Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2014:1306

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
20-03-2014
Datum publicatie
09-05-2014
Zaaknummer
AWB--13_4736 PROCES-VERBAAL
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

In geschil is of de heffingsambtenaar van de gemeente Nuenen terecht weigert een proceskostenvergoeding toe te kennen. Uit het verslag van de door de heffingsambtenaar gehouden hoorzitting blijkt dat zowel belanghebbende als zijn gemachtigde zijn verschenen. Naar het oordeel van de rechtbank is op geen enkele wijze af te leiden dat de gemachtigde in de bezwaarfase (tevens) als deskundige is opgetreden. Zo is geen schriftelijk verslag uitgebracht en is evenmin gebleken dat hij op verzoek van belanghebbende op de hoorzitting is gehoord. Gelet hierop heeft de heffingsambtenaar terecht geen vergoeding toegekend voor deskundigenkosten.

Ter zitting heeft de gemachtigde gesteld dat hij wel vaker mensen bij staat in WOZ-procedures. Desgevraagd heeft hij nader verklaard dat het dan gaat om kennissen die hij enkele keren per jaar bij staat op basis van ‘no cure no pay’. Verder heeft hij verklaard dat hij voor zijn diensten niet adverteert. Gelet hierop heeft de heffingsambtenaar naar het oordeel van de rechtbank de gemachtigde terecht niet aangemerkt als iemand die beroepsmatig rechtsbijstand verleent.

Wetsverwijzingen
Besluit proceskosten bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2014/913
Belastingblad 2014/271
V-N 2014/36.24.10
FutD 2014-1171
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 13/4736 PROCES-VERBAAL

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2014

inzake

[eiser], te [woonplaats], eiser,

(gemachtigde: [gemachtigde])

tegen

de heffingsambtenaar van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten,

verweerder,

(gemachtigde: H.A.P. van der Grinten).

Zitting hebben:

mr. E.J.J.M. Weyers, rechter;

mr. P.M. de Kruif, griffier.

De zaak is behandeld op de zitting van 20 maart 2014, waar eiser en verweerder zich hebben laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1.

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2.

Het beroep richt zich uitsluitend tegen verweerders weigering in de uitspraak op bezwaar een proceskostenvergoeding toe te kennen. Verweerder heeft niet kunnen vaststellen dat de gemachtigde van eiser beroepsmatig rechtsbijstand verleent als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3.

Als beroepsgrond is aangevoerd dat [gemachtigde] in bezwaar als deskundige heeft deelgenomen en met het opstellen van de taxatie en de inpandige opname circa 5 uur gemoeid is geweest. Eiser wenst vergoeding van deze kosten op de voet van artikel 1, aanhef en onder b, van het Bpb. Daarbij heeft de gemachtigde gesteld dat hij ruim 30 jaar voor een groot bedrijf landelijk werkzaam is geweest in het kader van de WOZ en nog steeds het vakgebied bijhoudt.

4.

Vast staat dat door eiser voor zowel de bezwaar- als de beroepsfase een machtiging is afgegeven ten behoeve van [gemachtigde], voor het behandelen van het bezwaar- en beroep. Uit het verslag van de door verweerder gehouden hoorzitting in bezwaar blijkt dat zowel eiser als zijn gemachtigde is verschenen en dat deze laatste het woord heeft gevoerd. In het bezwaarschrift, dat door de gemachtigde van eiser is ondertekend, is een beroep gedaan op vergoeding van de kosten in bezwaar ingevolge artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht.

5.

Uit deze gang van zaken is naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze af te leiden dat de gemachtigde van eiser in de bezwaarfase (tevens) als deskundige is opgetreden. Zo is door [gemachtigde] geen schriftelijk verslag uitgebracht en is evenmin gebleken dat hij op verzoek van eiser op de hoorzitting is gehoord. Gelet hierop heeft verweerder terecht geen vergoeding toegekend voor kosten als bedoeld in 1, aanhef en onder b, van het Bpb.

6.

Ter zitting van de rechtbank heeft de gemachtigde van eiser gesteld dat hij wel vaker mensen bijstaat in WOZ-procedures. Desgevraagd heeft hij nader verklaard dat het dan gaat om kennissen die hij enkele keren per jaar bijstaat op basis van ‘no cure no pay’. Voorts heeft hij desgevraagd verklaard dat hij voor zijn diensten niet adverteert. Gelet hierop heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank [gemachtigde] terecht niet aangemerkt als iemand die beroepsmatig rechtsbijstand verleend, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Bpb.

7.

Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Waarvan is opgemaakt proces-verbaal.

Griffier Rechter

Afschriften verzonden: