Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6766

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
05-12-2013
Datum publicatie
05-12-2013
Zaaknummer
01/045269-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS met één jaar. Indexdelict: openlijk geweld tegen personen of goederen. Bij volgende verlengingszitting moet reclassering aangeven of tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging kan worden overgegaan en zo ja onder welke voorwaarden dit zou kunnen geschieden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/045269-01

Uitspraakdatum: 5 december 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

verblijvende [kliniek 1].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 25 juni 2002 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 19 februari 2013, met een jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 16 oktober 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 november 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van [kliniek 1], hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 6 september 2013;

  • -

    een Pro Justitia rapport, psychologisch onderzoek van P.K. Kristensen, GZ-psycholoog, d.d. 14 oktober 2013;

  • -

    een Pro Justitia rapport van dr. L.H.W.M. Kaiser, d.d. 15 oktober 2013;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

“(…) Patiënt is beïnvloedbaar, kan impulsief reageren en halsstarrig rancuneus zijn. Hij vertoont impulsief gedrag en heeft problemen met de zelfcontrole. (…) Binnen [kliniek 1] heeft patiënt zijn behandeling relatief goed doorlopen. Dat wil zeggen: hij heeft zich niet fysiek gewelddadig opgesteld, maar is bij tijd en wijle wel ontzettend passief. Ook is hij de afgelopen jaren enkele malen vervallen in gokgedrag. (…) Inmiddels verblijft patiënt met transmuraal verlof op [kliniek 2] en volgt hij weer extern verslavingstherapie bij [kliniek 3]. (…) Zijn machtiging voor de [kliniek 4] is inmiddels binnen, maar door het niet nakomen van afspraken en onbetrouwbaar gedrag, is het nog maar de vraag of hij daar terecht kan. (…) De hoop is dat hij de positieve lijn die hij eerder had ingezet weer te pakken krijgt en dat hij nog bij [kliniek 4] geplaatst kan worden. Zo niet, dan moet onderzocht worden hoe verder. Het is zaak om patiënt op goede en voorzichtige wijze in te bedden in de maatschappij. Zonder voldoende ondersteuning, begeleiding en controle kan de impulsiviteit van patiënt niet op tijd opgemerkt worden en nemen zijn pathologie en het delictgevaar vermoedelijk toe. Daarom adviseert [kliniek 1] om de TBS met minimaal één jaar te verlengen. (…)”.

In voornoemd psychologisch onderzoek van P.K. Kristensen, GZ-psycholoog, is onder meer het navolgende gesteld:

“(…) Bij betrokkene is sprake van een recidiverende depressieve stoornis in remissie, pathologisch gokken, een eetstoornis, een lichte vorm van ADHD en Gilles de la Tourette en daarnaast heeft hij een persoonlijkheidsstoornis met obsessief-compulsieve, afhankelijke en antisociale kenmerken. (…) Het recidiverisico op gewelddadig gedrag is op korte termijn laag tot matig zolang betrokkene voldoende veiligheid, steun en zorg krijgt, maar loopt snel op tot hoog bij een zelfstandig bestaan in de maatschappij en/of beëindiging van de tbs. (…) Er is tussen alle partijen overeenstemming over de noodzaak tot blijvende ondersteuning. Betrokkene is het ook eens met de verlenging van de tbs, maar vindt wel dat het traject buiten de kliniek voortgezet kan worden. Het resocialisatietraject verder vorm geven in een beschermde woonvorm zal niet gemakkelijk zijn. (…) Het is in het licht van de veiligheid voor het slagen van een dergelijk traject noodzakelijk om “een stok achter de deur te hebben” in de vorm van de tbs-maatregel. (…) Daar het laten wennen en zijn plek op een goede manier verwerven bij een andere instelling een langdurig en mogelijk moeizaam verlopend proces zal zijn, is een verlenging van twee jaar nodig. (…)”

In voornoemd psychiatrisch onderzoek van dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, is onder meer het navolgende gesteld:

“(…) Bij betrokkene is sprake van pathologisch gokken, eetstoornis nu in remissie, ADHD (lichte vorm), een persoonlijkheidsstoornis NAO met borderline, vermijdende, afhankelijke en antisociale kenmerken. (…) Het risico op criminaliteit met geweldpleging is groot als hij nu zonder tbs zou zijn. Binnen de tbs is er voldoende bescherming mogelijk om agressie te voorkomen en is de kans op die agressie klein. Zijn gericht zijn op het materiele en op het via het materiele binden van anderen blijft aanwezig met het gevaar dat hij randcriminele activiteiten met of onder invloed van anderen uitvoert. (…) Betrokkene heeft lichte beveiliging en zorg nodig. (…) Het is wenselijk dat hij naar de [kliniek 4] gaat en dat hij daar blijft ook al zouden er crisisopnames nodig zijn. (…) Onderzoeker acht voortzetting van de terbeschikkingstelling aangewezen. Verlenging van de tbs voor een termijn van twee jaar is wenselijk om voor betrokkene voldoende bescherming te kunnen bieden. (…) Twee jaar verlenging heeft het nadeel dat het mogelijk het voortgangstraject zou kunnen remmen. Daar hij nu een grote stap vooruit gaat zetten door naar een [kliniek 5] te gaan, is het duidelijk dat dit traject niet stagneert door een verlenging van twee jaar. Het hele proces daar van wennen en stabiel functioneren zal enkele jaren duren zodat een tbs verlenging voor twee jaar opportuun zou zijn. (…) Onderzoeker adviseert om de dwangverpleging voort te zetten zodat er vanuit de kliniek begeleiding en toezicht mogelijk blijft. (…)”.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik heb de toezegging gekregen dat ik in januari 2014 naar [kliniek 4] kan. De machtiging daarvoor zou al binnen zijn. Ik ervaar veel stress en spanning en daarom ben ik af en toe de fout in gegaan. Ik wil graag begeleid wonen. Ik ben de tbs-maatregel zat. Het zal me nog niet helemaal lukken om alles helemaal zelf te doen en ik vind begeleiding prima, maar de maatregel van terbeschikkingstelling is daarvoor een te zwaar middel.

De deskundige dhr. T.A.M. Deenen, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies.

Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Wij persisteren bij het advies tot verlenging van de terbeschikkingstelling met minimaal één jaar. Het is veel te vroeg voor een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. De verwachting is dat de heer [verdachte] in januari 2014 naar [kliniek 4] gaat. Wij hebben daarvoor wel een machtiging nodig en die moet nog worden aangevraagd. Wij verwachten dat deze machtiging afgegeven zal worden. Mij is niet bekend dat deze machtiging al binnen zou zijn. Als het goed gaat met de heer [verdachte] bij [kliniek 4] zal eerst proefverlof voor hem worden aangevraagd voordat hij het traject van een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling zal ingaan. Het behandeltraject van betrokkene is gericht op een beëindiging van de terbeschikkingstelling. Betrokkene zal echter zijn hele leven lang begeleiding nodig hebben.

De officier van justitie heeft aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar. Er is aan het gevaarscriterium voldaan. Een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar is vanuit het oogpunt van de behandeling door de psychiater en psycholoog wellicht het advies, maar niet vanuit juridisch oogpunt. De terbeschikkinggestelde verblijft al lang in de tbs-maatregel en er dient naar resocialisatie toegewerkt te worden. Tbs dient ter beveiliging van de maatschappij, maar als het recidivegevaar op een andere manier kan worden beperkt, moet naar het einde van de terbeschikkingstelling worden toegewerkt.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven:

De heer [verdachte] heeft de voorkeur voor verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar. Het is jammer dat niets is gedaan met de opdracht die de rechtbank bij de vorige beslissing tot verlenging van de terbeschikkingstelling heeft gegeven tot het opmaken van een maatregelrapport. De heer [verdachte] heeft begeleiding nodig, maar de vraag is in welk juridisch kader dat dient plaats te vinden. De begeleiding van de heer [verdachte] kan ook onder de voorwaarden gesteld bij een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. Ik verzoek de rechtbank om dezelfde opdracht aan de officier van justitie te geven zoals dat bij de laatste beslissing tot verlenging van de terbeschikkingstelling is gedaan.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige en is gelet daarop, alsmede gelet op het vorenstaande en de rapportages van de externe deskundigen, en gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank verenigt zich niet met de adviezen van de externe deskundigen voor wat betreft de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling. De rechtbank ziet gezien de stukken en het verhandelde ter terechtzitting aanleiding de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. De rechtbank is van oordeel dat een voorwaardelijke beëindiging thans - gezien de fase van de behandeling waarin betrokkene zich bevindt - nog niet aan de orde is. De rechtbank wil over een jaar bezien wat de stand van zaken op dat moment is. De rechtbank hecht er aan om over een jaar opnieuw te bekijken hoe het traject verloopt en of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wellicht tot de mogelijkheden behoort en mogelijk de voorkeur verdient.

De rechtbank verzoekt de officier van justitie er zorg voor te dragen dat de reclassering voorafgaand aan de volgende terechtzitting een rapport opmaakt, waarin wordt aangegeven of zij reeds bij de behandeling en begeleiding van betrokkene zijn betrokken en zo ja, in welke mate. De rechtbank verzoekt de reclassering voorts om in het geval dat zij reeds bij de behandeling en begeleiding zijn betrokken - en de rechtbank merkt daar uitdrukkelijk bij op: bij gelijkblijvende positieve omstandigheden en ontwikkeling en dus ook mits betrokkene zijn dagbesteding heeft volgehouden - aan te geven of een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging tot de mogelijkheden behoort. Indien dit het geval is, verzoekt de rechtbank de reclassering een maatregelrapport op te maken, waarin wordt aangegeven onder welke voorwaarden de dwangverpleging mogelijk zou kunnen worden beëindigd.

DE BESLISSING

De rechtbank:

- verlengt de termijn gedurende welke [verdachte] ter beschikking is gesteld met één jaar.

- verzoekt de verzoekt de officier van justitie er zorg voor te dragen dat de reclassering voorafgaand aan de volgende verlengingszitting een rapport opmaakt, waarin wordt aangegeven of zij reeds bij de behandeling en begeleiding van betrokkene zijn betrokken en zo ja, in welke mate.

De rechtbank verzoekt de reclassering voorts om in het geval dat zij reeds bij de behandeling en begeleiding zijn betrokken - en de rechtbank merkt daar uitdrukkelijk bij op: bij gelijkblijvende positieve omstandigheden en ontwikkeling en dus ook mits betrokkene zijn dagbesteding heeft volgehouden - aan te geven of een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging tot de mogelijkheden behoort. Indien dit het geval is, verzoekt de rechtbank de reclassering een maatregelrapport op te maken, waarin wordt aangegeven onder welke voorwaarden de dwangverpleging mogelijk zou kunnen worden beëindigd.

Deze beslissing is gegeven door

mr. H.A. van Gameren, voorzitter,

mr. M. Lammers en mr. C.P.C. Kuijs, leden,

in tegenwoordigheid van mr. B.J. van Vugt-Jansen, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 december 2013.