Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1407

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-05-2013
Datum publicatie
30-05-2013
Zaaknummer
01/825319-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

TBS-verlenging met 1 (een) jaar.

Indexdelict: door misleiding een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825319-06

Uitspraakdatum: 30 mei 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1972],

verblijvende: [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 29 januari 2007 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 16 mei 2011, met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 2 april 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 mei 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige M.J.L. Boekhoudt en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van drs. E.P.M.T. Brouns, plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 7 februari 2013;

- het psychiatrisch rapport opgemaakt door dr. I. Maksimovic, d.d. 17 januari 2013;

- het psychologisch rapport opgemaakt door prof. dr. J.J. Baneke, d.d. 22 februari 2013;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van de terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van: door misleiding een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Er is bij betrokkene sprake van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven met afhankelijke, vermijdende, en borderlinetrekken. Er is tevens sprake van kernpedofilie die al tot ontwikkeling is gekomen op jonge leeftijd.

Betrokkene laat in zijn behandeling gestaag een positieve ontwikkeling zien. Hoewel hij zich vanuit zijn persoonlijkheidsproblematiek dikwijls onzeker voelt en snel gekrenkt is, lukt het hem steeds beter om hierover in contact te blijven met de therapeuten. Hij gaat het contact minder uit de weg. Wat wel wordt gezien is dat hij bij opgelopen spanning niet altijd doorleefd kan praten over zijn gevoelens. De emoties die je zou verwachten in dergelijke situaties worden weggestopt. Op andere momenten kan hij juist overspoeld raken door prikkels, waarna hij contact uit de weg gaat (en zijn eigen plan trekt) en/of de ander overschreeuwt/wil domineren. Inmiddels lijkt hij meer zicht te hebben gekregen op dit patroon en herkent deze gedragingen en gevoelens als risicofactoren. Acceptatie van zijn seksuele geaardheid is nog een thema binnen de behandeling, maar betrokkene lijkt zich steeds meer doordrongen van het feit dat zijn seksuele geaardheid niet zal verdwijnen. Hierdoor lijkt hij meer open te staan voor gesprekken over zijn seksualiteit. De afgelopen periode is duidelijk geworden dat betrokkene bij oplopende spanning fantasieën heeft over seks met kinderen. Hierdoor is in overleg met de psychiater besloten om betrokkene ondersteuning te bieden middels libidoremmende medicatie. Betrokkene heeft zich bereid getoond om hieraan mee te werken. Hij werkt dan ook goed mee aan bloedcontroles en gesprekken met de psychiater om een goede inschatting te kunnen maken van de mate van seksuele preoccupatie bij oplopende spanning. Ook oefent hij met behulp van behandelaars met nieuwe copingstrategieën. Het behandelteam is van mening dat betrokkene nog dermate in ontwikkeling is, dat hij op dit moment nog onvoldoende stevigheid heeft, dat wil zeggen, nog onvoldoende in staat is om de inzichten die hij heeft toe te passen in de maatschappij, om zich zelfstandig staande te houden. Wanneer de kaders van de TBS weg zouden vallen en hij zelf verantwoordelijk is voor het invullen van zijn leven, is de verwachting dat hij de druk van de maatschappij nu nog niet aan zal kunnen. Hierover is overeenstemming met

betrokkene. Binnen de huidige kaders ervaart betrokkene nog steeds momenten waarop hij overspoeld raakt door emoties, zich onzeker voelt en dan behandelaars nodig heeft voor

ondersteuning. Met toename van de druk, afname van de begeleiding en structuur en te weinig ingesleten effectieve copingvaardigheden, gaat het recidiverisico op termijn omhoog.

Bij beëindiging van TBS op dit moment is er, op langere termijn, een matig tot hoog risico op herhaling van zijn indexdelict. Betrokkene is weliswaar vooruit gegaan in zijn behandeling, maar de visie vanuit het behandelteam is dat betrokkene, gezien de aanwezige problematiek, op dit moment nog onvoldoende uitgerust is om de druk van een zelfstandig leven met de daarbij behorende stress aan te kunnen, hetgeen de kans op seksuele delicten doet toenemen.

Zoals eerder beschreven is betrokkene beschadigd in zijn sociale geclassificeerde stoornis en emotionele ontwikkeling. Aangezien deze beschadigingen vroeg in zijn jeugd ontstaan zijn, betekent dit dat zijn persoonlijkheidsproblematiek diepgeworteld zit en middels de huidige behandeling waarschijnlijk niet volledig opgeheven zal worden. Het gevolg is dat betrokkene kwetsbaar zal blijven, maar wanneer hij tijdens de huidige behandeling in staat blijkt te zijn een aantal nieuwe vaardigheden aan te leren en vast te houden, een goede, bevredigende invulling aan zijn leven geeft, meer in contact staat met zijn gevoelens en deze open en eerlijk met zijn omgeving bespreekbaar maakt, een reëel beeld van zijn seksualiteit en voldoende zelfcontrole ontwikkelt, zeker als het gaat om pedoseksuele gevoelens, in de toekomst vermoedelijk weer zonder risico's zal kunnen participeren in de maatschappij. Hierbij zal de verdere behandeling uit moeten gaan wijzen in hoeverre hierbij blijvende begeleiding en controle nodig zal zijn en in welke mate. In ieder geval voorzien we dat de behandeling inclusief de resocialisatie de periode van twee jaar te boven gaat.

Wij adviseren derhalve op basis van bovenstaande de maatregel van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege te verlengen met de duur van twee jaar.

In voornoemd psychiatrisch rapport van dr. I. Maksimovic is onder meer het navolgende gesteld:

Bij betrokkene is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens in

de zin van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven (NAO), met borderline, afhankelijke en ontwijkende trekken. Bij betrokkene is tevens sprake van een ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens in de zin van pedofilie van het niet exclusieve type.

De diagnostische conclusies van de kliniek worden als consistent en juist beoordeeld.

Alle risico-indicatoren overziend, leidt gebruik van de HKT-30 en van SVR-20 tot de globale inschatting van een laag delictrisico bij voortduren van de TBS; bij beëindigen

van de TBS lijkt het risico matig te zijn. Dit laatste is een inschatting, die voor een deel

gebaseerd is op het feit dat betrokkene oprecht een herhaling van de delicten wil voorkomen en op het feit dat hij in afgelopen jaren geen delictzettend gedrag heeft getoond. Pas op den duur en onder omstandigheden van sociale isolatie en geen andere manieren om stress te reduceren, zou het risico hoog worden. Het valt op, dat de toekomstige indicatoren in de context 'vrij in de maatschappij' nu ongunstig zijn - betrokkene is voor zijn structuur, dagbesteding en ondersteuning voor een groot gedeelte afhankelijk van de kliniek. Ondergetekende is daarom van mening, dat dit ook de focus van behandeling in de komende periode dient te worden, om op die manier het recidiverisico in de toekomst, zonder de dwang van de TBS, verder te verlagen. Dit vanwege het feit dat het creëren van de stabiele omstandigheden en dagbesteding zal voorkomen, dat betrokkene in stressvolle omstandigheden raakt, waarin hij, volgens het delictscenario, de stress zou gaan reduceren door middel van pedoseksuele gedragingen. De risicoprognose van de kliniek wordt als consistent, juist en volgens state of the art beoordeeld.

Betrokkene heeft zich in de behandeling op een actieve wijze opgesteld en de indruk is, dat hij in de behandeling veel geleerd heeft over zichzelf. Het is echter wel van belang, dat hij datgene wat hij geleerd heeft, ook kan toe passen in het dagelijkse leven buiten de kliniek. Betrokkene functioneert relatief goed in de kliniek, omdat dat een omgeving is met een hoge mate van holding. Wanneer deze holding en externe structuur weg valt, is betrokkene volledig op zichzelf aangewezen. In het verleden was dit voor hem onverdraagbaar, wat heeft geleid tot delictzettend gedrag. De indruk is, dat betrokkene zich nu in een fase bevindt, dankzij de therapieën die hij gevolgd heeft, dat hij het op zichzelf aangewezen zijn beter zou kunnen verdragen. Het is echter wel zo, dat hij vanwege zijn persoonlijkheids-stoornis een kwetsbare man blijft, bij wie de vermindering van de professionele steun langzaam dient te gebeuren. Het is van belang om stapsgewijs toe te werken naar vermindering van de structuur en ondersteuning. Betrokkene moet nog een stap zetten in de richting van onbegeleid verlof en het moet worden bezien hoe dat zal verlopen. Het is daarbij belangrijk om te beseffen, dat betrokkene, vanwege zijn kwetsbare persoonlijkheids-structuur, nog lang afhankelijk zal zijn van enige mate van ondersteuning en toezicht.

Gelet op het feit dat er bij betrokkene sprake is van neiging tot hyperseksualiteit en compulsief delictzettend gedrag (verzamelen van kinderporno, seksuele handelingen

via internet met minderjarigen), ondersteunt ondergetekende ten zeerste het gebruik van libidoremmende medicatie, met name een SSRI, zoals Paroxetine, omdat zulke middelen, naast hun libidoremmende functie, tevens tegen bet obsessiecompulsieve karakter van delictzettend gedrag kunnen worden gebruikt. De behandeling of begeleiding en het risicomanagement van de kliniek worden als juist beoordeeld.

Er wordt geadviseerd de TBS te verlengen met twee jaar. Er wordt geadviseerd de verpleging te continueren.

In voornoemd psychologisch rapport van prof. dr. J.J. Baneke is onder meer het navolgende gesteld:

Betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling, in casu pedofilie (niet exclusieve type) en een persoonlijkheidsstoornis NAO met afhankelijke, vermijdende en borderline trekken. Onderzoeker komt in zijn diagnostische conclusies in hoofdlijnen overeen met die van de kliniek.

Het risico op herhaling van strafbare feiten waarvoor betrokkene de TBS-maatregel opgelegd kreeg wordt op basis van de HKT-30 als matig tot verhoogd ingeschat binnen de huidige setting inclusief de begeleide verloven, alsmede bij onbegeleide verloven. Er is een behoorlijke mate van onzekerheid omdat betrokkene in het verleden niet open is geweest en daardoor gerecidiveerd is, wat tot de TBS heeft geleid. Tevens is de pedoseksualiteit in potentie nog steeds aanwezig, kan een kernfantasie gemakkelijk opgeroepen worden bij toenemende spanning, onder meer als gevolg van afwijzing of krenking. Betrokkene weet dit ook zelf, maar het is niet duidelijk in hoeverre dit 'weten' hem voldoende kan beschermen. Hij geeft ook aan dat hij bij spanningen weer via internet contact met minderjarigen zou kunnen zoeken. Onderzoekers risicotaxatie komt grotendeels overeen met die van de kliniek.

Geadviseerd wordt zo spoedig mogelijk over te gaan tot de volgende fase, in casu van onbegeleid verlof, als er toestemming is gekomen van het ministerie. Om onduidelijke redenen is de brief van de kliniek met het verzoek tot onbegeleid verlof niet of niet tijdig verzonden. Eerder heeft de Adviescommissie over een dergelijk verzoek negatief geadviseerd, maar de kliniek achtte het haalbaar om opnieuw een dergelijk verzoek in te dienen. Onderzoeker kan zich wel vinden in de behandeling, begeleiding en het risicomanagement van de kliniek.

Onderzoeker meent dat de TBS nog zeker 2 jaar nodig heeft om de nodige stappen naar resocialisatie te kunnen zetten. Nu er echter enige onduidelijkheid is over het versturen van brieven en de gewenste voortvarendheid in de behandeling, in casu de procedure met betrekking tot het aanvragen van onbegeleid verlof, zou het misschien gewenst zijn dat de rechtbank op kortere termijn wil zien hoe een en ander gaat verlopen. Mogelijk is het daarom gewenst om de TBS met 1 jaar te verlengen. Geadviseerd wordt om de verpleging te continueren.

De mederapporteur heeft zijn rapport al eerder beëindigd en was niet op de hoogte van de stagnatie in genoemde aanvraag. Uit telefonisch overleg bleek dat hij dan mogelijk ook 1 jaar verlenging had geadviseerd, met dezelfde overwegingen.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Het contact met mijn ouders verloopt goed. We hebben wekelijks telefonisch contact en één keer in de zes weken ga ik naar ze toe. Ook heb ik weer contact met mijn broer. Dit contact is nog pril.

De drempel om mijn pedofiele gevoelens te bespreken is iets lager geworden. Ik praatte er eerder liever niet over uit schaamte, niet om iets te verbergen.

Ik slik libidoremmende medicatie. Het geeft rust in mijn hoofd. Fantasieën en gedachten komen in minder frequente mate voor. In een lage dosering worden andere gevoelens niet gedempt, in een hoge dosering wel.

De door de terbeschikkinggestelde geschreven brief aan de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

De deskundige M.J.L. Boekhoudt, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

De aanvraag tot onbegeleid verlof is in eerste instantie afgewezen. Men vroeg zich af of er genoeg zicht zou zijn op [terbeschikkinggestelde] en men had vragen met betrekking tot het zwemverlof en het gebruik van internet. We hebben daarover gesproken en afspraken gemaakt met [terbeschikkinggestelde]. Hij is begonnen met het gebruik van libidoremmende medicatie. De aanvraag is herschreven en door de interne commissie gegaan. De eerste geneeskundige diende vervolgens de aanvraag te ondertekenen. Ik was in de veronderstelling dat dit was gebeurd en dat de aanvraag was verzonden. De eerste geneeskundige heeft echter niet getekend, omdat zij twijfels had of de aanvraag zou worden goedgekeurd. Zij heeft niet verteld dat de aanvraag nog bij haar lag. De werking van de libidoremmende medicatie is moeilijk controleerbaar. Zelfonderzoek is niet altijd betrouwbaar. De bloedspiegel moet een bepaalde waarde laten zien. Deze waarde is bij [terbeschikkinggestelde] telkens te laag. De heer Scheffers spreekt hierover met de psychiater, een optie is de dosering te verhogen. De verwachting is dat het Ministerie de verlofaanvraag niet zal goedkeuren zonder de ondersteuning van de bloedspiegelwaarde. De verlofaanvraag moet zodanig zijn onderbouwd, dat de kans op een afwijzing klein is. Anders zal het een jaar duren voordat een volgende aanvraag serieus genomen wordt.

De rechtbank vraagt mij naar de mogelijkheden voor resocialisatie zonder een goedgekeurde aanvraag tot onbegeleid verlof. De enige andere mogelijkheid is een voorwaardelijke beëindiging, maar daar is het nog te vroeg voor. Dit gaat gepaard met te veel vrijheden en de reclassering is vermoedelijk niet bij machte om voldoende ondersteuning te bieden. Spanningen lopen nog steeds op, dagelijks contact met begeleiders is nodig. Ook is het de vraag of instanties willen meewerken indien [terbeschikkinggestelde] enkel begeleid verlof heeft gehad. Het is ook mogelijk de aanvraag tot onbegeleid verlof te beperken tot werkverlof. De verwachting is dat het 3 tot 4 maanden zal duren alvorens dit wordt verleend. Dit is plan B.

Ook indien het onbegeleid verlof wordt toegekend, adviseer ik een verlenging met twee jaar. Ik heb geen bezwaar tegen een verlenging met één jaar gelet op de aan de kliniek te wijten miscommunicatie met betrekking tot de verlofaanvraag, maar geef de voorkeur aan twee jaar. We werken aan een geleidelijke terugkeer naar buiten, er is nog wel twee jaar nodig. Indien het onbegeleid verlof in de zomer wordt verleend, dan is een voorwaardelijke beëindiging over twee jaar mogelijk aan de orde. Mijn inschatting is dat een verlenging met één jaar geen invloed heeft op de beslissing van het Ministerie aangaande de verlofaanvraag. Het Ministerie is heel voorzichtig met zedendelinquenten. Ik kan dat begrijpen. Ik voorsta ook een langzame behandeling die in één keer goed gaat. Ik verwacht niet dat de spanningen bij [terbeschikkinggestelde] oplopen bij een verlenging met één jaar.

De komende periode dienen stappen te worden ondernomen. Dat heeft [terbeschikkinggestelde] verdiend. Hij is toe aan het oefenen in de praktijk van wat hij heeft geleerd. Hij moet de komende periode naar buiten, anders loopt de behandeling vertraging op. Indien de verlofaanvraag niet wordt goedgekeurd, dan is het wijs om over een jaar met de rechtbank te bespreken hoe nu verder te gaan. Misschien kunnen we dan wel kijken naar een voorwaardelijke beëindiging. In de tussentijd kan gesproken worden met de reclassering. Over een jaar zal ook het zogenaamde plan B zijn uitgewerkt.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Er is nog steeds sprake van pedofilie en een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en borderline trekken. De heer Scheffers doet het heel goed. Hij is gemotiveerd voor behandeling. Hij slikt medicatie en daardoor heeft hij minder fantasieën. De heer Scheffers is eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Hij is destijds, ondanks behandeling, tijdens de proeftijd gerecidiveerd. We kunnen niet objectief vaststellen of de medicatie echt werkt, het blijkt niet uit de bloedwaardes. Ik vorder de terbeschikkingstelling te verlengen. Aan alle voorwaarden is voldaan. Het wordt tijd dat [terbeschikkinggestelde] het aangeleerde in de praktijk kan toepassen. De begeleide verloven verlopen goed. De aanvraag tot onbegeleid verlof is afgewezen, dat kan ik begrijpen. Er zou voor 1 januari 2013 een tweede aanvraag worden verzonden. Dat is nog steeds niet gedaan. Ik had gehoopt dat dit inmiddels was gebeurd en dat daarop mogelijk al een antwoord was ontvangen. Ik begrijp de tactische overwegingen van de kliniek en de eerste geneeskundige. Gelet op het tijdsverloop is het verstandig dat de rechtbank een extra oogje in het zeil houdt. Ik vorder de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. Een voorwaardelijke beëindiging is vandaag niet aan de orde.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De officier van justitie heeft een genuanceerd betoog gehouden. Het is mooi dat de voorzitter de brief van mijn cliënt als voorwoord heeft gebruikt. Mijn cliënt heeft zich sterk ingezet voor zijn behandeling. Hij is coöperatief en heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn delicten. De begeleide verloven zijn goed verlopen. De onbegeleide verloven hebben vertraging opgelopen. Dat is ernstig. Er is heel slordig met de belangen van mijn cliënt omgegaan. Dat is onaanvaardbaar en zeer onzorgvuldig. Dramatherapie stopt in juni in verband met ontslag van de therapeute. De andere therapieën zijn afgerond. Mijn cliënt moet naar buiten. De externe deskundigen vinden dit ook. Zij adviseren een verlenging met één jaar. Ik maak me zorgen dat er eigenlijk nog geen plan B is. Mijn cliënt wilde aanvankelijk nu al vragen om een voorwaardelijke beëindiging, maar dat was meer uit wanhoop. Hij vindt het thans toch prematuur. Een verlenging met één jaar is zeer geïndiceerd, gelet ook op de proportionaliteit en subsidiariteit. De kliniek zou kunnen beginnen met plan B. Als de aanvraag tot onbegeleid verlof wordt afgewezen, is onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging mogelijk. De voorwaarden bij een dergelijk ontslag kunnen zeer streng zijn, het is zelfs mogelijk in het geval iemand nog in de kliniek verblijft. Ik verzoek de terbeschikkingstelling te verlengen met 1 jaar. Ik zou het op prijs stellen indien de rechtbank een krachtige aanwijzing in de beschikking opneemt aangaande de fouten die zijn gemaakt en het belang van een voortvarende resocialisatie.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige, behalve voor wat betreft de duur van de verlenging.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank overweegt dat uit het advies van voornoemde inrichting en de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige blijkt dat onzorgvuldig is gehandeld met betrekking tot de aanvraag tot onbegeleid verlof. Daardoor is kostbare tijd verloren, terwijl de terbeschikkinggestelde toe is aan een volgende stap in zijn behandeling.

Teneinde de voortvarendheid van de behandeling te bewaken zal de rechtbank de terbeschikkingstelling verlengen met één jaar.

DE BESLISSING

De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. S. van Lokven, voorzitter,

mr. S.J.O. de Vries en mr. M.T. van Vliet, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H. Pol-Wildeman, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 mei 2013.

8

Parketnummer: 01/825319-06

[terbeschikkinggestelde]