Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8872

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
26-04-2013
Datum publicatie
26-04-2013
Zaaknummer
SHE 12 / 4298
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Besluit waarbij aan eiseres een schriftelijke berisping is gegeven wegens plichtsverzuim. Eiseres heeft onder meer aangevoerd dat de bezwarencommissie ambtenarenzaken van SRE Milieudienst niet bevoegd was om aan verweerder in het kader van het ingediende bewaar advies uit te brengen. (…) Bij Verordening commissie bezwaarschriften 2010 is door de gemeenteraad van de gemeente Best een vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften ingesteld, die gelet op art. 2 van de Verordening is belast met de voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de gemeentelijke bestuursorganen. Voorzitter en leden van de commissie worden op grond van art. 3, lid 4 van de Verordening door verweerder benoemd, geschorst en ontslagen.

Uit de Verordening vloeit naar het oordeel van de Rb. voort dat het uitbrengen van adviezen in het kader van ingediende bezwaarschriften dient te geschieden door de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften, waarvan de voorzitter en de leden door verweerder zijn benoemd. Gelet hierop stond het verweerder niet vrij een advies van een andere dan de vaste bezwarencommissie aan zijn beslissing op bezwaar ten grondslag te leggen. Dat verweerder om begrijpelijke redenen (eiseres was secretaris van de vaste bezwarencommissie) voor deze oplossing gekozen heeft, doet aan het voorgaande niet af. Het bestreden besluit komt wegens strijd met het bepaalde in art. 7:13 Awb voor vernietiging in aanmerking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 12/4298

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2013 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. H.J.A. Jansen),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best, verweerder

(gemachtigde: mr. G.P.F. van Duren).

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een schriftelijke berisping gegeven wegens plichtsverzuim.

Bij besluit van 27 november 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het geding SHE 12/4299, plaatsgevonden op 8 april 2013. Eiseres en haar gemachtigde zijn verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door C.M.M. Noordman, P.H. Bosman en W. van Beckum, bijgestaan door hun gemachtigde.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de zaken gesplitst en wordt in elke zaak afzonderlijk uitspraak gedaan.

Overwegingen

1. Eiseres is sinds 2004 werkzaam bij verweerder, laatstelijk in de functie van juridische adviseur. Zij vormt samen met [persoon 1] en [persoon 2] de juridische afdeling van verweerder.

In 2011 is tussen verweerders gemeente en het bedrijf OD-consult een zakelijk conflict ontstaan. Op 8 december 2011 zijn bij verweerder twee brieven binnengekomen van VDB-advocaten B.V. namens OD-consult inhoudende een schadeclaim. Deze brieven zijn op 9 december 2011 door een medewerker in ‘Corsa’ (het digitale registratiesysteem van de gemeente) gezet.

Op verzoek van [persoon 1] heeft eiseres op vrijdag 9 december 2011, voordat [persoon 1] deze brieven in Corsa op haar naam en op vertrouwelijk heeft laten zetten, de brieven geprint, opdat eiseres en een administratief juridisch medewerkster ([persoon 3]) er kennis van konden nemen. Eiseres heeft de geprinte brieven vervolgens gescand en vanuit haar zakelijke e-mailpostbus doorgestuurd naar haar privé e-mailadres. De geprinte brieven heeft zij vervolgens aan haar collega [persoon 3] gegeven die ze, na er van kennis te hebben genomen, heeft vernietigd.

Op maandag 12 december 2011 is in het Eindhovens Dagblad een artikel verschenen met voornoemd conflict als onderwerp, waaruit bleek dat het Eindhovens Dagblad in het bezit was van vertrouwelijke brieven, waaronder de brieven van 8 december 2011.

Verweerder heeft daarop het bureau Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. ingeschakeld om onderzoek te verrichten naar het lekken van vertrouwelijke informatie vanuit de gemeenteorganisatie naar de krant.

Op 20 december 2011 heeft verweerder [persoon 2] met onmiddelijke ingang de toegang tot de gemeentelijke gebouwen en terreinen ontzegd voor de duur van het onderzoek. Op 22 december 2011 is (onder meer) eiseres bij collega’s rondgegaan voor handtekeningen op een steunbetuiging aan [persoon 2], tegen wie inmiddels discipliniare maatregelen waren getroffen.

Op 9 februari 2012 heeft Hoffmann rapport uitgebracht. De bevindingen van het onderzoek door Hoffmann zijn voor verweerder aanleiding geweest om eiseres schriftelijk te berispen. Eiseres heeft volgens verweerder gehandeld in strijd met de geheimhoudingsplicht van artikel 125a, derde lid, van de Ambtenarenwet door een vertrouwelijk document naar haar privé

e-mailadres te zenden. Daarnaast heeft eiseres volgens verweerder gehandeld in strijd met haar loyaliteit als juridische medewerker van verweerder door haar actieve betrokkenheid bij de steunbetuiging voor [persoon 2].

2. Eiseres heeft allereerst aangevoerd dat de bezwarencommissie ambtenarenzaken van SRE Milieudienst niet bevoegd was om aan verweerder in het kader van het ingediende bewaar advies uit te brengen. Daarnaast is volgens eiseres geen sprake van een onafhankelijk samengestelde bezwarencommissie, aangezien het commissielid mr. W.J.M. Wetzels eerder als advocaat/gemachtigde optrad in de door [persoon 2] aangespannen ambtenarenrechtelijke procedure.

Bij Verordening commissie bezwaarschriften 2010 is door de gemeenteraad van de gemeente Best een vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften ingesteld, die gelet op artikel 2 van de Verordening is belast met de voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de gemeentelijke bestuursorganen. Voorzitter en leden van de commissie worden op grond van artikel 3, vierde lid, van de Verordening door verweerder benoemd, geschorst en ontslagen.

Uit de Verordening vloeit naar het oordeel van de rechtbank voort dat het uitbrengen van adviezen in het kader van ingediende bezwaarschriften dient te geschieden door de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften, waarvan de voorzitter en de leden door verweerder zijn benoemd. Gelet hierop stond het verweerder niet vrij een advies van een andere dan de vaste bezwarencommissie aan zijn beslissing op bezwaar ten grondslag te leggen. Dat verweerder om begrijpelijke redenen (eiseres was secretaris van de vaste bezwarencommissie) voor deze oplossing gekozen heeft, doet aan het voorgaande niet af.

In verband met het voorgaande kan in het midden blijven in hoeverre de betrokkenheid van het lid Wetzels bij de advisering maakt dat verweerder het advies van de bezwarencommissie ambtenarenzaken niet aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen.

Het bestreden besluit komt wegens strijd met het bepaalde in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor vernietiging in aanmerking. Met het oog op een finale beslechting van het geschil zal de rechtbank, mede gelet op het feit dat partijen hier ter zitting op hebben aangedrongen, beoordelen of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven.

3. Op grond van de artikelen 16:1:1 en 16:1:2, eerste lid en sub a, van de CAR/UWO, in onderling verband gelezen, kan in geval van plichtsverzuim de disciplinaire straf van schriftelijke berisping worden toegepast. Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

Verweerder verwijt eiseres dat zij op vrijdag 9 december 2011 welbewust gebruik heeft gemaakt van de door haar collega [persoon 1] geboden mogelijkheid om kennis te nemen van vertrouwelijke brieven, om die documenten vervolgens naar haar privé e-mailadres door te zenden. Volgens verweerder is thuiswerken geaccepteerd en gefaciliteerd maar dient dit uitsluitend te geschieden via de beveiligde inlogverbinding met het netwerk van de gemeente Best, waarbij de toegang automatisch beperkt is tot documenten waarvoor men geautoriseerd is. Door het document buiten de autorisatie om buiten het netwerk van de gemeente Best te brengen heeft eiseres meegewerkt aan de vergroting van het risico dat het document in strijd met het vertrouwelijk karakter ervan zou worden verspreid, hetgeen feitelijk ook is gebeurd.

De rechtbank stelt in dit verband voorop dat niet gebleken is dat het eiseres uit hoofde van haar functie als juridisch adviseur niet was toegestaan kennis te nemen van de inhoud van de bewuste brieven. De autorisatie van de brieven op naam van [persoon 1] had blijkens de afgelegde verklaringen niet tot doel aan eiseres kennisneming van de brieven te onthouden, maar strekte er slechts toe te voorkomen dat eenieder (waaronder [persoon 2] als voorzitter van de ondernemingsraad) van de inhoud daarvan zou kunnen kennisnemen. Van belang is dat de schadeclaim van OD-consult blijkens het verhandelde ter zitting eerder uitgebreid binnen de juridische afdeling was besproken, en overwogen was het betreffende dossier toe te delen aan eiseres in verband met een zojuist gevolgde cursus contractenrecht. Onder die omstandigheden acht de rechtbank het niet onbegrijpelijk dat eiseres die bewuste vrijdag kennis heeft willen nemen van de bewuste brieven, enerzijds omdat zij het juridisch interessant vond en anderzijds omdat de brieven tijdens het werkoverleg de maandag daarop wellicht besproken zouden worden. De rechtbank merkt in dit verband overigens op dat verweerder tegen de administratief juridisch medewerkster [persoon 3], die die bewuste vrijdag eveneens kennis heeft genomen van de brieven, geen disciplinaire maatregelen heeft getroffen.

Met betrekking tot het aan eiseres gemaakte verwijt dat ze de brieven vervolgens naar haar privé e-mailadres heeft gemaild, acht de rechtbank van belang dat de gemeente Best, gelet op het verhandelde ter zitting, ten tijde in geding niet beschikte over interne op schrift gestelde voorschriften met betrekking tot het mailen van zakelijke informatie naar privé e-mailadressen. Aan medewerkers die regelmatig thuiswerken werden zogeheten ‘tokens’ ter beschikking gesteld waarmee zij op het gemeentelijke netwerk konden inloggen. Eiseres beschikte echter niet over een dergelijk ‘token’ aangezien zij niet of nauwelijks thuiswerkte.

Bij gebreke aan duidelijke voorschriften binnen verweerders organisatie waaruit blijkt dat het mailen van zakelijke informatie naar het thuismail-adres onder geen beding is toegestaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet staande worden gehouden dat het enkele feit dat eiseres zakelijke informatie naar haar thuismail-adres heeft gestuurd een schending van de geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 125a, derde lid, van de Ambtenarenwet oplevert, dan wel die gedraging anderszins valt aan te merken als plichtsverzuim als bedoeld in de CAR/UWO. Dat de inhoud van de betreffende brieven uiteindelijk buiten de gemeentelijke organisatie bij een lokale krant is beland, doet hier niet aan af. Uit de ingestelde onderzoeken is op geen enkele manier gebleken van betrokkenheid van eiseres.

4. Het tweede verwijt dat eiseres wordt gemaakt is haar betrokkenheid bij de steunbetuiging aan haar directe collega [persoon 2].

De rechtbank stelt vast dat de steunbetuiging, gelet op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting, door het overgrote deel van de ambtenaren binnen verweerders organisatie is ondertekend, zonder dat dit tot disciplinaire maatregelen ten aanzien van de betrokken ambtenaren heeft geleid. Niet is komen vast te staan dat eiseres betrokken was bij het opstellen van de steunbetuiging dan wel - anders dan dat zij één van de verdiepingen is rondgegaan voor het verzamelen van handtekeningen - op enigerlei wijze het initiatief voor deze actie heeft genomen.

Weliswaar ware het denkbaar geweest dat eiseres, gegeven de directe betrokkenheid van haar afdeling bij de ontstane situatie, zich had onthouden van deelname aan de steunbetuiging, het gaat naar het oordeel van de rechtbank te ver om aan deze enigszins ongelukkige handelwijze van eiseres de kwalificatie plichtsverzuim te verbinden.

5. Nu van plichtsverzuim geen sprake is, ontbreekt de bevoegdheid om eiseres schriftelijk te berispen. Gelet hierop is er geen aanleiding de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. De rechtbank zal het primaire besluit herroepen, en bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

6. Verweerder dient het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. De rechtbank ziet aanleiding voor een proceskostenveroordeling ter zake van de in bezwaar en beroep gemaakte kosten voor verleende rechtsbijstand. De rechtbank kent 4 punten (bezwaarschrift 1, hoorzitting 1, beroepschrift 1, zitting 1) met wegingsfactor 1 toe.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het besluit van 11 april 2011 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- bepaalt dat verweerder het gestorte griffierecht van €156 aan eiseres vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1888 ter zake van in bezwaar en beroep verleende rechtsbijstand

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J.J.M. Weyers, rechter, in aanwezigheid van

mr. P.D.H. Selhorst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 april 2013.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.