Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ9348

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
06-05-2013
Datum publicatie
06-05-2013
Zaaknummer
01/025055-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging tbs met één jaar. Geen gemaximeerde tbs.

Indexdelict: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/025055-02

Uitspraakdatum: 6 mei 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1973],

adres [adres], [woonplaats].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 maart 2003 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 4 mei 2012 met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 12 maart 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 april 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van drs. A.M. de Klerk, hoofd behandeling, drs. F.J.P. Walschot, psychiater en drs. A.J. de Groot, plaatsvervangend hoofd van de inrichting [kliniek] te [gemeente], d.d. 5 februari 2013;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het voortgangsverslag opgesteld door [reclasseringswerker, reclasseringswerker bij GGZ ERW Novadic-Kentron [gemeente], d.d. 12 maart 2013;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste.

In voornoemd advies van het plaatsvervangend hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Recidivegevaar.

"De toekomst wordt gericht op steun en bescherming van professionals (niet zijn sociale netwerk) waardoor de context hem kan dragen. Hij heeft weinig eigen mogelijkheden om zijn leven te structureren. Betrokkene is momenteel goed ingebed binnen RIBW [gemeente] en gezien de geschiedenis en problematiek van betrokkene lijkt dit begeleid wonen het maximaal haalbare. De problematiek van betrokkene vraagt om een langdurig risicomanagement, waarbij middels het recent gestarte proefverlof de kliniek geleidelijk meer naar de achtergrond kan verdwijnen teneinde uiteindelijk het dwangkader te kunnen omzetten naar een ander juridisch kader. Gezien de nog premature fase van het proefverlofkader geniet het de voorkeur dit voort te zetten. Gezien de problematiek van betrokkene en het beperkte ziekte-inzicht is geleidelijkheid van belang. Na een positieve evaluatie kan toegewerkt worden naar een voorwaardelijke beëindiging".

Recidive gevaar ten aanzien van het TBS indexdelict.

"Zonder geboden structuur zal betrokkene niet in staat zijn om de verkregen vorderingen vast te houden. Bij beëindiging van het huidige kader zal de verwardheid en met name de structuurloosheid in combinatie met het gebruik van middelen en het stoppen met zijn medicatie na verloop van tijd een grotere rol gaan spelen. Tengevolge van deze factoren en betrokkenes normen- en waardepatroon, waarbij de drempel voor het gebruik van geweld niet al te hoog is, kan er bij teveel spanning en stress, een te gebrekkige beheersing van agressieve impulsen ontstaan.

Verlengingsadvies.

"Betrokkene is gediagnosticeerd als een zwakbegaafde paranoïde schizofrene (chronisch) man met antisociale trekken en afhankelijkheid van middelen. Betrokkene is sterk afhankelijk van zijn (structurerende) omgeving, waardoor de kans dat de resocialisatie zal slagen zonder het huidige geboden kader gering is. Betrokkene zal bij het wegvallen van een structurerend, toezichthoudend en opgelegd kader bloot worden gesteld aan destabiliserende factoren (spanningen, middelengebruik, psychotische symptomen tengevolge van het niet slikken van medicatie en wegvallen van de dagstructuur), hij zal snel vervallen in oude patronen en hij zal net als in zijn verleden worden blootgesteld aan een grote mate van stress met alle gevolgen voor herhalingscriminaliteit. Zonder een opgelegd kader is de prognose dat betrokkene niet zal meewerken aan behandelingsmogelijkheden.

Gedurende de behandeling neemt betrokkene meer verantwoordelijkheid voor zijn (delict)gedrag, is het eens met zijn toekomstperspectief, heeft een redelijk ziekte-inzicht in zijn schizofrenie, kan een klinische dagstructuur vasthouden en neemt zijn medicatie in. De ingezette behandeling welke mogelijk wordt gemaakt door het dwangkader, heeft geleid tot psychische stabiliteit. Betrokkene is blijvend sterk afhankelijk van een omgeving die hem ondersteuning biedt teneinde structuur vast te kunnen houden.

Gezien de geringe draagkracht, onvoldoende copingmechanismen om spanningen en/of frustraties te hanteren en de neiging zichzelf te overschatten is er een blijvend risico op decompenseren c.q. zich (wederom) te ontrekken aan psychiatrisch toezicht en het gebruik van medicatie. Het is derhalve van belang in geleidelijkheid toe te werken naar een ander juridisch kader. Met het recente proefverlof is een eerste stap gemaakt teneinde de reclassering een actieve rol te geven ten aanzien van het risicomanagement. Bij een blijvend stabiel functioneren kan er, in overleg met de reclassering naar verwachting over een jaar worden overgegaan naar een mogelijke voorwaardelijke beëindiging".

Prognose in relatie tot de geclassificeerde stoornis.

In algemene zin is het doel het verblijven in een beschermde woonvoorziening. Zonder een leefomgeving met begeleiding en toezicht lijkt terugval in maatschappelijke deraillering groot. Abstinentie van middelengebruik is noodzakelijk, zo ook medicatietrouw en een adequate dagstructuur en voldoende begeleiding, zorg en toezicht. Wanneer een dergelijk structurerend, toezichthoudend en opgelegd kader ontbreekt, is gebleken dat betrokkene kwetsbaar is voor terugval in gebruik en hij niet in staat is zijn dagstructuur overeind te houden. Betrokkene is inmiddels ingebed binnen RIBW midden Brabant, locatie [gemeente]. Recentelijk is het proefverlof gestart, teneinde de reclassering geleidelijk het risicomanagement te laten overnemen, waarbij de [kliniek] nog betrokken is als overlegpartner en als eindverantwoordelijke een vinger aan de pols houdt. Betrokkene is langdurig aangewezen op enig juridisch kader, teneinde te kunnen zorgdragen dat betrokkene de geboden begeleiding blijft accepteren".

Advies verlenging maatregel.

"Gezien het nog immer hoge recidiverisico, op basis van de risicotaxatie-instrumenten, bij het volledig wegvallen van een structurerend toezichthoudend en opgelegd kader. Gezien de geringe draagkracht, onvoldoende copingmechanismen om spanningen en/of frustraties te hanteren en de neiging zichzelf te overschatten is er een blijvend risico op decompenseren c.q. zich (wederom) te ontrekken aan psychiatrisch toezicht en het gebruik van medicatie en is het van belang in geleidelijkheid toe te werken naar een ander juridisch kader. Middels het recent gestarte proefverlofkader is dit traject inmiddels ingezet. Teneinde het risicomanagement geleidelijk over te dragen, betrokkene in te bedden in de veranderende structuur van begeleiding en toe te werken naar een toekomstige voorwaardelijke beëindiging, adviseren wij een verlenging van de terbeschikkingstelling van 1 jaar en continuering van de verpleging van overheidswege".

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Het gaat goed met mij. Sinds ik bij de RIBW verblijf, heb ik allerlei leuke dingen gedaan. Met de medebewoners kan ik goed opschieten. Er is altijd iemand in huis om mee te praten. Het afgelopen jaar heb ik grote ontwikkelingen meegemaakt. Mijn dagbesteding is goed. Sinds december 2012 heb ik proefverlof. Dat houdt onder meer in dat ik boodschappen doe in het dorp zonder begeleiding. In het dorp zijn geen drugs voorhanden. Naar de stad ga ik niet. Bij de urinecontroles test ik nooit positief. Soms ben ik psychotisch, ik schaam mij dan om dat te zeggen maar doe het toch. Ik ben medicatietrouw en ga zelf mijn depot halen. Ook al wordt de terbeschikkingstelling opgeheven, blijf ik wonen bij de RIBW. Begeleid wonen is belangrijk voor mij. Mijn contacten met de reclassering zijn goed. Ik wil van het stempel terbeschikkingstelling af.

De deskundige A.M. de Klerk, optredend namens [de kliniek] te [gemeente], heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Het proefverlof loopt relatief kort en dient gefaseerd te worden afgebouwd. De inrichting wordt door de reclassering middels voortgangsverslagen op de hoogte gehouden. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat betrokkene zal vervallen in zijn oude patroon maar indien het verplichtend kader wegvalt in die zin dat de dwangverpleging voorwaardelijk zou worden beëindigd, wordt het terugplaatsen voor langere tijd van betrokkene in de kliniek een stuk moeilijker omdat in dat kader alleen ruimte is voor een time-out plaatsing, die naar zijn aard beperkt is. Wanneer meer verantwoordelijkheden bij betrokkene worden neergelegd, kan dat spanningen bij hem veroorzaken. Hoe zal betrokkene reageren als zich een onverwachte gebeurtenis voordoet, kan hij dan zijn zucht naar verdovende middelen onder controle houden of dreigt sociale isolatie? Betrokkene accepteert begeleiding maar door zijn cognitieve beperking overschat hij zijn mogelijkheden. Het verdient de voorkeur dat de inrichting zich langzaam terugtrekt en dat de overdracht aan de reclassering langzaam verloopt. Ik persisteer bij het advies zoals vermeld in het rapport d.d. 5 februari 2013.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene heeft destijds de terbeschikkingstelling opgelegd gekregen ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht waarbij sprake was van agressief handelen, te weten het zwaaien met een houten stok. Dit brengt met zich mee dat de totale duur van de terbeschikkingstelling niet is beperkt tot de maximale duur van vier jaar.

Betrokkene is een kwetsbaar persoon die last heeft van psychoses en een cognitieve beperking heeft. Indien de terbeschikkingstelling voorwaardelijk zou worden beëindigd en het zou misgaan, kan betrokkene op grond van artikel 509j bis van het Wetboek van Strafvordering worden teruggeplaatst, maar dat betreft een zwaar middel. Het verdient de voorkeur de terbeschikkingstelling in haar huidige vorm met één jaar te verlengen opdat, indien noodzakelijk, terugplaatsing soepeler verloopt. Na dat jaar kan worden bezien of voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling aan de orde is.

De officier van justitie vordert verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De reclassering heeft wekelijks contact met betrokkene. Uit hun voortgangsverslag d.d. 12 maart 2012 blijkt dat alles naar wens verloopt. Waarom moet worden gekeken naar een gefaseerde afbouw van de terbeschikkingstelling? Betrokkene verblijft in een goede woonwijk en heeft het prima naar zijn zin. Hij kan alles doen wat hij wil en kent zijn beperkingen. Betrokkene weet dat hij altijd bijzondere hulpverlening nodig zal hebben maar dat kan ook buiten het strafrechtelijk kader om. De officier van justitie stelt dat verlenging van de terbeschikkingstelling proportioneel is omdat, indien het misgaat, terugplaatsing dan soepeler verloopt. Dat is een verkeerde manier van beoordelen. Er dient, met inachtneming van artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, te worden gekeken of de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De verdediging verzoekt de rechtbank om de vordering verlenging terbeschikkingstelling af te wijzen omdat niet aan dat criterium is voldaan.

Onder verwijzing naar het arrest Van der Velden tegen Nederland van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelt de verdediging zich op het standpunt dat het in het arrest van 29 maart 2003 bewezenverklaarde feit niet het geweld betreft dat tot een niet gemaximeerde TBS leidt. Ook op die grond verzoekt de verdediging om de vordering van de officier van justitie af te wijzen.

De rechtbank.

Maximumduur van de terbeschikkingstelling.

De vraag die de rechtbank eerst moet beantwoorden is of de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, te weten een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De rechtbank is van oordeel dat voor het aannemen van een dergelijk misdrijf, indien het bewezenverklaarde feit een mondelinge bedreiging betreft, vereist is dat die dreigende uiting is voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door niet verbaal handelen dat naar zijn aard agressief is jegens de bedreigde.

De bewezenverklaring zoals is opgenomen in (het door het hof bevestigde) vonnis van 25 september 2002 luidt, dat bij de dreigende woorden opzettelijk dreigend een stuk hout is opgeheven waarmee in de richting van de bedreigde is gezwaaid.

Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldaan aan het vereiste dat de veroordeling is opgelegd terzake een misdrijf in de zin van artikel 38 e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht en is de maximale duur van de terbeschikkingstelling niet beperkt tot vier jaar.

In meergenoemd vonnis van 25 september 2002 is niet met zoveel woorden vermeld dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een dergelijk misdrijf doch op grond van de tekst van de bewezenverklaring en de inhoud van de bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat in dat vonnis wel ligt besloten dat de maatregel is opgelegd ter zake van een dergelijk misdrijf en dat derhalve niet gezegd kan worden dat de mogelijkheid van verlenging van de terbeschikkingstelling na vier jaar, voor de terbeschikkinggestelde niet voorzienbaar was.

Het voorgaande betekent dat de termijn van terbeschikkingstelling kan worden verlengd zolang de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen die verlenging eist. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging.

Vereisten artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Uit het dossier, het advies van de inrichting d.d. 5 februari 2013 en de door deskundige De Klerk ter zitting gegeven toelichting blijkt dat betrokkene een kwetsbaar persoon is met beperkte cognitieve vaardigheden die bij het wegvallen van een gestructureerd en toezichthoudend opgelegd kader zou worden blootgesteld aan destabiliserende factoren en - deels als gevolg daarvan - oplopende stress. De kans is zeer reëel dat betrokkene daardoor zal recidiveren. . De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat op basis van de risicotaxatie-instrumenten blijkt dat bij betrokkene sprake is van een hoog recidiverisico. Het proefverlof loopt relatief kort en dient gefaseerd te worden afgebouwd zoals is omschreven door de deskundige.

De conclusie:

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop door de deskundige ter terechtzitting gegeven toelichting.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling verlengen met één jaar.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M. Lammers, voorzitter,

mr. J.M.P. Willemse-Schwering en mr. Y.A.M. Rijlaarsdam, leden,

in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 mei 2013.