Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6691

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-12-2013
Datum publicatie
02-12-2013
Zaaknummer
01/845337-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de voorwaarde van toezicht van de reclassering voor het in vereniging plegen van vier pogingen tot diefstal met braak van geld uit geldautomaten. Verdachte en de medeverdachten hebben telkens gepoogd de geldautomaten te laten ontploffen met behulp van een gasmengsel van zuurstof en acetyleen, waardoor gevaar voor goederen te duchten was. Naast voornoemde feiten zijn tevens een diefstal in vereniging met braak en een poging tot diefstal met braak bewezen en is bij de strafmaat rekening gehouden met een aantal ad informandum gevoegde zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845337-13

Datum uitspraak: 02 december 2013

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1993],

wonende te [adres 1],

thans gedetineerd te: Vught PPC.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 november 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 23 juli 2013.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 18 november 2013 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 07 mei 2013 te Weert ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het

bedrijf "[bedrijf 1]", perceel [adres 2] weg te nemen

geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan "[bedrijf 1]

[bedrijf 1]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd bedrijf te verschaffen

en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door

middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn

mededader(s), althans alleen, een gat in het hekwerk, zijnde de omheining van

voornoemd perceel, heeft/hebben gemaakt en/of de deur, welke toegang verschaft

tot voornoemd bedrijf, heeft/hebben verbroken en/of het alarmsysteem

heeft/hebben vernield en/of van de muur heeft/hebben getrokken/gehaald,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 311 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

hij op of omstreeks 30 april 2013 te Veldhoven, ter uitvoering van het door

hem/hen voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

een slang vanuit een gas- en/of zuurstoffles in de opening van (een kluis van)

een geldautomaat van de [bank 1] ([adres 3]) heeft/hebben gebracht

om het daarbij vrijgekomen/vrij te komen gas door middel van open vuur te

laten ontsteken, althans een ontstekingsmechanisme in genoemde opening te

brengen,

terwijl (bij ontploffing) daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of

het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de belendende en/of nabij

die geldautomaat gelegen pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen

en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in de

omgeving van die geldautomaat bevindende perso(o)n(en), in elk geval

levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te

duchten was,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 157 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 30 april 2013 te Veldhoven, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een)

ander(en), althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een

geldautomaat van de [bank 1] ([adres 3]) weg te nemen geld en/of

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de [bank 1], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich

daarbij de toegang tot voornoemde (kluis van) geldautomaat te verschaffen

en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door

middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn

mededader(s), althans alleen

- een zogenaamde 'ram'constructie heeft/hebben geplaatst vlakbij en/of tegen

de toegangsdeur tot de kluisruimte van voornoemde geldautomaat en/of

- met een voertuig tegen de toegangsdeur tot de kluisruimte van voornoemde

geldautomaat en/of die 'ram'constructie is/zijn gereden en/of aldus die

toegangsdeur heeft/hebben opengebroken en/of

- met een snij-/gasbrander de kluis van voornoemde geldautomaat heeft/hebben

geprobeerd te openen en/of

- met gas en/of zuurstof, althans een of meer brandbare stof(fen),

heeft/hebben geprobeerd een ontploffing te veroorzaken met het doel voornoemde

geldautomaat open te krijgen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

hij op of omstreeks 30 april 2013 te Hooge Mierde, gemeente Reusel- De

Mierden, ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om

opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen, tezamen en in vereniging met

(een) ander(en), althans alleen,

een slang vanuit een gas- en/of zuurstoffles in de opening van (een kluis van)

een geldautomaat van de [bank 2] ([adres 4]) heeft/hebben gebracht

en/of uit die slang gas heeft/hebben laten vrijkomen in (de kluis van) die

geldautomaat met het oogmerk dat gas door middel van open vuur te laten

ontsteken, althans een ontstekingsmechanisme in de genoemde opening te brengen,

terwijl (bij ontploffing) daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of

het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de belendende en/of nabij

die geldautomaat gelegen pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen

en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in de

omgeving van die geldautomaat bevindende perso(o)n(en), in elk geval

levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te

duchten was,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 157 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 30 april 2013 te Hooge Mierde, gemeente Reusel - De

Mierden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen

en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een

geldautomaat van de [bank 2] ([adres 4]) weg te nemen geld en/of

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de [bank 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij

de toegang tot voornoemde (kluis van) geldautomaat te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel

van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s),

althans alleen,

- een zogenaamde 'ram'constructie voor de toegangsdeur tot de kluisruimte van

voornoemde geldautomaat heeft/hebben klaargezet om de toegangsdeur open te

breken en/of

- een gat heeft/hebben gemaakt in de opening van de geldautomaat en/of

- een slang vanuit een gas- en/of zuurstoffles in de opening van de

geldautomaat heeft/hebben gebracht en/of gas en/of zuurstof in de

geldautomaat heeft/hebben laten vrijkomen om aldus, na ontsteking, een

ontploffing te veroorzaken en/of

- een (thee)doek in de opening van de geldautomaat heeft/hebben gelegd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

hij op of omstreeks 21 april 2013 te Klundert, ter uitvoering van het door

hem/hen voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

een slang vanuit een gas- en/of zuurstoffles in de opening van (een kluis van)

een geldautomaat van de [bank 1] ([adres 5]) heeft/hebben gebracht

en/of uit die slang gas heeft/hebben laten vrijkomen in (de kluis van) die

geldautomaat en/of een vuurwerklont heeft/hebben aangestoken en/of in

voornoemde opening heeft/hebben gebracht, met het oogmerk dat gas aldus te

laten ontsteken,

terwijl (bij ontploffing) daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of

het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de belendende en/of nabij

die geldautomaat gelegen pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen

en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in de

omgeving van die geldautomaat bevindende perso(o)n(en), in elk geval

levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te

duchten was,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 157 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 21 april 2013 te Klundert, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een)

ander(en), althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een

geldautomaat van de [bank 1] ([adres 5]) weg te nemen geld en/of

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de [bank 1], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich

daarbij de toegang tot voornoemde (kluis van) geldautomaat te verschaffen

en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door

middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn

mededader(s), althans alleen,

- een zogenaamde 'ram'constructie heeft/hebben geplaatst vlakbij en/of tegen

de toegangsdeur tot de kluisruimte van voornoemde geldautomaat en/of

- met een voertuig tegen de toegangsdeur tot de kluisruimte van voornoemde

geldautomaat en/of die 'ram'constructie is/zijn aangereden en/of aldus die

toegangsdeur heeft/hebben opengebroken en/of

- een gat heeft/hebben geboord in de opening van de geldautomaat en/of

(vervolgens) met een koevoet, althans een hard en/of zwaar voorwerp de opening

van de geldautomaat heeft/hebben opengebroken en/of

- een slang vanuit een gasfles in de opening van de geldautomaat heeft/hebben

gebracht, althans heeft/hebben geprobeerd te brengen en/of (vervolgens) gas

heeft/hebben laten vrijkomen om aldus, na ontsteking, een ontploffing te

veroorzaken en/of

- een ontstekingslont in de opening van de geldautomaat heeft/hebben gebracht

en/of meermalen, althans eenmaal deze ontstekingslont heeft/hebben ontstoken,

althans heeft/hebben geprobeerd te ontsteken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 april tot

en met 4 mei 2013 te Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit

[bedrijf 2] heeft weggenomen drie, althans een of meerdere

(personen)auto('s) en/of twee, althans een of meerdere gereedschapskar(ren)

en/of een of meerdere remblok(ken) en/of een (auto)radio, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats

des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen

goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en / of inklimming;

(Artikel 311 Wetboek van Strafrecht)

hij op of omstreeks 09 maart 2013 te Breda, ter uitvoering van het door

hem/hen voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

een slang vanuit een gas- en/of zuurstoffles in de opening van (een kluis van)

een geldautomaat van de [bank 2] ([adres 6]) heeft/hebben gebracht om het

daarbij vrijgekomen/vrij te komen gas door middel van open vuur te laten

ontsteken en/of benzine over voornoemde geldautomaat heeft/hebben gegoten om

door middel van open vuur te laten ontsteken,

terwijl (bij ontploffing) daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of

het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of de belendende en/of nabij

die geldautomaat gelegen pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen

en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in de

omgeving van die geldautomaat bevindende perso(o)n(en), in elk geval

levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te

duchten was,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 157 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 09 maart 2013 te Breda, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een)

ander(en), althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een

geldautomaat van de [bank 2] ([adres 6]) weg te nemen geld en/of

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de [bank 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij

de toegang tot voornoemde (kluis van) geldautomaat te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel

van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s),

althans alleen,

- een gat heeft/hebben geboord naast de uitgiftelade van voornoemde

geldautomaat en/of

- een slang vanuit een gasfles in de opening van voornoemde geldautomaat

heeft/hebben gebracht en/of

- benzine over de geldautomaat heeft/hebben gegoten en/of

- met gas en/of benzine, althans een of meer brandbare stof(fen), heeft/hebben

geprobeerd een ontploffing te veroorzaken met het doel voornoemde geldautomaat

open te krijgen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

Ter zitting zullen onderstaande strafbare feiten ter kennis van de rechter worden gebracht. De rechter kan dus bij het bepalen van de straf ook met die feiten rekening houden. Doet de rechter dit, dan kunnen die feiten als strafrechtelijk afgedaan worden beschouwd;

a. - poging diefstal door middel van braak en/of verbreking in vereniging in

of omstreeks de periode van 26 tot en met 27 april 2013 te Breda ([bedrijf 3], [adres 7])

(Zaaknummer PL202K 2013082327)

b. - meermalen, althans eenmaal diefstal door middel van braak en/of verbreking in vereniging van een paspoort, een of meerdere ID-kaart(en), een of meerdere geldbedrag(en), een of meerdere spelcomputer(s) en/of spel(len), een of meerder zorg- en/of bankpas(sen), een of meerdere computer(s), een of meerdere I-pod(s), een afstandsbediening, een of meerdere kluis/kluizen, toebehorende aan jeugdinstelling [naam 1] en/of een of meerdere bewoner(s) van jeugdinstelling [naam 1] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode

van 12 april tot en met 14 april 2013 te Teteringen

(Zaaknummer PL202K, 2013072835)

c. - verduistering in dienstbetrekking in vereniging van een geldbedrag (in totaal 3150 euro) toebehorende aan [bedrijf 4] op of omstreeks 19 februari 2013 te Etten-Leur

(Zaaknummer PL202K, 2013036822)

d. - valse aangifte van straatroof op 19 februari 2013 te Etten-Leur

(Zaaknummer PL202K, 2013036822)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Gedeeltelijke vrijspraak feiten 2, 3, 4 en 6

De rechtbank overweegt met betrekking tot het bij de feiten 2, 3, 4 en 6 ten laste gelegde te duchten levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in de omgeving van die geldautomaat bevindende perso(o)n(en) het volgende:

In art. 157 Sr is straf bedreigd tegen onder andere degene die opzettelijk een ontploffing teweegbrengt indien daarvan gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of overlijden voor een ander of anderen te duchten is. Om in rechte zodanig gevaar als vaststaand te kunnen aannemen is vereist dat uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt dat dit gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of levensgevaar inderdaad te duchten was. Dit betekent dat het levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel ten tijde van de tenlastegelegde pogingen tot het teweegbrengen van de ontploffingen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest.

In het voorliggende dossier zijn, behalve het gegeven dat er bij de geldautomaten belendende panden waren, geen gegevens voorhanden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat dit gevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar is geweest. Zo ontbreekt er met betrekking tot elke tenlastegelegde plofkraak een relaas van bijvoorbeeld de brandweer – bij uitstek deskundig op dit gebied – waarin de vraag of en zo ja op basis van welke factoren levensgevaar daadwerkelijk te duchten was indien het tot een ontploffing van de geldautomaten was gekomen. Het enkele feit dat de verdachte bij gelegenheid van zijn verhoren door de politie heeft verklaard een zodanig gevaar wel te hebben gezien, is onvoldoende voor een bewezenverklaring op dit onderdeel. Gelet hierop zal de rechtbank verdachte ter zake van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Bijzondere overweging over het bewijs.

Door en namens de verdachte is met betrekking tot de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten betoogd dat er geen sprake is geweest van een poging tot het uitvoeren van een ‘plofkraak’ in de gebruikelijke betekenis daarvan, te weten het teweegbrengen van een ontploffing in een geldautomaat. De rechtbank verstaat het aangevoerde aldus, dat in de visie van de verdediging de handelingen van de verdachte er niet op gericht waren om in de betreffende geldautomaten een ontploffing teweeg te brengen, zodat deze feiten niet als een (poging tot een) ‘plofkraak’ kunnen worden gekwalificeerd.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat uit het verhandelde ter terechtzitting, alsmede uit het strafdossier, in het bijzonder de verklaringen van de verdachte en diens medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], naar voren komt dat zij de plofkraken zoals tenlastegelegd onder 2, 3 en 4 grondig hebben voorbereid. De verdachten hebben op internet informatie gezocht over de uitvoering van een plofkraak en zijn er zo achter gekomen dat een geldautomaat kan worden gekraakt door een gasmengsel van zuurstof en acetyleen in de geldautomaat te doen en dit mengsel vervolgens te ontsteken. De verdachten hebben zich vervolgens door middel van diefstal bij een tweetal bedrijven in het bezit gesteld van flessen met zuurstof en acetyleengas en ze hebben voorwerpen geregeld om het gasmengsel tot ontsteking te kunnen brengen, te weten eerst een vuurwerklont en daarna een op afstand bedienbare elektrische ontsteker. Ook hebben de verdachten hout geregeld voor het maken van een ‘ram-constructie’, teneinde de deur die toegang geeft tot de kluisruimte van de geldautomaat met een auto te kunnen forceren. Voor de uitvoering van de plofkraken in Veldhoven (feit 2) en Hooge Mierde (feit 3) werd bij een autobedrijf een drietal auto’s gestolen, omdat de verdachten de plofkraken niet met eigen auto’s wilden uitvoeren. Ten slotte werden de locaties op internet bekeken, werden geldautomaten een aantal dagen voorafgaand aan de plofkraak ter plaatse bekeken en werd een taakverdeling tussen de verdachten afgesproken. Medeverdachte [medeverdachte 1] zou telkens de auto besturen en de toegangsdeuren tot de kluisruimtes met behulp van de ram-constructies forceren en de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] zouden zich bezig houden met de geldautomaat.

Na de hierboven beschreven voorbereiding en met een plan van aanpak op zak zijn de verdachten vervolgens tot uitvoering van de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde plofkraken overgegaan, te beginnen bij de geldautomaat van [bank 1] te Klundert op 21 april 2013.

De verdachte heeft met betrekking tot deze plofkraak bij de politie op 23 mei 2013 (p. 672 van het dossier) verklaard dat het gelduitgifteklepje van de geldautomaat door medeverdachte [medeverdachte 2] met een koevoet was opengebroken en dat hij, de verdachte, vervolgens de slang in het klepje heeft gedaan, de kranen van zowel de zuurstoffles als de acetyleengasfles heeft opengedraaid en daarna door het aansteken van een vuurwerklont heeft geprobeerd om de geldautomaat via een ontploffing op te blazen.

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat zij bij deze plofkraak geen zuurstof bij zich hadden, maar alleen acetyleengas. De verdachte stelt dat hij dit ook bij de politie zo heeft verklaard en hij kan niet verklaren waarom niettemin het vorenstaande als zijn verklaring in het proces-verbaal van de politie is opgenomen.

De rechtbank constateert in de eerste plaats dat de verdachte eerst ter terechtzitting met de verklaring is gekomen dat zij bij de plofkraak in Klundert alleen de beschikking hadden over acetyleengas en dat hij voordien, te weten bij gelegenheid van meerdere verhoren door de politie na het verhoor op 23 mei 2013 noch ten overstaan van de rechter-commissaris, op zijn hiervoor weergegeven verklaring is teruggekomen. Dat de verklaring van de verdachte door de politie onjuist in het proces-verbaal is opgenomen, acht de rechtbank onaannemelijk. Bovendien heeft de verdachte blijkens datzelfde proces-verbaal zijn verklaring doorgelezen, daarin volhard en vervolgens ondertekend. In de tweede plaats strookt zijn verklaring over deze plofkraak geheel met zijn eerder op 23 mei 2013 afgelegde verklaring bij de politie (p. 204 van het dossier) voor zover deze inhoudt dat de verdachten aan de zuurstof- en acetyleenfles waren gekomen door deze te stelen en dat zij deze spullen zowel bij de plofkraak in Klundert als daarna bij de andere plofkraken hebben gebruikt. Ten slotte rijmt zijn hierboven weergegeven verklaring geheel met het plan van aanpak dat de verdachten bij de plofkraken hadden afgesproken.

Onder deze omstandigheden kan de rechtbank geen geloof hechten aan de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de verdachte op dit punt. De rechtbank stelt deze verklaring in zoverre dan ook reeds nu terzijde en houdt de verdachte aan zijn bij de politie afgelegde verklaring.

Na de mislukte plofkraak in Klundert hebben de verdachten hun pijlen gericht op de geldautomaat van de [bank 2] te Hooge Mierde en hebben zij op 30 april 2013 geprobeerd om deze geldautomaat te kraken.

De verdachte is omtrent deze plofkraak meermalen door de politie gehoord. Zijn verklaringen komen er in de kern op neer dat geen sprake is geweest van een ‘plofkraak’, omdat een ontploffing onmogelijk was nu hij alleen de slang van de zuurstoffles in de geldautomaat had gebracht en dus alleen maar zuurstof in de automaat heeft gespoten. Hij had er bewust geen acetyleengas bij gedaan. De elektrische ontsteker die verdachte bij zich had, stond uitgeschakeld. Ter terechtzitting heeft de verdachte in diezelfde zin verklaard, met als toevoeging dat het de bedoeling was om de kluis met de snijbrander open te maken.

De rechtbank constateert dat de verdachte over deze plofkraak bij de politie niet heeft gerept van de bedoelding om de kluis met de snijbrander open te maken. Weliswaar heeft hij dat wel verklaard met betrekking tot de plofkraak te Veldhoven diezelfde nacht, maar niet met betrekking tot de onderhavige plofkraak. Ook hier geldt dat de verdachte zijn verklaring heeft doorgelezen, daarin heeft volhard en vervolgens heeft ondertekend. De rechtbank heeft daarom geen redenen om aan te nemen dat, naar verdachte ter terechtzitting als mogelijkheid heeft geopperd, diens verklaringen met betrekking tot de plofkraak te Hooge Mierde en Veldhoven door elkaar zijn gehaald of dat de politie diens verklaring anderszins op onjuiste wijze in het proces-verbaal heeft vastgelegd.

Die redenen ziet de rechtbank evenmin als daarbij de op 14 mei 2013 tegenover de politie afgelegde verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] (p. 610 van het dossier) wordt betrokken. Deze verklaring houdt immers in dat de verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 2] met de koevoet een gat had gemaakt bij het geldklepje van de geldautomaat, dat de verdachte vervolgens de slang waarin het acetyleengas en de zuurstof al vermengd waren in de automaat heeft gedaan en dat de verdachte op het knopje van de elektrische ontsteker wilde drukken. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan de betrouwbaarheid van deze verklaring te twijfelen, te meer niet als daarbij in aanmerking wordt genomen dat [medeverdachte 1] bij een volgende gelegenheid, te weten op 23 mei 2014 (p. 617 van het dossier), tegenover de politie ook na verificatie harerzijds, erbij blijft dat de verdachte de slang in de automaat deed waarin het zuurstofgas en het acetyleengas vermengd waren en voorts dat ook de draad van de elektrische ontsteker in de automaat zat en dat de verdachte op de knop van de ontsteker duwde. Het feit dat [medeverdachte 1] naar eigen zeggen deze informatie van de verdachte heeft gekregen en niet alles zelf ook daadwerkelijk heeft waargenomen, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.

Ten slotte heeft de rechtbank nog gelet op het feit dat verdachtes lezing van de feiten op geen enkele wijze valt te rijmen met het door de verdachten vastgestelde plan van aanpak bij de uitvoering van de geplande plofkraken. De rechtbank vermag ook niet goed in te zien dat iemand bij de uitvoering van een plofkraak, waarvan de uitvoering toch snel moet gebeuren om betrapping te voorkomen, kostbare tijd zou verdoen door alleen maar zuurstofgas in een geldautomaat te doen, wetende dat het vervolgens nimmer tot een ontploffing van die geldautomaat zou kunnen komen om vervolgens, nadat al de nodig tijd is verstreken, verdere tijd te moeten besteden aan het openmaken van een kluis met een snijbrander. Aangezien de lezing van de medeverdachte [medeverdachte 1] veel beter valt te rijmen met het scenario dat de uitvoering van deze plofkraak is gegaan overeenkomstig het vastgestelde plan van aanpak, houdt de rechtbank dit scenario voor de waarheid en stelt zij de verklaringen van de verdachte op dit punt terzijde.

Hetzelfde geldt voor verdachtes bij de politie en ter terechtzitting afgelegde verklaringen over de plofkraak te Veldhoven op 30 april 2012, welke plofkraak direct is gevolgd op de plofkraak te Hooge Mierde, inhoudende dat hij weliswaar een slang en gas in de geldautomaat heeft gebracht, maar dat dit alleen maar zuurstofgas was. Bovendien geldt met betrekking tot deze plofkraak, dat medeverdachte [medeverdachte 1] bij de politie heeft verklaard (p. 466 van het dossier) dat het de bedoeling was om de klep open te breken, er een slang in te stoppen en te ontsteken en dat het ging om een slang die met een koppeling aan zowel de zuurstof- als de acetyleengasfles gekoppeld was, zodat ze daarna de automaat konden laten ontploffen en dat een en ander uiteindelijk niet is gelukt omdat de ontsteker niet meer in de geldlade naast de slang paste. Ook hier heeft de rechtbank geen redenen om aan de betrouwbaarheid van deze verklaring te twijfelen.

Op grond van het vorenstaande en op grond van hetgeen de rechtbank aan de hand van de gebezigde bewijsmiddelen heeft vastgesteld, acht zij wettig en overtuigend bewezen dat de verdachten bij de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde plofkraken telkens – kort en zakelijk weergegeven – een slang vanuit een zuurstof- en acetyleengasfles in de geldautomaat hebben gebracht teneinde dit gasmengsel met een ontstekingsmechanisme tot ontploffing te brengen en dat daartoe bij de geldautomaten in Klundert en Hooge Mierde ook daadwerkelijk een ontstekingsmechanisme in de geldautomaat is gebracht en dat bij de geldautomaat in Veldhoven geprobeerd is om het ontstekingsmechanisme in de geldautomaat te brengen.

Deze gedragingen kunnen niet anders worden beschouwd dan als gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op de voltooiing van het teweeg brengen van een ontploffing en zijn daarmee aan te merken als uitvoeringshandelingen van dat misdrijf. Zij zijn daartoe ook zonder meer geschikt geweest. Dat uiteindelijk een ontploffing niet als resultaat van deze handelingen is ingetreden, is louter te wijten aan de niet van de wil van de daders afhankelijke omstandigheden dat het vuurwerklont dienst weigerde (Klundert), dat het gasdetectiealarm van de geldautomaat afging (Hooge Mierde) en dat het onstekingsmechanisme niet meer in de opening van de geldlade paste (Veldhoven).

Aldus is sprake van een strafbare poging en wordt het verweer van de verdediging verworpen.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 07 mei 2013 te Weert ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het bedrijf "[bedrijf 1]", perceel [adres 2] weg te nemen goed, toebehorende aan "[bedrijf 1]", en zich daarbij de toegang tot voornoemd bedrijf te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader de deur, welke toegang verschaft tot voornoemd bedrijf, heeft verbroken en het alarmsysteem heeft vernield,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

op of omstreeks 30 april 2013 te Veldhoven, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen, tezamen en in vereniging met anderen,

een slang vanuit een gas- en zuurstoffles in de opening van een geldautomaat van de [bank 1] ([adres 3]) heeft gebracht om het daarbij vrijgekomen/vrij te komen gas door middel van open vuur te laten ontsteken, althans een ontstekingsmechanisme in genoemde opening te brengen,

terwijl bij ontploffing daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en de belendende panden te duchten was,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

op 30 april 2013 te Veldhoven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de [bank 1] ([adres 3]) weg te nemen geld toebehorende aan de [bank 1], en zich daarbij de toegang tot voornoemde geldautomaat te verschaffen door middel van braak, met zijn mededaders

- een zogenaamde 'ram'constructie heeft geplaatst vlakbij de toegangsdeur tot de kluisruimte

van voornoemde geldautomaat en

- met een voertuig tegen de toegangsdeur tot de kluisruimte van voornoemde geldautomaat

en die 'ram'constructie is gereden en die toegangsdeur heeft opengebroken en

- met een snij-/gasbrander de kluis van voornoemde geldautomaat heeft geprobeerd te openen

en

- met gas en zuurstof heeft geprobeerd een ontploffing te veroorzaken met het doel voornoemde

geldautomaat open te krijgen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

op 30 april 2013 te Hooge Mierde, gemeente Reusel- De Mierden, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen, tezamen en in vereniging met anderen,

een slang vanuit een gas- en zuurstoffles in de opening van een geldautomaat van de [bank 2] ([adres 4]) heeft gebracht en uit die slang gas heeft laten vrijkomen in die

geldautomaat met het oogmerk dat gas door middel van open vuur te laten ontsteken, althans een ontstekingsmechanisme in de genoemde opening te brengen,

terwijl bij ontploffing daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en de belendende panden te duchten was,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

op 30 april 2013 te Hooge Mierde, gemeente Reusel - De Mierden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de [bank 2] ([adres 4]) weg te nemen geld toebehorende aan de [bank 2], en zich daarbij

de toegang tot voornoemde geldautomaat te verschaffen door middel van braak, met zijn mededaders

- een zogenaamde 'ram'constructie voor de toegangsdeur tot de kluisruimte van voornoemde

geldautomaat heeft klaargezet om de toegangsdeur open te breken en

- een gat heeft gemaakt in de opening van de geldautomaat en

- een slang vanuit een gas- en/of zuurstoffles in de opening van de geldautomaat heeft

gebracht en gas en zuurstof in de geldautomaat heeft laten vrijkomen om, na ontsteking,

een ontploffing te veroorzaken en

- een theedoek in de opening van de geldautomaat heeft gelegd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

op 21 april 2013 te Klundert, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen, tezamen en in vereniging met anderen

een slang vanuit een gas- en zuurstoffles in de opening van een geldautomaat van de [bank 1] ([adres 5]) heeft gebracht en uit die slang gas heeft laten vrijkomen in die geldautomaat en een vuurwerklont heeft aangestoken en in voornoemde opening heeft gebracht, met het oogmerk dat gas aldus te laten ontsteken,

terwijl bij ontploffing daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en de belendende panden te duchten was,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

op 21 april 2013 te Klundert, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de [bank 1] ([adres 5]) weg te nemen geld toebehorende aan de [bank 1], en zich daarbij de toegang tot voornoemde geldautomaat te verschaffen door middel van braak, met zijn mededaders,

- een zogenaamde 'ram'constructie heeft geplaatst vlakbij de toegangsdeur tot de kluisruimte

van voornoemde geldautomaat en

- met een voertuig tegen de toegangsdeur tot de kluisruimte van voornoemde geldautomaat

en die 'ram'constructie is aangereden en die toegangsdeur heeft opengebroken en

- met een koevoet de opening van de geldautomaat heeft opengebroken en

- een slang vanuit een gasfles in de opening van de geldautomaat heeft gebracht en

vervolgens gas heeft laten vrijkomen om, na ontsteking, een ontploffing te veroorzaken en

- een ontstekingslont in de opening van de geldautomaat heeft gebracht en deze ontstekings-

lont heeft ontstoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

op tijdstippen in de periode van 27 april tot en met 4 mei 2013 te Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit [bedrijf 2] heeft weggenomen drie personenauto ’s en twee gereedschapskarren en remblokken en een autoradio, toebehorende aan [benadeelde partij], waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats

des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

op 09 maart 2013 te Breda, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen, tezamen en in vereniging met een ander,

een slang vanuit een gasfles in de opening van een geldautomaat van de [bank 2] ([adres 6]) heeft gebracht om het daarbij vrijgekomen gas door middel van open vuur te laten ontsteken en benzine over voornoemde geldautomaat heeft gegoten om door middel van open vuur te laten ontsteken,

terwijl bij ontploffing daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en de belendende panden te duchten was,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

op 09 maart 2013 te Breda, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat van de [bank 2] ([adres 6]) weg te nemen geld, toebehorende aan de [bank 2], en zich daarbij de toegang tot voornoemde geldautomaat te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader,

- een gat heeft geboord naast de uitgiftelade van voornoemde geldautomaat en

- een slang vanuit een gasfles in de opening van voornoemde geldautomaat heeft gebracht en

- benzine over de geldautomaat heeft gegoten en

- met gas en benzine heeft geprobeerd een ontploffing te veroorzaken met het doel voornoemde

geldautomaat open te krijgen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De strafbaarheid.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten en van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Motivering van de beslissing.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte voor alle tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tot het einde van de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan.

Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Bij de onder 2, 3, 4 en 6 ten laste gelegde en bewezen verklaarde strafbare feiten heeft verdachte samen met zijn medeverdachten getracht zich het geldbedrag toe te eigenen dat zich bevond in de kluis van een geldautomaat. De bedoeling was om een ontploffing in de kluis teweeg te brengen en vervolgens met een auto de deur naar de kluisruimte open te rammen. Hoewel het telkens niet is gelukt om daadwerkelijk een ontploffing in de kluis teweeg te brengen, rekent de rechtbank het verdachte zwaar aan dat hij heeft geprobeerd om met behulp van gasflessen met acetyleen en/of zuurstof een explosie te veroorzaken, terwijl daarbij gevaar voor goederen in de directe nabijheid van de kluis te duchten was. Dergelijke feiten leiden tot sterke gevoelens van angst en onrust in de samenleving. Bovendien is er sprake van aanzienlijke financiële schade voor derden. De rechtbank rekent ook dit verdachte zwaar aan, met name vanwege de brutaliteit waarmee is gehandeld en het gewelddadige karakter van een plofkraak.

Uit het kennelijke gemak waarmee verdachte en zijn mededaders tot deze pogingen zijn overgegaan, blijkt dat zij uitsluitend oog hebben gehad voor hun eigen financieel gewin en zich in het geheel niet hebben bekommerd om de eigendommen van een ander.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank ook mee dat verdachte bij het plegen van de strafbare feiten een leidinggevende rol vervulde.

Verder zal de rechtbank rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die uit het reclasseringsrapport van 26 juli 2013 naar voren zijn gekomen. Gelet op de ernst van de feiten en verantwoording naar de maatschappij zal de rechtbank de reclassering niet volgen voor wat betreft de geadviseerde strafmodaliteit van een werkstraf. Ook zal het geadviseerde contactverbod en deelname aan gedragsinterventie tijdens de proeftijd niet worden opgelegd, omdat de tenuitvoerlegging daarvan, gelet op de hierna te nemen beslissing over de strafmodaliteit en de duur daarvan, te ver in de toekomst komt te liggen.

Tot slot zal de rechtbank bij de strafoplegging ook in aanmerking nemen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de vier ad informandum gevoegde zaken zoals vermeld op de dagvaarding.

De rechtbank heeft bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatie- punten dienen als richtlijn voor de straftoemeting.

Om verdachte het verkeerde van zijn handelen te laten inzien en hem en anderen duidelijk te maken dat de samenleving dit gedrag niet tolereert, is de rechtbank van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een langdurige gevangenisstraf.

Deze gevangenisstraf is lager dan die welke door de officier van justitie is gevorderd, nu bij de ten laste gelegde pogingen tot plofkraken niet is bewezen verklaard dat door de handelwijze van de verdachte en diens mededaders levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was.

De rechtbank zal de op te leggen gevangenisstraf deels voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Om dat te verzekeren zal de rechtbank een proeftijd opleggen van 2 jaar. Aan deze voorwaardelijke straf zal overeenkomstig het advies van de reclassering een verplicht reclasseringscontact worden gekoppeld, omdat de rechtbank het noodzakelijk acht dat verdachte zich na het ondergaan van zijn onvoorwaardelijke gevangenisstraf nog geruime tijd houdt aan de aanwijzingen van de reclassering.

De vordering van de benadeelde partij [bank 2] Kempen West.

Door de benadeelde partij [bank 2] Kempen West is een voegingsformulier ingediend met een vordering voor materiële schade van € 23.346,34,- ten gevolge van het aan verdachte onder 3 tenlastegelegde en bewezenverklaarde strafbare feit.

Het standpunt van de officier van justitie.

De vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 18.904,-, met daarbij de schade- vergoedingsmaatregel ingevolge artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De schadepost BTW is niet toewijsbaar omdat de [bank 2] als ondernemer de aan haar gefactureerde BTW van € 3.969,84 kan verrekenen en daardoor valt de BTW niet onder de geleden schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering niet toewijsbaar is zonder een nadere onderbouwing, terwijl uitstel of aanhouding om een en ander nader te onderzoeken een onevenredige belasting van het strafgeding zou zijn. Een belangrijk doel van de strafrechtpleging is immers dat zaken efficiënt en tijdig worden afgedaan. De benadeelde partij kan daarom nu niet in de vordering worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij].

Door de benadeelde partij [benadeelde partij] is een voegingsformulier ingediend met een vordering voor materiële schade van € 9.450,- ten gevolge van het aan verdachte onder 5 tenlastegelegde en bewezenverklaarde strafbare feit.

Het standpunt van de officier van justitie.

De vordering volledig en hoofdelijk toewijzen, met daarbij de schadevergoedingsmaatregel ingevolge artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De rechtbank van oordeel dat de vordering niet toewijsbaar is zonder een nadere onderbouwing, terwijl uitstel of aanhouding om een en ander nader te onderzoeken een onevenredige belasting van het strafgeding zou zijn. Een belangrijk doel van de strafrechtpleging is immers dat zaken efficiënt en tijdig worden afgedaan. De benadeelde partij kan daarom nu niet in de vordering worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De toegepaste wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 27, 45, 47, 55, 57, 157, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank.

Verklaart het onder 1,2, 3, 4, 5, en 6 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

ten aanzien van feit 1:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

ten aanzien van feit 2:

eendaadse samenloop van

medeplegen van poging van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

ten aanzien van feit 3:

eendaadse samenloop van

medeplegen van poging van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

ten aanzien van feit 4:

eendaadse samenloop van

medeplegen van poging van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

ten aanzien van feit 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 6:

eendaadse samenloop van

medeplegen van poging van het opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

Gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van

een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op

de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de

medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden

gegeven door de reclassering.

- zich direct na zijn detentie meldt bij Reclassering Nederland, Langendijk 34 te Breda

(telefoonnummer 076-5718666) en zich blijft melden zo frequent en zolang de reclassering

dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland, Regio's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beslissing over de vordering van de benadeelde partij [bank 2] Kempen West (feit 3).

Verklaart de benadeelde partij [bank 2] Kempen West niet ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Beslissing over de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] (feit 5).

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. H.A. van Gameren, leden,

in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier,

en is uitgesproken op 2 december 2013.