Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:7854

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-10-2013
Datum publicatie
26-06-2014
Zaaknummer
889388
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Parkeerboetes Antwerpen (België). Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijkheid Belgisch recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Kanton Eindhoven

Zaaknummer : 889388

Rolnummer : 13-4119

Uitspraak : 24 oktober 2013

in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen, handelend onder de naam GAPA,

gevestigd en kantoorhoudende te Antwerpen (België),

eiseres,

gemachtigde: ACCS International B.V. te Eindhoven,

t e g e n

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: [gemachtigde].

Partijen zullen hierna worden genoemd GAPA en [gedaagde].

1 Het verloop van het geding

Dit blijkt uit het volgende:

a. de dagvaarding;

b. de aantekeningen van de griffier van het mondeling antwoord, met een afschrift van de door [gedaagde] bij die gelegenheid in het geding gebrachte producties;

c. de akte overlegging producties;

d. de aantekeningen van de griffier van de comparitie na antwoord van 5 juni 2013.

2 Het geschil

2.1.

GAPA vordert betaling van € 78,16, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

2.2.

GAPA legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.
[gedaagde] heeft op 7 november 2011 in de gemeente Antwerpen (België) haar personenauto zonder geldig parkeerbewijs geparkeerd. GAPA heeft op die dag een parkeerretributie opgesteld, die aan[gedaagde] ter beschikking is gesteld. De hoofdsom van de retributie bedraagt € 28,50. De wettelijke vertragingsrente tot en met 25 maart 2013 is € 4,89 en de buitengerechtelijke incassokosten bedragen € 44,77. Dit is in totaal € 78,16.[gedaagde]

2.3.

[gedaagde] voert, samengevat, het volgende verweer.
is op 7 november 2011 niet in Antwerpen geweest. De parkeerwachter moet een vergissing hebben gemaakt bij het noteren van de gegevens.[gedaagde] moest die dag ook de kinderen ophalen van school. Haar echtgenoot, E.[gedaagde], heeft die dag gewerkt als taxichauffeur zodat hij de auto ook niet kan hebben bestuurd en niet in Antwerpen kan hebben geparkeerd. De echtgenoot van[gedaagde] had er wel voor gezorgd dat de boete zou worden betaald als hij wist dat hij daar was geweest. Nu hij zeker weet dat zij daar niet zijn geweest, wil hij ook niet betalen.

3 De beoordeling

3.1.

Tussen partijen staat vast dat GAPA op 7 november 2011 om 13:57 uur een parkeerretributie van € 23,00 heeft opgelegd aan[gedaagde] omdat haar voertuig was geparkeerd in de Korte Stuivenbergstraat in Antwerpen zonder geldig parkeerbewijs (dagvaarding, productie 1). Verder staat vast dat de retributie is verhoogd met € 5,50 administratiekosten (dagvaarding, productie 2) en dat[gedaagde] het bedrag van in totaal € 28,50 niet heeft betaald.

3.2.

GAPA is gevestigd te België en[gedaagde] woont in Nederland. Dit betekent dat eerst moet worden vastgesteld of de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van de procedure. In het onderhavige geval gaat het om incasso van een retributie, zodat het een burgerlijke of handelszaak betreft zoals bedoeld in het EEX. Nu[gedaagde] in Nederland woont, acht de kantonrechter zich op grond van het EEX bevoegd het onderhavige geschil te beoordelen.

3.3.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord welk recht op het onderhavige geschil moet worden toegepast. GAPA heeft tijdens de comparitie na antwoord aangegeven dat Belgisch recht van toepassing is op de retributie.[gedaagde] heeft zich hierover niet uitgelaten. De kantonrechter begrijpt daaruit dat partijen voor de toepasselijkheid van het Belgisch recht hebben gekozen.

3.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter dient de retributie van 7 november 2011 te worden aangemerkt als een besluit waartegen bezwaar ingediend kan worden (conclusie van antwoord, productie 2). Gesteld noch gebleken is dat hiertegen beroep is ingesteld, dan wel dat de termijn hiervoor nog niet verstreken zou zijn. Dit betekent dat aan de retributie van 7 november 2011 formele rechtskracht toekomt. De door de echtgenoot van[gedaagde] tijdens de comparitie na antwoord aangevoerde overige omstandigheden, dat hij bij de eerste brief dacht dat het om een fout ging en dat hij er daarom niet op heeft gereageerd, dat hij pas bij akte overlegging producties de foto’s van de in Antwerpen geparkeerde auto heeft gezien en dat hij anders had gehandeld als hij die foto’s eerder had gekregen en dat de enige die mogelijk in Antwerpen zou kunnen zijn geweest zijn broertje is, kunnen[gedaagde] in het kader van deze procedure, die er uitsluitend nog toe strekt om een executoriale titel te verkrijgen, niet baten.

3.5.

Dit betekent dat[gedaagde] gehouden is de retributie van € 28,50 te betalen. De wettelijke rente zal worden toegewezen zoals gevorderd, nu daartegen geen verweer is gevoerd.

3.6.

Het door GAPA gevorderde bedrag van € 44,77 wegens buitengerechtelijke incassokosten is op geen enkele wijze onderbouwd en wordt daarom afgewezen.[gedaagde]

3.7.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

4 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt[gedaagde] om aan GAPA te betalen een bedrag van € 33,39 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 28,50 vanaf 26 maart 2013 tot aan de dag van voldoening;

veroordeelt[gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van GAPA tot op heden begroot op:
€ 99,11 wegens dagvaardingskosten;
€ 112,- wegens griffierecht; en
€ 75,- wegens salaris gemachtigde (niet met btw belast);

verklaart dit vonnis, voor zover het de veroordelingen betreft, uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Smorenburg, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2013.