Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ9580

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
08-05-2013
Datum publicatie
08-05-2013
Zaaknummer
01/825457-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar.

Indexdelicten: afpersing, poging tot afpersing en poging tot afpersing met zwaar lichamelijk letsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825457-07

Uitspraakdatum: 8 mei 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

verblijvende [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 6 oktober 2008 is betrokkene ter beschikking gesteld, met bevel tot verpleging van overheidswege.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 12 maart 2013, ingekomen ter griffie op 13 maart 2013, strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 april 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige N.P.C.M. Blom en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van dr. J. Lucieer, psychiater, directeur behandeling, plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft en drs. N. Blom, hoofd behandeling/GZ-psycholoog, d.d. 11 februari 2013;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van 'afpersing, poging tot afpersing, afpersing, meermalen gepleegd, poging tot afpersing en poging tot afpersing, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft', terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste en het misdrijven betreft die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is - onder meer - het navolgende gesteld:

"Samenvattende beschrijving m.b.t. het verband tussen stoornis, gevaar, geboden

behandeling en de prognose.

De heer [terbeschikkinggestelde] is een in Nederland geboren man van Marokkaanse afkomst die

bekend is met schizofrenie van het paranoïde type. Tevens is er sprake van een wisselende

gemoedstoestand waarbij somberheid op de voorgrond staat. Ook buiten de psychotische

episoden zijn stemmingscomponenten zichtbaar. Differentiaal diagnostisch moet gedacht

worden aan schizoaffectieve stoornis.

De heer [terbeschikkinggestelde] is bekend met alcohol- en/of drugsgebruik vanaf de middelbare

schoolperiode. De omvang en impact zijn (nog) niet geheel bekend. Wel kan gesteld worden

dat gebruik van middelen het risico op (psychotische) ontregeling verhoogt waardoor het

risico op gewelddadig gedrag toeneemt. Op 16-jarige leeftijd kwam de heer [terbeschikkinggestelde]

voor de eerste maal in aanraking met justitie. In 2005, hij is dan 21 jaar, dienen zich de

eerste serieuze psychiatrische klachten aan zoals angst, paniek en paranoïde waanbeelden.

Het lukt niet de heer [terbeschikkinggestelde] in zorg te krijgen, hij zwerft en is enige tijd spoorloos.

In 2007 kwam hij in vier opeenvolgende dagen tot de indexdelicten: afpersing, poging tot

afpersing en poging tot afpersing terwijl het feit zwaar lichamelijk letset tot gevolg heeft.

De positieve symptomen van de schizofrenie, in de vorm van wanen, worden meestentijds

succesvol medicamenteus bestreden. De negatieve symptomen, in de vorm van vlakheid en

initiatiefverlies, blijven zichtbaar. De heer [terbeschikkinggestelde] staat ambivalent ten opzichte van

de behandeling. Hij is medicatietrouw, neemt deel aan het therapieprogramma maar stelt

ook duidelijk in de toekomst zelfstandig te willen wonen zonder zorg en toezicht. Zijn

probleembesef en -inzicht is beperkt en hij is niet intrinsiek gemotiveerd tot inname van

antipsychotische medicatie. Het risico op toekomstig gewelddadig gedrag, bij ontslag uit de kliniek, wordt op korte termijn als matig en op lange termijn als hoog ingeschat. De heer

[terbeschikkinggestelde] zal bij gebrek aan toezicht en begeleiding vermoedelijk stoppen met zijn

medicatie en (psychotisch) ontregelen en opnieuw in de problemen komen.

De kliniek beschikt sinds 2 mei 2012 over een machtiging om heer [terbeschikkinggestelde] begeleid

verlof te verlenen. De start van het verlof riep de nodige spanning op. Eind november 2012

liet de heer [terbeschikkinggestelde] ongewenst gedrag zien tijdens het verlof waarna het verlof enkele

weken niet geëffectueerd is. Hierna is het verlof in een lagere frequentie voortgezet. Er

wordt momenteel toegewerkt naar plaatsing op [FPA] te [gemeente]. Om dit mogelijk te

maken zal binnenkort eerst transmuraal verlof worden aangevraagd.

Prognose in relatie tot de geclassificeerde stoornis.

Er is bij de heer [terbeschikkinggestelde] sprake van blijvende beperkingen, beperkte vaardigheden en

daarmee samenhangend delictgevaar. Als het toezicht, de begeleiding en de beschermende

omgeving wegvalt neemt de kans toe dat hij stopt met het innemen van zijn

antipsychotische medicatie. Dit zal leiden tot een toename van paranoïde gedachten en

vijandigheid en verhoogt het risico op delictgedrag. Blijvende structurerende begeleiding

en toezicht op medicatie en middelengebruik is noodzakelijk.

Advies verlenging TBS maatregel

Wij adviseren u de maatregel met 2 jaar te verlengen."

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

De behandeling verloopt goed. In het begin had ik vooroordelen.

Ik geloof in de therapieën die ik krijg. Ik heb er wel wat aan.

Ik neem de medicatie nu goed in. De medicatie zorgt dat ik rustig blijf.

Ik wil een nieuwe toekomst opbouwen op korte termijn. Ik denk dan aan een periode van een jaar. Ik begrijp dat moet worden begonnen met begeleid wonen. In de toekomst wil ik het liefst zelfstandig wonen. Ik denk dat we goede stappen hebben gemaakt tot op heden.

Mijn familie is heel belangrijk voor mij. Daar heb ik steun aan.

De deskundige N.P.C.M. Blom, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts onder meer het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Machtiging voor transmuraal verlof is verleend. Betrokkene wordt binnen zes weken geplaatst op [FPA]. We hebben een onbegeleid verlofkader gekregen binnen het terrein. Voor buiten het terrein hebben we geen verlof gekregen. Die mogelijkheid hadden we wel willen hebben. We moeten het verlof buiten het terrein over een tijd, als het goed gaat bij FPA [fpa], weer aanvragen.

De mogelijkheden tot zelfstandig wonen kan ik op dit moment slecht inschatten. De samenwerking tussen de kliniek en betrokkene is goed. In [fpa] zal veel duidelijk worden. Als het goed gaat, is beschermd en begeleid wonen wellicht mogelijk in de toekomst. Ik kan daar nu nog niets over zeggen.

Het verblijf in [FPA] is in beginsel één jaar. Deze periode mag maximaal met één jaar worden verlengd. Zij gaan vervolgens kijken wat er daarna mogelijk is.

Betrokkene is afgelopen twee jaar medicatietrouw geweest. Hij heeft geen psychose gehad. Bij spanning loopt de achterdocht bij hem op. Dan is hij wel op het randje.

Voor zijn ziektebeeld krijgt hij medicatie en psycho-educatie.

Ik kan mij voorstellen dat een rechterlijke machtiging op een bepaald moment aan de orde is. Ik acht de kans gering dat een uitstroom met een rechterlijke machtiging al na ommekomst van een jaar zal zijn.

De vraag of een voorwaardelijke beëindiging over een jaar tot de mogelijkheden behoort, vind ik ingewikkeld. Het zou kunnen. Ik weet echter niet hoe hij zich zal ontwikkelen in de [FPA]. De frequentie van verlof is naar beneden gegaan omdat de spanning opliep.

Een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar verhoogt de druk bij betrokkene, zowel om binnen dat jaar zo te presteren dat volgend jaar aan beëindiging van de dwangverpleging gedacht zou kunnen, alsook voor de zitting zelf.

De raadsman vraagt welke periode wordt bedoeld met 'op korte termijn' op pagina 12 van het rapport. Een periode tussen nu en zes maanden tot een jaar wordt als 'kort' beschouwd.

Bij de FPA is sprake van een andere setting. Daar is het recidiverisico hoger, afhankelijk van de situatie.

De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Dat een verlenging nodig is dat staat voldoende vast. De vraag is of dit een of twee jaar moet zijn. Eigenlijk zegt de deskundige dat zij het niet precies weet.

Op het moment dat hij wordt geplaatst op de FPA dan zit hij daar in ieder geval één jaar. De kans dat plaatsing in het kader van de BOPZ na dit jaar meteen aan de orde is, is gering.

Onbegeleid verlof op eigen terrein is gekregen. De overstap naar [FPA] zal spanningen opleveren. De uitbouw van vrijheden dient stap voor stap te worden gedaan.

Ik heb onvoldoende argumenten gehoord om mijn vordering te wijzigen tot verlenging van een jaar in plaats van twee jaren.

De deskundige heeft aangegeven dat het toeleven naar een nieuwe zitting extra spanningen op zal leveren, die ook weer gevolgen kunnen hebben voor het recidivegevaar en de behandeling.

Ik vind dat een verlenging met twee jaren nodig is om alles gefaseerd uit te bouwen.

Ik persisteer bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft onder meer aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Het onderliggende vonnis is van 6 oktober 2008.

Ik ken cliënt de hele periode. Ik zie dat het verblijf in de tbs-inrichting hem veel heeft opgeleverd. In september 2008 was hij 23 jaar en verkeerde hij in een totale psychose.

Hij heeft destijds de rechtbank gevraagd hem een levenslange straf op te leggen omdat hij bang was om terug te gaan in de maatschappij. Hij heeft afgelopen tijd enorm veel stappen gezet. Het verblijf in de gevangenis en de tbs-inrichting was echter niet gemakkelijk voor hem.

Hij is toe aan meer vrijheden. Ik ben het er mee eens dat de stappen zorgvuldig gezet moeten worden. Hij wil niet terug naar de situatie van 2007/2008.

Het belangrijkste is dat het goed blijft gaan met hem.

Binnen zes weken gaat hij naar [gemeente]. Een FPA is geen tbs-inrichting. Hij heeft wel het etiket van tbs opgeplakt.

Het betreft een zwakbegaafde jongeman. Het is moeilijk uit te leggen dat hij niet naar zijn ouders mag. Beide oma's zijn overleden. De hele familie kon naar de begrafenis, maar mijn cliënt kon er als enige niet bij zijn.

Cliënt heeft nog geen onbegeleid verlof buiten de kliniek gekregen.

Ten aanzien van de index-feiten was er feitelijk geen gevaar voor anderen.

Bij één feit had hij een mes in handen had. Daarbij is iemand verwond. In beginsel sloeg hij op de vlucht als er iets tegen zat.

Ik ga niet zeggen dat er geen recidiverisico is omdat hij gebaat is bij de juiste vloeiende stappen tot meer vrijheden.

Cliënt heeft behoefte aan een stukje duidelijkheid over zijn mogelijkheden.

De vraag is of een verlenging met één of twee jaren nodig is.

Misschien brengt een verlenging met één jaar spanningen met zich mee. Het verlengen met twee jaren kan echter ook contraproductief werken.

Cliënt is buitengewoon gemotiveerd mee te werken aan het traject waarin hij zit. Hij weet dat niet vaststaat hoe lang de terbeschikkingstelling nog zal duren.

Het is de vraag of de terbeschikkingstelling met twee jaren moet worden verlengd voor een setting die geen tbs-kliniek is.

Er zijn twee mogelijkheden. Op enig moment komt de rechterlijke machtiging in beeld.

Het kan ook zijn dat deze mogelijkheid niet de voorkeur heeft en wordt gedacht aan een voorwaardelijke beëindiging met de voorwaarde van een verblijf in een FPA of een GGz-instelling. Wellicht kunnen na een jaar al vervolgstappen worden genomen.

Ik verzoek dan ook een verlenging met één jaar.

Ik verzoek u nadrukkelijk in uw beslissing een aanwijzing op te nemen dat de kliniek de mogelijkheid onderzoekt van een voorwaardelijke beëindiging.

Mijn cliënt kijkt reëel naar zijn zaak. Hij weet dat een verlenging met één jaar niet betekent dat de terbeschikkingstelling daarna niet weer wordt verlengd.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige, behalve voor wat betreft de duur van de verlenging.

Gelet op het vorenstaande, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank zal in tegenstelling tot het advies van de kliniek en de vordering van de officier van justitie de terbeschikkingstelling verlengen met één jaar.

De rechtbank ziet dat de ter beschikking gestelde stappen in de goede richting heeft gezet.

De ter beschikking gestelde wordt binnen zes weken overgeplaatst naar [FPA]. Uit de behandeling ter zitting is gebleken dat deze plaatsing in beginsel voor één jaar is. Daarna zal bekeken worden of een verlenging van de plaatsing bij de FPA nodig is of andere mogelijkheden aan de orde zijn.

De rechtbank acht het van belang over één jaar een nieuw toetsmoment te hebben en te bekijken hoe het met de terbeschikkinggestelde is, hoe de behandeling bij [FPA] is verlopen en welke vervolgstappen worden geadviseerd.

Naar het oordeel van de rechtbank zal een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar tevens een goede stimulans zijn voor betrokkene om de ingeslagen weg voort te zetten.

De rechtbank merkt daarbij uitdrukkelijk op dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar niet op voorhand betekent dat het gedwongen behandeltraject van de terbeschikkingstelling over één jaar (voorwaardelijk) beëindigd kan worden.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. J.H.P.G. Wielders en mr. M.A. Waals, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 mei 2013.

Mr. Wielders en mr. Waals zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.