Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1051

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-05-2013
Datum publicatie
27-05-2013
Zaaknummer
824034
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij de opheffing van het beschermingsbewind, heeft de kantonrechter een deskundige benoemd om de rekening en verantwoording en het handelen van de bewindvoerder te onderzoeken. De kantonrechter is van oordeel dat de bewindvoerder niet heeft gehandeld als een goed bewindvoerder en brengt de kosten van het onderzoek ten laste van de bewindvoerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Kanton 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: 824034/12-604

BM nummer: 10324

Ambtshalve beschikking ex artikel 1:445 lid 4 juncto 1:360 lid 3 Burgerlijk Wetboek

inzake

[X],

mede handelende onder de naam [Y],

kantoorhoudende te [woonplaat en adres],

in de periode van 22 maart 2011 tot 1 september 2012 de beschermingsbewindvoerder over de goederen die destijds toebehoorde aan de rechthebbende:

[rechthebbende],

wonende te [woonplaats en adres].

Voornoemde partijen zullen hierna respectievelijk worden genoemd: '[X]' en 'rechthebbende'.

1. De procedure

1.1. Bij beschikking van de kantonrechter te 's-Hertogenbosch d.d. 2 augustus 2012 is op verzoek van de rechthebbende het beschermingsbewind over alle aan hem toebehorende goederen opgeheven, met ingang van 1 september 2012. De rechthebbende heeft om opheffing verzocht, omdat hij van mening is dat bewindvoerder [X] zijn taak niet naar behoren heeft uitgevoerd en omdat dat hij zichzelf inmiddels in staat acht om zelfstandig zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. De rechthebbende stemt niet in met de door [X] afgelegde rekening en verantwoording van het gevoerde bewind in de periode van 22 maart 2011 tot en met 1 september 2012.

1.2. Bij voornoemde beschikking is tevens tot deskundige benoemd mr. Stein Harry Frans Hoppenbrouwers, werkzaam bij Holla Advocaten te Eindhoven (Postbus 63, 5600 AB) ? hierna ook te noemen: 'deskundige' ? teneinde de door [X] ingediende rekening en verantwoording te onderzoeken. De deskundige heeft opdracht gekregen tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen:

- Is de door [X] opgestelde rekening en verantwoording overeenkomstig de waarheid en heeft [X] bij de totstandbrenging van deze rekening en verantwoording gehandeld als een goed bewindvoerder?

1.3. Op 15 november 2012 is de eindrekening en verantwoording van de bewindvoering in de periode van1 januari 2012 tot en met 31 augustus 2012 ingekomen ter griffie van de Rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton. In de eindrekening en verantwoording vermeldt [X] dat de rechthebbende de eindrekening niet ondertekend aan hem heeft geretourneerd.

1.4. Op 5 december 2012 is het deskundigenbericht van mr. Hoppenbrouwers ingekomen ter griffie.

1.5. Bij brief van 17 december 2012, ingekomen ter griffie op 21 december 2012, heeft [X] een schriftelijke reactie gestuurd op het deskundigenbericht. [X] stelt onder meer dat het rapport niet met feiten is onderbouwd, dat sommige zaken te wijten zijn geweest aan het gebrek aan medewerking van de rechthebbende alsmede dat de schuldenlast met € 13.000,00 is gedaald door zijn zuinige opstelling. [X] geeft aan de conclusie van de deskundige niet te kunnen delen.

1.6. Bij brief van de griffier d.d. 18 december 2012 zijn partijen verzocht te reageren op het deskundigenbericht.

1.7. Rechthebbende heeft bij brief, ingekomen ter griffie op 16 januari 2013, gereageerd op het deskundigenbericht. Rechthebbende geeft aan dat hij het deskundigenbericht heeft gelezen en goed heeft bevonden. Tevens vult rechthebbende het bericht aan met enkele bijlagen, welke hij naar eigen zeggen aan de deskundige heeft verstrekt maar niet heeft teruggevonden in het bericht. Het betreft bewijsstukken van de betalingen die zijn partner, mevrouw [Z], ten behoeve van rechthebbende heeft gedaan aan GGN en Hoffman alsmede kopieën van bankafschriften waaruit de betalingen aan Woonveste in verband met de huurachterstand blijken.

1.8. [X] en rechthebbende zijn opgeroepen om te verschijnen ter zitting van 22 maart 2013, ter bespreking van het deskundigenbericht van mr. Hoppenbrouwers. Beiden zijn ter zitting verschenen en hebben hun reactie gegeven. Van het verhandelde ter zitting is proces-verbaal opgemaakt. Ter zitting heeft [X] toegezegd om een overzicht te maken voor iedere maand dat het bewind heeft geduurd, waaruit blijkt hoeveel saldo er was en hoeveel en wanneer er is betaald.

1.9. Bij brief van de griffier d.d. 2 april 2013 is [X] verzocht om het voormelde overzicht te verstrekken.

1.10. Bij brief van 4 april 2013, ingekomen ter griffie op 8 april 2013, heeft [X] een overzicht van het verloop van de bankrekeningen gevoegd. In zijn begeleidend schrijven licht [X] onder meer toe dat in de periode van oktober 2011 tot en met mei 2012 het cumulatief saldo daalde naar een niveau waarmee hij niet elke maand alle vaste lasten kon betalen, hetgeen volgens hem te wijten was aan het beslag op het inkomen in die maanden.

2. De beoordeling

2.1. Aan de orde is de vraag of de kosten voor het deskundigenonderzoek ten laste van de gewezen bewindvoerder [X] kunnen worden gebracht. Ingevolge artikel 1:445, vierde lid, juncto 1:360, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter een of meer deskundigen benoemen ten einde de ingediende rekening te onderzoeken en op grond van het derde lid van artikel 1:360 BW kan de kantonrechter, indien slecht bewind aan het licht is gekomen, de kosten van dit onderzoek geheel of ten dele ten laste van de (gewezen) bewindvoerder brengen. Beoordeeld dient te worden of [X] in de periode van 22 maart 2011 tot 1 september 2012 als een goed bewindvoerder heeft gehandeld, dat wil zeggen of hij op de meest nauwgezette wijze zijn plicht heeft betracht. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen.

2.2. Tot de taken van de bewindvoerder behoort ingevolge artikel 1:441, eerste lid, BW, primair de besteding van het vermogen voor een voldoende verzorging van de rechthebbende. Hiermee wordt naar het oordeel van de kantonrechter bedoeld: het voldoen van de vaste lasten van rechthebbende, ervoor zorgen dat de rechthebbende voldoende van zijn inkomsten overhoudt om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien en dit 'leefgeld' tijdig verstrekken. Op pagina 7 van het deskundigenbericht, vermeldt de deskundige over de uitoefening van deze kerntaak door [X], dat uit de e-mailcorrespondentie van partijen is gebleken dat [X] met de rechthebbende ? ten overvloede ? is overeengekomen dat het ook tot de taak van de bewindvoerder behoort om de vaste lasten te voldoen.

Onder verwijzing naar het door hemzelf opgestelde, op de afschriften van de bankrekeningen van rechthebbende gebaseerde, overzicht van inkomsten en uitgaven (bijlage 3 van het deskundigenbericht), stelt de deskundige dat [X] niet elke maand alle vaste lasten heeft voldaan. Hij vermeldt dat uit correspondentie tussen partijen is gebleken dat [X] daarvoor als reden opgaf dat er niet altijd voldoende inkomsten werden ontvangen waaruit de vaste lasten voldaan konden worden. De deskundige wijst er echter op dat in de maanden april, mei, augustus, oktober en november 2011 meer inkomsten gegenereerd werden dan dat er uitgaven werden gedaan. Dit terwijl er in mei, augustus en oktober 2011 geen huur is voldaan door [X]. In zijn conclusie, op pagina 11 van het deskundigenbericht, stelt de deskundige dat, gelet op het feit dat [X] niet althans niet iedere maand de vaste lasten van de rechthebbende heeft voldaan, [X] tekort is geschoten in zijn taak als bewindvoerder om het vermogen van de rechthebbende aan te wenden voor een voldoende verzorging van de rechthebbende.

2.2.1. Ter zitting van 22 maart 2013, heeft de rechthebbende benadrukt dat er grote problemen zijn ontstaan doordat [X] de vaste lasten niet voldeed. Zo liep de huurachterstand gedurende het bewind zodanig op dat er volgens rechthebbende een kritieke situatie ontstond. De partner van rechthebbende heeft toen de huurschuld voldaan om de dreigende huisuitzetting af te wenden. [X] heeft volgens rechthebbende de maandelijkse afbetaling van de (oude) huurschuld ? waarvan de inning door de verhuurder reeds aan GGN was uitbesteed ? teruggebracht van € 100,00 per maand naar € 50,00 per maand, ondanks dat er financiële ruimte was voor aflossing van de afgesproken € 100,00 per maand. Omdat verhuurder Woonveste de afbetaling van € 50,00 per maand niet accepteerde, dreigde zij met ontbinding en ontruiming. Uit het overzicht van de deskundige blijkt dat de aflossing aan oude huurschuld aan Woonveste in de maanden mei, juni en juli € 100,00 bedroeg en vanaf augustus 2011 naar

€ 50,00 per maand is teruggebracht.

2.2.2. [X] heeft ter zitting van 22 maart 2013 hierop gereageerd door te stellen dat hij wel degelijk de maandelijkse huur betaald heeft, zij het niet steeds op tijd. De aflossing heeft hij verlaagd omdat er geen ruimte was. De dreigende huisuitzetting relativeert hij door te stellen dat de sociale woningbouwcorporatie niet zo snel overgaat tot ontbinding en ontruiming. De kantonrechter heeft daarop [X] ter zitting gevraagd om een overzicht te maken voor iedere maand dat het bewind heeft geduurd, waaruit blijkt hoeveel saldo er was en hoeveel en wanneer er is betaald. [X] heeft daarop de kantonrechter toegezegd dit te zullen doen. Na een brief van de griffier ter herinnering, heeft [X] een lijst overgelegd met door hem geadministreerde mutaties van de bankrekeningen in de periode van 22 maart 2011 tot en met 31 augustus 2012.

2.3. Het door [X] overgelegde 'overzicht', ingekomen ter griffie op 8 april 2013, bestaat uit onoverzichtelijke lijsten van bij- en afschrijvingen van de rekeningen 'beheer' (522344291), 'Rabo' (154775568) en 'Leef' (522403468). Het overzicht van de beheerrekening heeft een begindatum van 20 april 2011 in plaats van 22 maart 2011, het overzicht van de overige rekeningen heeft als begindatum 15 april 2011. De overgelegde stukken stroken geheel niet met het overzicht van de deskundige dat is opgenomen in bijlage 3 van het deskundigenbericht. Reeds de eerste door [X] in het overzicht vermelde bijschrijving op de beheerrekening van € 1.149,57 op 20 april 2011, wordt door [X] omschreven als 'leefgeld', terwijl de deskundige deze bijschrijving omschrijft als 'salaris' ? hetgeen, gelet op het bedrag, ook aannemelijker is. Tevens is het voor de kantonrechter onduidelijk waarom vervolgens pas een maand later, op 20 mei 2011, een eerste afschrijving van de beheerrekening van € 50,00 plaatsvindt, welke eveneens is omschreven als 'leefgeld'. De overige door de deskundige in de bankafschriften geconstateerde afschrijvingen van vaste lasten in de maand april 2011, zoals 'huur', 'water' en 'autoverzekering', komen in het overzicht van [X] geheel niet voor. De kantonrechter is daarom van oordeel, dat het door [X] overgelegde overzicht de stelling van de deskundige, dat door [X] niet te allen tijde de vaste lasten zijn voldaan terwijl er wel voldoende financiële middelen waren, niet heeft kunnen weerleggen. Integendeel, uit het overzicht blijkt juist dat de financiële administratie van [X] niet strookt met de daadwerkelijke afschrijvingen van bankrekeningen, klaarblijkelijk foutieve omschrijvingen bevat en derhalve niet overeenkomstig de waarheid is.

2.3.1. Voorts stelt de kantonrechter vast dat [X] niet op de hoogte is van zijn uit de wet voortvloeiende taken als beschermingsbewindvoerder. [X] heeft zelfs gemeend dat het voldoen van de vaste lasten namens de rechthebbende afzonderlijk bij overeenkomst geregeld moet worden. Echter, ook uit hoofde van die 'overeenkomst' heeft [X] zich weinig moeite getroost om aan zijn verplichting te voldoen. In zijn begeleidend schrijven bij het overzicht stelt hij over het voldoen van de vaste lasten: "In de periode oktober 2011 tot en met mei 2012 daalde het cumulatief saldo zelfs naar een niveau waarmee ik niet elke maand alle vaste lasten heb kunnen betalen. Dit kwam door het beslag op het inkomen van die maanden. Alleen in de laatste maanden van het bewind ziet u dat het cumulatieve saldo iets aan het oplopen is."

Nergens is uit gebleken dat [X] ten aanzien van het loonbeslag de beslagvrije voet heeft bewaakt voor rechthebbende, opdat deze in zijn levensonderhoud en vaste lasten kon voorzien, terwijl zulks wel van een bewindvoerder verwacht mag worden. Daar komt bij dat [X] vervolgens in het midden heeft gelaten de vraag welke schulden er uiteindelijk uit het loon van rechthebbende zijn voldaan door de beslaglegger. Desgevraagd, heeft [X] ter zitting verklaard dat hij, na een poging duidelijkheid te verkrijgen, ervan af heeft gezien om GGN in rechte te betrekken om zo openheid van zaken af te dwingen, aangezien dit hoge kosten met zich zou brengen voor de rechthebbende. Voorts heeft [X] ter zitting als reden voor zijn weinig doortastende optreden gegeven dat: "deurwaarders doorgaans niet zitten te wachten op vragen. Er komt altijd een moment dat alles is geïnd en er een einde komt aan het beslag. Er resteert dan meestal een paar euro die wordt teruggestort. Ik dacht dat er na een paar maanden een overzicht zou komen."

2.3.2. Uit het voorgaande blijkt dat [X] zich uitermate passief en afwachtend heeft opgesteld in zaken die voor de rechthebbende van zwaarwegend belang waren, terwijl het voor [X] duidelijk geweest moest zijn dat hij als goed bewindvoerder in dergelijke situaties naar zijn beste kunnen voor rechthebbende diende op te treden. Een dergelijke passieve houding is door [X] ook aangenomen ten aanzien van de dreigende huisuitzetting door verhuurder Woonveste, waarbij [X] er gemakshalve van uit is gegaan dat de verhuurder daartoe niet zal overgaan 'omdat die dat niet zo snel doet'. Voorts heeft [X] nagelaten de beslagvrije voet te handhaven en duidelijkheid te eisen van de beslaglegger, mede omdat laatstgenoemde 'doorgaans niet op vragen zit te wachten', met als gevolg dat het vermogen van rechthebbende ontoereikend was om de vaste lasten te voldoen en in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Ook heeft [X] van de middelen die ondanks zijn bewind aanwezig waren, niet steeds alle vaste lasten voldaan, terwijl uit zijn poging dit te weerleggen is gebleken dat zijn financiële administratie klaarblijkelijk foutieve omschrijvingen bevat en niet strookt met de werkelijke bij- en afschrijvingen van de bankrekeningen ten name van rechthebbende.

2.4. Op grond van de bovenstaande overwegingen en de conclusie van de deskundige, is de kantonrechter van oordeel dat [X] in zijn taak tekort is geschoten en niet heeft gehandeld als een goed bewindvoerder. De kantonrechter zal daarom de kosten voor het onderzoek van de deskundige ten laste brengen van [X].

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [X], voornoemd, tot betaling van een geldsom ter grootte van € 8.869,07, inclusief BTW, zijnde de kosten van het deskundigenonderzoek, te voldoen aan de griffier door overschrijving op rekeningnummer 56.99.90.572, ten name van Arrondissement 's-Hertogenbosch onder vermelding van het zaaknummer.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.M. Penders, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2013, in aanwezigheid van de griffier.

De griffier, De kantonrechter,

Verzenddatum:

Tegen deze beslissing kan ? uitsluitend door tussenkomst van een advocaat ? hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Zaaknummer: 824034/12-604 blad 5

beschikking