Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ6309

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
05-04-2013
Datum publicatie
05-04-2013
Zaaknummer
01/825421-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor vijf gewapende overvallen op tankstations in Nuenen en Eindhoven, in vereniging gepleegd. Daarnaast is hij schuldig bevonden aan strafbare voorbereiding daarop, verboden wapenbezit, belediging van een ambtenaar in functie, diefstal in vereniging en een inbraak.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest en verdachte moet schade vergoeden

(de officier van justitie heeft 11 jaar gevorderd).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/825421-12, 01/148838-12 (gev ttz) en 01/194257-12 (gev ttz)

Datum uitspraak: 05 april 2013

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],

wonende te [adres],

thans gedetineerd te: P.I. Breda - HvB De Boschpoort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 november 2012, 25 januari 2013 en 22 maart 2013.

Op de zitting van 22 maart 2013 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak met parketnummer 01/825421-12 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 oktober 2012. Deze tenlastelegging is op de terechtzitting van 25 januari 2013 aangepast conform het bepaalde in artikel 314a Sv. De zaken met parketnummers 01/148838-12 en 01/194257-12 zijn aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 28 februari 2013. Aan verdachte is met inachtneming van het voorgaande ten laste gelegd dat:

t.a.v. parketnummer 01/825421-12

1.

hij op of omstreeks 11 juli 2012 te Eindhoven, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen, wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (medewerkster van [bedrijf 1]) heeft gedwongen tot de afgifte van een

geldbedrag (totaal ca 140 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (totaal ca 140 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van/door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] (medewerkster van [bedrijf 1]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit

van het gestolene te verzekeren

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bij genoemde diefstal en/of genoemde afpersing hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met (een) dichte integraalhelm(en) op de/het hoofd(en) het benzinestation is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan en/of heeft/hebben gericht op hetlichaam van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) heeft/hebben geschreeuwd/geroepen: "geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

Artikel 317/312 Wetboek van Strafrecht

(zaak 2)

2.

hij op of omstreeks 13 juli 2012 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen, wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] (medewerker van het [bedrijf 2]) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (in totaal ca 400 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [[bedrijf 3]rijf 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (totaal ca 400 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van/door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] (medewerker van het [bedrijf 2]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit

van het gestolene te verzekeren

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bij genoemde diefstal en/of genoemde afpersing hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met (een) dichte/integraal helm(en) en/of bivakmuts(en) op de/het hoofd(en) het benzinestation is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan en/of heeft/hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) heeft/hebben geschreeuwd/geroepen: "terugkomen" en/of "geld erin" en/of "kassa leeg" en/of "doe het geld hierin", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

Artikel 317/312 Wetboek van Strafrecht

(zaak 3)

3.

hij op of omstreeks 19 juli 2012 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, althans alleenmet het oogmerk om zich en/of een ander of anderen, wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] (medewerker van [bedrijf 4]) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (totaal ca 830 euro) en/of een (aantal) aansteker(s), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 4] (Nuenen), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (totaal ca 830 euro) en/of een (aantal) aansteker(s) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 4] (Nuenen), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van/door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] (medewerker van [bedrijf 4]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan (een) andere deelnemer aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken

en/of het bezit van het gestolene te verzekeren

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bij genoemde diefstal en/of genoemde afpersing hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader met (een) dichte/integraal helm(en) op de/het hoofd(en) het benzinestation is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan en/of heeft/hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of (vervolgens) heeft/hebben geschreeuwd/geroepen: "Hier komen jij" en/of "Leegmaken" en/of "Alles" althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

Artikel 317/312 Wetboek van Strafrecht

(zaak 4)

4.

hij op of omstreeks 28 juli 2012 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen, wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] (medewerker van het [bedrijf 5]) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (totaal ca 611 euro) en/of een aantal (13) pakjes

shag/tabakswaren (Van Nelle en/of Pall Mall), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (totaal ca 611 euro) en/of een aantal (13) pakjes shag/tabakswaren (Van Nelle en/of Pall Mall), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van/door geweld en/of bedreiging met

geweld tegen [slachtoffer 4] (medewerker van het [bedrijf 5]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) anderedeelnemer aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bij genoemde diefstal en/of genoemde afpersing hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met (een) dichte/integraal helm(en) op de/het hoofd(en) het benzinestation is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan en/of heeft/hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer 4] en/of (vervolgens) heeft geschreeuwd/geroepen: "Kassa open, geef je geld" en/of "shag, shag, Van Nelle, slof", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

Artikel 317/312 Wetboek van Strafrecht

(zaak 5)

5.

hij op of omstreeks 31 juli 2012 te Eindhoven, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen, wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (medewerkster van [bedrijf 7]) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (totaal ca 518 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (totaal ca 518 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van/door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5] (medewerkster van het [bedrijf 7]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bij genoemde diefstal en/of genoemde afpersing hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met (een) dichte/ingetraal helm(en) op de/het hoofd(en) het benzinestation is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan en/of heeft/hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer 5] en/of (vervolgens) heeft geschreeuwd/geroepen: "Geld" en/of "Geef de kassalade" en/of "Alles", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

Artikel 317/312 Wetboek van Strafrecht

(zaak 6)

6.

hij op of omstreeks 09 augustus 2012 te Eindhoven ter voorbereiding van het misdrijf diefstal met geweld en/of afpersing (te weten, om een medewerker van het tankstation middels bedreiging met een wapen te dwingen om geld en/of goederen af te geven en/of om zich geld en/of goederen wederrechtelijk toe te eigenen: artikel 312/317 Wetboek van

Strafrecht)

opzettelijk een (nep)vuurwapen en/of een (integraal) helm bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

Artikel 46 juncto 312/317 van het Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 9 augustus 2012 te Eindhoven een wapen van categorie I onder 7°, te weten een veerdrukwapen en/of een pistool, zijnde een voorwerpen dat/die voor wat betreft zijn vorm en/of afmeting een sprekende gelijkenis vertoonde met (een) vuurwapen (Sig Sauer), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfdebetekenis te zijn gebezigd;

Artikel 13 juncto 55 van de Wet Wapens en Munitie

8.

hij op of omstreeks 09 augustus 2012 te Eindhoven [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] (politieambtenaren van regiopolitie Brabant Zuidoost)

-opzettelijk beledigend in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de

woorden "Fuck you" en/of "Kankerjood ", althans woorden van gelijke beledigende aard

en/of strekking en/of

-opzettelijk heeft beledigd door feitelijkheden, te weten door (tweemaal) tegen de borst, althans in de richting van die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] te spugen;

Artikel 267 van het Wetboek van Strafrecht

t.a.v. parketnummer 01/148838-12

hij op of omstreeks 06 juli 2012 te Uden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (dames)fiets (Batavus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan stichting aanpak voertuigen criminaliteit, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Artikel 311/310 van het Wetboek van Strafrecht

t.a.v. parketnummer: 01/194257-12

hij op of omstreeks 28 februari 2012 te Eindhoven, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een auto (gekentekend [kenteken 1]) heeft weggenomen een telefoon en/of een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(artikel 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/bus 5 Wetboek van

Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Bronnen.

1. Een dossier van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, gezamenlijke recherche Valkens-waard, onderzoek [onderzoeksnaam], dossiernummer 2233120520, afgesloten d.d. 31 oktober

2012, aantal doorgenummerde bladzijden: 698. Dit dossier bevat een verzameling opge-maakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporings-onderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventuele) andere bescheiden;

2. een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3], met bijlagen, nummer 20121129100010945, d.d. 29 november 2012;

3. Een verklaring van [medeverdachte], afgelegd ten overstaan van de rechter-

commissaris d.d. 13 december 2012;

4. Een verklaring van [medeverdachte] afgelegd ten overstaan van de rechter-

commissaris d.d. 15 januari 2013;

5. Een verklaring van [verbalisant 4] afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 15 januari 2013;

6. Een verklaring van [verbalisant 5] afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 15 januari 2013;

7. Een verklaring van [verbalisant 6] afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 15 januari 2013;

8. Een verklaring van [naam 3] afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 15 januari 2013;

9. Een proces-verbaal van de openbare terechtzitting van deze rechtbank in deze zaak d.d. 9 november 2012;

10. Een dossier van de regiopolitie Brabant Noord, district Maas en Leijgraaf, dossier-nummer PL21ZO 2012070851, afgesloten d.d. 10 juli 2012, aantal doorgenummerde bladzijden: 53. Dit dossier bevat een verzameling opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventuele) andere bescheiden;

11. Een dossier van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, afdeling Eindhoven Tongelre,

dossiernummer PL2208 2012030412, afgesloten d.d. 24 augustus 2012, aantal door- genummerde bladzijden: 29. Dit dossier bevat een verzameling opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventuele) andere bescheiden.

Inleiding.

In de maand juli van 2012 zijn in de regio van Eindhoven vijf tankstations overvallen. Van deze overvallen zijn camerabeelden beschikbaar en uitgekeken. Bij deze overvallen is tel-kens sprake van twee personen die met integraalhelmen op de tankstations binnenkomen

en vervolgens het kassageld opeisen. Een van deze personen heeft hierbij telkens een op

een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen, terwijl de andere persoon telkens een

tas in zijn handen heeft waarin de buit wordt gedaan. De twee personen verplaatsen zich telkens op een (zilver/grijze) scooter (bron 1, blz. 7-8). Op de camerabeelden van de over-vallen op de [bedrijf 4] te Nuenen (19 juli 2012) en de [bedrijf 7] te Eindhoven (31 juli 2012) is

bovendien te zien dat het voorwiel van de scooter blauwe velgen heeft (bron 1, blz. 401

en blz. 480).

Op 6 augustus 2012 wordt medeverdachte [medeverdachte] aangehouden in verband met verkeersgevaarlijk rijgedrag op een scooter met kenteken [kenteken 2]. Het betreft een grijze scooter waarvan het voorwiel blauwe velgen heeft. Nu voorts de helm en de jas die [medeverdachte] draagt overeenkomsten vertoont met de helm en jas van een van de overvallers, wordt [medeverdachte] aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de overvallen (bron 1, blz. 509-511). In de woning van [medeverdachte] worden daarna nog diverse kledingstukken aangetroffen die gelijkenis vertonen met de kleding van een van de overvallers (bron 1, blz. 559-581). Bovendien worden bij [medeverdachte] aanstekers aangetroffen die afkomstig lijken te zijn van

de overval op de [bedrijf 4] te Nuenen (bron 1, blz. 31, 239, 241, 621-624). Uit nadere

onderzoeksgegevens, waaronder zendmastgegevens van het gsm-nummer [nummer 1], behorende bij een onder [medeverdachte] aangetroffen Samsung telefoon (bron 1, blz. 673-677)

en ARS-data van het kenteken [kenteken 2] (bron 1, blz. 626-656), wordt de verdenking van [medeverdachte] verder versterkt.

Op 9 augustus 2012 rond 23:00 uur wordt verdachte liggend in de bosschages nabij [bedrijf 5] aangetroffen. Verdachte heeft op dat moment een helm op zijn hoofd en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen. Verdachte wordt voor verboden wapen- bezit aangehouden (bron 1, blz. 528-529 en blz. 541-542) Bij zijn fouillering worden twee briefjes aangetroffen met daarop handgeschreven '[naam 1] [nummer 1]' en '[naam 2] [nummer 1]' (bron 1, blz. 207) Verdachte wordt de volgende dag heengezonden.

Op 15 augustus 2012 wordt verdachte door meerdere verbalisanten herkend op beeld-materiaal van de overvallen op de [bedrijf 5] te Nuenen op 28 juli 2012 en [bedrijf 7] te Eindhoven op 31 juli 2012 te Eindhoven (bron 1, blz. 588-603).

Verdachte wordt vervolgens op 21 augustus 2012 buiten heterdaad aangehouden (bron 1, blz. 175-176).

Medeverdachte [medeverdachte] verklaart op 13 december 2012 bij de rechter-commissaris dat

hij de vijf gewapende overvallen samen met verdachte heeft gepleegd (bron 3).

Verdachte wordt verweten betrokken te zijn geweest bij - kort gezegd - vijf gewapende overvallen op tankstations in de periode 11 juli 2012 t/m 31 juli 2012, voorbereidings-

handelingen ten behoeve van een overval, verboden wapenbezit, de belediging van politieambtenaren (parketnummer 01/825421-12), het medeplegen van een diefstal van

een fiets (parketnummer 01/148838-12) en de diefstal van een telefoon en een navigatie- systeem uit een auto (01/194257-12). Verdachte erkent de belediging van de politie-ambtenaren (verbaal en spugen) en de diefstal van de fiets. De overige feiten ontkent verdachte dan wel beroept hij zich op zijn zwijgrecht.

Het standpunt van de officier van justitie.

Alle feiten kunnen worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Referte ten aanzien van de overval op [bedrijf 7], de voorbereidingshandelingen, het verboden wapenbezit, de belediging van politieambtenaren (feiten 5 t/m 8 van parketnum-mer 01/825421-12), de diefstal van de fiets (parketnummer 01/148838-12) en de diefstal

van het navigatiesysteem uit een auto (parketnummer 01/194257-12).

De raadsvrouwe heeft voorts op gronden zoals verwoord in haar schriftelijke pleitnota de vrijspraak bepleit van de overvallen op de [bedrijf 1], [bedrijf 2], [bedrijf 4] en [bedrijf 5] (feiten 1 t/m 4 van parketnummer 01/825421-12).

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht de navolgende bewijsmiddelen van belang.

I.1 De overval op [bedrijf 1] (01/825421-12, feit 1)

[slachtoffer 1] is op 11 juli 2012, omstreeks 19:50 uur, werkzaam als pomp-bediende bij [bedrijf 1] gelegen aan de [adres 1] te Eindhoven. Ze staat achter de toonbank. Ze ziet twee personen met integraalhelmen op naar binnen lopen. Een van hen draagt een tas van Albert Heijn (hierna persoon 1). Persoon 1 roept om geld. Achter persoon 1 staat een persoon met een vuurwapen (hierna persoon 2). [slachtoffer 1] opent de kassa en stopt geld in de tas van persoon 1. Persoon 1 graait ook in de kassalade. Persoon 2 laat het wapen goed zien aan [slachtoffer 1] en richt het wapen op haar. Persoon 1 maakt de kassalade leeg. Hierop verlaten beide personen het tankstation (bron 1, blz. 315-316).

[slachtoffer 7] doet op 12 juli 2012 namens [bedrijf 1] gelegen aan de [adres 1] te Eindhoven aangifte van de overval. De daders hebben in totaal 140 euro meegenomen (bron 1, blz. 317).

Verbalisant [verbalisant 8] bekijkt de camerabeelden van de overval en ziet de daders aan komen rijden op een zilver/grijze scooter. De camerabeelden bevestigen voorts de verklaring van [slachtoffer 1] (bron 1, blz. 329-343).

De rechtbank neemt op diverse prints waar dat de vizieren van de integraalhelmen van de daders gesloten zijn (bron 1, blz. 332, 333, 334, 336, 337, 339, 340).

Medeverdachte [medeverdachte] erkent op 13 december 2012 bij de rechter-commissaris zijn strafbare betrokkenheid bij vijf overvallen, waaronder de overval op [bedrijf 1] te Eindhoven op 11 juli 2012, en belast daarbij tevens verdachte [verdachte]. Ze hebben de overval samen gepleegd. Verdachte is degene met het wapen en [medeverdachte] is de persoon

met de tas. [medeverdachte] is voorts degene die om geld vroeg. Er is geld meegenomen in de tas. Na afloop is de buit gedeeld (bron 3). [medeverdachte] bevestigt deze verklaring op 15 januari 2013, nogmaals bij de rechter-commissaris (bron 4).

I.2 De overval op [bedrijf 2]/[bedrijf 3] (01/825421-12, feit 2)

[slachtoffer 2] is op 13 juli 2012 rond 18:15 uur werkzaam als pompbediende in het [bedrijf 3] gelegen aan de [adres 2] te Nuenen. Hij ziet twee personen achter elkaar de winkel inlopen. Beide personen dragen iets over het hoofd. [slachtoffer 2] voelt aan

dat het niet klopt en wil weglopen. Op dat moment hoort hij een mannenstem roepen: 'Terugkomen'. [slachtoffer 2] loopt terug naar de kassa en hoort de personen zeggen: 'Geld erin', 'Kassa leeg' en 'Doe het geld hierin'. De personen staan naast elkaar achter de toonbank. Een van hen richt een pistool op [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] maakt onder bedreiging van het wapen de kassalade open en schudt deze om in een grote plastic tas die de man zonder het wapen over de toonbank houdt. Er is circa 400 euro weggenomen (bron 1, blz. 346-347).

Het overvallen station betreft een [bedrijf 2] (bron 1, blz. 352, 368 en 380).

Verbalisant [verbalisant 9] bekijkt de camerabeelden van de overval en ziet de twee daders aan komen rijden op een scooter. Beide personen dragen integraalhelmen. Een van hen heeft

een paarse tas van [winkel1] in zijn handen. De beelden bevestigen voorts de verklaring van [slachtoffer 2]. (bron 1, blz. 329-343).

De rechtbank neemt op een print waar dat de daders integraalhelmen met gesloten vizieren dragen (bron 1, blz. 390).

Medeverdachte [medeverdachte] erkent op 13 december 2012 bij de rechter-commissaris zijn strafbare betrokkenheid bij vijf overvallen, waaronder de overval op het [bedrijf 2]

te Nuenen op 11 juli 2012, en belast daarbij tevens verdachte [verdachte]. Ze hebben de overval samen gepleegd en er is een paar honderd euro buitgemaakt. Verdachte is degene met het wapen en [medeverdachte] is degene met de tas. [medeverdachte] is voorts degene die om geld vroeg (bron 3). [medeverdachte] bevestigt deze verklaring op 15 januari 2013, nogmaals bij de rechter-commissaris (bron 4).

I.3 De overval op [bedrijf 4] te Nuenen (01/825421-12, feit 3)

[slachtoffer 3] is op 19 juli 2012 werkzaam als kassamedewerker in [bedrijf 4] gelegen aan de [adres 3] te Nuenen. Omstreeks 19:00 uur staan er twee mannen in de winkel voor de balie ter hoogte van de kassalade. Een van hen hangt voorover zodat hij met de rechterarm bij de kassa kan. Deze man (hierna man 1) roept naar [slachtoffer 3]: 'Hier komen jij'. Man 1 draagt een donkere integraalhelm met een donker getint vizier.

Man 2 staat naast man 1 en draagt een volledig dichte helm. Man 1 zit met zijn rechterarm bij de kassalade. Hij heeft in zijn andere arm een grote plastic tas. Man 1 roept naar [slachtoffer 3]: 'Leegmaken', waarop deze de kassa open maakt en de lade eruit pakt. Man 1 houdt de tas voor zich en pakt de bak vast. [slachtoffer 3] moet de hele kassalade in de tas doen. Man 1 zegt nog: 'Alles' (bron 1, blz. 393-394). Er is 831,08 euro weggenomen (bron 1,

blz. 398).

Verbalisant [verbalisant 10] bekijkt de beelden van de overval en ziet de twee daders aan komen rijden op een scooter. Beide personen dragen integraalhelmen. Een van hen heeft

een paarse tas van, vermoedelijk, [winkel1] in zijn handen. Zij lopen de winkel in. Op dat moment heeft een van hen een (vuur)wapen in zijn hand. Nadat de andere dader de kassa-lade pakt en meeneemt, pakt de man met het (vuur)wapen nog een doos met aanstekers

(bron 1, blz. 397-398).

Verbalisant [verbalisant 8] bekijkt ook de beelden van de overval. Het voorwiel van de lichtgrijze scooter van de twee daders heeft een blauwe gloed, hetgeen doet vermoeden dat de velg blauw van kleur is. Een van de daders heeft een op een vuurwapen gelijkend voor-werp in zijn handen en houdt het wapen op enig moment met beide handen vast. De loop wijst op dat moment in de richting van de ruimte achter de toonbank. De man met het (vuur)wapen neemt nog een plateau met aanstekers mee. De daders rijden op de scooter weg (bron 1, blz. 401-403).

De rechtbank neemt op diverse prints waar dat de persoon met de tas een integraalhelm met een gesloten vizier draagt en de persoon met het wapen een integraalhelm zonder een vizier (bron 1, blz. 411, 414, 415 en 417).

Bij de aanhouding van medeverdachte [medeverdachte] op 6 augustus 2012 wordt onder meer een groene aansteker aangetroffen (bron 1, blz. 31, 45 en 239) In de tas afkomstig uit de buddy-seat van diens scooter worden drie aanstekers aangetroffen van verschillende kleuren, voor- zien van een barcode, van het merk Cricket. Deze drie aanstekers zijn identiek aan de aansteker die bij zijn fouillering is aangetroffen. Bij de overval op [bedrijf 4] is een doos 26 aanstekers van verschillende kleuren van het merk Cricket met een overeenkomstige bar- code (bron 1, blz. 621-624).

Medeverdachte [medeverdachte] erkent op 13 december 2012 bij de rechter-commissaris zijn strafbare betrokkenheid bij vijf overvallen, waaronder de overval op het [bedrijf 4]

te Nuenen op 19 juli 2012, en belast daarbij tevens verdachte [verdachte]. Ze hebben de overval samen gepleegd en (letterlijk): 'Daarbij hebben we geld en een aantal aanstekers buitgemaakt. [verdachte] had het wapen en ik de tas. Ik kreeg het geld. Het kan kloppen dat

er dingen als 'leegmaken' of 'alles' is gezegd door mij. Een aantal van de aanstekers die zijn meegenomen bij dit tankstation, zijn bij mij aangetroffen' (bron 3). [medeverdachte] bevestigt deze verklaring op 15 januari 2013, nogmaals bij de rechter-commissaris (bron 4).

I.4 De overval op [bedrijf 5] te Nuenen (01/825421-12, feit 4)

[slachtoffer 4] is op 28 juli 2012 werkzaam in [bedrijf 5] aan de [adres 4] te Nuenen. Hij ziet omstreeks 19:30 uur twee personen met helmen op de shop binnenkomen. Een van hen pakt een (vuur)wapen uit zijn jaszak (hierna dader 1). De ander (hierna dader 2) roept 'kassa open, geef je geld'. Beide personen gaan dichtbij [slachtoffer 4] staan. [slachtoffer 4] pakt de kassalade uit de kassa en geeft die aan dader 2. Deze stopt de kassalade in de tas. Dader 2 roept voorts: 'Shag, shag, Van Nelle, slof.'

[slachtoffer 4] pakt een aantal pakjes zware Van Nelle shag uit het rek en legt de shag

op de balie. Dader 1 pakt de shag van de balie. De daders rijden weg op een scooter.

De benadeelde is: [bedrijf 6] (bron 1, blz. 447-449). Het navolgende is weggenomen: een geldbedrag van 611,25 euro, 11 pakjes zware shag (Van Nelle) en 2 pakjes Pall Mall shag (bron 1, blz. 450).

Verbalisant [verba[verbalisant 11] bekijkt de camerabeelden van de overval en ziet de twee daders

aan komen rijden op een zilver/grijze scooter. Beide daders dragen helmen. Een van hen heeft een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de handen en richt dat wapen meerdere keren op de pompbediende. De pompbediende doet de kassalade in een paarse shoppertas van stoffenwinkel [winkel1]. Deze tas heeft de andere dader op dat moment in zijn handen.

De pompbediende pakt enkele pakjes shag en legt deze op de balie. De shag wordt door de daders meegenomen. (bron 1, blz. 451-453).

Verbalisant [verbalisant 9] bekijkt ook de camerabeelden en bevestigt hetgeen zijn collega [verbalisant 11] heeft waargenomen, inclusief het met een (vuur)wapen richten op de pomp-bediende. [verbalisant 9] relateert voorts dat de in de woning van medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen jas (met beschadiging op de achterzijde), zwarte motorhandschoenen en antracietkleurige motorhelm (met aan de bovenzijde twee donkere driehoekjes) exact gelijkend zijn aan de jas, motorhandschoenen en motorhelm van de niet bewapende dader op de beelden (bron 1, blz. 458-460, blz. 461-468). Deze overeenkomsten worden bevestigd door verbalisant [verbalisant 3] (bron 2, zaak 5).

Verbalisant [verbalisant 4] herkent verdachte als zijnde de persoon die op de prints naast de persoon met de tas staat (bron 1, blz. 588, 592 en 593). Verbalisant [verbalisant 5] herkent verdachte als zijnde de persoon die op de print met een integraalhelm met open vizier en met een wapen in de hand staat (bron 1, blz. 594-595). Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] bevestigen en onderbouwen de herkenning van verdachte ten overstaan van de rechter-commissaris (bronnen 5 en 6).

De rechtbank neemt op diverse prints waar dat de persoon met het wapen een integraalhelm met een open vizier draagt en dat de andere persoon een integraalhelm met een deels geopend/ gesloten vizier draagt (bron 1, blz. 461-467).

Medeverdachte [medeverdachte] erkent op 13 december 2012 bij de rechter-commissaris zijn strafbare betrokkenheid bij vijf overvallen, waaronder de overval op het [bedrijf 5]

te Nuenen op 28 juli 2012 en belast daarbij tevens verdachte [verdachte]. Ze hebben de overval samen gepleegd en (letterlijk): 'Daarbij is geld en een aantal pakjes shag van Van Nelle meegenomen. [verdachte] en ik hebben de pakjes shag samen gedeeld die we daar hebben meegenomen.' Verdachte is degene met het wapen en [medeverdachte] is degene met de

tas. [medeverdachte] is voorts degene die om geld vroeg (bron 3). [medeverdachte] bevestigt deze ver- klaring op 15 januari 2013, nogmaals bij de rechter-commissaris (bron 4).

I.5. De overval op [bedrijf 7] te Eindhoven (01/825421-12, feit 5)

[slachtoffer 5] is op 31 juli 2012 rond 19:30 werkzaam achter de balie van [bedrijf 7] aan de [adres 5] te Eindhoven. Er komen 2 personen binnen en die lopen naar de balie. Persoon 1 draagt een gele jas en een integraalhelm met geopend vizier. Persoon 1 heeft een zwart pistool vast. Persoon 2 draagt een integraalhelm met gesloten vizier. Persoon 2 draagt voorts een grote tas. Persoon 1 en 2 staan naast elkaar aan de balie. Persoon 1 richt het pistool op [slachtoffer 5]. Er wordt geld geëist. Persoon 2 hangt over de balie. Het is voor [slachtoffer 5] helder dat er zij wordt overvallen. Zij maakt de lade open en pakt het geld eruit. Zij geeft het geld aan persoon 2. Persoon 2 eist daarop dat [slachtoffer 5] de hele lade geeft [slachtoffer 5] geeft hieraan gevolg. Persoon 2 pakt vervolgens de lade aan doet deze in de tas. Er is 518,33 euro gestolen (bron 1, blz. 470-472 en blz. 473-474).

Verbalisant [verbalisant 8] bekijkt de camerabeelden van de overval en ziet de twee daders aan komen rijden op een zilver/grijze scooter waarvan de velg in het voorwiel een blauwe gloed heeft. De camerabeelden bevestigen voorts de verklaring van [slachtoffer 5]

(bron I, blz. 479-494).

De rechtbank neemt op meerdere prints waar dat de persoon met de gele jas is bewapend met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Voorts is op die prints te zien dat deze persoon een integraalhelm met een open vizier draagt. De rechtbank neemt voorts op een aantal prints waar dat de persoon met de tas een integraalhelm met een gesloten vizier draagt (bron 1, blz. 485-489).

Verbalisant [verbalisant 4] herkent verdachte op prints van de overval als zijnde de persoon met de gele jas. (bron 1, blz. 588-591). Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] herkennen verdachte op een print van de overval als zijnde de persoon in de gele jas en de integraalhelm met geopend vizier en met het op een vuurwapengelijkend voorwerp in de handen (bron 1, blz. 602-603 en blz. 596-599). Verbalisanten [verbalisant 4], [verbalisant 5] en [verbalisant 6]

bevestigen en onderbouwen de herkenning van verdachte ten overstaan van de rechter-commissaris (bronnen 5, 6 en 7).

[naam 3] kent verdachte en herkent hem voor 100% op een aantal prints van de onderhavige overval (prints van de persoon met de gele jas en het wapen; rechtbank).

(bron 1, blz. 689-693). Zij bevestigt de herkenning van verdachte ten overstaan van de rechter-commissaris (bron 8).

Medeverdachte [medeverdachte] erkent op 13 december 2012 bij de rechter-commissaris zijn strafbare betrokkenheid bij vijf overvallen, waaronder de overval op het [bedrijf 7]

te Eindhoven op 31 juli 2012 en belast daarbij tevens verdachte [verdachte]. Ze hebben de overval samen gepleegd. Er is geroepen en er is gedreigd met een wapen. Verdachte is degene met het wapen en [medeverdachte] is degene met de tas. [medeverdachte] is voorts degene die

om geld vroeg (bron 3). [medeverdachte] bevestigt deze verklaring op 15 januari 2013, nogmaals bij de rechter-commissaris (bron 4).

I.6 Voorbereidingshandelingen overval tankstation te Eindhoven (01/825421-12, feit 6)

Verdachte wordt op 9 augustus 2012, rond 23:00 uur, door verbalisanten al liggend in bossages met een helm op en met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de handen

aangetroffen. De betreffende bosschages zijn gelegen naast het [bedrijf 8] aan de [adres 6] te Eindhoven (bron 1, blz. 541-543 en blz. 528-529).

Ongeveer een half uur daarvoor heeft verdachte op een fietsbruggetje in de directe omge-ving van genoemde bossages een groepje jongens aangesproken en aan hen gevraagd: 'Willen jullie wat geld verdienen.' Volgens de jongens kwam verdachte met een helm

op aangefietst. Ook hebben de jongens op enig moment gezien dat verdachte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn handen had (bron 1, blz. 541-542).

1.7 Conclusie rechtbank feiten 1 t/m 6.

De rechtbank stelt vast dat medeverdachte [medeverdachte] ten overstaan van de rechter-commissaris een voor verdachte belastende verklaring heeft afgelegd (feiten 1 t/m 5).

[medeverdachte] verklaart dat hij de vijf overvallen samen met verdachte heeft gepleegd.

Hierbij was verdachte telkens degene met het wapen en [medeverdachte] degene met de tas.

Anders dan de raadsvrouwe ziet de rechtbank geen enkele aanleiding om aan de

juistheid van deze gedetailleerde en, ook voor [medeverdachte] zelf, belastende verklaring te twijfelen. De stelling van de raadsvrouwe dat de belastende verklaring als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt, wordt naar het oordeel van de rechtbank ook onvoldoende geconcretiseerd. Het enkele feit dat [medeverdachte] belastend verklaart maakt hem niet

zonder meer onbetrouwbaar. Temeer niet nu verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5]

verdachte herkennen op (een) print(s) van de overval op [bedrijf 5] (feit 4) en genoemde verbalisanten, verbalisant [verbalisant 6] en [naam 3] verdachte herkennen op (een) print(s) van de overval op [bedrijf 7] (feit 5). Uit deze herkenningen volgt voorts

dat verdachte degene is geweest met het wapen, hetgeen overeenstemt met de door [medeverdachte] geschetste rolverdeling. De rechtbank ziet, anders dan de raadsvrouwe, geen reden

voor twijfel voor wat betreft de herkenning van verdachte bij de overval op [bedrijf 5] (feit 4) door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5], met name niet nu genoemde verbalisanten bij

de rechter-commissaris de herkenning op overtuigende en ondubbelzinnige wijze hebben onderbouwd en bevestigd.

Verdachte ontkent zijn betrokkenheid bij de overvallen en geeft hiervoor geen andere ontzenuwende verklaring dan dat hij medeverdachte [medeverdachte] niet kent. Verdachte heeft

ter zitting van 22 maart 2013 aangegeven dat hij [naam 3] en [naam 4] kent. Voor het overige heeft hij zich grotendeels op zijn zwijgrecht beroepen.

De rechtbank constateert dat de verklaring van verdachte dat hij [medeverdachte] niet kent wordt weersproken door:

*het op 9 augustus 2012 bij verdachte aantreffen van twee briefjes met daarop handgeschre-

ven de voornaam van medeverdachte [medeverdachte] en diens 06-nummer (bron 1, blz. 207);

*de verklaring van [naam 3] dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] met elkaar

omgingen en samen op het dievenpad gingen (bron 1, blz. 689-690 en bron 8);

*de verklaring van [naam 4], zijnde de vriend van [naam 3], d.d. 4 september 2012

inhoudende (letterlijk): 'Ik kan u zeggen dat twee vrienden van mijn vastzitten voor

overvallen. Die zijn vanuit mijn huis gegaan. Ik heb hen ook gezegd dat ze op camera's

staan' (bron 1, blz. 698);

*de eigen waarneming van de rechtbank op de terechtzitting van 9 november 2012,

inhoudende dat verdachte en medeverdachte [verdachte] elkaar bij binnenkomst in de

zittingszaal begroeten en met elkaar praten (bron 9);

*de herkenning van verdachte op de prints van de overvallen op de [bedrijf 5] en [bedrijf 7], waarover

medeverdachte [medeverdachte] verklaart dat hij deze overvallen samen met verdachte heeft ge-

pleegd.

De rechtbank beschouwt de verklaring van verdachte dat hij medeverdachte [medeverdachte] niet kent dan ook als kennelijk leugenachtig, tegen beter weten in afgelegd, om de waarheid te bemantelen. De rechtbank zal deze leugenachtige verklaring dan ook ten nadele van verdachte in de bewijsvoering betrekken.

De rechtbank acht op grond van de onder I.4 en I.5 uitgeschreven bewijsmiddelen en het hiervoor overwogene, inclusief de kennelijke leugenachtigheid van verdachtes verklaring, dan ook bewezen dat verdachte de overvallen op [bedrijf 5] (feit 4) en [bedrijf 7] (feit 5) samen met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd.

Voor wat betreft de overvallen op [bedrijf 1] (feit 1), [bedrijf 2]/[bedrijf 3] (feit 2) en [bedrijf 4] (feit 3) stelt de rechtbank, met de raadsvrouwe, vast dat verdachtes rechtstreekse betrokkenheid enkel volgt uit de belastende verklaring die medeverdachte [medeverdachte] ten overstaan van de rechter-commissaris heeft afgelegd. Echter, het staat de rechtbank vrij om belastende feiten en omstandigheden omtrent strafbare feiten die soortgelijk zijn aan andere tenlastegelegde feiten tot het bewijs van die andere feiten te doen meewerken, indien uit die feiten en om-standigheden van een gang van zaken blijkt die op essentiële punten belangrijke overeen- komsten vertoont met die andere feiten. De rechtbank constateert in dit verband dat uit de bewijsmiddelen volgt dat overvallen op [bedrijf 1], [bedrijf 2]/[bedrijf 3] en [bedrijf 4] in hetzelfde tijdvak (maand juli 2012), in dezelfde regio (Eindhoven) en op dezelfde wijze als de hiervoor bewezenverklaarde overvallen op [bedrijf 5] en [bedrijf 7] (feit 4 en feit 5) hebben plaatsgevonden. Immers, er is telkens sprake van twee personen op een (zilver/grijze) scooter die met helmen op het tankstation binnenkomen en vervolgens het kassageld opeisen. Voorts heeft telkens een van deze personen een vuurwapen gelijkend voorwerp in de handen, terwijl de andere persoon telkens een tas in de handen heeft waarin de buit wordt gedaan. De rechtbank

zal het bewijs van feit 4 en feit 5 dan ook betrekken in de bewijsconstructie van de feiten

1, 2 en 3, zoals hiervoor onder I.1, I.2 en I.3 is uitgeschreven. Dit gecombineerd met de

verklaring van [naam 3] dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen op het dieven-

pad gingen (bron 1, blz. 690) en hiervoor vastgestelde kennelijke leugenachtige verklaring van verdachte, brengt de rechtbank tot de conclusie dat kan worden bewezen dat verdachte de overvallen op [bedrijf 1], [bedrijf 2]/[bedrijf 3] en [bedrijf 4] samen met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd. De rechtbank acht de door de verdediging geopperde mogelijkheid dat [medeverdachte] hierbij met een of meer andere dader(s) op pad is geweest niet aannemelijk geworden.

De rechtbank voelt zich in haar oordeel over verdachtes betrokkenheid bij de overvallen gesterkt door de omstandigheden waaronder verdachte op 9 augustus 2012 in de bosschages bij het [bedrijf 8] aan de [adres 6] te Eindhoven is aangetroffen (zie hiervoor onder het kopje I.6: liggend op de grond, met een helm op en met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de handen), hetgeen in het licht van het voorgaande niet anders kan worden gekwalificeerd dan voorbereidingshandelingen om weer een overval te plegen. De verklaring van verdachte dat hij de helm met daarin het wapen in de berm bij het betreffende fietsbruggetje had gevonden overtuigt volstrekt niet. De rechtbank hecht geen geloof aan deze versie van verdachte, omdat uit hetgeen de jongens van het fietsbruggetje aan verba- lisanten hebben medegedeeld volgt dat verdachte reeds de helm op had toen aan hij in hun richting aan kwam gefietst en verdachte eerst daarna de berm bij het fietsbruggetje in is gelopen. De rechtbank acht op grond van het vorenstaande en hetgeen onder het kopje I.6

is uitgeschreven feit 6 bewezen.

II. Verboden wapenbezit (01/825421-12, feit 7)

Het hiervoor onder het kopje I.6 bij verdachte aangetroffen wapen is onderzocht. Het betreft een veerdrukwapen in de vorm van een pistool, kaliber 6 mm. Het voorwerp is zodanig

gelijkend op een vuurwapen zodat het voor bedreiging/afdreiging geschikt is. Het vertoont voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis met een pistool van het merk Sig Sauer type P238. Het betreft dan ook een wapen in de zin van artikel 2, lid1, Categorie I onder sub 7 van de Wet wapens en munitie (bron 1, blz. 552-556).

De rechtbank acht het - kort gezegd - verboden wapenbezit dan ook wettig en overtuigend bewezen zoals hierna vermeld.

8. Belediging verbalisanten (01/8255421-12, feit 8)

De rechtbank acht op grond van:

*het relaas van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] van de

regiopolitie Brabant Zuid-Oost (bron 1, blz. 544) en

*de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 22 maart 2013,

wettig en overtuigend bewezen dat verdachte verbalisanten heeft beledigd zoals hierna vermeld.

9. Medeplegen van diefstal van een fiets (01/148838-12)

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen op grond van:

*de aangifte van [naam 5] namens de stichting aanpak voertuigen criminaliteit

(bron 10, blz. 48-49);

*de bekennende verklaringen van mededader [naam 4] (bron 10, blz. 21, 25-27 en 28);

*de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 22 maart 2012.

10. diefstal uit een auto met braak (01/194257-12)

[slachtoffer 6] doet op 8 maart 2012 aangifte van diefstal middels braak uit de personenauto van het merk Volkswagen Scirocco met kenteken [kenteken 1]. Deze auto is eigendom van [slachtoffer 8] heeft de auto op 28 februari 2012 rond 21:45 uur geparkeerd voor de Albert Heijn op de ventweg van de [adres 7] te Eindhoven. Omstreeks 22:05 uur ziet hij dat de bijrijdersruit van genoemde auto verbroken is. Er ligt glas op de grond. Volgens [slachtoffer 6] is het navigatiesysteem en zijn gsm (Nokia) weggenomen (bron 11, blz. 4-5).

Verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 13] zijn omstreeks 22:15 uur ter plaatse en constateren een vernield raam aan de bijrijderszijde van de auto. Voorts zien zij in de auto een bloed- spoor. Dit bloedspoor wordt door verbalisant [verbalisant 12] veiliggesteld middels een DNA-kit (049063) en aangeboden aan de afdeling FTO met code SIN AACT3488NL (bron 11, blz. 8 en 14).

Verbalisant [verbalisant 14] (FTO) ontvangt DNA-kit 049063 met het bloedspoor voorzien

van SIN AACT3488NL. Het bloed wordt bemonsterd, veiliggesteld en gewaarmerkt voorzien van SIN AACC4176NL (bron 11, blz. 9-10 en 13).

Het DNA-profiel AACC4176NL matcht met het DNA-profiel referentiemonster wang-slijmvliesnummer RDL679 van verdachte (bron 11, blz. 12, 15-19).

Als verdachte bij de politie wordt geconfronteerd met de DNA-hit behorende bij de onderhavige inbraak van de auto verklaart hij (letterlijk): 'Was dat die Sirocco? Dit wordt een 100% veroordeling. Ik pak nooit gsm's. Dat kan niet, ik heb een hekel aan gsm's. Ik heb er zelf geen. Ik verkoop die systemen (de rechtbank leest: navigatiesystemen) voor 200 euro per stuk.' (bron XI, blz. 23). Ter zitting van 22 maart 2013 heeft verdachte geen verklaring over deze inbraak willen afleggen.

De rechtbank acht op grond van de aangifte van [slachtoffer 6], de DNA-match en verdachtes verklaring bij de politie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd en dat hij daarbij een navigatiesysteem heeft weggenomen. De rechtbank acht onvoldoende vaststaan dat verdachte tevens een gsm heeft weggenomen en zal hem dan

ook van dat onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, en die voor wat betreft de feiten 1 t/m 6 van parketnummer 01/825421-12 in onderling verband en samenhang zijn bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

t.a.v. parketnummer 01/825421-12

1.

op 11 juli 2012 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (medewerkster van [bedrijf 1]) heeft gedwongen tot de afgifte van een

geldbedrag (totaal ca 140 euro) toebehorende aan [bedrijf 1]

welke bedreiging met geweld bij genoemde afpersing hierin bestond dat verdachte en zijn mededader met dichte integraalhelmen op de hoofden het benzinestation zijn binnengegaan en vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan en heeft/hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer 1] en heeft/hebben geschreeuwd/ geroepen: "geld".

2.

op 13 juli 2012 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] (medewerker van het [bedrijf 2]) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (in totaal ca 400 euro), toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [[bedrijf 3]rijf 3], welke bedreiging met geweld bij genoemde afpersing hierin bestond dat verdachte en zijn mededader met dichte integraal helmen op de hoofden het benzinestation zijn binnengegaan en vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan en heeft/hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer 2] en heeft/hebben

geschreeuwd/geroepen: "terugkomen" en "geld erin" en "kassa leeg" en "doe het geld hierin".

3.

op 19 juli 2012 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, tezamen en in vereniging met een ander

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] (medewerker van [bedrijf 4]) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (totaal ca 830 euro) en een aantal aanstekers toebehorende aan [bedrijf 4] (Nuenen), welke bedreiging met geweld bij genoemde afpersing hierin bestond dat hij, verdachte en zijn mededader met dichte integraal helmen op de hoofden het benzinestation zijn binnengegaan en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan die [slachtoffer 3] en heeft/hebben geschreeuwd/geroepen:

"Hier komen jij" en "Leegmaken" en "Alles".

4.

op 28 juli 2012 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 4] (medewer[bedrijf 5]van het [bedrijf 5]) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (totaal ca 611 euro) en 13 pakjes

shag/tabakswaren (Van Nelle en/of Pall Mall), toebehorende aan [bedrijf 6],

welke bedreiging met geweld bij genoemde afpersing hierin bestond dat verdachte en zijn mededader met dichte/integraal helmen op de hoofden het benzinestation zijn binnengegaan en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan en heeft/hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer 4] en heeft/hebben geschreeuwd/geroepen: "Kassa open, geef je geld" en/of "shag, shag, Van Nelle, slof".

5.

op 31 juli 2012 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (medewerkster van [bedrijf 7]) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (totaal ca 518 euro toebehorende aan [bedrijf 7], welke bedreiging met geweld bij genoemde afpersing hierin bestond dat verdachte en zijn mededader met

ingetraal helmen op de hoofden het benzinestation zijn binnengegaan en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond aan en heeft/hebben gericht op het lichaam van die [slachtoffer 5] en heeft/hebben geschreeuwd/geroepen: "Geld" en "Geef de kassalade", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

6.

op 09 augustus 2012 te Eindhoven ter voorbereiding van het misdrijf diefstal met geweld en/of afpersing (te weten, om een medewerker van het tankstation middels bedreiging met een wapen te dwingen om geld en/of goederen af te geven en/of om zich geld en/of

goederen wederrechtelijk toe te eigenen), opzettelijk een nepvuurwapen en een integraal- helm bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad.

7.

op 9 augustus 2012 te Eindhoven een wapen van categorie I onder 7°, te weten een veerdrukwapen, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en/of afmeting een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (Sig Sauer), voorhanden heeft gehad.

8.

op 09 augustus 2012 te Eindhoven [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (politieambtenaren van regiopolitie Brabant Zuidoost)

-opzettelijk beledigend in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Fuck you" en/of "Kankerjood " en

-opzettelijk heeft beledigd door feitelijkheden, te weten door (tweemaal) tegen de borst,

althans in de richting van die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] te spugen.

t.a.v. parketnummer 01/148838-12

op 06 juli 2012 te Uden tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een damesfiets (Batavus), toebehorende aan stichting aanpak voertuigen criminaliteit.

t.a.v. parketnummer: 01/194257-12

op 28 februari 2012 te Eindhoven, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een auto (gekentekend [kenteken 1]) heeft weggenomen een navigatiesysteem toebehorende aan een ander dan aan verdachte, waarbij verdachte zich het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

Een gevangenisstraf van 11 jaren met aftrek van voorarrest (bijlage 2).

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft zich niet uitgelaten over de strafoplegging.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft in een tijdsbestek van drie weken, samen met een ander, vijf gewapende overvallen gepleegd op tankstations in Nuenen en Eindhoven. Zij kwamen hierbij telkens met integraalhelmen op binnen. Bij alle overvallen werd de kassamedewerker een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond, dan wel werd dat wapen op de betreffende mede-werker gericht. De slachtoffers werden vervolgens gedwongen geld af te geven. Gewapende overvallen maken een zeer ernstige inbreuk op de rechtsorde en veroorzaken gevoelens van onrust, angst en onveiligheid in de samenleving, meer in het bijzonder bij de directe slacht- offers. Niet zelden lijden deze slachtoffers vaak langdurig onder de psychische gevolgen van een dergelijke ingrijpende en traumatische gebeurtenis. De schriftelijke slachtoffer- verklaring van [slachtoffer 2] geeft ook blijk van de negatieve impact van de overval op diens leven.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen van een overval, verboden wapenbezit, belediging van verbalisanten, een diefstal van een fiets en een diefstal met braak uit een auto.

Verdachte heeft bij het plegen van de vermogensdelicten gehandeld uit puur financieel gewin zonder zich iets aan te trekken van de belangen van de slachtoffers. Verdachte heeft geen inzicht in zijn handelen willen geven en hij heeft voor wat betreft de overvallen niet de

verantwoordelijkheid van zijn gewelddadige handelen op zich willen nemen. Integendeel, ter zitting heeft verdachte blijk gegeven van een verontrustende onverschilligheid ten opzichte van zijn daden en de slachtoffers. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan. Bovendien blijkt uit het strafblad van verdachte dat hij vanaf 1998 met een zekere regelmaat is veroordeeld vanwege diverse vermogensdelicten, waaronder met geweld. Verdachte is op 9 januari 2012 nog veroordeeld voor een vermogensdelict en hij is op 4 april 2012 veroordeeld voor onder meer een bedreiging en belediging van ambtenaren. Vastgesteld moet worden dat de eerdere veroordelingen niet het gewenste effect hebben gehad en verdachte er niet van hebben weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de aard, ernst en hoeveelheid

van de onderhavige strafbare feiten, verdachtes volstrekt onverschillige houding daarom-trent en zijn strafblad, conform de oriëntatiepunten een langdurige gevangenisstraf recht-vaardigen. De rechtbank is hierbij gebonden aan de werking van de samenloopbepaling

ex art. 57 Sr., hetgeen met zich meebrengt dat in casu een gevangenisstraf van maximaal

16 jaren kan worden opgelegd. Met inachtneming van het voorgaande en vanuit het oog-

punt van normhandhaving, vergelding en bescherming van de maatschappij acht de recht-

bank de vordering van de officier van justitie als uitgangspunt dan ook begrijpelijk en verdedigbaar. Echter, de rechtbank wenst verdachte, nu hij in zijn criminele carrière voor het eerst wordt geconfronteerd met een jarenlange gevangenisstraf, tevens enig perspectief en zicht op een terugkeer in de maatschappij te bieden in de hoop dat deze langdurige straf verdachte daarna van het plegen van nieuwe strafbare feiten zal weerhouden. Gelet hierop zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf opleggen van 8 jaren.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]/[bedrijf 1]

(01/825421-12, feit 1)

Het standpunt van de officier van justitie.

Hoofdelijke toewijzing van de vordering met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.

Het standpunt van de verdediging.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering vanwege de bepleite vrijspraak.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoer-legging nog te maken kosten.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]. (01/825421-12, feit 2)

Het standpunt van de officier van justitie.

Hoofdelijke toewijzing van de vordering met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.

Het standpunt van de verdediging.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering vanwege de bepleite vrijspraak.

Beoordeling.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte immateriële schade, een bedrag van 1.000 euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in het hoger gevorderde bedrag, omdat de rechtbank van oordeel is dat een verantwoorde behandeling en beoor-deling van dit deel van de vordering nader onderzoek behoeft en aldus een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict

tot aan de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 6] (01/825421-12,

feit 4)

Het standpunt van de officier van justitie.

Hoofdelijke toewijzing van de vordering met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.

Het standpunt van de verdediging.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering vanwege de bepleite vrijspraak.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoer-legging nog te maken kosten.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]. (01/194257-12)

Het standpunt van de officier van justitie.

Toewijzing van de vordering met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.

Het standpunt van de verdediging.

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering omdat de benadeelde partij niet de eigenaar is van de onderhavige personenauto en het navigatiesysteem.

Beoordeling.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de vordering, omdat

de rechtbank van oordeel is dat de onderbouwing van de vordering niet eenduidig is en diverse vragen oproept. De rechtbank oordeelt dat een verantwoorde behandeling en beoordeling van de vordering nader onderzoek behoeft en daardoor een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal de kosten van partijen compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 46, 57, 60a, 63, 266, 267, 310, 311 en 317;

Wet wapens en munitie art. 2, 13 en 55.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. 01/825421-12 feit 1:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

t.a.v. 01/825421-12 feit 2:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

t.a.v. 01/825421-12 feit 3:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

t.a.v. 01/825421-12 feit 4:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

t.a.v. 01/825421-12 feit 5:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

t.a.v. 01/825421-12 feit 6:

ter voorbereiding van afpersing of diefstal met geweld, opzettelijk voorwerpen

bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden hebben.

t.a.v. 01/825421-12 feit 7:

handelen in strijd met art. 13 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

t.a.v. 01/825421-12 feit 8:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar

gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

t.a.v. 01/148838-12:

diefstal, door twee of meer verenigde personen.

t.a.v. 01/194257-12:

diefstal, waarbij de schuldige zich het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregelen.

t.a.v. 01/825421-12 feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7, feit 8, 01/148838-12, 01/194257-12:

Gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

t.a.v. 01/825421-12 feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 140,= subsidiair 2 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] /[bedrijf 1], van een bedrag van EUR 140,= (zegge: honderdveertig euro ), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een materiële schadevergoeding. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] /[bedrijf 1]. van een bedrag van EUR 140,= (zegge: honderdveertig euro), aan materiële schade. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade

t.a.v. 01/825421-12 feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1000,= subsidiair 20 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 1.000,= (zegge: duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriele schade. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 1.000,= (zegge: duizend euro), aan immateriële schade. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

t.a.v. 01/825421-12 feit 4:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 689,25 subsidiair 13 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [bedrijf 6] ,van een bedrag van EUR 689,25 (zegge: zeshonderdnegenentachtig euro en vijfentwintig eurocent ), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een materiële schadevergoeding. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door

zijn mededader is betaald. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 6] van een bedrag van EUR 689,25 (zegge: zeshonderdnegenentachtig euro en vijfentwintig eurocen t), aan materiële schade.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

t.a.v. 01/194257-12:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 6], in haar vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. E.M.J. Raeijmaekers en mr. E.W. van den Heuvel, leden,

in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,

en is uitgesproken op 5 april 2013.

26

Parketnummers: 01/825421-12, 01/148838-12 (gev ttz) en 01/194257-12 (gev ttz)

[verdachte]