Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:1737

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-04-2014
Datum publicatie
11-04-2014
Zaaknummer
01/825135-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar.

Indexdelicten: poging tot doodslag, diefstal door middel van inklimming en diefstal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825135-08

Uitspraakdatum: 11 april 2014

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],

verblijvende te [kliniek 1].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 19 februari 2009 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 2 augustus 2013 met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 10 februari 2014 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 april 2014. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundigen M. Franken ([kliniek 1]) en I. Hout-Sels (Reclassering Nederland), de terbeschikkinggestelde en diens raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van [kliniek 1] d.d. 15 januari 2014, ondertekend door drs. M.A. Polak (hoofd inrichting, E. Deprez (psychiater), drs. M. Franken (hoofd behandeling & bedrijfsvoering/GZ-psycholoog) en drs. C. Gerritsma (manager behandeling & bedrijfsvoering/klinisch psycholoog),

  • -

    een reclasseringsadvies ‘voorbereiding voorwaardelijke beëindiging TBS’ d.d. 14 januari 2014’;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van poging tot doodslag, diefstal door middel van inklimming en diefstal (tweemaal), terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van [kliniek 1] is onder meer het navolgende gesteld:

(..)

Op basis van de huidige risicotaxatie kan geconcludeerd worden dat het risico op recidive in toekomstig gewelddadig gedrag hoog is, wanneer de terbeschikkingstelling nu zou worden beëindigd. Het afgelopen jaar heeft [terbeschikkinggestelde] laten zien zich binnen de huidige setting redelijk adequaat staande te kunnen houden met behulp van de extern geboden structuur, begrenzing en ondersteuning. Echter, [terbeschikkinggestelde] heeft aangegeven dat hij zijn problematiek geacteerd zou hebben en besloot zelfstandig te stoppen met zijn medicatie om te laten zien goed te kunnen functioneren. Dit heeft geleid tot decompensatie van het psychiatrisch toestandsbeeld in de vorm van een manische episode met psychotische kenmerken. [terbeschikkinggestelde] vertoont dan impulsief, vijandig en grensoverschrijdend gedrag richting zijn omgeving waardoor separatie en het inzetten van een b- dwangbehandeling noodzakelijk werd geacht.

(..)

Het afgelopen jaar is wisselend verlopen. [terbeschikkinggestelde] heeft verschillende manische episoden gehad waarbij er uiteindelijk dwangbehandeling is gestart, daar hij zijn medicatie bleef weigeren. Wanneer hij zijn medicatie gebruikt, is er sprake van een goede samenwerking; dit wordt momenteel onder dwang toegediend. De reden hiervoor is dat wanneer [terbeschikkinggestelde] geen medicatie gebruikt, hij veel minder deelneemt aan zijn behandeling en gaandeweg steeds slechter in contact wordt. Hij is het veelal niet eens

met anderen en samenwerking wordt steeds minder goed mogelijk. [terbeschikkinggestelde] heeft geen probleembesef, hij wil graag zijn eigen ‘ik’ laten zien. Hij wil graag normaal zijn en laten zien dat hij dus geen medicatie nodig heeft. Echter wordt hij zonder medicatiegebruik ook toenemend grensoverschrijdend in zijn gedrag. Daarbij komen grootheidsideeën steeds meer op de voorgrond te staan. Punt van zorg in de behandeling is het gebrekkige ziektebesef, waardoor [terbeschikkinggestelde] medicatiegebruik na verloopt van tijd staakt met alle risico’s van dien. Na het opstarten van de dwangbehandeling is er veel structuur geboden

aan [terbeschikkinggestelde]. Langzaamaan is het toestandsbeeld gestabiliseerd. Hij stelt zich meer begeleidbaar op en laat zich steeds beter sturen, al blijft hij de neiging houden de regie te willen voeren. Na een overplaatsing van afdeling [afdeling 1] naar afdeling [afdeling 2] (een soortgelijke supportieve behandelafdeling) stabiliseert [terbeschikkinggestelde] verder. Er is een goede samenwerking mogelijk en zijn vrijheden binnen de kliniek worden uitgebreid. Vanaf dit punt zal getracht worden zijn verloven weer op te starten en zal er opnieuw toegewerkt worden naar de FPA.

Prognose in relatie tot de geclassificeerde stoornis.

De inschatting is dat, gezien de psychiatrische stoornis van [terbeschikkinggestelde], het risicomanagement nog langdurig noodzakelijk zal zijn. Er zal stapsgewijs toegewerkt worden naar een overplaatsing naar de FPA in 2014. Vervolgens moet de juiste woonvoorziening gevonden worden en zal hier naar toegewerkt moeten worden. Psychiatrische ondersteuning en toezicht, ook als [terbeschikkinggestelde] in een begeleide of beschermde woonvorm verblijft, blijven noodzakelijk, zodat tijdig een affectieve ontregeling herkend wordt en de nodige maatregelen genomen kunnen worden, zoals medicamenteuze bijsturing en/of klinische opvang, eventueel met een juridisch dwangkader. De recidiefkans voor een (maniform) psychotische exacerbatie is erg hoog. Anderzijds is de recidiefkans op een nieuw delict niet hoog met medicatie en voldoende structuur en ondersteuning.

Advies verlenging TBS maatregel.

Op grond van het bovenstaande luidt ons advies om de maatregel van terbeschikkingstelling te verlengen en wel voor de duur van één jaar.’

(..)

In voornoemd advies van de Reclassering Nederland is onder meer het navolgende gesteld:

(..)

‘Betrokkene is een psychiatrische man die niet meewerkt aan zijn behandeling. Hij weigerde enige tijd ook zijn medicatie, anti psychotica en is vanwege een psychose in een afzonde-ringskamer geplaatst. Op basis hiervan heeft [kliniek 1] op 3 januari 2013 aan de rechtbank geadviseerd de maatregel met één jaar te verlengen.

(..)

[terbeschikkinggestelde] weigerde zijn medicatie in te nemen ten tijde van het opstellen van het maatregelrapport. Er was zelfs sprake van medicamenteuze dwangbehandeling. Om die reden verbleef hij in een afzonderingskamer en was hij niet aanspreekbaar voor rapporteur. Hierdoor was het lange tijd niet mogelijk om een gesprek aan te gaan betreffende zijn toekomstplannen en behandelmotivatie (waaronder farmacotherapie) en was het niet mogelijk om afspraken met hem te maken. Bij wegvallen van het huidige strikte kader (in TBS kliniek zonder verlof) wordt het recidiverisico ingeschat als hoog op zowel de korte termijn als de lange termijn.

(..)

Ingeschat wordt dat er een hoog risico op onttrekken aan voorwaarden is. De samen-werking van [terbeschikkinggestelde] met de kliniek is wisselend maar hij laat zich in de huidige setting redelijk sturen in zijn gedrag. Wanneer de stevige structuur en begeleiding afneemt, is het waarschijnlijk dat hij steeds meer ruimte gaat zoeken en zich minder zal conformeren aan de geldende regels en aanwijzingen. In het bijzonder de weigering van zijn medicatie op dit moment is een bron van zorg.

(..)

Ingeschat wordt dat er risico op letselschade is voor willekeurige personen. Indien betrokkene in een psychose raakt dan kan hij onverwacht reageren met geweld.

(..)

De reclassering acht een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel op dit moment niet uitvoerbaar en niet verantwoord.

Deze conclusie wordt ingegeven op basis van de volgende bevindingen:

Betrokkene weigerde zeer recent zijn medicatie in te nemen en mee te werken aan de behandeling en begeleiding door [kliniek 1]. Hierdoor is hij in een psychose gekomen en werd hij voor zijn eigen veiligheid en de veiligheid van zijn omgeving geplaatst in een afzonderingskamer. Er is nog niet daadwerkelijk gestart met enige vorm van resocialisatie. Vanwege de beperkte vaardigheden om met spanningen om te gaan zal dit leiden tot een verhoogd risico. Bovendien ontbreekt het aan adequaat risicomanagement en beschermende factoren als huisvesting, sociaal netwerk, dagbesteding, financiën.

De reclassering adviseert daarom de TBS- maatregel niet voorwaardelijk te beëindigen.’

(..)

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Het gaat goed. Ik stel mij coöperatiever op. Ik heb nog wel wensen voor de toekomst.

Ik wil terug naar de buurt in Eindhoven waar ik ben opgegroeid. Ik wil mijn leven daar

op professioneel en sociaal gebied herstellen. Ik heb lessen getrokken uit de terbeschikking-stelling. Ik vind de tijd gekomen om verdere stappen te maken. Ik wil werken, sociale contacten leggen en reizen.

Ik ben overgeplaatst naar de afdeling [afdeling 2]. Hieraan lagen praktische overwegingen ten grondslag. Ik heb mij goed aangepast. Ik kan overigens niet zeggen dat er veel is veranderd.

Zo heb ik dezelfde sociale contacten. Ik heb nagenoeg dagelijks telefonisch contact met mijn vader. Voorts heb wekelijks telefonisch contact met mijn broers, zusters en vrienden.

Er wordt toegewerkt naar een overplaatsing naar de FPA. Dat is een tussenstap naar een begeleide woonvorm. Ik ervaar deze overplaatsing dan ook als een positieve stap.

Eind 2013 was ik [kliniek 1] en de terbeschikkingstelling beu. Het was een tumultueuze periode. Ik wilde terug naar Kameroen om een te leven te leiden zoals ik dat zelf voor ogen had. Mijn raadsman heeft mij echter overtuigd om het traject verder af te maken. Ik ben voor samenwerking met het multidisciplinaire team. Ik weet dat er iets aan mij mankeert. Ik ben mij daarvan bewust. Ik ben het overigens niet eens met hetgeen in het advies van [kliniek 1] staat opgetekend over mijn psychotische belevingswereld. Ik ben van nature niet iemand die graag praat, omdat ik snel explodeer. Ik implodeer liever. Ik heb niemand iets aan willen doen. Ik was mijn eigen grenzen aan het afbakenen. Ik had uit zelfbescherming een muur om mij heen gebouwd. Ik weet dat ik nogal uitdrukkelijk aanwezig kan zijn. Ik noem mijzelf dan ook ‘extramatoor’. De gemoederen zijn inmiddels gekalmeerd. Ik ben op dit moment veel rustiger. Ik zou graag dan ook willen dat het kliniek het onderzoek herstart.

Ik neem nu weer medicijnen in. Ik ga er wel vanuit dat ik op enig moment in de toekomst zonder medicijnen kan. De huidige medicijnen hebben bijwerkingen. Ik ben bevreesd dat deze bijwerkingen mijn ambities zullen gaan doorkruizen. Mijn houding ten opzichte van

het nut en de noodzaak van medicatie verschilt met de visie van het behandelteam. De kliniek beschouwt medicatie als enige redder in nood. Ik vraag mij echter af of mijn pro-

blematiek ook niet op andere wijze kan worden opgelost. Ik volg al heel lang de psychia-trische weg en dat heeft mijn problematiek niet opgelost. Wellicht dat een traditionele aanpak in Kameroen wel soelaas biedt. Ik ervaar mijn persoonlijkheidsproblematiek heel anders dan het behandelteam. Echter, ik weet zeker dat ik met hen tot een vergelijk omtrent de medicatie kan komen. Ik ben ervan overtuigd dat de huidige impasse zal worden door-broken. Ik zal mij daarvoor inzetten. Ik heb definitief besloten om met het behandelteam samen te werken, ondanks ons verschil van inzicht omtrent medicatie. Zoals gezegd ben ik mij terdege bewust van mijn problematiek. Ik wil dat ook veranderen. Echter, ik heb daar wel mijn eigen ideeën over. Onze uiteenlopende visies moeten nader komen. Mijn familie vindt ook dat ik niet in de huidige setting thuis hoor. Ik zal ervoor zorgen dat mijn ergernis niet de overhand krijgt.

U vraagt mij of ik medicatie zal innemen conform de geadviseerde voorwaarde bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Die vraag moet ik even laten bezinken. Ik zal aan die voorwaarde voldoen. Ik hoop wel dat er dan iets aan de dosering wordt gedaan in verband met de huidige bijwerkingen.

Ik heb sinds twee weken weer begeleid verlof. Ik moet laten zien hoe ik omga met externe prikkels en stress. Dat gaat goed.

De deskundige mevrouw M. Franken (GZ-psycholoog/hoofd behandelaar), optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Er zijn in 2013 enkele separaties geweest omdat betrokkene destabiliseerde na medica-

tieontrouw. Als gevolg daarvan heeft het ministerie alle verloven ingetrokken. Er is op dit moment sprake van dwangmedicatie. Betrokkene functioneert daardoor nu redelijk stabiel.

Er is nu weer sprake van communicatie en samenwerking. Betrokkene heeft inmiddels begeleid verlof met twee begeleiders. Dat wordt na verloop van tijd teruggeschroefd naar één begeleider. De volgende stap is transmuraal verlof. Het behandelplan staat volgende maand op de agenda. Over drie maanden worden onbegeleide verloven besproken.

Het is de bedoeling dat wij uitkomen bij de GGZ of een begeleide woonvorm in Eindhoven.

Medicatie is en blijft de basis van de behandeling. De behandeling kan enkel vorm worden gegeven indien betrokkene stabiel functioneert. Daarvoor is medicatie cruciaal. De gedrags- therapie moest worden afgebroken toen betrokkene destabiliseerde als gevolg van de medicatieontrouw. Betrokkene neemt thans medicatie in omdat wij dat willen. Er is op dat wezenlijke punt geen intrinsieke motivatie bij hem. Zonder medicatie bestaat er een reële kans op escalatie en deregulatie en daarmee op recidivegevaar. Datzelfde geldt voor een onjuiste dosering van de medicatie. Ik hoop echt dat betrokkene tot een gewijzigd inzicht qua medicatie-inname komt. Het zal echt vanuit hemzelf moeten komen. Ik kan u niet zeggen hoelang er dwangmedicatie nodig zal zijn. Ik twijfel heel sterk over vrijwillige medicatietrouw bij betrokkene. Medicatie-inname zal zowel bij een (mogelijk toekomstige) voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging als bij een Rechterlijke Machtiging een belangrijk onderdeel en voorwaarde van de (verdere) behandeling vormen.

Er is zeker nog (minimaal) één jaar dwangverpleging geboden om de huidige situatie verder te stabiliseren en veilig te maken. Een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is pas aan de orde als de overgang naar de FPA naar behoren is verlopen. Deze overgang kan uiterlijk volgend jaar plaatsvinden. Hierbij is wel vereist dat er niet langer sprake is van dwangmedicatie.

De deskundige mevrouw J. Hout-Sels (reclasserinsgwerker), optredend namens de Reclassering Nederland, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik heb betrokkene vanwege zijn decompensatie en isolatie niet eerder kunnen bezoeken

dan eind 2013.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar. Er is sprake van een verhoogd recidivegevaar als het huidige dwangkader wegvalt. De beleving van terbeschikkinggestelde omtrent het nut en de noodzaak van medicatie staat haaks op de visie van het behandelteam. En daarin schuilt nu juist het gevaar volgens de kliniek. Het doet mij deugt dat [kliniek 1] ondanks de impasse rond de medicatie de voortgang heeft bewaakt richting transmuraal verlof. Ik hoop dat een en ander over enkele maanden zijn beslag krijgt en dat terbeschikkinggestelde de meerwaarde van medicatie gaat inzien.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Mijn cliënt zal door zijn stoornis altijd wisselend denken over het nut en de noodzaak van medicatie. Als het goed met hem gaat, wordt hij nonchalant en eigengereid op dat punt.

Dat is inherent aan zijn persoonlijkheidsproblematiek. Mijn cliënt hoort thuis in het GGZ-circuit. In zijn periode van medicatieontrouw heeft hij zich weliswaar (be)dreigend opge-steld, doch heeft daarbij geen grenzen overschreden. In de isoleercel heeft hij evenmin grenzen overschreden. De oplossing moet worden gezocht in een overgang naar de GGZ.

Deze overgang kan vorm worden gegeven in een voorwaardelijk einde van de dwangverple-

ging. Ik verzoek u om dit door de reclassering te laten onderzoeken en hiertoe het onder-zoek te schorsen. Laten we mijn cliënt de kans geven voor wat betreft medicatie-inname.

Mocht hij die (eventueel) gestelde voorwaarde overtreden dan kan de dwangverpleging immers weer worden hervat. Het is dan zijn eigen keuze geweest.

De officier van justitie verzet zich tegen een schorsing van het onderzoek teneinde een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te laten onderzoeken.

De rechtbank verenigt zich met de adviezen van [kliniek 1] en de Reclassering Nederland en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichtingen door de deskundigen.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De rechtbank ziet in de inhoud van de rapportages en het verhandelde ter terechtzitting geen aanleiding voor een onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Het daartoe strekkende verzoek van de raadsman wordt dan ook afgewezen.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. J.H.L.M. Snijders, voorzitter,

mr. drs. W.A.F. Damen en mr. H.H.E. Boomaart, leden,

in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 april 2014.