Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ9628

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
25-04-2013
Datum publicatie
08-05-2013
Zaaknummer
01/049119-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/049119-03

Uitspraakdatum: 25 april 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,

wonende [woonplaats], [adres].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 23 februari 2004 is betrokkene ter beschikking gesteld. Bij beslissing van genoemde rechtbank van 1 mei 2012 is deze terbeschikkingstelling met één jaar verlengd en de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 15 maart 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 april 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige R. Jens van de Reclassering Nederland, en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe mr. I. Klein gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het voortgangsverslag van de Reclassering Nederland, opgemaakt en ondertekend op 4 februari 2013 door C. van Norel, unitmanager, tevens voorzitter, en R. Jens, reclasseringswerker;

- een psychiatrische rapportage pro justitia van 1 maart 2013 opgemaakt en ondertekend door psychiater J.M.J.F. Offerman.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van driemaal feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste.

De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd voortgangsverslag van de Reclassering Nederland is - samengevat - onder meer het navolgende gesteld:

Klinische periode:

Betrokkene is op 30 maart 2006 opgenomen in een leefgroep in de [kliniek 1]. Op 20 december 2008 verhuist hij naar een zelfstandige woning van de kliniek in de stad en start hij met zijn transmurale behandeling.

Transmurale periode:

Tijdens de transmurale periode, vanaf december 2008, hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan. Betrokkene maakt zich wat meer los van zijn behandelteam. Met ingang van 15 mei 2012 is de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd.

Gedurende het afgelopen jaar zijn er geen signalen geweest dat betrokkene enig strafbaar feit heeft gepleegd

Poliklinische begeleiding/behandeling

Betrokkene heeft regelmatig contact met zijn behandelaar van [kliniek 2]. Hij vindt dat prettig en heeft aangegeven dat hij wil doorgaan met de gesprekken op [kliniek 2], ook na beëindiging van de terbeschikingstelling. De behandelaar wil, bij een goed verder verloop, toewerken naar een afronding eind 2013.

Betrokkene doet vrijwilligerswerk bij de voedselbank, waaruit hij veel voldoening haalt. Hij heeft een netwerk van enkele vrienden en onderhoudt regelmatig contact met zijn moeder. Het hebben van een zinvolle dagbesteding en voldoende netwerk vormen samen de belangrijkste bescherming tegen een terugval in recidive. Betrokkene is zich hiervan ook goed bewust en geeft aan eraan te willen blijven werken om die beschermende factoren te onderhouden.

De reclassering concludeert dat betrokkene op open wijze met zijn begeleider communiceert en de nodige aandachtspunten bespreekt.

Samenvattend kan worden gesteld dat de heer [terbeschikkinggestelde] zich goed houdt aan de voorwaarden die zijn gesteld in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de TBS.

Bij aanvang van het reclasseringstoezicht kon hij zijn moeite met de overgang van de kliniek naar de reclassering op goede wijze bespreekbaar maken zowel bij de reclassering als met zijn behandelaar van [kliniek 2]. De heer [terbeschikkinggestelde] is tevreden over hoe hij zijn leven leidt en ingericht heeft en is van plan dit zo vast te houden.

Er hebben zich tijdens het toezicht geen problemen voorgedaan. Na een eventuele beëindiging van de TBS zal betrokkene op vrijwillige basis zijn gesprekken bij [kliniek 2] voortzetten.

De reclassering adviseert de rechtbank de TBS onvoorwaardelijk te beëindigen.

In voornoemde psychiatrische rapportage van 1 maart 2013 van psychiater J.M.J.F. Offerman is, verkort en zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

Er is bij betrokkene geen sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, wel van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis nao (niet anderszins omschreven) met vooral vermijdende en in mindere mate afhankelijke kenmerken.

De bevindingen van rapporteur komen in zeer grote lijnen overeen met de reclassering, hooguit zou rapporteur, gezien de inmiddels milde persoonlijkheidsstoornis, willen spreken van een persoonlijkheidsstoornis nao (niet anderszins omschreven) met vermijdende en afhankelijke kenmerken in plaats van nog twee persoonlijkheidsstoornissen (ontwijkend en afhankelijk) te diagnosticeren. Het risico op (seksueel) gewelddadig gedrag schat rapporteur laag in. Zowel uit het huidige klinische beeld als de structurele risicotaxatie komt een lage kans op herhaling van de indexdelicten naar voren. Met betrekking tot de risicoprognose komen de bevindingen van rapporteur en van de Reclassering Nederland volledig overeen. Er zijn thans weinig mogelijkheden voor behandeling in engere zin. Betrokkene heeft de voor hem zinvolle therapie gevolgd en afgerond. Hij blijft voorlopig nog onder behandeling van [kliniek 2] om 'een vinger aan de pols te houden'. Met zijn huidige werk, woning, contacten en bezigheden verkeert betrokkene in een redelijk stabiel evenwicht. Ten aanzien van de behandeling, de begeleiding en het risicomanagement van betrokkene bestaat volledige overeenstemming met de reclassering. Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling onvoorwaardelijk te beëindigen.

De deskundige R. Jens, optredend namens de Reclassering Nederland, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij het advies tot onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel tot terbeschikkingstelling. Hij heeft daartoe kort gezegd onder meer aangevoerd dat de terbeschikkinggestelde op een goed niveau functioneert, een zinvolle dagbesteding heeft en een goed sociaal netwerk heeft opgebouwd. De terbeschikkinggestelde had aanvankelijk moeite met het loskomen van de kliniek, maar hij is daar overheen gekomen. Dit heeft hem tevens het nodige vertrouwen voor de toekomst opgeleverd.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting afwijzing van de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling gevorderd.

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe hebben ingestemd met de adviezen van de reclassering en de psychiater en hebben afwijzing van de vordering van de officier van justitie bepleit.

De rechtbank verenigt zich met het advies van de reclassering en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting van de deskundige, alsmede met het advies van psychiater Offerman. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de inhoud van de rapportages en het verhandelde ter terechtzitting dat thans geen sprake meer is van een situatie waarin de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De terbeschikkinggestelde heeft aangetoond dat hij problemen herkent en deze op adequate wijze bespreekbaar weet te maken. Hij heeft er aldus blijk van gegeven zijn verantwoordelijkheid te nemen. Voorts heeft de terbeschikkinggestelde ter terechtzitting uitdrukkelijk verklaard dat hij voorlopig contact wil blijven houden met [kliniek 2] op vrijwillige basis.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank, overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie, de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling afwijzen.

DE BESLISSING

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie van 15 maart 2013 af.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M. Lammers, voorzitter,

mr. H.A. van Gameren en mr. J.G. Vos, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.M. Weemers, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 april 2013.