Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ0547

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
23-01-2013
Datum publicatie
05-02-2013
Zaaknummer
Awb 12 / 1564
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het CAK heeft zich ter onderbouwing van het bestreden besluit niet mogen baseren op de - kennelijk op de bestendige gedragslijn gebaseerde - stelling dat Savant de vrijheid heeft de geleverde zorg naar boven af te ronden op vijf minuten per bezoek, nu de rechtbank van oordeel is dat deze gedragslijn kennelijk onredelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 12/1564

Uitspraak van de meervoudige kamer van 23 januari 2013

inzake

[eiseres],

te [woonplaats],

eiseres,

tegen

Centraal Administratiekantoor (CAK),

te ‘s-Gravenhage,

verweerder,

gemachtigden: mr. T.N.F. van der Gaarden en mr. L.T. Verheijen

Procesverloop

Bij besluit van 1 februari 2012 heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat haar verzoek om herziening van het aantal zorguren in de periode van week 25 tot en met week 40 van 2011 is afgewezen. Verweerder herziet derhalve niet de eigen bijdrage voor deze periode.

Het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar is door verweerder bij besluit van 19 april 2012 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

De zaak is behandeld op de zitting van de enkelvoudige kamer op 13 september 2012. Ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek met toepassing van artikel 8:64, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschorst en de zaak verwezen naar een meervoudige kamer.

De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van de meervoudige kamer van 11 december 2012, waar eiseres is verschenen in persoon bijgestaan door haar zoon, [naam A]. Verweerder is verschenen bij zijn gemachtigden.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1. Eiseres ontvangt persoonlijke verzorging via zorgaanbieder Stichting Savant (hierna: Savant). De zorgaanbieder registreert per keer de geleverde zorgtijd in minuten in zijn eigen systeem en op de kalender van eiseres. De zorgaanbieder declareert vervolgens de zorgtijd bij het zorgkantoor, waarbij de geleverde zorgtijd naar boven wordt afgerond op een veelvoud van vijf minuten. Verweerder berekent aan de hand van de door het zorgkantoor geleverde gegevens het door eiseres te betalen bedrag aan eigen bijdrage.

Het geschil

2. Partijen zijn verdeeld over de vraag of verweerder bij de berekening van de eigen bijdrage mocht uitgaan van de door Savant geleverde gegevens waarbij de zorgminuten steeds op een veelvoud van vijf minuten naar boven zijn afgerond.

3. Eiseres is van mening dat Savant ten onrechte de geleverde zorgminuten steeds naar boven afrondt. Dit leidt er volgens eiseres toe dat het bedrag van de eigen bijdrage te hoog is vastgesteld omdat voor zorg die feitelijk niet is geleverd wel moet worden betaald. Eiseres stelt dat de geleverde zorg tot op de minuut nauwkeurig wordt geregistreerd. Het is daarom ook eenvoudig vast te stellen hoeveel minuten zorg er daadwerkelijk geleverd zijn en betaald zouden moeten worden. Subsidiair heeft eiseres gesteld dat, wanneer er wel afgerond zou moeten worden, dat zou moeten gebeuren door afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf minuten, volgens gangbaar gebruik van afronden. Indien standaard naar boven wordt afgerond is sprake van ophoging, niet van afronding, waar altijd maar één partij de dupe van wordt, namelijk de zorgontvanger, aldus eiseres.

4. Verweerder is van mening dat Savant de vrijheid toekomt geleverde zorg naar boven af te ronden op vijf minuten per contact. Volgens verweerder is dit een bestendige gedragslijn zoals bedoeld in de Declaratieregeling. Verweerder ziet zich in dit standpunt gesteund door een door de NZa op 24 november 2010 genomen besluit in de zaak tussen het zorgkantoor Zuidoost-Brabant en Savant. De NZa heeft in dit besluit te kennen gegeven dat afronding naar boven van het aantal zorgminuten door Savant – naar analogie van de zogeheten ‘telefoontik’ – kennelijk een bestendige gedragslijn is zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Declaratieregeling. Ook heeft verweerder verwezen naar een brief van 15 juni 2009 van de toenmalige staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de voorzitter van de Tweede Kamer betreffende de vereenvoudiging van de minutenregistratie in de zorg.

Relevante regelgeving

5. Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) hebben verzekerden aanspraak op zorg. Ingevolge artikel 6, vierde lid, van de AWBZ kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als voorwaarde voor het verkrijgen van een verstrekking worden gesteld dat de verzekerde bijdraagt in de kosten daarvan.

6. Ten tijde in geding bepaalde artikel 16a, eerste lid, van het Bijdragebesluit zorg (Bbz) dat de verzekerde van 18 jaar of ouder bijdraagt in de kosten van de zorg, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 van het Besluit Zorgaanspraken AWBZ. In artikel 16d van het Bbz was ten tijde in geding geregeld hoe hoog deze eigen bijdrage per uur was.

7. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering verricht het CAK voor de zorgverzekeraars de vaststelling en de inning van de bijdrage, bedoeld in artikel 16d van het Bbz, op basis van door de Belastingsdienst verstrekte inkomensgegevens.

8. Op 1 februari 2000 heeft de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg de Registratierichtlijn vastgesteld. Deze Registratierichtlijn is de standaard voor de registratie van producten die door de thuiszorginstellingen worden geleverd en die in het kader van de berekening van de eigen bijdrage aan verweerder moet worden aangeleverd. In paragraaf 3.3.4 van de Registratierichtlijn is vermeld dat de geleverde zorgtijd zo nauwkeurig mogelijk moet worden geregistreerd en dat afronding mag plaatsvinden op maximaal vijf minuten.

9. Op grond van artikel 37 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) kan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) regelingen vaststellen over de wijze waarop, onder welke voorwaarden of met welke voorschriften en beperkingen een tarief in rekening mag worden gebracht. De NZa heeft daartoe, voor wat betreft de periode in geding, de in de Staatscourant van 27 april 2011, nr. 7323, gepubliceerde Regeling Declaratie AWBZ-zorg (hierna: Declaratieregeling) vastgesteld. Artikel 4, derde lid, van de Declaratieregeling luidt als volgt:

“Indien sprake is van extramurale prestaties gedurende een deel van een uur wordt het in rekening te brengen tarief naar evenredigheid berekend. Voorzover zorgkantoren en zorgaanbieders geen bestendige gedragslijn hebben over de afronding van de geleverde prestatie, indien sprake is van zorgverlening gedurende een deel van een uur, wordt de zorg afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf minuten.”.

Beoordeling van het geschil door de rechtbank

10. Vooropgesteld moet worden dat uit het wettelijk systeem volgt dat het CAK in het kader van de primaire besluitvorming over de te betalen eigen bijdrage in beginsel mag uitgaan van de door het zorgkantoor verstrekte gegevens over de verleende zorg. Dit neemt evenwel niet weg dat een uit een gemotiveerde betwisting blijkende kennelijke fout in de aangeleverde gegevens door het CAK moet worden geredresseerd, zo volgt uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 november 2010, LJN BO6880.

11. In de toelichting bij artikel 4, derde lid, van de Declaratieregeling staat het volgende:

“Indien nog geen afspraken tussen zorgaanbieder en zorgkantoor zijn over de werkwijze rondom de afronding van de geleverde zorg, schrijft de regeling voor dat wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf minuten. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor dertien minuten zorg geleverd in een periode van vier weken, vijftien minuten worden gedeclareerd en voor zes uur en twaalf minuten zorg geleverd in een periode van vier weken, wordt zes uur en tien minuten gedeclareerd.”.

12. Uit artikel 4, derde lid, van de Declaratieregeling en de toelichting daarop volgt dat zorgaanbieders een door hen al geruime tijd gevolgde gedragslijn voor het evenredig declareren van zorgminuten bij het zorgkantoor mogen bestendigen. Hetzelfde geldt als daarover afspraken zijn gemaakt tussen de zorgaanbieder en het zorgkantoor.

13. Alvorens een dergelijke bestendige gedragslijn daadwerkelijk kan wordt gevolgd en zorgontvangers eraan gebonden kunnen worden geacht, dient hij kenbaar te worden gemaakt. Niet is in geschil dat de in dit geval gehanteerde bestendige gedragslijn niet kenbaar is gemaakt aan eiseres.

14. Daarnaast mag een bestendige gedragslijn ook niet kennelijk onredelijk zijn. Het samenstel van wettelijke bepalingen over de vaststelling van de eigen bijdrage en de tekst van de Declaratieregeling en toelichting daarbij bieden naar het oordeel van de rechtbank geen vrijbrief om een situatie in het leven te roepen waarbij zorgontvangers, zoals eiseres, gebonden zijn aan een eenzijdig door een zorgaanbieder gekozen berekeningswijze dan wel afspraken tussen zorgaanbieders en zorgkantoren, waarvan het gevolg een structurele ophoging van de eigen bijdrage is, en die dus altijd nadelig zijn voor zorgontvangers. Toch is dat nu juist het resultaat van de kennelijk in dit geval gehanteerde bestendige gedragslijn. En dit terwijl uit de brief van de staatssecretaris van 15 juni 2009 nu juist volgt dat de minutenregistratie in de extramurale zorg, waarbij vaak sprake is van kortdurende contacten, is bedoeld om te bewerkstelligen dat de eigen bijdrage naar evenredigheid kan worden vastgesteld, zodat wordt voorkomen dat de verzekerde teveel eigen bijdrage betaalt. Het systeem van afronden dat ten grondslag ligt aan de in dit geval gehanteerde bestendige gedragslijn wijkt daarnaast af van het algemeen gangbare gebruik van afronden zoals dat in winkels wordt gehanteerd, waarbij zowel naar boven als naar beneden wordt afgerond. De genoemde twee eigenschappen van de hier gehanteerde bestendige gedragslijn maken naar het oordeel van de rechtbank dat deze gedragslijn als kennelijk onredelijk moet worden aangemerkt.

15. Daar komt nog bij dat de bestendige gedragslijn in het onderhavige geval allerminst de blijkens de brief van de staatssecretaris van 15 juni 2009 gewenste vereenvoudiging van de minutenregistratie in de zorg dient. Niet in geschil is immers dat Savant de aan eiseres geleverde zorg per minuut registreert. Eiseres wijst er terecht op dat afronding van de geregistreerde zorgminuten op veelvouden van vijf in dat geval een extra administratieve handeling nodig maakt, en daarmee het tegenovergestelde van een vereenvoudiging vormt.

16. Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder zich ter onderbouwing van het bestreden besluit niet heeft mogen baseren op de - kennelijk op de hiervoor beschreven bestendige gedragslijn gebaseerde - stelling dat Savant de vrijheid heeft de geleverde zorg naar boven af te ronden op vijf minuten per bezoek. Het bestreden besluit is dus niet voorzien van een motivering die de bestreden beslissing kan dragen. Het beroep is reeds om die reden gegrond te achten. Het bestreden besluit zal vernietigd worden wegens strijd met het bepaalde in artikel 7:12 van de Awb. Verweerder dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Daarbij zal verweerder zich rekenschap dienen te geven van het bepaalde in artikel 6, vierde lid, AWBZ, waaruit naar het oordeel van de rechtbank voortvloeit dat bij de vaststelling van de eigen bijdrage niet meer dan de werkelijk gemaakte zorgkosten in aanmerking mogen worden genomen.

17. Van proceskosten is niet gebleken. Wel dient verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 41,-- te vergoeden.

18. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 19 april 2012;

- draagt verweerder op een nieuw besluit op bezwaar te nemen;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 41,00 vergoedt.

Aldus gedaan door mr. A.F.C.J. Mosheuvel als voorzitter en H.J.M. Baldinger en

mr. M. van ’t Klooster als leden in tegenwoordigheid van drs. M.T. Petersen als griffier

en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2013.

Belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van toezending hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Afschriften verzonden:

?