Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ1192

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
31-01-2013
Datum publicatie
19-02-2013
Zaaknummer
01/825458-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar. Index-delict: poging tot doodslag.

Vordering twee dagen te laat ingediend, maar vóór de datum waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zou eindigen.

OM ontvankelijk in de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825458-05

Uitspraakdatum: 31 januari 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling.

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde]

geboren te [geboorteplaats, geboortedatum],

verblijvende in de [kliniek]

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 18 december 2006 is betrokkene ter beschikking gesteld met voorwaarden. Bij beschikking van deze rechtbank van 19 september 2007 is beslist dat betrokkene alsnog van overheidswege diende te worden verpleegd.

De terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank van 19 januari 2011, met twee jaar verlengd. Deze verlenging is door het gerechtshof te Arnhem van 10 juni 2011 bevestigd met aanvulling van gronden.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank is gedateerd 6 december 2010 en is binnengekomen op de strafgriffie op 6 december 2012 en strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 januari 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord. De officier van justitie heeft ter terechtzitting een wijziging vordering verlenging terbeschikkingstelling ingediend, inhoudende dat de datum van indiening van de vordering 6 december 2012 in plaats van 6 december 2010 moet zijn.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van de inrichting waar betrokkene verblijft d.d. 27 november 2012;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- een psychologisch rapport van de forensisch psycholoog prof. Dr. J.J. Baneke betreffende betrokkene d.d. 13 november 2012;

- een psychiatrisch rapport van de psychiater H.T.J. Boerboom betreffende betrokkene d.d. 19 november 2012;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

De officier van justitie:

Mijn aanvankelijke vordering was gedateerd 6 december 2010. Aangezien uit de overige stukken van het dossier volgt dat deze datum 6 december 2012 had moeten zijn ben ik de mening toegedaan dat er sprake is van een schrijffout. Ik heb daartoe ook nog een wijziging vordering verlenging terbeschikkingstelling ingediend. Deze vordering is 2 dagen te laat ingediend. Ik ben echter de mening toegedaan dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 509oa, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en dat de vordering binnen een redelijke termijn is ingediend. Ik voer daartoe het volgende aan. Ten tijde van het indienen van de vordering was de terbeschikkingstelling nog niet geëindigd en heeft de verdediging zich tijdig op deze zitting kunnen voorbereiden. Het was de verdediging ook bekend dat er een verlenging van de terbeschikkingstelling geadviseerd was. Het index-delict betreft een ernstig delict en uit de stukken blijkt dat er nog steeds sprake is van delictgevaar. Verder is er sprake van een zeer geringe termijnoverschrijding.

De raadsman:

Ik ben van mening dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard nu de vordering te laat is ingediend en er geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 509oa, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Er is immers niet langer sprake van een situatie waarin de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in het geding is. Het gaat goed met mijn cliënt en er zijn in de afgelopen periode geen noemenswaardige incidenten geweest.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vordering is weliswaar 2 dagen te laat ingediend maar vóór de datum waarop de terbeschikkingstelling door tijdsverloop zou eindigen. Verder wist betrokkene ten tijde van het indienen van de vordering dat deze een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van 2 jaar inhield. Zowel het advies van de inrichting als de beide externe adviezen van de psychiater en de psycholoog, die door de rechtbank worden onderschreven, houden in dat er nog steeds gevaar voor recidive aanwezig is. Daarmee is voldaan aan het vereiste zoals bedoeld in artikel 509oa van het Wetboek van Strafvordering, namelijk dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen, ondanks het belang van de terbeschikkinggestelde, de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van poging tot doodslag, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Voormeld advies van de inrichting houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in:

Bij het wegvallen van structuur en begeleiding is het zeer voorstelbaar dat betrokkene mede door een onvolledig ziekte-inzicht en zijn zwakbegaafdheid over een tijd de grip op zijn stoornis en daarmee op zijn gedrag en handelen zal verliezen. Hij zal zich dan niet kunnen aanpassen aan de eisen van de realiteit en dan kan opnieuw een situatie ontstaan waarin betrokkene zich bedreigd voelt en meent zich te moeten verweren tegen vermeend dreigend onheil. In een dergelijke situatie is er een grote kans dat betrokkene psychotisch decompenseert en opnieuw over zal gaan tot het gebruik van geweld. Zeker in combinatie met hernieuwd cannabisgebruik ontstaat er dan een groot risico op een recidief paranoïde psychose. Zonder structurele professionele steun wordt de kans op ernstig gewelddadig gedrag op de middenlange termijn dan ook hoog ingeschat. In maart 2012 is hij betrokken geweest bij een incident waarbij hij fysiek geweld tegen een medepatiënt heeft gepleegd.

Gezien de chronische aard van de onderliggende aandoening schizo-affectieve stoornis, het recidiverende optreden van psychotische fases en stemmingswisselingen, de gevoeligheid voor drugs, de agressieve ontsporingen in de voorgeschiedenis en de beperkte belastbaarheid van betrokkene zal ook op de lange termijn een vorm van begeleiding noodzakelijk blijven. Op dit moment lijkt toewerken naar plaatsing in een RIBW, op de lange termijn, een reëel doel. Mogelijk dat betrokkene eerst wordt overgeplaatst naar een FPA voordat er sprake zal zijn van een RIBW. Gegeven het feit dat betrokkene nog niet zo lang geleden gestart is met begeleid verlof en dit verlofkader nog enige tijd zal worden voortgezet alvorens onbegeleid verlof en transmuraal verlof zullen worden aangevraagd, wordt geadviseerd de tbs-maatregel te verlengen met de duur van twee jaar. Wij achten voorzetting van toezicht en van een forensisch psychiatrische behandeling bij betrokkene noodzakelijk. De tbs-maatregel met bevel tot verpleging dient de continuïteit van toezicht en behandeling te waarborgen.

Voormeld psychologisch rapport houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in:

Betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis, in casu een schizo-affectieve stoornis en aan cannabisafhankelijkheid (mogelijk in remise onder toezicht). Tevens is sprake van een aantal lichamelijke aandoeningen (onder meer van de lever). Het risico op gewelddadig gedrag lijkt vooral te worden bepaald door paranoïde psychotische belevingen. De kans op psychotische stoornissen wordt verhoogd door cannabisgebruik en stressvolle omstandigheden. Indien betrokkene in een voldoende gestructureerde setting verblijft met adequate medicamenteuze behandeling/ondersteuning, zonder te veel prikkels of stress, kan hij redelijk gestabiliseerd worden en blijven. Op basis van de bestaande stabiele toestand is door de kliniek begeleid verlof aangevraagd. In de huidige omstandigheden (en begeleid verlof) wordt het risico als matig ingeschat. Bij het loslaten van structuur en medicatie wordt de kans op ontsporingen groot geacht. Onderzoeker en kliniek stemmen hierin overeen. Geadviseerd wordt om het huidig beleid voort te zetten en het begeleid verlof te gebruiken om te toetsen in hoeverre betrokkene stabiel blijft. Als dat het geval is dan zou met enige voortvarendheid een volgende fase mogen worden gestart, met als doel betrokkene voor te bereiden op een overplaatsing naar de reguliere psychiatrie of een FPA en op termijn naar een beschermde woonvorm binnen de reguliere psychiatrie. Onderzoeker ondersteunt het beleid van de kliniek in deze, maar mist (althans in de beschikbare informatie) het hiervoor geschetste verdere doel in de richting van een beschermde woonvorm. Geadviseerd wordt om de tbs-maatregel met één jaar te verlengen. Dit om zo in het komende jaar toe te werken naar overplaatsing en beschermd wonen in de psychiatrie en over een jaar te toetsten welke stappen er inmiddels zijn gezet. Tevens wordt geadviseerd de verpleging te continueren.

Voormeld psychiatrisch rapport houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in:

Bij betrokkene is sprake van een schizo-affectieve stoornis, bipolair type, zwakbegaafdheid en afhankelijkheid van cannabis, langdurig gedwongen in remise. Ik beoordeel de diagnostische conclusies van de kliniek als adequaat. Er zijn geen aanwijzingen voor seksuele deviantie en het risico daarop wordt derhalve als laag ingeschat. Het terugvallen in psychose en cannabisgebruik heeft bij betrokkene veel te maken met het goed ingesteld zijn op medicatie, maar daaraan voorafgaan een goede begeleiding, aansluitend op het niveau van zwakbegaafdheid met een sociaal emotionele ontwikkeling van een 8- tot 10-jarige. Dan is het recidiverisico laag. Voor brandstichting zijn er eveneens in het verleden geen aanwijzingen en de dynamiek bij betrokkene die leidt tot geweld is tweeledig. Ten eerste kan hij vanuit angst die ontstaat vanuit psychose (de schizo-affectieve stoornis), in de vorm van een paranoïde waan, reageren met agressie omdat hij zich dan bedreigd voelt. Ten tweede kan hij agressief reageren vanuit zijn zwakbegaafdheid omdat zijn coping tekort schiet wanneer hij overvraagd wordt. Ik beoordeel de risicoprognose van de kliniek adequaat. Er zijn nog mogelijkheden op medicamenteus vlak. Verder zal betrokkene of via de [kliniek] of via een FPA die gericht is op een verstandelijke beperking, geresocialiseerd moeten worden in de richting van een beschermde of begeleide woonvorm. Ik beoordeel de behandeling of begeleiding en het risicomanagement van de kliniek adequaat. Onvoldoende is in te schatten in welke mate de huidige afdeling aansluit of gespecialiseerd is in het werken met zwakbegaafden. Ik adviseer de tbs-maatregel met één jaar te verlengen. Aangezien betrokkene uitbehandeld is, behalve medicamenteus, is het zaak de resocialisatie snel in te zetten, tevens omdat betrokkene vanuit zijn zwakbegaafdheid gemotiveerd kan blijven of weer worden wanneer hij overzienbare doelen en duidelijkheid krijgt. Een verlenging met twee jaar zou voor hem geen verandering impliceren. Ik adviseer om ook de verpleging te continueren.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Wat mij betreft kan de terbeschikkingstelling worden opgeheven. Ik zit momenteel op de verkeerde plek. Ondanks dat ben ik in de afgelopen periode flink vooruit gegaan. Ik gebruik al jaren geen drugs meer. Als gevolg van het feit dat ik niet weet wanneer de terbeschikkingstelling feitelijk zal eindigen ben ik onzeker. Ik krijg momenteel 1 keer per 4 weken een medicijndepot toegediend. Die medicijnen werken prima. In de afgelopen periode is er één incident met een medepatiënt geweest. Ik heb hem geslagen nadat hij mij had uitgedaagd. Dat had niet mogen gebeuren. Ik had mijn ongenoegen aan de leiding moeten melden en niet het recht in eigen hand moeten nemen. Ik heb er van geleerd dat ik geen zaken moet opkroppen. Ik realiseer me dat ik altijd op hulp aangewezen zal zijn en dat mijn eindsituatie er een van begeleid wonen zal zijn. Een dergelijke situatie zal mij goed passen. Ik heb in de afgelopen periode gesprekken met een therapeut gevoerd over mijn relatie met mijn ex-vrouwen en met mijn kinderen. Ik krijg binnenkort een nieuwe therapeut en dan moet ik weer opnieuw over mijn gevoelens aangaande deze relaties geen praten. Ik vind dat moeilijk, maar als het moet dan doe ik het. Ik heb regelmatig contact met mijn ex-vrouw, tevens slachtoffer van het index-delict. Zij wil ook graag dat de terbeschikkingstelling eindigt en hetzelfde geldt voor mijn dochter.

De deskundige Goderis, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Bij gebreke van structuur kunnen er problemen bij betrokkene ontstaan in de vorm van geweld. Het leven van alledag is al complex voor betrokkene. Binnen de huidige structuur doet betrokkene het goed en hij is goed ingesteld op zijn medicatie. Hij behoeft wel heel veel externe structuur en is beperkt in zijn mogelijkheden. Hij is gemotiveerd voor zijn behandeling en krijgt begeleid verlof. Dit laatste verloopt goed. De inrichting wil dit gaan uitbreiden naar onbegeleid verlof. De komende periode gaan we bezien hoe dit verloopt. Het uiteindelijk doel is een plaatsing van betrokkene in een RIBW. De relatiegesprekken zijn goed verlopen, maar dienen nog wel een vervolg te krijgen. Dit is van belang voor de contacten met zijn ex-vrouwen en met zijn kinderen. Bij die gesprekken zijn overigens zijn ex-vrouwen en zijn kinderen niet betrokken. De aanvraag voor onbegeleid verlof gaat binnenkort de deur uit en we hopen dat er in mei van dit jaar toestemming voor wordt gegeven. Ik verwacht dat die toestemming er komt. Indien ongeleid verlof goed gaat verlopen dan kan betrokkene verder worden geresocialiseerd. Er is nog geen concrete RIBW in beeld. De inrichting heeft op zich geen moeite met een verlenging met één jaar, maar het behandeltraject zal langer dan dit jaar duren. Vanuit therapeutisch oogpunt bezien kan een verlengen met één jaar de indruk wekken dat de terbeschikkingstelling er na dat jaar op zit. Zoals gezegd is dat echter niet het geval. Een verlengen met één jaar is voor betrokkene echter wel beter te overzien. Ik weet niet of er over één jaar al sprake zal zijn van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Er zijn nog al wat stappen te zetten en een begeleiding door de reclassering is nog niet in beeld.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene is nog niet uitbehandeld en het gevaar voor recidive is nog aanwezig. Binnen de kliniek gaat het goed met betrokkene en hij doet zijn best binnen zijn behandeling. Ik vind dat we niet overhaast moeten beslissen en de terbeschikkingstelling met twee jaar moeten verlengen. Op die manier kan betrokkene in alle rust toewerken naar een RIBW-situatie. Ik persisteer dan ook bij mijn vordering.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Het gaat goed met mijn cliënt en er is geen sprake meer van een behandeling. Hij funktioneert goed zowel binnen als buiten de kliniek. Indien hem iets dwars zit meldt hij dit. Hij is klaar voor een RIBW-plaatsing. Het komend jaar staat in het teken van zijn resocialisatie. Een verlenging met twee jaar is voor mijn cliënt niet te overzien. Een termijn van één jaar is wel voor hem te overzien. Hij ziet dan vooruitgang en dat motiveert hem.

De risicotaxaties in de wettelijke aantekeningen zijn van juli vorig jaar en daarmee gedateerd. Ik hecht meer waarde aan de adviezen van de psychiater en de psycholoog dan aan het advies van de inrichting. Ik verzoek de rechtbank dan ook om de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar in plaats van met twee jaar. Dat is beter voor de motivatie van mijn cliënt. In het komend jaar moet de resocialisatie van mijn cliënt verder gestalte gaan krijgen. Over een jaar zal ik de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging bepleiten of zelfs de beëindiging van de terbeschikkingstelling.

De rechtbank verenigt zich met het advies van de psychiater en de psycholoog en met dat van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, met dien verstande dat de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar zal worden verlengd. De rechtbank volgt daarmee het advies van de psychiater en de psycholoog en heeft ook zelf de behoefte om over één jaar opnieuw de voortgang van betrokkens behandeling te bezien. De rechtbank overweegt hierbij wel zeer nadrukkelijk dat een einddatum voor de terbeschikkingstelling niet te geven is.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. E.W. van den Heuvel en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 januari 2013.

Mr. Verheggen is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.