Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:7290

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
23-12-2013
Datum publicatie
10-01-2014
Zaaknummer
01/025285-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de TBS-maatregel met één jaar. De beslissing omtrent de voorwaardelijke beeindiging van de verpleging wordt aangehouden en het onderzoek ter zitting wordt daarom voor maximaal 3 maanden geschorst opdat de reclassering kan rapporteren of en zo ja hoe de verpleging van overheiswege voorwaardelijk kan worden beeindigd.

De TBS-maatregel was opgelegd op 15 oktober 2003 ter zake zedendelicten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/025285-03

Uitspraakdatum: 23 december 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1952],

verblijvende in de [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 15 oktober 2003 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 16 maart 2012 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 11 november 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 december 2013.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van drs. E.A.M. Schouten, psychiater, drs. Y.M. van den Berg-Lotz, hoofd behandeling en drs. H.J. van der Lugt, hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 4 oktober 2013;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van overtreding van 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht , terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

“ Als gekeken wordt naar de klinische factoren kan gesteld worden dat er nauwelijks sprake is van probleembesef. Betrokkene kan benoemen dat hij problemen moet bespreken, zodat spanningen niet blijven oplopen, maar het lukt hem niet om dit besef om te zetten tot proactief handelen (probleeminzicht). Tevens gaat hij voorbij aan problemen op het gebied van seksualiteit, waaruit de delicten zijn voortgekomen. […] Het empathisch vermogen is vanuit zijn persoonlijkheidsproblematiek beperkt. […] De sociale en relationele vaardig-heden van betrokkene zijn beperkt, waardoor hij binnen de kliniek wel eens in problemen komt. […] Betrokkenes copingvaardigheden zijn binnen de huidige setting voldoende. Bij langdurige problemen bestaat er twijfel of betrokkene deze vaardigheden op een adequate wijze kan aanwenden. […]

Uit de Toekomstige factoren komt naar voren dat het voorziene resocialisatietraject mogelijk geen doorgang meer kan vinden, daar betrokkene uit medische overwegingen het gebruik van libidoremmende medicatie heeft moeten staken. […] Voor wat betreft de materiële indicatoren is er nog niets gewaarborgd. […] Ondanks het feit dat betrokkene wel een adequate dagbesteding wil is hiervoor nog onvoldoende geregeld. De vaardigheden van betrokkene schieten tekort om een sociaal en maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. Het sociale netwerk bestaat uit een beperkt aantal netwerkleden die hem voldoende ondersteuning kunnen bieden. Wanneer betrokkene buiten zal wonen, bestaat de kans dat betrokkene zich eenzaam zal gaan voelen. Eenzaamheid kan als mogelijke risicofactor worden aangewezen.

In het risicotaxatierapport van oktober 2008 is de SVR-20 ingevuld. Aangezien er vanuit behandeloogpunt weinig ontwikkeling is waargenomen zijn de resultaten nog steeds van toepassing. […]

Het risicomanagement zal moeten bestaan uit controle en bijsturing van het gedrag. M.b.t. controle zal dit kunnen gebeuren via gebruik van een zogenaamde beeldtelefoon. […]

Ook is denkbaar dat een cirkel van netwerkvrijwilligers betrokkene monitort naast het personeel dat betrokkene op onverwachte momenten opzoekt als hij onbegeleid verlof heeft. Het hangt echter van het Ministerie af of deze dat ook bij verdere dan de huidige vrijheden goedkeurt.

Betrokkene is voornamelijk met zichzelf bezig. Het risicomanagement zal vele jaren moeten duren ook als betrokkene buiten een kliniek zou wonen. […]

Als gekeken wordt naar het verloop van betrokkenes verloven, kan gesteld worden dat deze positief verlopen. Ondanks het feit dat betrokkenes aanvankelijke positieve houding na het staken van de libidoremmende medicatie is veranderd, stelt hij zich doorgaans begeleidbaar op en vinden er tijdens de verloven geen incidenten plaats. […]

Tijdens de huidige verloven is de kans klein dat betrokkene tot een dergelijk grooming proces zal kunnen overgaan. Om die reden wordt het recidiverisico op korte termijn, bij een voortzetting van het huidige verlof, als laag ingeschat. Eenzelfde inschatting wordt gemaakt mocht het beperkte onbegeleide verlof iets worden uitgebreid. […]

Bij verdere uitbreidingen van betrokkenes verlof (zonder libidoremmende medicatie) zal de kans op een mogelijk recidief toenemen. […]

Het recidiverisico op de lange termijn, bij een hypothetisch ontslag, wordt als hoog ingeschat. De vaardigheden van betrokkene schieten tekort om zelfstandig een sociaal en maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat zijn seksuele neigingen op enig moment niet weer de kop op zullen steken. Wanneer alle zorg bij een hypothetisch ontslag zal wegvallen, bestaat de kans dat betrokkene uiteindelijk zal vereenzamen. Vereenzaming mag tevens als één van de risicofactoren aangeduid worden. […]

Zoals elders in dit stuk beschreven moet geen verdere verandering of groei verwacht worden van therapieën. Anderzijds moet ervan worden uitgegaan dat betrokkenes stoornis nog steeds in stand is. Betrokkene zal zeker de wil hebben om niet te recidiveren. Echter, hij is de afgelopen jaren niet in staat gebleken werkelijk open te zijn over zijn seksuele verlangens. Betrokkene vermijdt dit of geeft de antwoorden die gepast overkomen (vermijdende copingstijl en de ontwijkende trekken van de persoonlijkheidsstoornis). M.a.w. het is op grond van het beeld dat we al jaren zien, niet te verwachten dat betrokkene zelf aan de bel zal trekken als hij ongewenste verlangens krijgt. […]

Nu zal er gekeken moeten worden of en zo ja welke vorm van resocialisatie veilig te realiseren is. Het gaat daarbij om een intensieve vorm van controle (ook al zal dit niet waterdicht zijn).

Wij adviseren de maatregel van terbeschikkingstelling te verlengen met 1 jaar”.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Na het stoppen van het gebruik van libidoremmende medicatie ging het al na enkele maanden een stuk beter met mij. Er is geen sprake meer van leverfalen en ook mijn suikergehalte en mijn bloeddruk zijn goed. De antidepressiva die ik slik werken goed. Naast dit medicijn ga ik geen andere medicijnen meer slikken, omdat deze veel te veel bijwerkingen geven. Ik vind dat het meer meegaand en minder mopperig zijn geen redenen kunnen zijn voor het toedienen van een injectie. Ik wil namelijk niet het risico lopen dat daardoor mijn lever helemaal kapot gaat. Ik wil mijn leven niet op het spel zetten. Ik doe nu 2 dagen vrijwilligerswerk. Ik werk in de tuinen en heb het daar naar mijn zin. Binnenkort wordt dit uitgebreid naar 4 dagen per week. Ik ben van mening dat het resocialisatietraject sneller kan verlopen dan door de kliniek is voorgesteld. Hierbij speelt mijn leeftijd ook een rol.

De deskundige drs. Y.M. van den Berg-Lotz, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

In eerste instantie is het de bedoeling om gezamenlijk een vorm te vinden waarin betrokkene kan resocialiseren. Dit dient stapsgewijs te gebeuren. Wanneer hij naar buiten gaat moet hij heel goed worden gecontroleerd. Dit kan met een zogenaamde beeldtelefoon. Van belang is of, als betrokkene een relatie krijgt, bij die relatie minderjarige kinderen wonen dan wel deze bij haar over de vloer komen. Het gedrag van betrokkene is door de gevolgde therapieën niet heel erg veel veranderd. Betrokkene kan zonder begeleiding van en naar zijn werk. Ook bestaat de mogelijkheid verloven op te rekken. Verder dient te worden bekeken of betrokkene zelfstandig kan gaan wonen. Vraag is echter of het ministerie hiervoor toestemming zal verlenen. Het resocialisatietraject dient stapsgewijs te worden uitgevoerd. De RIBW is doorgaans op de zorgkant gericht, terwijl betrokkene eerder gebaat is bij zeer strakke controle. Wellicht dat er aanpalende instanties kunnen worden ingeschakeld die voor betrokkene de nodige controle kunnen bieden. Het gaat erom dat betrokkene meer vrijheden krijgt en dat er daarnaast ontzettend goed en veel controles plaatsvinden. Wanneer voldoende controle en inbedding zijn gewaarborgd kan gedacht worden aan een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. De kliniek heeft geen moeite met een onderzoek naar de mogelijkheid tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Gelet op de ervaring die is opgedaan met de libidoremmende medicatie vindt de kliniek het redelijk en begrijpelijk dat betrokkene hier niet mee verder gaat. Met onbegeleide vrijheden is inmiddels wat ervaring opgedaan. Er hebben zich wat kleine dingen voorgedaan, echter van echte calamiteiten is geen sprake. Betrokkene is uitbehandeld. Omdat de kliniek graag na één jaar wil toetsen hoe het op dat moment met betrokkene gaat is geadviseerd de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar te verlengen.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik blijf bij mijn vordering de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van betrokkene met één jaar te verlengen. Op dit moment zijn er geen andere manieren om de maatschappij tegen betrokkene te beschermen. Aangegeven is dat controle op betrokkene moet worden uitgeoefend en dat dat altijd zo zal blijven. Het openbaar ministerie is van oordeel dat een onderzoek naar een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging op dit moment nog niet aan de orde is, met name omdat de kliniek in haar rapportage hierover niets heeft gezegd.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Resocialisatie van een terbeschikkinggestelde is maatwerk. Dit geldt zeker voor terbeschikkinggestelden met een zedenachtergrond. Daarom is het noodzakelijk dat hieraan vanuit de kliniek goed vorm wordt gegeven. Er moet in ieder geval sprake zijn van een goed controlemechanisme. Indien dat het geval is, dan is de veiligheid gewaarborgd. In het kader van de zorgvuldigheid dienen we te weten welke opties er zijn. Het traject dat via het ministerie loopt is een moeilijk traject. Mijn cliënt wil de libidoremmende medicatie niet meer innemen omdat daaraan te veel risico’s zijn verbonden. Bekend is dat hormonale libidoremmers paardenmiddelen zijn, waarmee in Nederland terughoudend wordt omgegaan. Vanuit Den Haag is het idee gekomen dat libidoremmende medicatie noodzakelijk is voor bescherming van de maatschappij, echter de gezondheid van mijn cliënt is ook van belang. De afgelopen jaren heeft hij ten gevolge van het gebruik van libidoremmende medicatie tot tweemaal toe levensbedreigende situaties meegemaakt.

In het kader van de zorgvuldigheid verzoek ik een onderzoek te laten instellen naar de mogelijke alternatieven die er voor mijn cliënt zijn. Met mevrouw Van den Berg heb ik reeds vooroverleg gehad over een onderzoek met betrekking tot de mogelijkheid en wenselijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Mijn cliënt wil zelf graag worden geplaatst in [instelling]. Daar zou hij kunnen verblijven, mits de reclassering daarover de controle heeft. Daarbij zou gebruik kunnen worden gemaakt van beeldtelefonie.

Ik verzoek de rechtbank de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen, de reclassering op te dragen een maatregelenrapport uit te brengen en de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met maximaal drie maanden aan te houden.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande en teneinde de terbeschikkinggestelde perspectief te bieden om op termijn tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te kunnen komen, is de rechtbank van oordeel dat thans dient te worden onderzocht of de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zou kunnen worden beëindigd.

Daarom dient de Reclassering Nederland een maatregelrapport op te stellen, waarin de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege worden onderzocht.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, zal de rechtbank op grond van artikel 509t lid 5 van het Wetboek van Strafvordering de beslissing op een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor onbepaalde tijd, maar maximaal voor drie maanden, aanhouden in afwachting van het rapport van Reclassering Nederland. Daarnaast is de rechtbank, gelet op artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, zodat de terbeschikkingstelling zal worden verlengd met één jaar.

DE BESLISSING

De rechtbank:

- verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter

beschikking is gesteld met één jaar;

- houdt de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van

overheidswege aan en schorst daartoe het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde

tijd, tot ten hoogste drie maanden, teneinde de reclassering een rapport te laten opmaken

omtrent de vraag of, en zo ja, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder, de

verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde kan worden beëindigd;

- beveelt de oproeping van de terbeschikkinggestelde, de deskundige drs. Y.M. van den

Berg-Lotz en de rapporteur van de reclassering tegen het tijdstip van de nadere

terechtzitting, met kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsman van de terbeschikking-

gestelde, mr. F.P. Holthuis, advocaat te 's-Gravenhage.

- stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.

Deze beslissing is gegeven door

mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,

mr. P.A. Buijs en mr. M.M. Klinkenbijl, leden,

in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 december 2013.