Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:1702

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
10-04-2014
Datum publicatie
10-04-2014
Zaaknummer
01/992404-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een taakstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren voor mensensmokkel in vereniging gepleegd. Verdachte is behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van doorreis door Nederland naar Engeland. Bij de strafoplegging is rekening gehouden met de zeer forse overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/992404-10

Datum uitspraak: 10 april 2014

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1964],

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 december 2010, 25 maart 2014 en 27 maart 2014.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 1 december 2010.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 28 februari 2010 tot en met 6 maart 2010

te Amsterdam en/of Hoogvliet en/of Rosmalen en/of 's-Hertogenbosch en/of

Nijmegen en/of Zaandam en/of (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of

België en/of Groot-Brittannië,meermalen, althans eenmaal,(telkens) tezamen en

in vereniging met [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een

ander of anderen, althans alleen, al dan niet in de uitoefening van zijn

beroep of gewoonte een persoon en/of personen genaamd en/of zich noemende

[gesmokkeld persoon 1] en/of [gesmokkeld persoon 2] en/of [gesmokkeld persoon 3] van Iranese

nationaliteit, in elk geval (een) illega(a)l(e) perso(o)n(en),

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in

Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te

New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New

York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

of die ander(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft

verschaft terwijl hij verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat

die toegang of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was, immers

heeft verdachte en/of een of meer van zijn medeverdachte(n)(telkens)

-contact onderhouden met en/of instructies gegeven aan en/of ontvangen van

en/of afspraken gemaakt met een of meer medeverdachten over de organisatie

en/of de coördinatie en/of het verloop van het vervoer van deze te smokkelen

perso(o)n(en) en/of over het verlenen van onderdak en/of het ter beschikking

(laten) stellen van reisdocumenten aan deze te smokkelen perso(o)n(en) en/of

over het betalen en/of innen van gelden voor het vervoer van deze te

smokkelen pers(o)n(en) en/of

-die perso(o)n(en) vervoerd of laten vervoeren naar Nederland en/of

-die perso(o)n(en) (in de nabijheid van) een (trein)station opgehaald en/of

-die perso(o)n(en) onderdak verschaft en/of

-die perso(o)n(en) vervoerd en/of

-die perso(o)n(en) verteld hoeveel zij moest(en) betalen en/of

-die perso(o)n(en) voorzien van één of meer valse documenten en/of

-voor die perso(o)n(en) een (of meer) vliegticket(s) geregeld of laten regelen

en/of

-aan die perso(o)n(en) informatie met betrekking tot vliegtickets verschaft

en/of

-zich door die perso(o)n(en) en/of (een) familie(lid) van die perso(o)n(en)

en/of contactperso(o)n(en) van die perso(o)n(en) heeft/hebben laten betalen;

terwijl verdachte en/of één of meer van zijn medeverdachte(n) daarvan een

beroep of gewoonte heeft/hebben gemaakt;

(Zaakdossier 1, in onderling verband met en samenhang bezien met de rest van

het dossier)

Artikel 197a lid 1, 2 en 4 Sr jo artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Sr.

2.

hij in of omstreeks de periode van 10 april 2010 tot en met 2 mei 2010 te

Amsterdam en/of Hoogvliet en/of Rosmalen en/of Nijmegen en/of (elders) in

Nederland en/of Duitsland en/of België en/of Groot-Brittannië, meermalen,

althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1]

en/of[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen, althans alleen,

al dan

niet in de uitoefening van zijn beroep of gewoonte een persoon en/of personen

genaamd en/of zich noemende [gesmokkeld persoon 4] en/of [gesmokkeld persoon 5]

en/of [gesmokkeld persoon 6] en/of [gesmokkeld persoon 7] van Iranese

nationaliteit, in elk geval (een) illega(a)l(e) perso(o)n(en),

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in

Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te

New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New

York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

of die ander(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft

verschaft terwijl hij verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat

die toegang of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was, immers

heeft verdachte en/of een of meer van zijn medeverdachte(n) (telkens)

-contact onderhouden met en/of instructies gegeven aan en/of ontvangen van

en/of afspraken gemaakt met een of meer medeverdachten over de organisatie

en/of de coördinatie en/of het verloop van het vervoer van deze te smokkelen

perso(o)n(en) en/of over het verlenen van onderdak en/of het ter beschikking

(laten) stellen van reisdocumenten aan deze te smokkelen perso(o)n(en) en/of

over het betalen en/of innen van gelden voor het vervoer van deze te

smokkelen pers(o)n(en) en/of

-die perso(o)n(en) vervoerd of laten vervoeren naar Nederland en/of

-die perso(o)n(en) onderdak verschaft en/of

-die perso(o)n(en) vervoerd en/of

-die perso(o)n(en) verteld hoeveel zij moest(en) betalen en/of

-die perso(o)n(en) voorzien van één of meer valse documenten en/of

-voor die perso(o)n(en) een (of meer) vliegtickets geregeld of laten regelen

en/of

-aan die perso(o)n(en) informatie met betrekking tot vliegtickets verschaft

en/of

-een of meermalen die perso(o)n(en) naar de luchthaven in Düsseldorf

(Duitsland) heeft gebracht of laten brengen en/of

-zich door die perso(o)n(en) en/of (een) familie(lid) van die perso(o)n(en)

en/of contactperso(o)n(en) van die perso(o)n(en) heeft/hebben laten betalen;

terwijl verdachte en/of één of meer van zijn medeverdachte(n) daarvan een

beroep of gewoonte heeft/hebben gemaakt;

(Zaakdossier 2, in onderling verband met en samenhang bezien met de rest van

het dossier)

Artikel 197a lid 1, 2 en 4 Sr jo artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Sr.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak (feit 1)

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier weliswaar aanwijzingen bevat dat verdachte – zoals zijn medeverdachten – op de hoogte was van de illegale doorreis van de gesmokkelde personen, dan wel dit redelijkerwijs moest vermoeden, maar op basis van het dossier is niet onomstotelijk vast te stellen dat zulks het geval was.

De enkele omstandigheid dat verdachte nadien nog heeft geïnformeerd naar de verdere reis van de gesmokkelde personen is onvoldoende om hem als medepleger van dit feit aan te merken.

Bewijsoverwegingen (feit 2).

Bij doorzoeking van de woning van verdachte [verdachte] zijn instapkaarten aangetroffen op naam van de in de tenlastelegging genoemde personen. Daaruit blijkt dat zij vanuit Bakoe (Azerbeidzjan) naar Frankrijk (zijnde een Schengenland) zijn gereisd. Het is op grond hiervan aannemelijk dat zij door de Franse douane zijn gecontroleerd en aldus rechtmatig toegang tot het Schengengebied (waaronder Nederland) hebben verkregen. Nu het dossier geen aanwijzingen bevat voor het tegendeel kan de rechtbank niet bewijzen dat verdachte behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot Nederland of (kortweg) het Schengengebied dan wel behulpzaam is geweest bij het verschaffen van verblijf terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de toegang of het verblijf wederrechtelijk was.

Met betrekking tot het behulpzaam zijn van verdachte bij het zich verschaffen van doorreis van betrokkenen door Nederland naar Engeland overweegt de rechtbank als volgt.

Het feit dat die mensen wilden doorreizen naar Engeland leidt de rechtbank af uit het gegeven dat zij zijn aangehouden op de incheckbalie van de luchthaven in Düsseldorf op weg naar Londen. Verdachte heeft in de periode van 28 februari 2010 tot en met 6 maart 2010 tegen betaling op verzoek van verdachte [verdachte] onderdak verschaft aan een aantal personen die op illegale doorreis waren (feit 1). Deze mensen zijn tijdens hun reis aangehouden en verdachte was van die aanhouding op de hoogte. Dit blijkt uit het volgende op 6 maart opgenomen tapgesprek. Verdachte belt naar de medeverdachte [verdachte].

Verdachte: “Hoe is het gegaan?”

[verdachte]: “Ik weet het zelf ook niet helemaal. Ik zal kijken wat ik tot vanavond te weten kan komen.”

Verdachte: “Jullie zijn via “dinges” gegaan, toch?”

[verdachte]: “Ja, via dezelfde kant. Via de kant waar de jongens zijn gegaan.”

Verdachte: “Aha, aha, Juist. Tjonge, tjonge.”

[verdachte]: “Als je ooit, heel misschien, vragen hierover krijgt, zeg dat zij vanochtend door hun familie zijn opgehaald en naar België gebracht.”

Verdachte: “Zo is het toch ook. Zij zijn niet naar jou toegebracht.”

[verdachte]: “Jij hebt gelijk. Zij zijn naar België gegaan.”

Verdachte: “Zij zijn inderdaad opgehaald, Tjonge, Tjonge.”

[verdachte]: “Ik zal kijken hoe het verder gaat verlopen. Als ik iets hoor, laat ik je weten. Ik wilde je vanavond bellen, als ik meer informatie zou hebben. Maar jij hebt zelf gebeld.”

Verdachte: “Tjonge, Tjonge. Oké, is goed.”

(tapgesprek 6 maart 2010, blz. 2675 van het eindpv.)

Aanvulling op 7 maart 2010 door de verbalisant en de tolk: “Daar waar in dit gesprek gesproken wordt over “jongens” dient hier “kinderen” gelezen te worden. Daarbij dient ”kinderen” niet letterlijk genomen te worden, maar als een uitdrukking in de betekenis van “mensen”.

Op 12 april 2010 wordenvia [verdachte] andermaal Iraanse mensen, te weten [gesmokkeld persoon 4], [gesmokkeld persoon 5], [gesmokkeld persoon 6] en [gesmokkeld persoon 7] bij verdachte in zijn woning ondergebracht, waarna hij hen enige tijd onderdak verschaft. Verdachte ontvangt voor hun verblijf een fors meer dan onkostendekkende vergoeding.

Door zo kort na een mislukte mensensmokkel via diezelfde [verdachte] andermaal (Iraanse) mensen tegen een forse onkostenvergoeding in zijn woning onderdak te verschaffen, had verdachte naar het oordeel van de rechtbank ernstige redenen te vermoeden dat de doorreis van die mensen door Nederland en naar Engeland wederrechtelijk was.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

2.

in de periode van 10 april 2010 tot en met 2 mei 2010 in Nederland en Duitsland en België tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3], personen

genaamd [gesmokkeld persoon 4] en [gesmokkeld persoon 5] en [gesmokkeld persoon 6] en [gesmokkeld persoon 7] van Iranese nationaliteit,

-behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van doorreis door Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie, terwijl hij verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat die doorreis wederrechtelijk was, immers heeft verdachte en/of zijn medeverdachten

-contact onderhouden met en instructies gegeven aan en afspraken gemaakt met een of meer medeverdachten over de organisatie en het verloop van het vervoer van deze te smokkelen

personen en over het verlenen van onderdak en het ter beschikking (laten) stellen van reisdocumenten aan deze te smokkelen personen en over het betalen van gelden voor het vervoer van deze te smokkelen personen en

-die personen onderdak verschaft en

-die personen vervoerd en

-die personen verteld hoeveel zij moesten betalen en

-die personen voorzien van één of meer valse documenten en

-voor die personen een (of meer) vliegtickets geregeld of laten regelen en

-aan die personen informatie met betrekking tot vliegtickets verschaft en

-meermalen die personen naar de luchthaven in Düsseldorf (Duitsland) heeft gebracht of laten brengen en

-zich door die personen en/of (een) familie(lid) van die personen en/of contactperso(o)n(en) van die personen heeft/hebben laten betalen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 een taakstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Mensensmokkel valt in de categorie strafbare feiten die ernstig inbreuk maken op de rechtsorde en die in de samenleving gevoelens van onrust veroorzaken. De smokkel doorkruist niet alleen het overheidsbeleid aangaande bestrijding van illegaal verblijf in Nederland en (in dit geval) illegale doorreis door Nederland en naar andere landen van de Europese Unie, maar draagt daarmee ook bij aan het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd, terwijl het draagvlak om echte asielzoekers, dat wil zeggen politieke vluchtelingen, ruimhartig op te vangen daardoor in ernstige mate wordt ondermijnd.

De rechtbank acht oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf en een gevangenisstraf zonder meer gerechtvaardigd. De rechtbank zal deze gevangenisstraf echter voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank heeft in deze straf verdisconteerd de zeer forse overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Mocht zulks niet het geval zijn geweest dan had de rechtbank naast de voorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf van 80 uur opgelegd.

De rechtbank zal derhalve een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf nu de op te leggen straf de ernst van de feiten voldoende tot uitdrukking brengt.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 197a.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

t.a.v. feit 2:

Mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen:

t.a.v. feit 2:

- een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis, aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

t.a.v. feit 2:

- een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

2

jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H.P.G. Wielders, voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. M.A. Waals, leden,

in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,

en is uitgesproken op 10 april 2014.