Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:BY9292

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-01-2013
Datum publicatie
25-01-2013
Zaaknummer
01/835094-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

TBS-verlenging met 1 jaar en voorwaardelijke beeindiging van de verpleging. TBS opgelegd in 2006.

Index-delict brandstichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/835094-06

Uitspraakdatum: 24 januari 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling en voorwaardelijk einde verpleging van overheidswege.

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

adres: [adres] ([kliniek]),

verblijvende aan de [adres] ([kliniek]).

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van ‘s-Hertogenbosch van 29 augustus 2006 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank van 20 januari 2011 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 26 november 2012, strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 januari 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige van [kliniek], de deskundige van de reclassering en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het verlengingsadvies van [kliniek] d.d. 30 oktober 2012, ondertekend door E.P.M.T. Brouns, plv. hoofd van de inrichting.

- een Pro justitia rapport van psycholoog prof. dr. J.J. Baneke, d.d. 30 oktober 2012.

- een Pro justitia rapport psychiater H.T.J. Boerboom, d.d. 23 oktober 2012.

- een maatregelenrapport van de Reclassering Nederland ten behoeve van voorwaardelijke beëindiging, d.d. 31 december 2012.

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake brandstichting, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van [kliniek] is onder meer het navolgende gesteld.

“Aanvankelijk was het de bedoeling dat betrokkene in een begeleid wonen situatie zou uitstromen, zodat hij niet te vroeg zonder begeleiding zou komen te staan. Omdat betrokkene dusdanig heeft geprofiteerd van de behandeling, goed zicht heeft op de facetten van zijn leven om niet meer in delictgedrag terug te vallen en zich steeds beter weet te redden, is het traject bijgesteld. Sinds 24 augustus 2012 woont betrokkene zelfstandig in [plaats]. De overgang naar een meer zelfstandig leven is soepel verlopen. Betrokkene is minder afhankelijk van professionele steun en durft meer en meer op zichzelf te vertrouwen. Omdat betrokkene, de kliniek en de reclassering samen tot de overtuiging zijn gekomen dat hij zich zelfstandig kan redden en in zijn omgeving voldoende vertrouwde personen weet, met wie hij in tijden van nood kan overleggen, wordt overdragen van de volledige

verantwoordelijkheid voor de begeleiding aan de reclassering als opportuun gezien. Met de positieve vooruitzichten (einde schuldsanering, garantie van werk via WSW, woonruimte en stabiel behandeltraject zoon) en stevige indruk die betrokkene maakt, wordt een geleidelijk traject middels proefverlof niet meer van meerwaarde, noch zinvol en gewenst geacht.

De persoonlijkheidsproblematiek is nog immer aanwezig en speelt onderliggend nog altijd een rol. Daarin lijkt, na twee TBS-behandelingen, ook een plafond bereikt. De symptomatologie is echter minder prominent aanwezig en van invloed op zijn dagelijks functioneren. De realisatie van een optimale maatschappelijke inbedding in de zin van een huis, werk, gezonde financiële huishouding en beperkt maar steunend netwerk, zijn daarbij van cruciaal belang. Beschreven wordt dat betrokkene humor, zelfinzicht en de nodige praktische en sociale vaardigheden heeft.

Ondanks verschillende stressfactoren blijft betrokkene overeind: hij vervalt niet in affectieve symptomalogie en alcoholmisbruik en pathologisch gokken is al jaren in remissie.

Het risico op recidive buiten het gedwongen kader (op langere termijn) wordt als hoog ingeschat, kijkend naar met name de historische factoren. Indien de klinische en risico- hanteringsitems in de weging meegenomen worden, wordt het risico verantwoord lager geacht.

Op basis van bovenstaande overwegingen adviseren wij de maatregel van TBS met één jaar te verlengen, maar de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen”.

In voornoemd Pro justitia rapport van psychiater H.T.J. Boerboom, is onder meer het navolgende gesteld.

“Het functioneren van betrokkene heeft vanaf het begin van de TBS een positieve ontwikkeling doorgemaakt en hij is gegroeid in het zich uiten van gevoelens en gedachten en ook in zijn coping is hij niet meer teruggevallen op het primitieve niveau van voor de TBS. Echter is zijn identiteit nog diffuus en kan hij zichzelf en anderen, afhankelijk van de situatie en de ervaren stress/frustratie op verschillende wijzen ervaren. Het is duidelijk dat betrokkene veel heeft geleerd en aantoonbaar meer inzicht in zijn problematiek/dynamiek heeft gekregen, maar aangezien hij sinds 2006 niet meer zonder externe structuur of op zijn minst een vangnet heeft gefunctioneerd, moet alertheid in acht worden genomen. Gezien zijn wisselende niveaus van objectrelaties, dus hoe hij zichzelf en anderen ervaart, is het niet ondenkbaar dat de niveaus waarop hij vroeger functioneerde, waarbij hij zich terugtrok uit contact, afwezig blijven door de beschermende werking van de begeleiding. De huidige onafhankelijke opstelling van betrokkene heeft zeer waarschijnlijk te maken met zijn toegenomen zelfvertrouwen, verbeterde coping, inzicht en toegenomen vaardigheden, maar gezien zijn voorgeschiedenis en het feit dat hij binnen de TBS kan terugvallen op begeleiders en dat mogelijk een essentiële factor is, is voorzichtigheid geboden. Met een beschikbaar vangnet is de kans op recidive klein. Echter is het functioneren van betrokkene en zijn inzicht in zijn problematiek/dynamiek zo verbeterd in vergelijking met het begin van de TBS dat een voorwaardelijke beëindiging met een verlenging van de TBS met een jaar is te adviseren. De inschatting is dat het vangnet en aanspreekpunt van de Reclassering voldoende waarborg geeft.

Wanneer naar het risicotaxatie-instrument de HKT-30 wordt gekeken, scoort betrokkene hoog op de historische indicatoren, zoals justitiële voorgeschiedenis, gedragsproblemen, slachtoffer van geweld in de jeugd, een hulpverleningsgeschiedenis, middelengebruik en een persoonlijkheidsstoornis. De toekomstige indicatoren zijn relatief laag gezien zijn huidige beperkte maar goede sociale steun, een nieuwe baan, toegenomen vaardigheden, een huis en overeenstemming over voorwaarden. Het recidiverisico wordt voornamelijk bepaald door de dynamische indicatoren en hierbij zijn gunstig ten opzichte van het begin van de TBS het toegenomen probleeminzicht, het niet gebruiken van middelen en toegenomen zelfredzaamheid en sociale vaardigheden. Betrokkene neemt verantwoordelijkheid voor het delict en heeft een positieve attitude ten opzichte van de behandeling. Verder is er sprake van een toegenomen empathie, geen vijandigheid en weinig impulsiviteit. Echter naar mening van onderzoeker is voornamelijk bovenstaande dynamiek een onderbouwing van de slag om de arm die genomen moet worden en moet gekozen worden voor verdere begeleiding door reclassering en voorzichtigheid bij de volgende beoordeling.

Geadviseerd wordt de maatregel terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar en de verpleging onder voorwaarden te beëindigen”.

In voornoemd Pro justitia rapport van prof. dr. J.J. Baneke, forensisch psycholoog is onder meer het navolgende gesteld.

“Het risico op direct delictgerelateerd gedrag wordt als matig ingeschat. Op langere termijn zijn er mogelijk risico’s aanwezig. Maar vooralsnog worden ook die ingeschat als matig.

Geadviseerd wordt het huidige resocialisatiebeleid voort te zetten, omdat juist pas bij voldoende vrijheden goed gezien kan worden in hoeverre betrokkene in staat is zich zelfstandig te handhaven en vrij te blijven van risicovol gedrag. Onderzoeker kan zich vinden in de wijze waarop de kliniek in deze geopereerd heeft. Wel vraagt onderzoeker zich af in hoeverre de onderliggende problematiek en dynamiek van schaamte, angst en agressie voldoende bewerkt is, respectievelijk bewerkt kan worden. Het belangrijkste is echter hoe betrokkene feitelijk zal functioneren in de maatschappij. Zijn intelligentie en doorzettingsvermogen kunnen behulpzaam zijn bij het ontwikkelingen van meer zelfvertrouwen en zelfcontrole, waardoor ook meer integratie van de persoonlijkheid kan plaats vinden. Nu betrokkene al geruime tijd transmuraal verlof heeft en daarin voldoende en adequaat blijkt te functioneren, is het tijd voor een volgende stap, zoals de kliniek ook al eerder heeft aangegeven.

Geadviseerd wordt de maatregel terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen en de verpleging onder voorwaarden te beëindigen. Van belang is daarbij dat de reclassering lange tijd begeleiding blijft houden”.

In voornoemd maatregelenrapport van de Reclassering Nederland is onder meer het navolgende gesteld.

“Reclassering Nederland acht een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging inzake [terbeschikkinggestelde], gezien zijn positieve ontwikkeling de laatste jaren, verantwoord. Wel ondersteunt zij de visie van de Pro justitia rapporteurs dat een langdurige begeleiding noodzakelijk is, daar de kans op zelfoverschatting aanwezig is.

Bij een eventuele uitspraak van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging worden de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd:

Meldingsgebod

[terbeschikkinggestelde] moet zich vanaf ingang van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging melden bij Reclassering Nederland op het adres Stieltjesstraat 1 te Nijmegen. Hierna moet [terbeschikkinggestelde] zich blijven melden zo frequent en zolang de Reclassering dit noodzakelijk acht. [terbeschikkinggestelde] moet zich melden bij Reclassering Nederland, zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Drugs - of alcoholverbod

[terbeschikkinggestelde] wordt verboden om alcohol te gebruiken, voor zolang als Reclassering Nederland dit nodig acht. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarde zal ondersteund worden door middel van urinecontroles, voor zo vaak en zolang als Reclassering Nederland dit nodig acht.

Andere voorwaarden het gedrag van de veroordeelde betreffende

[terbeschikkinggestelde] wordt verplicht om de volgende bijkomende bijzondere voorwaarden na te leven en zich te houden aan de opdrachten hem gegeven door Reclassering Nederland, die in het kader van het toezicht op de naleving van deze voorwaarden noodzakelijk zijn.

- [terbeschikkinggestelde] stelt zich transparant en constructief op met zijn mentor en

reclasseringswerker.

- Hij bespreekt spanningen, frustraties en sombere stemmingen en/of gedachten met zijn

begeleiders.

- [terbeschikkinggestelde] onthoudt zich van het nemen van impulsieve beslissingen als gevolg

van frustraties, spanningen, sombere stemmingen etc.

- [terbeschikkinggestelde] onthoudt zich van enige vorm van gokken. Indien Reclassering

Nederland het nodig acht kan een aanmelding bij [zorginstelling] [plaats] (verslavingszorg)

geschieden en werkt [terbeschikkinggestelde] mee aan het eventuele behandelaanbod.

- [terbeschikkinggestelde] geeft desgevraagd inzicht in zijn financiële situatie en aanvaardt

ondersteuning/hulp op dat vlak wanneer Reclassering Nederland deze ondersteuning/ hulp nodig acht.

- [terbeschikkinggestelde] behoudt dagbesteding in de vorm van werk of vrijwilligerswerk.

Hij behoudt tevens een evenwichtige balans tussen werk en ontspanning.

- Veranderingen zoals een verhuizing of in werk, kan slechts na vooroverleg en met

goedkeuring van Reclassering Nederland.

- [terbeschikkinggestelde] begeeft zich niet in het buitenland.

- [terbeschikkinggestelde] onthoudt zich van criminele, illegale of ongeoorloofde activiteiten.

- [terbeschikkinggestelde] levert ieder halfjaar een pasfoto aan bij Reclassering Nederland.

- [terbeschikkinggestelde] werkt mee aan de gemaakte afspraken in het kader van Forensisch

Psychiatrisch Toezicht. Dit houdt in gesprekken met mentor en maatschappelijk werk van [kliniek] en waar Reclassering Nederland het nodig acht een time out.

Deze time out bestaat uit een terugkeer naar [kliniek] voor de periode van 7 weken (met een eenmalige maximale verlenging van 7 weken) bij eventuele signalen van afglijden/terugval en heeft als doel te onderzoeken of het verantwoord is het traject van de voorwaardelijke beëindiging van de TBS dwangverpleging voort te zetten.

De terbeschikkinggestelde heeft ter terechtzitting aangevoerd dat hij tegen het uitvoeren van urinecontroles op zich geen bezwaar heeft, maar wel hij wel moeite heeft met de keuze van de Reclassering dat deze urinecontroles door de verslavingszorg uitgevoerd worden.

De deskundige de heer E.J.M. Schutgens, optredend namens [kliniek], heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Desgevraagd heeft hij daaraan toegevoegd dat het mogelijk is dat de urinecontroles van [terbeschikkinggestelde] plaats- vinden in [kliniek] in het kader van Forensisch Psychiatrisch Toezicht.

De deskundige mevrouw I. van den Berg, optredend namens de Reclassering Nederland, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd maatregelenrapport. Zij heeft desgevraagd daaraan toegevoegd dat het voor de Reclassering geen probleem is als de urinecontroles van [terbeschikkinggestelde] plaatsvinden in [kliniek] in het kader van Forensisch Psychiatrisch Toezicht.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering en voegt daaraan toe dat zij zich kan vinden in een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging onder de voorwaarden zoals die zijn gesteld door de Reclassering.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft primair geconcludeerd tot beëindiging van de maatregel tot terbeschikkingstelling. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de terbeschikkingstelling met dwangverpleging niet langer verlengd kan worden omdat de in 2006 opgelegde terbeschikkingstelling met dwangverpleging is gemaximeerd tot een periode van vier jaar. Hij onderbouwt zijn stelling met een verwijzing naar het arrest Van der Velden van het Europese Hof van de rechten van de mens (EHRM) en het Hof Arnhem van 1 oktober 2012. In essentie komt zijn verweer er op neer dat in het vonnis van 2006 niet is opgenomen dat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam voor een of meer personen als bedoeld in art. 38e Sr. Dit is in strijd met het motiveringsvoorschrift van artikel 359, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering en leidt tot de conclusie dat verdere verlenging van de terbeschikkingstelling in strijd is met de wet.

Subsidiair stelt de raadsman de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen en de verpleging van overheidswege conform het voorstel van de Reclassering voorwaardelijk te beëindigen en de raadsman verzoekt deze beslissing dan uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De officier van justitie is van oordeel dat duidelijk uit de bewezenverklaring van het vonnis van 2006 blijkt dat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gevaar oplevert voor de onaantastbaarheid van het lichaam en dat er daarom geen sprake is van een gemaximeerde ter beschikking stelling. Het feit dat de bewoordingen van art. 38e, tweede lid, in de motivering van het vonnis niet zijn gebruikt, doet daar niet aan af.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit artikel 38e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht volgt dat een terbeschikking- stelling met dwangverpleging een periode van vier jaar niet te boven gaat, tenzij de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Indien een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege voor een dergelijk misdrijf wordt opgelegd, moet volgens artikel 359, zevende van het Wetboek van Strafrecht, het vonnis daarvan de redenen aangegeven.

In het vonnis van deze rechtbank van 29 augustus 2006, bij welk vonnis betrokkene tot een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is veroordeeld, is niet aangegeven of de terbeschikkingstelling ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen is opgelegd.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft geoordeeld dat het niet aan de verlengingsrechter is om in een dergelijk geval door interpretatie van de uitspraak van de opleggingsrechter alsnog vast te stellen of de terbeschikkingstelling voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen is opgelegd.

Het gerechtshof te Arnhem heeft hieromtrent het navolgende overwogen:

“Naar het oordeel van het hof is echter van enige interpretatie geen sprake indien blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de straf en/of maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, door een ieder zonder meer als evident kan worden vastgesteld dat sprake is van een misdrijf als hiervoor omschreven. Onder die omstandigheden kan niet gezegd worden dat de niet gemaximeerde duur van de terbeschikkingstelling niet voorzienbaar is geweest en dat afbreuk is gedaan aan de door artikel 5 van het EVRM geboden bescherming tegen ‘willekeurige vrijheidsbeneming’.”

In het onderhavige geval is de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd ter zake opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar voor anderen te duchten is.

Hoewel in het vonnis van de rechtbank een nadere overweging ten aanzien van de vraag of sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen ontbreekt, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de bewezenverklaring onmiskenbaar dat het feit waar betrokkene voor is veroordeeld en waarvoor hem een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd, een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan door een ieder zonder meer als evident worden vastgesteld dat sprake is van een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht. Van enige door het EHRM niet toegestane interpretatie is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Het is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet zo dat de niet gemaximeerde duur van de terbeschikkingstelling niet voorzienbaar is geweest en dat afbreuk is gedaan aan de door artikel 5 van het EVRM geboden bescherming tegen ‘willekeurige vrijheidsbeneming’.

De rechtbank is dus van oordeel dat deze terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege niet is gemaximeerd tot de duur van vier jaar.

De rechtbank verenigt zich met het verlengingsadvies van [kliniek].

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemenen veiligheid van personen of goederen de verlenging van de ter beschikkingstelling met één jaar vereist.

Gelet op al het vorenstaande is de rechtbank tevens van oordeel dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk dient te worden beëindigd.

De ter beschikking gestelde heeft zich bereid verklaard tot naleving van na te melden voorwaarden.

Gezien de artikelen: 38, 38a, 38d, 38g van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman heeft verzocht de beslissing tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad of voor dadelijke uitvoerbaarheid van de beslissing tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging bestaat echter geen wettelijke basis. Het verzoek wordt afgewezen.

DE BESLISSING

De rechtbank.

- Verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

- Beëindigt voorwaardelijk de verpleging van overheidswege.

Stelt daarbij als algemene voorwaarde, dat de ter beschikking gestelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Stelt daarbij tevens als bijzondere voorwaarden:

Meldingsgebod

[terbeschikkinggestelde] moet zich vanaf ingang van de voorwaardelijke beëindiging van de

dwangverpleging melden bij Reclassering Nederland op het adres [straat] te [plaats]. Hierna moet [terbeschikkinggestelde] zich blijven melden zo frequent en zolang de

Reclassering dit noodzakelijk acht. [terbeschikkinggestelde] moet zich melden bij Reclassering

Nederland, zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Drugs - of alcoholverbod

[terbeschikkinggestelde] wordt verboden om alcohol te gebruiken, voor zolang als Reclassering Nederland dit nodig acht. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarde zal ondersteunt worden door middel van urinecontroles, voor zo vaak en zolang als Reclassering Nederland dit nodig acht.

Andere voorwaarden het gedrag van de veroordeelde betreffende

[terbeschikkinggestelde] wordt verplicht om de volgende bijkomende bijzondere voorwaarde(n) na te leven en zich te houden aan de opdrachten hem gegeven door Reclassering Nederland, die in het kader van het toezicht op de naleving van deze voorwaarde(n) noodzakelijk zijn.

- [terbeschikkinggestelde] stelt zich transparant en constructief op met zijn mentor en

reclasseringswerker.

- Hij bespreekt spanningen, frustraties en sombere stemmingen en/of gedachten met zijn

begeleiders.

- [terbeschikkinggestelde] onthoudt zich van het nemen van impulsieve beslissingen als gevolg

van frustraties, spanningen, sombere stemmingen etc.

- [terbeschikkinggestelde] onthoudt zich van enige vorm van gokken. Indien Reclassering

Nederland het nodig acht kan een aanmelding bij Iriszorg Nijmegen (verslavingszorg)

geschieden en werkt [terbeschikkinggestelde] mee aan het eventuele behandelaanbod.

- [terbeschikkinggestelde] geeft desgevraagd inzicht in zijn financiële situatie en aanvaardt

ondersteuning/hulp op dat vlak wanneer Reclassering Nederland deze ondersteuning/

hulp nodig acht.

- [terbeschikkinggestelde] behoudt dagbesteding in de vorm van werk of vrijwilligerswerk.

Hij behoudt tevens een evenwichtige balans tussen werk en ontspanning.

- Veranderingen zoals een verhuizing of in werk, kan slechts na vooroverleg en met

goedkeuring van Reclassering Nederland.

- [terbeschikkinggestelde] begeeft zich niet in het buitenland.

- [terbeschikkinggestelde] onthoudt zich van criminele, illegale of ongeoorloofde activiteiten.

- [terbeschikkinggestelde] levert ieder halfjaar een pasfoto aan bij Reclassering Nederland.

- [terbeschikkinggestelde] werkt mee aan de gemaakte afspraken in het kader van Forensisch

Psychiatrisch Toezicht. Dit houdt in gesprekken met mentor en maatschappelijk werk

van [kliniek] en urinecontroles bij [kliniek] en waar Reclassering

Nederland het nodig acht een time out. Deze time-out bestaat uit een terugkeer naar de

Pompekliniek voor de periode van zeven weken (met een eenmalige maximale

verlenging van zeven weken) bij eventuele signalen van afglijden/terugval en heeft als

doel te onderzoeken of het verantwoord is het traject van de voorwaardelijke

beëindiging van de TBS dwangverpleging voort te zetten.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.C.P.M. Valckx, voorzitter,

mr. E.C.M. de Klerk en mr. M.M. Klinkenbijl, leden,

in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier,

en is uitgesproken op 24 januari 2013.

9

Parketnummer: 01/835094-06

[terbeschikkinggestelde]