Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8158

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22-04-2013
Datum publicatie
22-04-2013
Zaaknummer
01/825530-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 16 maanden met aftrek voorarrest voor meerdere straatroven. Verdachte stond met een vluchtauto te wachten op de medeverdachten. Bewezenverklaring van medeplegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825530-12

Datum uitspraak: 22 april 2013

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats, geboorteland] op [geboortedatum] 1981,

wonende te [adres, woonplaats]),

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 8 april 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 december 2012.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 oktober 2012 te Someren

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een aanzienlijk geldbedrag (1000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] 1931), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- onverhoeds duwen van [slachtoffer 1] terwijl [slachtoffer 1] bij een

pinautomaat geld aan het pinnen was en/of

- slaan en/of stompen in/op het gezicht, althans op/tegen het hoofd, van die

[slachtoffer 2];

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 22 oktober 2012 te

Someren, tezamen en in vereniging met elkaar en/of een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben/heeft

weggenomen een aanzienlijk geldbedrag (1.000,- euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of zijn/hun

mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die van

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

bestond(en) uit het

- onverhoeds duwen van [slachtoffer 1], terwijl [slachtoffer 1] bij een

pinautomaat geld aan het pinnen was en/of

- slaan en/of stompen in/op het gezicht, althans op/tegen het hoofd, van die

[slachtoffer 2],

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

op of omstreeks 22 oktober 2012 te Someren en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar

- die [medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met een auto te vervoeren naar en/of

van de plaats van het misdrijf, althans zijn, verdachtes, auto aan die [medeverdachte]

en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] daartoe ter beschikking te stellen en/of

- zich (met een auto) op te houden in de directe nabijheid van de plaats van

het misdrijf teneinde die [medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te (kunnen)

waarschuwen bij dreigend gevaar (voor betrapping) en/of onraad en/of hun/zijn

vlucht mogelijk te maken en/of hen weg te kunnen voeren van de plaats van het

misdrijf;

2.

hij op of omstreeks 22 oktober 2012 te Helden, gemeente Peel en Maas,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of

(een) goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), met voornoemd oogmerk met zijn mededader(s), althans

alleen,

- die [slachtoffer 3] onverhoeds heeft benaderd terwijl die [slachtoffer 3] bij een

pinautomaat geld aan het pinnen was en/of

- de vrije doorgang van die [slachtoffer 3] heeft belemmerd en/of

- met een of meer folders voor het gezicht van die [slachtoffer 3] heeft gezwaaid

en/of

- met een arm naar die pinautomaat heeft gereikt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 22 oktober 2012 te

Helden, gemeente Peel en Maas, ter uitvoering van het door die [medeverdachte] en/of

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging

met elkaar en/of een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele behorende aan [slachtoffer 3] in elk geval

aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of hun/zijn mededader(s) en/of aan verdachte, met voornoemd

oogmerk

- die [slachtoffer 3] onverhoeds hebben/heeft benaderd terwijl die [slachtoffer 3] bij een

pinautomaat geld aan het pinnen was en/of

- de vrije doorgang van die [slachtoffer 3] hebben/heeft belemmerd en/of

- met een of meer folders voor het gezicht van die [slachtoffer 3] hebben/heeft

gezwaaid en/of

- met een arm naar die pinautomaat hebben/heeft gereikt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 22

oktober 2012 te Helden, gemeente Peel en Maas, en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar

- die [medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met een auto te vervoeren naar en/of

van de plaats van het misdrijf, althans zijn, verdachtes, auto aan die [medeverdachte]

en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] daartoe ter beschikking te stellen en/of

- zich (met een auto) op te houden in de directe nabijheid van de plaats van

het misdrijf teneinde die [medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te (kunnen)

waarschuwen bij dreigend gevaar (voor betrapping) en/of onraad en/of hun/zijn

vlucht mogelijk te maken en/of hen weg te kunnen voeren van de plaats van het

misdrijf;

3.

hij op of omstreeks 22 oktober 2012 te Roermond ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg

te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] 1939), in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal

te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4], te plegen met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- [slachtoffer 4] onvoerhoeds heeft benaderd terwijl zij bij een pinautomaat geld

aan het pinnen was en/of

- een foto/een papier, althans enig bescheid, aan [slachtoffer 4] heeft

voorgehouden en/of getoond aan [slachtoffer 4] tijdens die pintransactie en/of

- [slachtoffer 4] een duw heeft gegeven, althans heeft getracht [slachtoffer 4] bij

die pinautomaat weg te duwen en/of

- op die pinautomaat heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 22 oktober 2012 te

Roermond, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met elkaar en/of met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4]

(geboren op [geboortedatum] 1939), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

die [medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of hun/zijn mededader(s)

en/of aan verdachte,

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen

vergezellen en/of te doen volgens van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 4], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met voornoemd

oogmerk

- [slachtoffer 4] onvoerhoeds hebben/heeft benaderd terwijl zij bij een

pinautomaat geld aan het pinnen was en/of

- een foto/een papier, althans enig bescheid, aan [slachtoffer 4] hebben/heeft

voorgehouden en/of getoond aan [slachtoffer 4] tijdens die pintransactie en/of

- [slachtoffer 4] een duw hebben/heeft gegeven, althans hebben/heeft getracht die

[slachtoffer 4] bij die pinautomaat weg te duwen en/of

- op die pinautomaat hebben/heeft geslagen,

terwijl dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

op of omstreeks 22 oktober 2012 te Roermond en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar

- die [medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met een auto te vervoeren naar en/of

van de plaats van het misdrijf, althans zijn, verdachtes, auto aan die [medeverdachte]

en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] daartoe ter beschikking te stellen en/of

- zich (met een auto) op te houden in de directe nabijheid van de plaats van

het misdrijf teneinde die [medeverdachte] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te (kunnen)

waarschuwen bij dreigend gevaar (voor betrapping) en/of onraad en/of hun/zijn

vlucht mogelijk te maken en/of hen weg te kunnen voeren van de plaats van het

misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangiften, de getuigenverklaringen, de bewakingscamerabeelden en de verklaringen van de verdachte en zijn mededaders.

Met betrekking tot alle feiten stelt de officier van justitie dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten met het doel mensen geld afhandig te maken op het moment dat zij bezig waren geld op te nemen. [medeverdachte 2] en [medeverdachte] hielden zich bezig met het afleiden van het slachtoffer en het wegnemen van het geld. [medeverdachte 3] hield zich in de nabijheid op en zorgde daar waar nodig voor afscherming, bescherming en versterking van [medeverdachte] en [medeverdachte 2] en verdachte trad op als bestuurder van de vluchtauto. Zij kunnen dan ook allen als medepleger worden aangemerkt. De verklaring van verdachte dat hij op 22 oktober 2012 niet in Nederland is geweest, is ongeloofwaardig mede gelet op de verklaringen van zijn drie medeverdachten.

Met betrekking tot de ten laste gelegde geweldshandelingen, waaronder het duwen en vastpakken van de slachtoffers, merkt de officier van justitie op dat dit gering geweld kan worden aangemerkt als geweld in de zin van artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht, met name omdat de handelingen van verdachten voornamelijk werden ingezet tegen kwetsbare personen op hoge leeftijd.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van alle primair ten laste gelegde feiten heeft de raadsman vrijspraak bepleit bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Verdachte heeft steeds verklaard dat hij op 22 oktober 2012 niet in Nederland is geweest en zijn auto op die datum heeft uitgeleend aan (één van) de medeverdachten. Verdachte is dan ook niet te zien op de bewakingscamerabeelden van de verschillende banken.

Ook ten aanzien van alle subsidiair ten laste gelegde feiten heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Verdachte heeft zijn auto aan [medeverdachte] ter beschikking gesteld, maar wist niet exact wat zijn medeverdachten met de auto gingen doen. Nu verdachte niet wist dat zijn medeverdachten op deze wijze berovingen gingen plegen, kan niet gekomen worden tot een bewezenverklaring ten aanzien van de medeplichtigheid.

Het oordeel van de rechtbank1

Ten aanzien van feit 1 (Someren)

Op 22 oktober 2012 ging [slachtoffer 1] pinnen bij de Rabobank te Someren. Op het moment dat ze haar pincode had ingetoetst, voelde ze dat ze naar links werd geduwd. Ze zag drie mannen in haar buurt staan. Één man hield haar de hele tijd bezig met een papier in zijn hand en brabbelde iets tegen haar. Een andere man bleef bij de pinautomaat staan. Later werd duidelijk dat er toen (rond 14.02 uur) €1000,00 van haar rekening was gepind, zonder dat zij dit zelf had gedaan. Het geld was haar eigendom en zij heeft aan niemand toestemming gegeven voor het plegen van dit feit.2

[slachtoffer 2] is naar [slachtoffer 1] toegelopen, omdat hij haar wilde beschermen. Op een bepaald moment werd hij door één van de andere twee mannen op zijn gezicht geslagen. De drie mannen liepen vervolgens weg en stapten even verderop in een groen/blauwe Volkswagen Passat, voorzien van het kenteken [kenteken].3

[medeverdachte] heeft verklaard dat ze van plan waren de vrouw ([slachtoffer 1]) geld af te nemen. [medeverdachte 2] liet de vrouw een krant zien en deed alle handelingen. Het lukt [medeverdachte 2] om geld te pinnen van de aangeefster. Toen er een paar mannen bij kwamen staan en deze begonnen te schreeuwen, heeft hij een van de mannen met vlakke hand een klap in het gezicht gegeven. Zo wilde hij voorkomen dat deze mannen gingen ingrijpen in waar ze mee bezig waren.4

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat [medeverdachte] en [medeverdachte 2] voor de afleiding zorgden en hij, [medeverdachte 3], erbij stond. [medeverdachte] heeft vervolgens de man een klap gegeven. De buit (€1000,00) werd verdeeld onder verdachte, [medeverdachte], [medeverdachte 2] en hemzelf. Ze waren met de Volkwagen Passat, voorzien van het Engelse kenteken [kenteken].5 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit zijn auto betrof.6

Ten aanzien van feit 2 (Helden)

Op 22 oktober 2012 ging aangever [slachtoffer 3] pinnen bij de Rabobank te Helden, gemeente Peel en Maas. Hij zag dat er op de hoek van de straat drie jongens stonden. Toen aangever ging pinnen kwamen deze jongens zijn richting op lopen en twee van de jongens spraken hem aan. Ze gingen links en rechts van aangever staan. De andere jongen bleef bij de vrouw van aangever staan. De jongens hadden een folder vast en zwaaiden deze voor hem langs. Om de pintransactie, welke reeds was opgestart, te stoppen, heeft aangever op de correctieknop gedrukt. Toen aangever vervolgens een arm richting de pinautomaat zag gaan, heeft hij deze vastgepakt en deze jongen tegen de andere jongen aangezwiept. Aangever is vervolgens voor de pinautomaat gaan staan. Hierop liepen de jongens weg.7

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar aangever liepen om de truc uit te halen. [medeverdachte] heeft aangever aangesproken om zijn aandacht af te leiden en heeft hem aan de praat gehouden, zodat aangever niet bang zou worden en rustig zou blijven. Toen het mislukte, zijn ze weggelopen. 8

De truc bestond eruit dat [medeverdachte 3] met [medeverdachte 2] en [medeverdachte] bij een geldautomaat ging posten. Als er iemand kwam pinnen, dan werd er een krant of een stuk papier gebruikt als afleiding. Tevens werd het slachtoffer afgeleid door aan hem of haar iets te vragen. Op het moment dat het slachtoffer dan niet oplette, werd er door [medeverdachte 2] of [medeverdachte] een geldbedrag ingetoetst en werd dit geldbedrag vervolgens weggenomen.9

Ten aanzien van feit 3 (Roermond)

Op 22 oktober 2012 wilde aangeefster [slachtoffer 4] bij de Rabobank te Roermond een geldbedrag pinnen. Zij had net haar pincode ingevoerd, toen er drie jongens om haar heen kwamen staan. Ze zag en voelde dat een van de jongens haar opzij probeerde te duwen door met een papier of een brief in zijn hand naar voren te komen. Toen zij niet aan de kant ging en om hulp begon te roepen, kwam een bankmedewerker aanlopen en sloeg een van de jongens hard op de pinautomaat.10

[medeverdachte] heeft aan de hand van de beelden van de bewakingscamera van de Rabobank Roermond verklaard dat hij toen samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] bij de pinautomaat van de Rabobank Roermond aanwezig was en mogelijk een foto heeft laten zien aan de vrouw die daar aan het pinnen was. Tevens is het mogelijk dat hij deze vrouw aan de kant wilde duwen.11

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat [medeverdachte] degene was die in Roermond het geld uit de pinautomaat pakte12, terwijl hij, [medeverdachte 3], op de uitkijk stond.13 De bedoeling was om geld te stelen14, waarvoor ze steeds de voornoemde truc uithaalden.15

Ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten

Zowel [medeverdachte] als [medeverdachte 3] hebben verklaard dat verdachte die dag (22 oktober 2012) de chauffeur was en hen overal naar toebracht. Verdachte stond met de auto te wachten, terwijl [medeverdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gingen kijken of "er geld te verdienen viel". Ook tankte verdachte de auto vol.16

Met betrekking tot het bewijs overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste legde feiten heeft begaan als na te melden. Verdachte en zijn medeverdachten hebben in een redelijk kort tijdsbestek meerdere personen beroofd dan wel gepoogd te beroven van hun geld, terwijl deze personen aan het pinnen waren.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] op 22 oktober 2012 de bestuurder was van de vluchtauto, die werd gebruikt bij de ten laste gelegde straatroven. De rechtbank acht de verklaring van verdachte, dat hij die dag zijn auto had uitgeleend aan zijn medeverdachten en zelf niet in Nederland was, niet geloofwaardig om de volgende redenen. De medeverdachten hebben allen verklaard dat verdachte die dag de bestuurder was van de vluchtauto. Nu zij niet alleen over verdachte, maar ook ten aanzien van zichzelf belastend hebben verklaard, ziet de rechtbank geen reden om op dit onderdeel te twijfelen aan de geloofwaardigheid van deze verklaringen. Daarbij komt dat verdachte, toen hij op 27 oktober 2012 in Nederland bij een politiecontrole in zijn groen/blauwe Volkswagen Passat met het kenteken [kenteken], werd aangehouden, zich in deze auto bevond met zijn medeverdachten ([medeverdachte 2], [medeverdachte] en [medeverdachte 3]).18

De rechtbank is voorts van oordeel dat er ten aanzien van feit 1 en 2 sprake was van (een poging tot) diefstal met geweld in de zin van artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank stelt hiertoe, in die gevallen waarin de medeverdachten de geweldshandelingen niet hebben bekend, vast dat van het geweld steeds aangifte is gedaan en dat het past in de modus operandi zoals deze bij alle feiten is gebleken. Deze bestond steeds uit het afleiden van de slachtoffers, het duwen c.q. vastpakken van de slachtoffers om hen bij de pinautomaat weg te krijgen, dan wel zichzelf voor de pinautomaat te kunnen plaatsen en voorts het daadwerkelijke wegnemen van het geld en het vluchten, waarbij de slachtoffers werden uitgezocht op hun hoge leeftijd c.q. kwetsbaarheid. Het duwen tegen dan wel trekken aan personen kan voorts volgens vaste jurisprudentie worden aangemerkt als licht geweld, zeker als het wordt aangewend tegen oudere en fysiek zwakkere personen.

Met betrekking tot het slaan van [slachtoffer 2] (feit 1) is de rechtbank van oordeel dat, mede gelet op de verklaring van [medeverdachte] zelf, [medeverdachte] [slachtoffer 2] heeft geslagen met het oogmerk aan zichzelf en zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken en het gestolene te verzekeren.

De rechtbank is tot slot van oordeel dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt. De nauwe en bewuste samenwerking blijkt uit het volgende. Verdachte en zijn medeverdachten zijn met de auto van verdachte, de hierboven genoemde Volkswagen Passat19, naar Nederland gekomen met de bedoeling om te stelen.20 Terwijl [medeverdachte] en [medeverdachte 2] afwisselend de taak hadden om de slachtoffers af te leiden en het geld weg te nemen (al dan niet op hardhandige wijze), stond [medeverdachte 3] op de uitkijk en zorgde als derde man voor extra dreiging.21 Verdachte stond met de (voornoemde) vluchtauto dicht bij de plaatsen delict te wachten tot zijn medeverdachten terug zouden komen.22 De buit werd vervolgens verdeeld. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat verdachte en zijn medeverdachten de berovingen samen planden en uitvoerden en er derhalve sprake is van medeplegen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op 22 oktober 2012 te Someren tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 1000 euro, toebehorende aan [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] 1931), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit

- onverhoeds duwen van [slachtoffer 1] terwijl [slachtoffer 1] bij een

pinautomaat geld aan het pinnen was en

- slaan in het gezicht van die [slachtoffer 2];

2.

op 22 oktober 2012 te Helden, gemeente Peel en Maas, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging anderen, met oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, toebehorende aan [slach[slachtoffer 3]]

- die [slachtoffer 3] onverhoeds heeft benaderd terwijl die [slachtoffer 3] bij een pinautomaat geld aan het pinnen was en

- met een folder voor het gezicht van die [slachtoffer 3] heeft gezwaaid en

- met een arm naar die pinautomaat heeft gereikt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

op 22 oktober 2012 te Roermond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] 1939), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld tegen [slachtoffer 4], te plegen met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, met zijn mededaders,

- [slachtoffer 4] onvoerhoeds heeft benaderd terwijl zij bij een pinautomaat geld

aan het pinnen was en

- een foto/een papier, althans enig bescheid, aan [slachtoffer 4] heeft voorgehouden en/of getoond aan [slachtoffer 4] tijdens die pintransactie en

- [slachtoffer 4] een duw heeft gegeven, althans heeft getracht [slachtoffer 4] bij die pinautomaat weg te duwen en

- op die pinautomaat heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest gevorderd.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Verdachte heeft een gezin in het buitenland en verblijft al geruime tijd in voorlopige hechtenis

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan straatroven, waarbij het eenmaal bij een poging is gebleven. Dit laatste is echter niet te danken aan verdachte of (een van) zijn mededaders. Verdachte en zijn mededaders hebben met hun daden niet alleen materiële schade veroorzaakt, het is tevens zo dat dergelijke feiten gevoelens van angst en onveiligheid binnen de samenleving oproepen, het normale betalingsverkeer ontwrichten en grote psychische gevolgen voor slachtoffers kunnen hebben. Dat verdachte en zijn mededaders hun slachtoffers bovendien selecteerden op hun hoge leeftijd c.q. kwetsbaarheid maakt hun acties des te kwalijker. Verdachte en zijn mededaders hebben bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en hebben zich niets aangetrokken van de belangen van de benadeelden.

De ernst van voornoemde gepleegde feiten rechtvaardigen dan ook de oplegging van een forse gevangenisstraf.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 16 maanden met aftrek van het voorarrest.

De rechtbank zal aldus een zwaardere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking brengt.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 27a, 45, 47, 310, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

T.a.v. feit 1 primair:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

T.a.v. feit 2 primair:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen;

T.a.v. feit 3 primair:

poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf:

T.a.v. feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair:

gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het

Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.A. Waals, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. A.B. Baumgarten, leden,

in tegenwoordigheid van mr. Z. Berkouwer, griffier,

en is uitgesproken op 22 april 2013.

Mr. A.M. Kooijmans - de Kort en mr. A.B. Baumgarten zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie regio Brabant Zuid-Oost, met proces-verbaalnummer PL2233 2012156374, afgesloten op 22 februari 2013, in totaal 842 doorgenummerde bladzijden (hierna: [naam onderzoek] dossier 1) en het nagekomen aanvullend dossier (eveneens met proces-verbaalnummer PL2233 2012156374), afgesloten op 28 maart 2013, in totaal 185 doorgenummerde bladzijden, betrekking hebbende op de verhoren van medeverdachte [medeverdachte] ([naam onderzoek] dossier 2).

2 Aangifte [slachtoffer 1], d.d. 22 oktober 2012, dossier 1, p. 541 - 542 en detail tranactie, dossier 1, p. 545.

3 Aangifte [slachtoffer 2], d.d. 22 oktober 2013, dossier 1, p. 618 - 619.

4 Verklaring [medeverdachte], d.d. 20 november 2012, dossier 1, p. 73.

5 Verklaring [medeverdachte 3], d.d. 14 februari 2013, dossier 1, p. 276 -277.

6 Verklaring verdachte ter terechtzitting, d.d. 8 april 2013.

7 Aangifte [slachtoffer 3] d.d. 22 oktober 2012, dossier 1, p. 504 - 505.

8 Verklaring [medeverdachte], d.d. 28 november 2012, dossier 1, p. 122.

9 Verklaring [medeverdachte 3], d.d. 14 februari 2013, dossier 1, p. 290 en verklaring [medeverdachte], d.d. 28 november 2012, dossier 1, p. 121.

10 Aangifte [slachtoffer 4], d.d. 22 oktober 2012, dossier 1, p. 532 - 533.

11 Verklaring [medeverdachte], d.d. 28 november 2012, dossier 1, p. 120 - 121.

12 Verklaring [medeverdachte 3], d.d. 14 februari 2013, dossier 1, p. 290 - 291.

13 Verklaring van [medeverdachte 3] ter terechtzitting van 8 april 2013.

14 Verklaring [medeverdachte 3], d.d. 14 februari 2013, dossier 1, p. 290 - 291.

15 Verklaring [medeverdachte], d.d. 28 november 2012, dossier 1, p. 120 - 121.

16 Verklaring [medeverdachte], d.d. 20 november 2012, dossier 1, p. 73, verklaring [medeverdachte 3], d.d. 13 februari 2013, dossier 1, p. 277 en verklaring [medeverdachte 3], d.d. 14 februari 2013, dossier 1, p. 292.

17 Verklaring [verdachte] t.o.v. de rechter-commissaris [verdachte], d.d. 30 oktober 2012.

18 Proces-verbaal van bevindingen, verbalisant [verbalisant], d.d. 1 november 2012, dossier 1, p. 327 - 332 (inclusief kopieën identiteitskaarten verdachte en zijn medeverdachten ([medeverdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]).

19 Verklaring [medeverdachte], d.d. 20 november 2012, dossier 1, p. 73.

20 Verklaring [medeverdachte 2], d.d. 27 maart 2013, dossier 1, p. 37-38.

21 Verklaring [medeverdachte 3], d.d. 14 februari 2012, dossier 1, p. 291.

22 Verklaring [medeverdachte], d.d. 20 november 2012, dossier 1, p. 73 en verklaring [medeverdachte], d.d. 13 februari 2012, dossier 1, p. 277.