Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:BY8153

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-01-2013
Datum publicatie
11-01-2013
Zaaknummer
01-825680-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaar.

Gronddelict: bedreiging met zware mishandeling meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

[ voorheen rechtbank 's-Hertogenbosch ]

Strafrecht

Parketnummer: 01/825680-09

Uitspraakdatum: 11 januari 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1971],

verblijvende [kliniek].

Het onderzoek van de zaak

Bij arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 november 2010 is betrokkene ter beschikking gesteld met verpleging van overheidswege.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 23 oktober 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 december 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van drs. (naam), plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, P. Schoor, psychiater, en drs. (naam), waarnemend hoofd behandeling d.d. 27 september 2012;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van bedreiging met zware mishandeling meermalen gepleegd, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank verwijst hierbij naar hetgeen is overwogen op pagina 15 van voornoemd arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

In voornoemd advies van het plaatsvervangend hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Samenvattende beschrijving m.b.t. het verband tussen stoornis, gevaar, geboden behandeling en prognose

"Betrokkene is een 41-jarige psychiatrische patiënt bij wie sprake is van paranoïde schizofrenie, middelenmisbruik en tevens persoonlijkheidsproblematiek. Hij is veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling. Betrokkene staat aan het begin van zijn behandeling en functioneert stabiel door het gebruik van medicatie en de aangeboden structuur. Betrokkene is gemotiveerd voor behandeling en is tot op heden medicatietrouw. Hij is bereid om aan zijn behandeldoelen te werken, maar het lukt hem niet altijd om zijn dagprogramma in zijn geheel te volgen. Gezien het feit dat er sprake is van een hoog recidiverisico bij beëindiging van de TBS-maatregel, hij aan het begin van de behandeling staat, eigenlijke bewerking van de risicofactoren nog plaats moet vinden en het begeleid verlofkader pas recent is aangevraagd adviseren we de TBS-maatregel met 2 jaar te verlengen.

(...)

Recidivegevaar t.a.v. het TBS-indexdelict

Indien betrokkene in een situatie terecht komt waarbij hij zonder begeleiding dient te functioneren in de maatschappij, bijvoorbeeld bij een onmiddellijke beëindiging van de TBS-maatregel, verhoogt dit de kans aanzienlijk op recidive t.a.v. het TBS-indexdelict. Er is momenteel nog onvoldoende ziekte-inzicht en er is sprake van onvoldoende copingvaardigheden om spanningen zonder begeleiding op adequate wijze te reguleren. Wanneer betrokkene zijn medicatie niet gebruikt, zullen de positieve symptomen (incl. waandenkbeelden) op de voorgrond treden, spanningen zullen oplopen en de kans op het gebruik van dreiging/agressie naar anderen zal toenemen.

(...)

Advies verlenging TBS maatregel

Constaterende dat er sprake is van een hoog recidiverisico op het moment dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden beëindigd;

- Gezien het feit dat er sprake is van een psychotische stoornis, persoonlijkheidsproblematiek en middelenmisbruik;

- Gezien de noodzaak tot behandeling en controle hierop;

- Overwegende dat er nog een aantal essentiële stappen in de behandeling van betrokkene gezet moeten worden, waaronder de daadwerkelijke bewerking van de risicofactoren en het verder ontwikkelen van verschillende copingvaardigheden en het in de toekomst mogelijk op te starten begeleid verlof als eerste stap in het resocialisatietraject;

- Adviseren wij een verlenging van de terbeschikkingstelling van 2 jaar en continuering van de verpleging van overheidswege."

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik denk dat ik gecontroleerd cannabis zou kunnen gebruiken. In het verleden waren verschillende psychiaters het niet eens over mijn diagnose. Toen ben ik de fout in gegaan. Ik heb mensen af willen schrikken. Ik wil niet goedpraten wat ik toen heb gedaan, maar ik kreeg in de buurt niet de ontvangst die ik had gewild. Er was een groep mensen die mij liever kwijt was dan rijk. Toen ik verhuisd ben, kwam ik de mannen tegen die naar mijn mening te dicht bij mij kwamen. Ik voelde me bedreigd en heb afgeweerd.

Ik volg ondanks mijn rugproblemen bepaalde blokken, omdat ik het prettig vind om ergens mee bezig te zijn. Ik weet wel leukere dingen om te doen, maar binnen de kliniek zijn de mogelijkheden beperkt.

Mijn verlof is nu ook goedgekeurd.

Ik vind dat een vorm van begeleiding wel goed zou zijn. Het recidiverisico schat ik laag in. Ik denk dat ik met een beetje begeleiding zou kunnen worden geholpen, maar niet in een klinische setting. Ik heb een moeilijke tijd gehad bij de GGZ. Het is een wereld van verschil hoe de behandeling nu plaatsvindt en hoe dat daar gebeurde. Ik denk dat ik verder ben dan de deskundigen denken. Ik ben er wel klaar voor om weer naar buiten te gaan. Het zou mis kunnen gaan als ik verkeerde gedachtes krijg.

Ik sta nu ingeschreven bij de woningbouwvereniging, dus ik zou daar een woning kunnen krijgen.

De deskundige (naam deskundige), optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, zakelijk weergegeven:

De terbeschikkinggestelde is halverwege september overgeplaatst van Maastricht naar Venray. Dat was vanwege een reorganisatie. Ik heb begrepen dat de overplaatsing goed is verlopen. Daarnaast is inmiddels het begeleide verlofkader goedgekeurd door het ministerie.

De officier van justitie heeft het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

De behandeling ter terechtzitting heeft niet gemaakt dat ik de vordering wijzig. Ik heb het idee dat de terbeschikkinggestelde op de goede weg is, dat hij gemotiveerd is. De vraag of iemand zelf kan zien hoe ver hij is, past ook bij het ziektebeeld . Het rapport is goed onderbouwd. Het waren serieuze feiten en er is nog een groot risico. Ik vind het belangrijk dat de maatschappij beschermd wordt. Het middelengebruik en de persoonlijkheidsproblematiek spelen nog steeds een rol. De terbeschikkinggestelde kan het beste vanuit de maatregel begeleid worden naar terugkeer in de samenleving. Hoewel er al twee jaar verstreken zijn, is dit nog de beginfase van de behandeling. Ook een verlenging met een jaar wordt dus niet door de deskundigen ondersteund.

De raadsman heeft het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik verzoek de rechtbank zich uit te laten over de vraag of de terbeschikkinggestelde veroordeeld is voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam.

De rechtbank heeft in deze zaak geen terbeschikkingstelling opgelegd, maar gekozen voor plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. Het gerechtshof heeft hem uiteindelijk de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd. Bij de terbeschikkinggestelde is de diagnose paranoïde schizofrenie gesteld. Mensen met paranoïde schizofrenie kunnen in het kader van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) heel goed functioneren. Ze horen ook thuis bij de GGZ. Ik verzoek de terbeschikkingstelling te beëindigen, zodat verdachte via de BOPZ kan worden geplaatst in een klinische setting. Daartoe vraag ik primair de zaak drie maanden aan te houden teneinde de mogelijkheid van een BOPZ-maatregel te onderzoeken.Drugsgebruik vindt blijkbaar plaats als zelfmedicatie. Op dit moment is er geen sprake van middelengebruik. De terbeschikkinggestelde is stabiel. Ten aanzien van het herkennen van zijn emoties zijn de doelstellingen bereikt. Er is geen sprake van psychosociale stress.

Subsidiair verzoek ik de rechtbank de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. Klinieken zijn heel gemakkelijk in het adviseren van een verlenging voor de duur van twee jaar. Dat automatisme moet worden doorbroken.

De rechtbank verenigt zich met het advies, bij welk advies de deskundige ter terechtzitting heeft gepersisteerd

Uit het advies blijkt dat de terbeschikkinggestelde nog in de beginfase van zijn behandeling is. Het recidiverisico wordt hoog geacht bij onmiddellijke beëindiging van de maatregel. De rechtbank is dan ook van oordeel dat, gezien artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De rechtbank acht op grond van het advies een verlenging voor de duur van twee jaar nodig.

De rechtbank ziet in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd en ook overigens op dit moment geen aanleiding om de mogelijkheden van klinische opname van de terbeschikkinggestelde via de BOPZ te onderzoeken. Het aanhoudingsverzoek van de raadsman wordt derhalve afgewezen.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. W. Weerkamp, voorzitter,

mr. M. Senden en mr. S.J.W. Hermans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A. Bernsen, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 januari 2013.