Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6957

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
19-12-2013
Zaaknummer
AWB-13_3970
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De opgelegde maatregel van disciplinair ontslag kan niet in stand blijven nu het gestelde plichtsverzuim ten aanzien van het plaatsen van een grievende advertentie voor een collega op marktplaats.nl niet is komen vast te staan. De overige verweten gedragingen tezamen zijn niet zodanig dat de opgelegde disciplinaire maatregel van disciplinair ontslag evenredig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 13/3970

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 december 2013 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. drs. N. Mauer),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard, verweerder

(gemachtigde: mr. M.J.J. Rutten).

Procesverloop

Bij besluit van 26 maart 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres strafontslag verleend met ingang van de derde dag na verzending van dat besluit.

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is door eiseres ingetrokken.

Bij besluit van 26 juni 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2013. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voor verweerder zijn tevens verschenen [adviseur], senior adviseur P&O en [teammanager], teammanager Facilitair Bedrijf.

Overwegingen

1.

De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.

2.

Eiseres is met ingang van 17 oktober 2011 bij verweerder, bij wijze van proef, voor de duur van een jaar aangesteld als GBA-specialist/gegevensbeheerder. Na een functioneringsbeoordeling over de periode van 17 oktober 2011 tot 30 augustus 2012 is door verweerder besloten de proeftijd van eiseres te verlengen met een half jaar tot 17 april 2013.

3.

Op 6 september 2012 is door een onbekende persoon het e-mailadres [e-mailadres]aangemaakt. Diezelfde dag is op de website van Marktplaats een seksueel getinte advertentie geplaatst onder de naam [persoon 1] met een voor de betrokkene buitengewoon grievende inhoud. In de advertentie werd - samengevat - vermeld dat [persoon 1] werkzaam is als teammanager KCC bij de gemeente Valkenswaard en dat zij op haar kantoortje bij de gemeente Valkenswaard de mogelijkheid heeft om enkele heren regelmatig te helpen met haar mondje. [persoon 1] zou op zoek zijn naar een zogenaamde toyboy tot 30 jaar, dus geen man meer op leeftijd want die heeft ze thuis en op mijn werk al. De advertentie werd afgesloten met de volledige naam en het zakelijke mobiele nummer van [persoon 1] en haar directe telefoonnummer bij de gemeente Valkenswaard. Op diezelfde dag is ook vanaf voormeld e-mailadres [e-mailadres]aan drie ambtenaren binnen de gemeente Valkenswaard een e-mailbericht verzonden. In die drie e-mailberichten was een link opgenomen naar de betreffende advertentie op de website van Marktplaats.

4.

[persoon 1] heeft van het voorval melding gedaan bij de gemeentesecretaris-algemeen directeur van de gemeente Valkenswaard. [persoon 1] heeft bij de politie aangifte gedaan van belediging. Door de gemeentesecretaris-algemeen directeur is het [bedrijfsrecherchebureau]ingeschakeld. Op 18 oktober 2012 heeft [bedrijfsrecherchebureau] gerapporteerd dat het door hem verrichte interne digitale onderzoek geen relevante bevindingen heeft opgeleverd.

5.

Op 26 september 2012 is eiseres door de politie Oost-Brabant afdeling Valkenswaard opgeroepen voor een verhoor op 2 oktober 2012. Eiseres heeft bij de politie verklaard dat zij niets van doen heeft gehad met de advertentie; zij heeft de advertentie niet geplaatst en is daar ook niet bij betrokken geweest. Op 19 december 2012 heeft de politie Valkenswaard eiseres bericht dat aan de aangifte geen verder gevolg zal worden gegeven en de zaak zal worden geseponeerd.

6.

Op 20 december 2012 heeft een medewerker van de politie Oost-Brabant afdeling Valkenswaard telefonisch contact gezocht met de senior adviseur P&O van verweerder, [adviseur]. Op 13 februari 2013 heeft [adviseur] inzake dit telefonisch contact een schriftelijke verklaring opgemaakt. Uit dat verslag blijkt dat de politiemedewerker [adviseur] heeft benaderd om nadere toelichting te krijgen op de door [adviseur] verzamelde informatie met betrekking tot het chronologische verloop van de gebeurtenissen op 6 september 2012. Blijkens het verslag heeft [adviseur] bij de politiemedewerker geïnformeerd naar het resultaat van het politieonderzoek en naar aanleiding daarvan de vraag gesteld of het gevonden IP-adres verbonden is aan een woonadres in de [adres 1]. Op het daarop gegeven bevestigende antwoord heeft [adviseur] gevraagd of het [adres 2] betrof. De politiemedewerker heeft geantwoord dat het niet [adres 2] betrof, maar [adres 3]. In de hier bedoelde verklaring heeft [adviseur] vervolgens aangegeven dat beide adressen hem bekend zijn uit de personeelsadministratie van de gemeente Valkenswaard. Het adres [adres 2] is het huidige woonadres van eiseres. De woning aan de [adres 3] is eigendom van eiseres en wordt thans door haar verhuurd aan bekenden.

7.

Op 20 februari 2013 is eiseres uitgenodigd voor een gesprek met de gemeentesecretaris-algemeen directeur, de teammanager Facilitair Bedrijf en [adviseur]. In dat gesprek is eiseres meegedeeld dat verweerder van de politie heeft vernomen dat zij is verhoord in een zaak waarbij verweerders naam is genoemd en verweerder naar aanleiding daarvan een aantal vragen voor eiseres heeft. Eiseres heeft ook in dit gesprek - kort samengevat - bij herhaling aangegeven niets met de advertentie van doen te hebben gehad. Verweerder heeft eiseres in dat gesprek meegedeeld dat hij, alles bijeengenomen, tot de conclusie is gekomen dat eiseres degene is geweest die de Marktplaatsadvertentie heeft geplaats en de e-mails heeft verzonden dan wel dat zij daarbij betrokken is geweest. Na afloop van dit gesprek is eiseres de toegang tot de gemeentelijke gebouwen ontzegd, hetgeen haar is bevestigd bij besluit van 21 februari 2013.

8.

Bij brief van 27 februari 2013 heeft verweerder zijn voornemen kenbaar gemaakt om de tijdelijke aanstelling van eiseres door middel van strafontslag tussentijds te beëindigen. Volgens verweerder heeft eiseres zich schuldig gemaakt aan zeer ernstig plichtsverzuim. Eiseres wordt verweten dat zij niet uit eigen beweging openheid van zaken heeft gegeven omtrent de aangifte door [persoon 1] bij de politie en het verhoor dat door de politie heeft plaatsgehad. Vervolgens wordt eiseres verweten dat zij, in tegenstelling tot wat zij heeft verklaard, op donderdag 6 september 2012 niet de gehele dag op het gemeentehuis aanwezig is geweest nu dat uit de registratie van haar badge is gebleken. Daarmee heeft eiseres volgens verweerder de voorschriften inzake de tijdsregistratie niet nageleefd en moet andermaal worden vastgesteld dat zij geen volledige openheid van zaken heeft gegeven. Bovendien heeft eiseres niet de volledige waarheid verteld omtrent de gang van zaken bij het opstellen van haar functioneringsbeoordeling en heeft zij nagelaten om aan te geven dat op het adres [adres 3] een familielid woont van haar huisgenoot. Als vierde wordt eiseres verweten dat zij de betreffende advertentietekst op Marktplaats heeft opgesteld, althans dat zij daarbij betrokken is geweest. Volgens verweerder volgt uit de samenhang van de gegevens die in de advertentie zijn vermeld dat deze moet zijn opgesteld door een medewerker binnen de organisatie van verweerder. Daarnaast heeft eiseres een - op zijn zachts gezegd - moeizame verstandhouding met [persoon 1]. Op 6 september 2012 heeft eiseres haar concept functioneringsbeoordeling uitgereikt gekregen en mede op basis van de inbreng van [persoon 1] is de tijdelijke aanstelling van eiseres verlengd in plaats van omgezet in een dienstverband voor onbepaalde tijd. Eiseres heeft tegen dat voornemen haar bedenkingen gemaakt. Bij primair besluit heeft verweerder conform zijn voornemen beslist. Bij bestreden besluit heeft verweerder het disciplinair ontslag gehandhaafd.

9.

Ingevolge vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) (bijvoorbeeld ECLI:CRVB:2012:BW3659) zijn in het ambtenarentuchtrecht de bewijsregels van het strafrecht niet van toepassing. Volgens de CRvB neemt dat niet weg dat voor de constatering van plichtsverzuim, dat tot disciplinaire bestraffing aanleiding kan geven, op grond van deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging moet zijn verkregen dat de betreffende ambtenaar zich aan de hem verweten gedragingen heeft schuldig gemaakt.

10.

Eiseres heeft betwist dat zij zich aan de haar verweten gedragingen schuldig heeft gemaakt. Inzake haar aanwezigheid op 6 september 2012 heeft eiseres erop gewezen dat zij op het moment dat de Marktplaatsadvertentie werd geplaatst, te weten om 12.16 uur, op haar werkplek in het gemeentehuis aanwezig was. Rond die tijd is haar collega en kamergenoot [persoon 2] van een vergadering teruggekomen en achter zijn bureau gaan zitten. Haar collega [persoon 3] is rond het middaguur enkele keren bij haar binnengelopen. Tot ongeveer 15.00 uur heeft eiseres met [persoon 2] op de kamer gezeten waarna zij via de hal van het gemeentehuis en zonder uit te klokken naar de markt is gegaan om boodschappen te doen. Rond 15.30 uur is zij via de personeelsingang weer naar haar werkplek gegaan. Ook heeft zij in die middag met meerdere collega’s binnen het KCC getelefoneerd. Eiseres heeft opgemerkt dat zij geen werktelefoon heeft en dus geen mogelijkheid heeft om vanaf het thuisadres in te loggen op het computersysteem van het gemeentehuis. Inzake de schriftelijke verklaring van [adviseur] van 13 februari 2013 heeft eiseres het standpunt ingenomen dat dit het enige stuk is dat concreet in haar richting wijst en dat het een verklaring is van degene die namens verweerder belast is met haar dossier. Volgens eiseres kan en mag verweerder op grond van die enkele verklaring geen zeer ernstig plichtsverzuim vaststellen. Verweerder had die verklaring moeten staven bij de politie. Nu dat niet is gebeurd heeft verweerder volgens eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de advertentie is geplaatst vanuit een IP-adres dat verbonden is aan het adres [adres 3] te Eindhoven. Volgens eiseres kan zij daarmee op geen enkele wijze in verband worden gebracht. Eiseres heeft er nog op gewezen dat hoewel zij eigenaar is van het huis aan de [adres 3] dat niet betekent dat zij zomaar bij de huurders kan binnenvallen. Zij heeft verder naar voren gebracht dat zij op 2 oktober 2012 haar teammanager Facilitair Bedrijf heeft laten weten dat zij voor verhoor bij de politie is geweest. De teammanager heeft aangegeven daar geen opvolging aan te geven, hij heeft het voor kennisgeving aangenomen en daarmee was voor eiseres de kous af. Tot slot heeft eiseres naar voren gebracht dat de straf van onvoorwaardelijk strafontslag niet evenredig is aan de ernst van het haar verweten plichtsverzuim, en verweerder dus niet bevoegd was om de straf van ontslag op te leggen. Volgens eiseres wordt zij onevenredig zwaar getroffen door het strafontslag. Zij is een alleenstaande ouder en gaat door het strafontslag een zeer - in financiële zin - onzekere tijd tegemoet. Bovendien zou haar tijdelijke aanstelling van rechtswege eindigen op 17 april 2013 zijnde 17 dagen na het strafontslag.

11.

Verweerder heeft op 21 oktober 2013 een schriftelijke verklaring van [persoon 4], werkzaam bij de politie Oost-Brabant afdeling Valkenswaard en Waalre, van 26 augustus 2013 ingebracht. Deze verklaring luidt als volgt: “Naar aanleiding van uw schrijven de dato maandag 26 augustus 2013, waarin onder andere een gespreksverslag tussen dhr. [adviseur] en mij, [persoon 4], ambtenaar van politie, werkzaam binnen de regio Oost-Brabant en werkzaam op de afdeling Valkenswaard en Waalre, wordt weergegeven, kan ik verklaren dat dit telefonische gesprek inderdaad op 20 december 2012 heeft plaatsgevonden. De inhoud van dit gesprekverslag is correct omschreven.”

12.

De rechtbank stelt - met eiseres - vast dat de verklaring van [persoon 4] op blanco papier is geschreven, dus zonder logo van de politie Oost-Brabant afdeling Valkenswaard en Waalre. Vervolgens wordt vastgesteld dat het schrijven van verweerder van 26 augustus 2013, waarnaar [persoon 4] in zijn antwoord verwijst, niet door verweerder in het geding is gebracht. Hierdoor is geen inzicht gegeven in hetgeen feitelijk aan [persoon 4] is voorgelegd. Voor de rechtbank is niet duidelijk geworden welk gewicht aan de verklaring van [persoon 4] moet worden toegekend. Daarnaast onderschrijft de rechtbank ook het standpunt van eiseres dat de verklaring van [persoon 4] in wel zeer algemene bewoordingen is gesteld. De rechtbank wijst er bovendien op dat [persoon 4] het in zijn verklaring heeft over een ‘gespreksverslag’, terwijl het schrijven van [adviseur] van 13 februari 2013 het opschrift ‘verklaring’ draagt. Ook op grond hiervan moet worden vastgesteld dat onduidelijk blijft wat precies aan [persoon 4] is voorgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank kan derhalve aan hetgeen [persoon 4] heeft verklaard niet de conclusie worden verbonden dat daarmee de schriftelijke verklaring van [adviseur] van 13 februari 2013 over het gesprek van 20 december 2012 is bevestigd. Van deugdelijk vastgestelde gegevens op grond waarvan de overtuiging moet zijn verkregen dat het IP-adres verbonden is aan de [adres 3], is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. Nu niet is gebleken dat de Marktplaatadvertentie afkomstig is van het ip-adres [adres 3] behoeft de vervolgvraag of eiseres in verband kan worden gebracht met dit ip-adres ook geen beantwoording. De rechtbank wijst erop dat eiseres consistent heeft volhard in haar ontkenning iets met de Marktplaatsadvertentie van doen te hebben gehad. Het gestelde plichtsverzuim ten aanzien van het plaatsen van de desbetreffende advertentie is niet komen vast te staan.

13.

De overige verweten gedragingen leveren weliswaar plichtsverzuim op maar zijn onvoldoende zwaarwegend om het strafontslag te kunnen dragen, hetgeen ook namens verweerder ter zitting is betoogd. Het strafontslag wordt dan ook niet evenredig geacht met het plichtsverzuim dat eiseres kan worden verweten. Op grond hiervan wordt geoordeeld dat de disciplinaire maatregel van strafontslag geen stand kan houden en het bestreden besluit moet worden vernietigd. Het beroep zal gegrond worden verklaard. De rechtbank zal verweerder opdragen om met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen.

14.

De rechtbank acht termen aanwezig om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten in beroep. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 944,00 voor kosten van door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand:

  • -

    1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

  • -

    1 punt voor het verschijnen ter zitting;

  • -

    Waarde per punt € 472,00;

  • -

    Wegingsfactor 1.

15.

Tevens zal de rechtbank bepalen dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 dient te vergoeden.

16.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

  • -

    verklaart het beroep gegrond,

  • -

    vernietigt het bestreden besluit,

  • -

    draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is bepaald;

  • -

    gelast verweerder aan eiseres te vergoeden het door haar betaalde griffierecht te bedrage van € 160,00;

  • -

    veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten vastgesteld op totaal € 944,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.L.M. Snijders, voorzitter, en mr. J.Y. van de Kraats en mr. I. Ravenschlag, leden, in aanwezigheid van mr. P.A.M. Laro, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 december 2013.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.