Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1099

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-05-2013
Datum publicatie
27-05-2013
Zaaknummer
876854
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onbevoegdheidsincident. Afwijzing. Dagvaarding is aan te merken als herstelexploot i.d.z.v. art. 125 lid 4 Rv, waarmee verval van aanhangigheid is voorkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/284
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Kanton 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : 876854 / 431

Rolnummer : 13-1263

Datum : 2 mei 2013

in de zaak van:

[X],

wonende te [woonplaats],

eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident,

gemachtigde: mr. J.P. de Man,

t e g e n

[Y],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,

gemachtigde: mr. E.E.M. van Schaijk-Böhm.

Partijen zullen hierna worden genoemd "[X]" en "[Y]".

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit het volgende:

a. de dagvaarding;

b. het herstelexploot/nieuwe oproep van 26 juli 2012;

c. de incidentele conclusie inhoudende het verweer van relatieve onbevoegdheid, tevens houdende conclusie van antwoord in de hoofdzaak;

d. de conclusie van antwoord in het incident.

2. Het geschil

in de hoofdzaak

2.1. [X] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [Y] veroordeelt om aan hem te betalen een bedrag van € 9.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 december 2011 tot aan de voldoening, met veroordeling van [Y] in de proceskosten.

Hij legt aan zijn vordering ten grondslag dat [Y], ingevolge de tussen partijen geldende huwelijkse voorwaarden, gehouden was naar rato van haar inkomen bij te dragen in de kosten van de huishouding, maar dat zij dit heeft nagelaten. Daarom heeft [X] een vordering van € 9.500,00 op [Y], welk bedrag is gebaseerd op werkelijke gemeenschap-pelijke uitgaven die hij heeft gedaan in de jaren 2010 en 2011, aldus [X].

2.2. [Y] voert verweer tegen de vordering en heeft aangevoerd dat [X] in zijn dagvaarding niet heeft voldaan aan de substantiëringsverplichting ex artikel 111 lid 3 Rv en evenmin aan de verplichting uit artikel 21 Rv. Voorts heeft zij aangevoerd dat haar inkomen uit arbeid gedurende de tijd dat partijen een gezamenlijke huishouding voerden ook is opge-gaan aan de kosten van de huishouding. Verder is het gevorderde bedrag van € 9.500,00 op geen enkele wijze onderbouwd, aldus [Y]. Primair concludeert zij tot nietigverklaring van de dagvaarding die [X] heeft uitgebracht en subsidiair tot niet-ontvankelijk verklaring van [X] in zijn vordering, dan wel afwijzing van de vordering.

in het incident

2.3. [Y] heeft de kantonrechter verzocht zich onbevoegd te verklaren om van de vorde-ring kennis te nemen, met veroordeling van [X] in de kosten van het incident.

Zij heeft daartoe gesteld dat het exploot van 26 juli 2012 niet kan worden beschouwd als een herstelexploot, nu het exploot van 27 december 2011 geen gebrek bevatte dat nietigheid met zich meebrengt maar enkel niet ter terechtzitting is aangebracht. Het exploot van 26 juli 2012 heeft dan ook te gelden als een nieuw exploot van dagvaarding. Ten tijde van de dagvaarding van 26 juli 2012 woonde [Y] al in Eindhoven, waar het exploot ook is achtergelaten, zodat ingevolge artikel 99 lid 1 Rv de rechtbank Oost-Brabant, kanton Eindhoven bevoegd is.

2.4. [X] concludeert tot afwijzing van de vordering in het incident. Hij voert aan dat de aanhangigheid van een geding vervalt indien het exploot van dagvaarding niet tijdig ter griffie is ingediend, tenzij binnen twee weken na de in de dagvaarding vermelde roldatum een geldig herstelexploot is uitgebracht (artikel 125 lid 4 Rv). Volgens [X] is tijdig, binnen twee weken na de datum waartegen [Y] was opgeroepen (12 juli 2012), een herstelexploot ingediend (op 26 juli 2012). Daarmee is de aanhangigheid van het geding gehandhaafd en continueert de nieuwe oproep de oorspronkelijke aanhangigheid, aldus [X]. Volgens [X] is de situatie van de oorspronkelijke dagvaardingsdatum van 27 december 2011 doorslaggevend en daarom is de kantonrechter te 's-Hertogenbosch bevoegd van het geschil tussen partijen kennis te nemen.

3. De beoordeling

in het incident

3.1. Ingevolge artikel 125 lid 1 Rv is een geding aanhangig vanaf de dag van de dagvaarding. Gelet op lid 4 komt deze aanhangigheid ter vervallen indien het exploot van dagvaarding niet uiterlijk is ingediend op de in de dagvaarding vermelde roldatum, tenzij binnen twee weken na de in de dagvaarding vermelde roldatum een geldig herstelexploot is uitgebracht. In onderhavige procedure dateert de dagvaarding van 27 december 2011. [Y] is in die dagvaarding opgeroepen voor 12 juli 2012. Deze dagvaarding is niet ingediend voor 12 juli 2012, zodat in beginsel de aanhangigheid van het geding is komen te vervallen. Op 26 juli 2012, binnen de termijn van twee weken, is door [X] een herstelexploot uitgebracht waarbij [Y] is opgeroepen te verschijnen op 14 februari 2013. Partijen verschillen van mening over de vraag of dit exploot al dan niet te gelden heeft als een herstelexploot.

3.2. Als een geldig exploot in de zin van art. 125 lid 4 Rv moet worden beschouwd een herstelexploot waarbij gedaagde, met handhaving van de oorspronkelijke dagvaarding, met inachtneming van de dagvaardingstermijn wordt opgeroepen tegen een nieuwe rechtsdag en waarna de zaak ook daadwerkelijk wordt ingeschreven op de rol van de nieuwe rechtsdag. De eis dat in dit artikel bedoelde herstelexploot moet zien op een of meer gebreken die nietigheid met zich meebrengen, vindt geen steun in de wet. Het exploot is derhalve aan te merken als een herstelexploot in de zin van art. 125 lid 4 Rv. Hiermee is verval van aanhangigheid voorkomen. De conclusie is dan dat de procedure jegens [Y] vanaf 27 december 2011 aanhangig is. Tussen partijen is niet in geschil dat zij toen woonachtig was in Erp. De kantonrechter te 's-Hertogenbosch is in dat geval bevoegd is om van het geschil tussen partijen kennis te nemen. De kantonrechter zal zich dan ook niet onbevoegd verklaren en wijst de incidentele vordering af.

3.3. [Y] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

in de hoofdzaak

3.4. Nu reeds is geantwoord in de hoofdzaak en gelet op de beoordeling in het incident ziet de kantonrechter aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel van de comparitie is om inlichtingen te verkrijgen en de mogelijkheid van een minnelijke regeling te onderzoeken. Tevens kan de comparitie worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven.

3.5. [X] zal uiterlijk 7 dagen voor de zitting de volgende stukken in het geding dienen te brengen:

1) de akte huwelijke voorwaarden;

2) een overzicht van de totale kosten van de huishouding in de periode van 2010-2011;

3) de berekening conform artikel 9 van de huwelijksvoorwaarden.

3.6. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in het incident

wijst de vordering van [Y] af;

veroordeelt [Y] in de kosten van het incident, aan de zijde van [X] begroot op € 125,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met b.t.w. belast);

in de hoofdzaak

beveelt een verschijning van partijen (comparitie) om inlichtingen te verkrijgen en om de mogelijkheid van een minnelijke regeling te onderzoeken;

bepaalt dat de comparitie zal worden gehouden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op 6 juni 2013 om 14:30 uur;

bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen;

bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de kantonrechter om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op het uitstelverzoek;

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen te 's-Hertogenbosch door mr. M.E. Bartels, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2013.

Zaak/rolnummer: 876854 CV EXPL 13-1263 blad 4

vonnis