpv en het rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf in Eindhoven op 6 september 2013 opgemaakt op 24 oktober 2013 door ing. J.L.W. Dieltjes, p. 271-272 van het eindpv

15 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2014

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 313-314 van het eindpv

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 315 van het eindpv

18 Het proces-verbaal informatief gesprek zeden, p. 318-322 van het eindpv

19 Proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 2], p. 325-330 van het eindpv

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 336 van het eindpv

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 337 van het eindpv

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 338 van het eindpv

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 339 van het eindpv

24 Proces-verbaal aantreffen auto [kenteken 3], p. 342 van het eindpv

25 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2014