Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:7872

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-04-2013
Datum publicatie
23-05-2019
Zaaknummer
858157 \ CV EXPL 12-9776
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurbemiddelingskosten. Afwijzing vordering tot terugbetaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT


Zaaknummer: 858157 \ CV EXPL 12-9776

Kanton Eindhoven

Zaaknummer: 858157 \ CV EXPL 12-9776

Vonnis van 11 april 2013

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. S. Jongen van ARAG SE,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Steenbest Vastgoed B.V., handelend onder de naam DeHuisvestingCentrale,

gevestigd te Eersel,
gedaagde,

procederend in de persoon van haar bestuurder [de heer T.] .

Partijen worden hierna genoemd “ [eiseres] ” en “DeHuisvestingCentrale”.

1 Het verloop van het geding

1.1.

Dit blijkt uit het volgende:

a. de dagvaarding met producties;

b. het mondeling antwoord met bijlage en de conclusie van antwoord met producties;

c. de rolbeslissing van 22 november 2012 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
d. de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 9 januari 2013 en de bij gelegenheid van die zitting door DeHuisvestingCentrale overgelegde productie.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[eiseres] vordert betaling van € 889,53, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

2.2.

[eiseres] legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag. Zij huurt sinds 1 mei 2010 een woning gelegen aan de [adres] , appartement 1, te [woonplaats] (hierna: de woning) van [verhuurder] (hierna: [verhuurder] ). De huurovereenkomst is opgesteld door DeHuisvestingCentrale. [verhuurder] heeft de woning aangeboden aan DeHuisvestingCentrale voor het vinden van een geschikte huurder. DeHuisvestingCentrale is dan ook door [verhuurder] in de arm genomen voor bemiddeling. De woning was in beheer bij DeHuisvestingCentrale.
De vriendin van [eiseres] was woonachtig in de woning en was voornemens de woning te verlaten. Toen deze vriendin de huur beëindigde en DeHuisvestingCentrale dan ook van [verhuurder] de opdracht heeft gekregen om een nieuwe huurder voor de woning te zoeken, heeft deze vriendin DeHuisvestingCentrale telefonisch benaderd en aangegeven al een nieuwe huurder te hebben. [eiseres] heeft voor het verkrijgen van de woning en het aangaan van de huurovereenkomst bemiddelingskosten van € 773,50 aan DeHuisvestingCentrale moeten voldoen, terwijl er eigenlijk geen bemiddeling heeft plaatsgevonden. DeHuisvestingCentrale heeft nimmer met de woning hoeven te adverteren dan wel op enige andere wijze hoeven te bemiddelen om een geschikte huurder te vinden. Doordat de vorige huurder reeds een nieuwe huurder had gevonden, is het ook nooit gekomen tot het plaatsen van de woning op de website van DeHuisvestingCentrale. DeHuisvestingCentrale heeft niet opgetreden als bemiddelaar van [eiseres] , maar als bemiddelaar van [verhuurder] . Er is in dit geval sprake van een onredelijk voordeel op grond van artikel 7:264 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). [eiseres] is niet gehouden een dusdanig hoog bedrag aan bemiddelingskosten te betalen. Daarnaast vordert [eiseres] vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 116,03 ex artikel 6:96 lid 2 BW.

2.3.

DeHuisvestingCentrale voert verweer waarop – voor zover relevant voor de beoordeling – hierna nader wordt ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende

weersproken en/of op grond van de onbestreden inhoud van overgelegde producties het volgende vast:
a. [eiseres] heeft zich tweemaal ingeschreven bij DeHuisvestingCentrale als woningzoekende voor woningen in verschillende prijscategorieën. Na de inschrijving heeft zij objecten ontvangen die aan haar wensen voldeden. Zij heeft een woning bezichtigd via DeHuisvestingCentrale, maar ten aanzien van die woning is geen huurovereenkomst tot stand gekomen.

b. Per 1 mei 2010 huurt [eiseres] de woning van [verhuurder] .

c. De huurovereenkomst is opgesteld door DeHuisvestingCentrale, waarvoor [eiseres] aan DeHuisvestingCentrale een bedrag van € 65,45 heeft voldaan.

d. [eiseres] heeft een bedrag van € 773,50 aan bemiddelingskosten aan DeHuisvestingCentrale voldaan.

3.2.

In de kern genomen is tussen partijen in geschil of [eiseres] DeHuisvestingCentrale opdracht heeft gegeven tot bemiddeling en of [eiseres] bemiddelingskosten verschuldigd is.

3.3.

DeHuisvestingCentrale voert het volgende aan. Zij helpt de woningzoekende bij het tot stand brengen van een huurovereenkomst. Zij gaat actief op zoek naar woningen om deze te huur aan te bieden op haar website. Zij stuurt daarvoor mailings naar woningeigenaren en kan op deze manier een mooi aanbod aanbieden aan woningzoekenden via haar website. De verhuurder betaalt DeHuisvestingCentrale daarvoor geen bemiddelingskosten. Ook [verhuurder] heeft DeHuisvestingCentrale geen opdracht gegeven tot bemiddeling en heeft DeHuisvestingCentrale ook geen bemiddelingskosten betaald. De woningzoekende kan zich inschrijven en geeft daardoor opdracht tot bemiddeling. Vervolgens krijgt de woningzoekende bericht over panden die aan de opgegeven wensen voldoen. [eiseres] heeft zich tweemaal ingeschreven, voor verschillende prijscategorieën. Het betreft dus twee verschillende inschrijvingen. Eenmaal ingeschreven, blijf je ingeschreven staan, aldus de verklaring van DeHuisvestingCentrale ter comparitie. [eiseres] heeft ook objecten ontvangen die aan haar wensen voldeden en zij heeft ook één of meerdere woningen bezichtigd via DeHuisvestingCentrale. [eiseres] heeft dus weldegelijk aan DeHuisvestingCentrale opdracht gegeven tot bemiddeling en was ook op de hoogte van de bemiddelingskosten die DeHuisvestingCentrale voor haar werkzaamheden in rekening brengt op het moment dat een huurovereenkomst tot stand komt. DeHuisvestingCentrale weerspreekt gemotiveerd het betoog van [eiseres] dat [verhuurder] haar opdrachtgever is, zij voor hem heeft bemiddeld en dat [verhuurder] heeft betaald voor bemiddeling.

3.4.

Het betoog van DeHuisvestingCentrale wordt door haar onderbouwd en zij verwijst daarbij naar haar website. Daartegen voert [eiseres] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende verweer.

3.5.

Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang beoordelend, is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] DeHuisvestingCentrale opdracht heeft gegeven tot bemiddeling en dat zij bemiddelingskosten verschuldigd was zodra de huurovereenkomst met betrekking tot de woning tot stand kwam. Aan dit oordeel doet onvoldoende af dat [eiseres] via haar vriendin is gewezen op de beschikbaarheid van de woning, omdat [eiseres] op dat moment DeHuisvestingCentrale al opdracht had gegeven tot bemiddeling. DeHuisvestingCentrale had in dat kader ook al werkzaamheden verricht (het sturen van informatie over objecten die aan de wensen van [eiseres] voldeden en het begeleiden van een bezichtiging). Evenmin doet hieraan af dat DeHuisvestingCentrale wellicht minder werkzaamheden heeft hoeven te verrichten dan anders, omdat [eiseres] bekend was met de woning. [eiseres] wist dat de bemiddelingskosten verschuldigd waren op het moment dat de huurovereenkomst tot stand zou komen, hetgeen ook is geschied. Hetgeen [eiseres] overigens heeft aangevoerd maakt dit oordeel niet anders.

3.6.

Het voorgaande leidt ertoe dat [eiseres] geen beroep kan doen op artikel 7:264 BW. De vordering van [eiseres] zal worden afgewezen.

3.7.

[eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

4 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure aan de zijde van DeHuisvestingCentrale tot heden begroot op nihil.


Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2013.