Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6830

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
04-12-2013
Datum publicatie
11-12-2013
Zaaknummer
259117 / HA ZA 13-118
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

vordering onverschuldigde betaling afgewezen in verband met de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/259117 / HA ZA 13-118

Vonnis van 4 december 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOBILE TOWER CRANES B.V.,

gevestigd te Veghel,

eiseres,

advocaat mr. A.C. van Campen te Uden,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GENERATION AUDIO B.V.,

gevestigd te Oss,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GENERATION AUDIO HOLDING B.V.,

gevestigd te Oss,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANAN HOLDING B.V.,

gevestigd te Oss,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PACO HOLDING B.V.,

gevestigd te Oss,

5. [gedaagde 5],

wonende te [woonplaats],

6. [gedaagde 6],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. R. Haouli te 's-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna MTC en, indien sprake is van gedaagden tezamen, Generation Audio genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 19 juni 2013

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 21 oktober 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

MTC houdt zich onder meer bezig met productie, verkoop en reparatie van bouwnijverheidmachines, heftrucks en kranen. De heer [A] (hierna: [A]) heeft vanaf 2005 tot en met oktober 2011 als administrateur bij MTC gewerkt. [A] was onder meer eindverantwoordelijk voor de financiële administratie van MTC, waaronder het verzorgen van de debiteuren- en crediteurenadministratie. In 2011 is aan het licht gekomen dat [A] in de periode van 2005 tot oktober 2011 van de bankrekening van MTC zonder toestemming van MTC grote bedragen heeft overgeboekt naar talloze derden, waaronder naar Generation Audio B.V.

Generation Audio B.V. houdt zich onder meer bezig met verhuur en advisering inzake licht- en geluidsapparatuur. Generation Audio Holding B.V. is enig aandeelhouder en bestuurder van Generation Audio B.V. Anan Holding B.V. en Paco Holding B.V. zijn bestuurders van Generation Audio Holding B.V. [gedaagde 5]en [gedaagde 6] zijn bestuurder en enig aandeelhouder van respectievelijk Anan Holding B.V. en Paco Holding B.V.

3 Het geschil

3.1.

MTC vordert  samengevat - veroordeling van Generation Audio tot betaling van € 527.481,72, vermeerderd met rente en kosten. Daarnaast vordert MTC veroordeling van Generation Audio tot betaling van schade nader op te maken bij staat.

3.2.

Generation Audio voert verweer en verzoekt de rechtbank MTC in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar deze te ontzeggen als zijnde ongegrond en onbewezen.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Onverschuldigde betaling

4.1.

MTC legt aan haar vordering ten grondslag dat de betalingen aan Generation Audio B.V. onverschuldigd zijn gedaan. MTC stelt dat uit onderzoek is gebleken dat tussen 2005 en oktober 2011 een totaalbedrag van € 527.481,72 is overgemaakt door MTC aan Generation Audio B.V. In de financiële administratie van MTC is geen enkele factuur van Generation Audio B.V. aangetroffen. Generation Audio B.V. is geen bekende leverancier van MTC. Er bestond geen contractuele relatie met Generation Audio B.V. en er is evenmin (rechtsgeldig) opdracht gegeven tot het leveren van producten. Gelet op deze omstandigheden heeft MTC het bedrag van € 527.481,72 onverschuldigd betaald aan Generation Audio B.V., aldus MTC.

4.2.

Generation Audio heeft (primair) betwist dat MTC een bedrag aan Generation Audio B.V. heeft betaald. Generation Audio heeft daartoe aangevoerd dat Generation Audio B.V. in de genoemde periode weliswaar € 527.481,72 heeft ontvangen, maar dat niet MTC deze betalingen heeft gedaan, maar [A]. [A] had uit hoofde van zijn functie de feitelijke beschikkingsmacht over het saldo van de bankrekening van MTC, zodat hij het saldo rechtmatig onder zich had. [A] heeft het geld verduisterd. Dit betekent dat hij op diverse momenten de wil heeft gevormd om zich het (girale) geld wederrechtelijk toe te eigenen. Eerst nadat hij het geld had verduisterd, is hij met dat geld zijn eigen betalingsverplichtingen jegens Generation Audio B.V. nagekomen. Op het moment dat [A] de betalingen deed aan Generation Audio B.V. was het geld dus van hem en was het derhalve niet MTC, maar [A] die de betalingen verrichtte, waardoor geen sprake kan zijn van een onverschuldigde betaling van MTC aan Generation Audio B.V., aldus Generation Audio.

4.3.

De rechtbank overweegt als volgt. De betalingen aan Generation Audio B.V. zijn verricht via zogenaamde ‘batchbetalingen’. [A] had uit hoofde van zijn functie beperkte toegang tot de bankrekening van MTC, nu voor het overschrijven van bedragen via een batchbetaling de goedkeuring van de directeur van MTC was vereist. De rechtbank leidt hieruit af dat [A] het geld, dat hij zonder die goedkeuring aan Generation Audio B.V. overmaakte, dus niet onder zich had, maar dat hij enkel namens MTC de door de directeur goedgekeurde betalingen via de bankrekening van MTC mocht verrichten. Uit forensisch onderzoek in opdracht van MTC is gebleken dat [A] na goedkeuring van de directeur rekeningnummers heeft gewijzigd. Dit heeft ertoe geleid dat [A] geld van MTC kon laten overschrijven naar andere rekeningen dan de rekeningen waarvoor goedkeuring was gegeven. Dat [A] rekeningnummers heeft kunnen wijzigen en betalingen heeft kunnen doen naar andere rekeningnummers dan waarvoor goedkeuring was gegeven, betekent niet dat hij het geld onder zich had. MTC heeft de betalingen verricht nu deze van haar bankrekening is gedaan. De omstandigheid dat [A] daarvoor de feitelijke handelingen verrichtte, brengt niet mee dat hij moet worden geacht de betalingen te hebben gedaan als bedoeld in art. 6:203 BW. Dat zich bij [A] een innerlijke wil zou hebben gevormd om zich dit geld toe te eigenen, is in dit verband niet relevant. Het enkele feit dat de politie deze handelwijze ‘verduistering’ heeft genoemd en dat [A] heeft beaamd dat hij geld heeft verduisterd, zoals Generation Audio heeft aangevoerd, maakt dit niet anders.

Gelet op het voorgaande kan het verweer van Generation Audio, dat niet MTC maar [A] heeft betaald en er derhalve geen sprake is van onverschuldigde betalingen van MTC aan Generation Audio B.V., niet slagen.

4.4.

MTC heeft Generation Audio B.V. zonder enige rechtsgrond betalingen gedaan en heeft daarom, op grond van art. 6:203 BW, in beginsel recht op ongedaanmaking van de betalingen. Generation Audio heeft subsidiair aangevoerd dat terugbetaling zal leiden tot een onredelijk en onbillijk resultaat, omdat Generation Audio B.V. een tegenprestatie heeft geleverd voor de betalingen die aan haar zijn gedaan, namelijk de levering van audioapparatuur aan [A]. De rechtbank verstaat dit verweer als een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.

4.5.

De rechtbank stelt voorop dat alleen ruimte is voor de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid wanneer hetgeen uit wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit in de gegeven omstandigheden tot een onaanvaardbare uitkomst zal leiden.

Bij de beantwoording van de vraag of ongedaanmaking van de onverschuldigde betaling van MTC aan Generation Audio B.V. naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zal leiden tot een onaanvaardbaar resultaat voor Generation Audio B.V., zal de rechtbank de volgende omstandigheden meewegen.

[A] is vanaf oktober 2005 klant geweest bij Generation Audio B.V. [A] heeft zich bij Generation Audio B.V. gepresenteerd als zakenman met diverse bedrijven. De eerste levering van Generation Audio B.V. aan [A] is door [A] contant betaald, daarna zijn alle betalingen via de bankrekening van MTC voldaan. De facturen aan [A] werden steeds betaald.

Generation Audio B.V. heeft gesteld dat zij voor de betalingen steeds een tegenprestatie heeft geleverd, namelijk de levering van audioapparatuur. MTC heeft ter comparitie aangegeven dat zij nimmer aan [A] gerichte facturen van Generation Audio B.V. heeft gezien. [gedaagde 6] heeft daartegenin gebracht dat zowel directeur [B] van MTC als Deloitte in verband met het forensisch onderzoek inzage in en kopieën van de administratie van Generation Audio B.V. hebben gekregen, waaronder facturen aan [A]. Dit wordt bevestigd door hetgeen MTC bij dagvaarding heeft gesteld en heeft overgelegd (resp. onder 12 en productie 3). De rechtbank leidt hieruit af, mede gelet op hetgeen [A] bij de politie heeft verklaard, dat het voldoende aannemelijk is geworden dat Generation Audio B.V. audioapparatuur aan [A] heeft geleverd. Doordat de leveringen steeds werden betaald is er bij Generation Audio B.V. de indruk ontstaan dat [A] goed was voor zijn geld en dat Generation Audio B.V. erop mocht vertrouwen dat haar leveringen steeds betaald zouden worden.

In 2009 heeft Generation Audio B.V. opgemerkt dat de betalingen plaatsvonden via de rekening van MTC. Op vragen van bestuurder [gedaagde 5]daarover heeft [A] geantwoord dat hij mede-eigenaar was van MTC. Bij Generation Audio B.V. is geen twijfel ontstaan over dit antwoord. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat Generation Audio B.V. de betalingen vanaf dat moment kennelijk heeft aangemerkt als gedaan door een ander, namelijk MTC, voor [A].

[A] was, in tegenstelling tot wat hij [gedaagde 5]heeft verteld, werknemer van MTC. MTC heeft kennelijk onvoldoende toezicht gehouden en controle gehad op deze werknemer, omdat [A] vele jaren ongestoord betalingen (tot een totaalbedrag van meer dan 3 miljoen euro) met geld van MTC heeft kunnen verrichten voor onder meer de aan hem in privé geleverde audioapparatuur, zonder dat dit heeft geleid tot argwaan bij MTC. MTC heeft [A] daarmee in staat gesteld om van de rekening van MTC betalingen voor hem in privé te doen. Zij heeft er zodoende aan bijgedragen dat Generation Audio B.V. [A] audioapparatuur is blijven leveren. MTC heeft ter comparitie aangegeven dat de fraude voor MTC niet zichtbaar was omdat de betalingen zijn verricht via batchbetalingen. Deze wijze van betaling brengt naar het oordeel van de rechtbank nog niet mee dat MTC geen enkele controle op de betalingen had kunnen uitoefenen. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat MTC zelf voor deze betaalwijze heeft gekozen, althans deze betaalwijze heeft toegelaten en mogelijk heeft gemaakt en zich daarmee dus naar achteraf is gebleken kwetsbaar heeft gemaakt voor frauduleuze handelingen als door [A] gepleegd.

De rechtbank komt op grond van deze omstandigheden tot de conclusie dat Generation Audio B.V. steeds een prestatie heeft geleverd in ruil voor de betalingen en daarmee dus niets anders heeft gedaan dan het nakomen van haar verbintenissen ontstaan uit de overeenkomsten die zij met [A] is aangegaan. Veroordeling van Generation Audio B.V. tot betaling aan MTC van € 527.481,72 op grond van onverschuldigde betaling betekent dat niet MTC of [A], maar Generation Audio B.V. gaat betalen voor de door [A] gepleegde fraude en achterblijft met een vordering op [A]. Dit alles terwijl Generation Audio B.V. heeft mogen vertrouwen op de betalingen van MTC voor [A], audioapparatuur heeft geleverd in ruil voor de betalingen en MTC de gelegenheid voor de door [A] gepleegde fraude heeft geschapen en, door een gebrek aan controle, deze situatie jarenlang, weliswaar zonder zich daarvan bewust te zijn, heeft laten voortbestaan ([A] heeft van 2005 tot 2011 ongestoord zijn gang kunnen gaan). Een veroordeling van Generation Audio B.V. tot betaling aan MTC zal gelet op deze omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid leiden tot een onaanvaardbare uitkomst. De rechtbank zal daarom de vordering jegens Generation Audio B.V. afwijzen.

Onrechtmatige daad

4.6.

MTC vordert veroordeling van Generation Audio B.V. tot vergoeding van schade nader op te maken bij staat. MTC legt hieraan ten grondslag dat Generation Audio B.V. onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door het door MTC betaalde te behouden. Het had Generation Audio B.V. betaamd om de gestorte bedragen direct terug te storten, althans bij MTC te melden dat MTC facturen van [A] voldeed. Als Generation Audio B.V. de betalingen eerder bij MTC had gemeld dan wel de bedragen had teruggestort, zou de fraude in een eerder stadium zijn ontdekt, aldus MTC. De exacte hoogte van de schade voortvloeiend uit dit verzuim kan nu nog niet worden vastgesteld alleen al omdat ook de fiscale boetes in de schade moeten worden begrepen die MTC nog zal lijden in verband met onjuiste aangiftes, zo stelt MTC.

4.7.

De rechtbank overweegt dat MTC heeft verzuimd nadere invulling te geven aan haar stelling of te verduidelijken waaruit blijkt dat Generation Audio B.V. was gehouden tot het melden van de betalingen dan wel tot het retourneren van de betalingen. Deze stelling van MTC is onvoldoende onderbouwd en kan derhalve niet leiden tot toewijzing van dit deel van haar vordering.

Bestuurdersaansprakelijkheid

4.8.

MTC verwijt Generation Audio Holding B.V. (hierna: de Holding) en haar bestuurders dat zij onrechtmatig jegens MTC hebben gehandeld.

Volgens MTC treft de Holding en de andere indirecte bestuurders een ernstig verwijt omdat zij in hun hoedanigheid van (indirect) bestuurder van Generation Audio B.V. wisten of hadden moeten weten dat de belangen van MTC ernstig werden geschaad. Verwijzend naar het zogeheten Villa Mundo-arrest (HR 23 november 2012, NJ 2013, 302) stelt MTC dat ook indien hun geen ernstig verwijt kan worden gemaakt, zij toch aansprakelijk zijn omdat zij gehandeld hebben in strijd met een op hen persoonlijk rustende zorgvuldigheidsverplichting. Zij hebben immers niet voorkomen dat de vennootschap waarvan zij (indirect) bestuurder zijn onderdeel werd van frauduleuze of anderszins strafbare praktijken. Bovendien hadden de (indirect) bestuurders MTC moeten waarschuwen toen voorzienbaar was dat MTC op onredelijke wijze werd benadeeld. In de gegeven omstandigheden hadden de (indirect) bestuurders acht moeten slaan op de belangen van MTC en dat is ten onrechte niet gebeurd, aldus MTC.

4.9.

Generation Audio betwist dat de bestuurders hebben gehandeld in strijd met een persoonlijk op hen rustende zorgvuldigheidsverplichting en dat bestuurdersaansprakelijkheid kan worden aangenomen, zonder dat daarvoor een ernstig persoonlijk verwijt is vereist. MTC beroept zich op een zorgvuldigheidsverplichting, maar licht niet toe om welke reden in de concrete omstandigheden op de bestuurders een dergelijke verplichting rustte, aldus Generation Audio. Generation Audio voegt daaraan toe dat MTC heeft nagelaten feiten te stellen waaruit volgt dat de bestuurders niet de mate van zorg in acht hebben genomen die van hen kon worden gevergd.

4.10.

De rechtbank stelt voorop dat bestuurders van een rechtspersoon door een schuldeiser van die rechtspersoon volgens vaste rechtspraak niet snel persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor toerekenbaar tekortschieten of onrechtmatig handelen van de rechtspersoon omdat hiervoor is vereist dat het handelen of nalaten van de bestuurder ten opzichte van die schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is, dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. In het eerdergenoemde Villa Mundo-arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat de aansprakelijkheid van een bestuurder ook kan voortvloeien uit zijn rechtstreekse daderschap. In een dergelijk geval kan een bestuurder aansprakelijk worden gehouden omdat hij heeft gehandeld in strijd met een tot hem persoonlijk gerichte zorgvuldigheidsverplichting (jegens een derde). Voor deze aansprakelijkheid geldt het gewone regime van schuldaansprakelijkheid en is niet vereist dat de bestuurder een ernstig verwijt van zijn handelen kan worden gemaakt. Of een bestuurder in strijd met een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsverplichting handelt, hangt af van de omstandigheden van het geval.

4.11.

De rechtbank overweegt als volgt. MTC heeft gesteld dat de (indirect) bestuurders een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Beantwoording van de vraag of aan bestuurders van een rechtspersoon een ernstig verwijt kan worden gemaakt is relevant in een situatie waarin die rechtspersoon toerekenbaar is tekortgeschoten of onrechtmatig heeft gehandeld.

MTC heeft niet gesteld dat de vennootschap is tekortgeschoten en onrechtmatig handelen is – zo heeft de rechtbank hiervoor al geconcludeerd – niet aan de orde. Van aansprakelijkheid van bestuurders op grond van een hun te maken ernstig verwijt verband houdend met een tekortschieten of onrechtmatig handelen van de rechtspersoon is daarom geen sprake.

4.12.

MTC heeft gesteld dat ook indien de (indirect) bestuurders geen ernstig verwijt verband houdend met een tekortschieten of onrechtmatig handelen van de vennootschap kan worden gemaakt, zij toch aansprakelijk zijn omdat zij gehandeld hebben in strijd met een op hen persoonlijk rustende zorgvuldigheidsverplichting. MTC heeft dit ter comparitie nader onderbouwd. MTC heeft gesteld dat wie zaken doet, moet controleren van wie de betalingen afkomstig zijn. Generation Audio had navraag moeten doen bij MTC (en niet bij [A]) over de betalingen en de bestuurders hadden niet zomaar mogen aannemen dat MTC een bedrijf van [A] was. Zij hadden het handelsregister of de website van MTC moeten raadplegen. Ten slotte hadden zij moeten nagaan of de betaalde bedragen overeenkwamen met het geleverde, aldus MTC.

4.13.

Generation Audio heeft daar ter comparitie tegenin gebracht dat het handelsregister niet is bedoeld om te controleren of een betaling door de juiste persoon wordt verricht. Generation Audio B.V. heeft goederen aan [A] geleverd, [A] heeft betalingen gedaan. De bestuurders hebben de administratie geraadpleegd en geconstateerd dat betalingen afkomstig waren van MTC. Zij hebben daarom navraag gedaan bij [A]. Er is geen zorgvuldigheidsnorm die meebrengt dat zij nader onderzoek hadden moeten doen. Daar komt bij dat, voordat de bestuurders kennis kregen van de betalingen via MTC, al vier jaar via de rekening van MTC was betaald en dat MTC daarover niet heeft geklaagd, aldus Generation Audio.

4.14.

De rechtbank overweegt dat de beantwoording van de vraag of een bestuurder in strijd met een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsverplichting heeft gehandeld, afhangt van de omstandigheden van het geval.

[A] heeft betalingen gedaan via de bankrekening van MTC. Toen Generation Audio B.V. dit in 2009 heeft opgemerkt, heeft [gedaagde 5]navraag gedaan bij [A]. [A] heeft toen geantwoord dat MTC een bedrijf van hem was. De rechtbank merkt op dat het in het handelsverkeer veelvuldig voorkomt dat goederen die verkocht en geleverd worden aan particulieren, betaald worden door bedrijven, veelal van die particulieren. Dit hoeft in beginsel geen argwaan bij de verkoper te wekken. Bij Generation Audio B.V. hebben in 2009 de betalingen van [A] via de bankrekening van MTC toch vragen opgeroepen en daarom is geïnformeerd bij [A] hoe dat kon. [A] heeft geantwoord en [gedaagde 5]heeft genoegen genomen met dit antwoord. Dat mocht hij doen, niet alleen gelet op het in het handelsverkeer veelvuldig voorkomen van betalingen door bedrijven van goederen gekocht en geleverd aan particulieren, maar ook omdat de betalingen toen al vier jaar op deze wijze plaatsvonden en MTC daarover niet heeft geklaagd. Er is geen zorgvuldigheidsnorm die meebrengt dat (indirect) bestuurders moeten controleren of de ontvangen betalingen daadwerkelijk afkomstig zijn van de partij waarmee zaken wordt gedaan. Evenmin hoeft van (indirect) bestuurders te worden verwacht dat zij bij betalingen gedaan door een bedrijf voor diensten of goederen geleverd aan een particulier, in het handelsregister of via de website van het betalende bedrijf controleren of er een relatie bestaat tussen de particulier en dat bedrijf.

Het verwijt van MTC aan de (indirect) bestuurders dat zij hadden moeten controleren of de betaalde bedragen overeenkwamen met het geleverde, heeft MTC onderbouwd door overlegging van een verklaring van mevrouw [C] waaruit blijkt dat [gedaagde 6] tegen haar heeft gezegd dat de betalingen van [A] ‘veelal nooit aansloten met de facturen welke op dat moment openstonden’ (productie 11 bij dagvaarding). Dit verwijt treft geen doel nu Generation Audio naast betwisting van de verklaring van [C] heeft aangevoerd dat [A] niet altijd factuurnummers vermeldde maar Generation Audio B.V. een link heeft kunnen leggen tussen het rekeningnummer van MTC en [A], omdat [A] altijd via het rekeningnummer van MTC betaalde.

Gelet op al deze omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat de (indirect) bestuurders geen op hen rustende zorgvuldigheidsverplichting jegens MTC hebben geschonden en dat zij derhalve niet onrechtmatig hebben gehandeld jegens MTC. Dit brengt mee dat zij niet aansprakelijk zijn voor de door MTC geleden schade. De rechtbank zal daarom de vordering jegens de (indirect) bestuurders op dit punt afwijzen.

Proceskosten

4.15.

MTC zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Generation Audio worden begroot op:

- griffierecht €  3.715,00

- salaris advocaat 5.160,00 (2,0 punten × tarief € 2.580,00)

Totaal €  8.875,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt MTC in de proceskosten, aan de zijde van Generation Audio tot op heden begroot op € 8.875,00,

5.3.

veroordeelt MTC in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat MTC niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2013.