Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6654

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-12-2013
Datum publicatie
02-12-2013
Zaaknummer
01/849243-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 60 maanden met aftrek voorarrest voor onder meer mensenhandel, het voorhanden hebben van zware wapens waaronder springstof, het telen, verkopen en buiten het grondgebied van Nederland brengen van hennep en het voorhanden hebben van amfetamine. Opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Toewijzing vordering benadeelde partij terzake immateriële schade en materiële schade betreffende gedwongen afgedragen inkomsten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/849243-12

Datum uitspraak: 02 december 2013

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op[1989],

wonende te [woonplaats], [adres 1].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 september 2012, 11 december 2012, 25 februari 2013, 23 mei 2013, 4, 5, 8 en 18 november 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van (onleesbaar) augustus 2012.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 4 november 2013 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

Hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 20 juni 2012 te Oss

en/of Teeffelen en/of Lith en/of/althans (elders) in Nederland en/of in

Duitsland en/of in België en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen , althans alleen

(lid 1, onder 1) [slachtoffer 1] door dwang en/of geweld en/of een (andere)

feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere

feitelijkhe(i)d en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit

feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een

kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of

opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die ander; en/of

(lid 1, onder 3) [slachtoffer 1] heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een

ander land, te weten Nederland en/of Duitsland en/of België ertoe te brengen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of

voor een derde tegen betaling; en/of

(lid 1, onder 4) [slachtoffer 1] door dwang en/of geweld en/of een (andere)

feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere

feitelijkhe(i)d en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit

feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een

kwetsbare positie heeft gedwongen/bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele

handelingen met of voor een derde tegen betaling; en/of

(lid 1, onder 6) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van

[slachtoffer 1]; en/of

(lid 1, onder 9) [slachtoffer 1] door dwang en/of geweld en/of een (andere)

feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere

feitelijkhe(i)d en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit

feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een

kwetsbare positie heeft gedwongen/bewogen hem en/of zijn mededader(s) te

bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor

een derde,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (immers) (in of omstreeks

voornoemde periode)

- een liefdesrelatie met die [slachtoffer 1] aangegaan/onderhouden; en/of

- (voor) voornoemde [slachtoffer 1] onderdak verschaft/geregeld; en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] verzocht/bewogen in de prostitutie te gaan; en/of

- (een) (seks)advertentie(s) betreffende die [slachtoffer 1] opgemaakt en/of op internet

geplaatst; en/of

- fotografische opnamen van die [slachtoffer 1] gemaakt ten behoeve van de werving van

(prostitutie)klanten voor die [slachtoffer 1]; en/of

- die [slachtoffer 1] gehuisvest op (onder meer) een afgelegen plek (te weten (een)

camping [camping] te Lith), in een caravan/(klein) chalet tezamen met een

of meer (andere) vrouw(en) die in de prostitutie werkzaam waren/was of

zou(den) zijn en tezamen met/in (duurzame) aanwezigheid van verdachte en/of

een van zijn mededader(s); en/of

- de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer 1]

georganiseerd/gecoördineerd/gecontroleerd; en/of

- afspraken met (prostitutie) klanten gemaakt over de prijs voor de

werkzaamheden van die [slachtoffer 1]; en/of

- (meermaals) die [slachtoffer 1] naar een prostitutieplek vervoerd en/of van een

prostitutieplek naar de verblijfplaats van die [slachtoffer 1] vervoerd; en/of

- die [slachtoffer 1] meegenomen naar een (seks)club in Duitsland met de bedoeling haar

aldaar prostitutiewerkzaamheden te laten verrichten; en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen/bewogen een (groot/aanmerkelijk) deel van haar

verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) af

te staan/dragen;

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

Hij in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 20 juni 2012 te Oss

en/of Teeffelen en/of Lith en/of/althans (elders) in Nederland en/of in

Duitsland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen

(lid 1, onder 2) [slachtoffer 2] (geboren op [1995]) heeft geworven en/of

vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk

van uitbuiting van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt; en/of

(lid 1, onder 5) [slachtoffer 2] (geboren op [1995]) ertoe heeft gebracht

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of

voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 2] enige

handeling heeft ondernomen waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar

zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 2] de

leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt; en/of

(lid 1, onder 8) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit seksuele

handelingen van [slachtoffer 2] (geboren op [1995]) met of voor een derde

tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt;

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (immers) (in of omstreeks

voornoemde periode)

- voornoemde [slachtoffer 2] vanuit Roemenië naar Nederland over gebracht/over doen

brengen; en/of

- die [slachtoffer 2] gezegd/voorgehouden dat zij in Nederland geld zou kunnen/gaan

verdienen (zonder te vermelden dat zij zich (daarbij dan) zou moeten (gaan)

prostitueren); en/of

- (voor) voornoemde [slachtoffer 2] onderdak verschaft/geregeld; en/of

- een liefdesrelatie met die [slachtoffer 2] aangegaan/onderhouden; en/of -die [slachtoffer 2]

onder druk gezet en/of dreigende/agressieve taal jegens die [slachtoffer 2] geuit en/of

gedreigd die [slachtoffer 2] te slaan; en/of -voornoemde [slachtoffer 2] verzocht/bewogen in de

prostitutie te gaan; en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] instructies gegeven betreffende de wijze waarop zij de

(prostitutie)werkzaamheden moest uitvoeren; en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] opgedragen/bewogen om zonder betaling (meermaals) seksuele

handelingen te verrichten en/of te ondergaan met verdachte en/of zijn

mededader(s) en/of een of meer derde(n) waaronder het (meermaals) seksueel

binnen dringen bij die [slachtoffer 2] door verdachte en/of zijn mededader(s) en/of een

of meer derde(n) (met [onder meer] het kennelijke doel die [slachtoffer 2] seksuele

ervaring te laten opdoen; en/of

- (een) (seks)advertentie(s) betreffende die [slachtoffer 2] opgemaakt en/of op internet

geplaatst; en/of

- (kinder)(porno)(foto)grafische afbeeldingen van die [slachtoffer 2] gemaakt ten

behoeve van de werving van (prostitutie)klanten voor die [slachtoffer 2]; en/of

- die [slachtoffer 2] een vals/onjuist identiteitsbewijs verschaft (waarop is vermeld

dat zij meerderjarig is); en/of

- die [slachtoffer 2] gehuisvest op een afgelegen plek (te weten (een) camping [camping]

[camping] te Lith), in een caravan/(klein) chalet tezamen met een of meer (andere)

vrouw(en) die in de prostitutie werkzaam waren/was of zou(den) zijn en onder

toezicht van/tezamen met/in (duurzame) aanwezigheid van verdachte en/of een

van zijn mededader(s) (die een liefdesrelatie met (een) (van) die andere

vrouwen onderhield); en/of

- het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 2] ingenomen, althans (enige tijd) onder

zich gehouden; en/of

- de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer 2]

georganiseerd/gecoördineerd/gecontroleerd; en/of

- (meermaals) afspraken met klanten gemaakt over de prijs van en locatie voor

de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer 2]; en/of

- (werk)kleding en/of accessoires en/of make-up aan die [slachtoffer 2] verstrekt en/of

de nagels van die [slachtoffer 2] verzorgd/gedaan; en/of

- een telefoon aan die [slachtoffer 2] verstrekt ten behoeve van (de organisatie rond)

haar prostitutiewerkzaamheden; en/of

- het/de telefoon(verkeer) van die [slachtoffer 2] gecontroleerd; en/of -condooms aan

die [slachtoffer 2] heeft verstrekt; en/of

- die [slachtoffer 2] (plastic) kapjes te verstrekken opdat/zodat zij haar

(prostitutie)werkzaamheden tijdens haar menstruatie(periode) zou/kon blijven

uitoefenen; en/of

- die [slachtoffer 2] gedwongen/bewogen seks met haar klanten te hebben zonder condoom;

en/of

- (meermaals) die [slachtoffer 2] naar een prostitutieplek vervoerd en/of van een

prostitutieplek naar de verblijfplaats van die [slachtoffer 2] vervoerd; en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] in een slechte/moeilijke financiële positie gebracht en/of

gehouden; en/of - (meermaals) die [slachtoffer 2] gedreigd haar naar Roemenië terug te

sturen en/of te slaan omdat die [slachtoffer 2] een klant had geweigerd/wilde weigeren;

en/of

- die [slachtoffer 2] gedwongen/bewogen een (groot/aanmerkelijk) deel van haar

verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) af

te staan/dragen;

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

hij in of omstreeks de periode van 24 april 2012 tot en met 20 juni 2012 te

Oss en/of Teeffelen en/of Wijchen, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of

verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, althans (meermalen)

opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid hennep, in elk geval een

hoeveelheid van een stof bevattende hennep, zijnde hennep als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet

en/of

op of omstreeks 18 juni 2012 te Oss en/of Wijchen, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld

in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 4 kilo hennep, in elk geval een hoeveelheid van een stof bevattende

hennep, zijnde hennep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk voornoemde

hoeveelheid hennep gekocht van een of meerdere perso(o)n(en) en/of

(vervolgens) in een (personen)auto vervoerd in de richting van / naar

Duitsland;

(Artikel 3 Opiumwet)

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2012 tot en met 4 juli 2012 te

Teeffelen, gemeente Oss,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

- een of meer wapen(s) van categorie II, onder 2, te weten 2, althans een of

meerdere pistoolmitrailleur(s) (merk CZ, type Scorpion en/of merk Sterling)

en/of een machinepistool (merk Zastava, model AK47) en/of

- een of meer wapen(s) van categorie II, onder 6, te weten een busje CS-gas,

zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige

en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) en/of

- een of meer wapen(s), althans onderdelen en/of hulpstukken die specifiek

bestemd zijn en van wezendlijke aard is (in de zin van artikel 3 lid 1 Wet

wapens en munitie) voor een wapen, als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie

II, onder 7,

te weten 4, althans een of meerdere (elektrische) slagpijpje(s) en/of

800 gram, althans een hoeveelheid, springstof (TNT), zijnde een of meer

voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door

middel van ontploffing en/of

- een of meer wapen(s) van categorie III, onder 1, te weten een gaspistool

(merk Walther, type P99) en/of

- munitie van categorie III, te weten 534, althans een of meerdere

kogelpatro(o)n(en) en/of 2 hulzen,

voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(Artikel 2 jo. 3 jo. 26 Wet Wapens en Munitie)

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2012 tot en met 27 juni 2012 te

Teeffelen, gemeente Oss,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

een of meer wapen(s) van categorie I, onder 3, te weten een geluiddemper voor

een vuurwapen

voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(Artikel 13 Wet Wapens en Munitie)

hij op of omstreeks 20 juni 2012 te Teeffelen, gemeente Oss,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 366 gram, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of 2 pillen, in elk

geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde amfetamine

en/of MDMA (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(Artikel 2 Opiumwet)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Bronnen.

- een dossier van de regiopolitie Brabant-Noord, districtelijke opsporing Maasland, met dossiernummer PL21YO-2011130697, afgesloten d.d. 29 oktober 2012, aantal doorgenummerde bladzijden: pag. 1 tot en met 3361, met daarbij de tapprocessen-verbaal betreffende [verdachte] (mappen 1, 2 en 3), [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], (mappen 1 en 2) en [medeverdachte 3] (dossier 1);

- proces-verbaal verhoor betreffende de verklaring van [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris d.d. 30 mei 2013;

- proces-verbaal verhoor betreffende [medeverdachte 4] bij de rechter-commissaris d.d. 5 maart 2013;

- een aanvullend proces-verbaal van regiopolitie Brabant-Noord met nummer 104380,

behorende bij proces-verbaal 2012063101 en 2012067336 (betreffende pistool Walther en houder 2 patronen).

- een aanvullend proces-verbaal van regiopolitie Brabant-Noord met nummer 104380,

behorende bij proces-verbaal 2012063101 en 2012067336 (betreffende munitie, patroonhouder en munitie;

- een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 15 november 2012 (explosievenonderzoek naar aanleiding van vermoedelijk semtex op 4 juli 2012), met kenmerk 2012.09.17.026 opgemaakt door ing. E.M. Kok;

- een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 30 januari 2013 (explosievenonderzoek naar aanleiding van aantreffen van mogelijk explosieve materialen (slagpijpjes)), met kenmerk 2012.08.09.008 opgemaakt door dr. J. Dalmolen;

- een proces-verbaal van politieregio Brabant-Noord met proces-verbaal nummer PL21R3 2012067336-4 d.d. 14 augustus 2012 (forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met bezit vuurwapens 27 juni 2012), aantal pag. 1 tot en met 4;

- een rapport van The Maastricht Forensic Institute d.d. 10 oktober 2013 met referentienummer TFMI 2012.10.31.001, pag. 1 tot en met 12 bijlage;

- aanvullende kennisgevingen van inbeslagneming;

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van de feiten 1 en 2.

De officier van justitie acht de feiten onder 1 en 2 ten laste gelegd wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de werving en de overbrenging van [slachtoffer 1] met het oogmerk van uitbuiting heeft verdachte geen rol gehad en daarvan dient hij te worden vrijgesproken Wel had hij met de medeverdachten dat oogmerk bij het vervoeren en de huisvesting van [slachtoffer 1] (lid 1 onder 1).

Verdachte is met de medeverdachten betrokken bij de medeneming van [slachtoffer 1] van Nederland naar Duitsland (lid 1 onder 4).

Ook kan worden bewezen dat verdachte met de medeverdachten [slachtoffer 1] heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele arbeid en diensten (lid 1 onder 4), opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1] (lid 1 onder 6) en haar heeft bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met een derde (lid 1 onder 9).

Ten aanzien van feit 2 hebben verdachte en de medeverdachten de minderjarige [slachtoffer 2] gehuisvest en vervoerd met het oogmerk van uitbuiting (lid 1 onder 2). Voorts heeft verdachte met de medeverdachten de minderjarige [slachtoffer 2] ertoe gebracht zich beschikbaar te stellen voor seksuele handelingen (lid 1 onder 5). Verdachte en de medeverdachten hebben verder opzettelijk voordeel getrokken uit de seksuele handelingen van [slachtoffer 2] (lid 1 onder 8).

Het standpunt van de verdediging ten aanzien van de feiten 1 en 2.

Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de raadsman vrijspraak van feit 1 bepleit.

Twee van de drie Roemeense vrouwen verklaren dat geen enkele vorm van dwang of drang is gebruikt. Er is geen sprake van een oogmerk van uitbuiting. Er is geen verschil tussen de positie van [slachtoffer 1] en een mondige prostituee hier te lande. Om die reden behoeven lid 1 onder 4, 6 en 9 geen bespreking. Ten aanzien van het ten laste gelegde lid 1 onder 3 heeft de raadsman nog aangevoerd dat verdachte met de aanwerving van [slachtoffer 1] uit Roemenië niets van doen heeft gehad. Ten aanzien van Duitsland blijkt uit de taps allereerst niet dat verdachte daar nauw of volledig bij betrokken is geweest. Ten tweede is de interpretatie van het tweede lid, zoals de officier van justitie dit voorstaat in strijd met de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 8 november 2012. Ten derde heeft de raadsman aangevoerd dat het, eenmaal aangeworven, niet uitmaakt waar de aangeworvene zich beschikbaar stelt voor de prostitutie. Het subonderdeel, eerste lid onder 3 kan niet bewezen worden.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat de enige fout die verdachte heeft gemaakt, is dat hij heeft gewerkt met de minderjarige [slachtoffer 2]. Pas op 16 juni 2012 hebben verdachte en zijn broer [medeverdachte 1] een gesprek gehad, waaruit verdachte bleek dat [slachtoffer 2] minderjarig was. De raadsman heeft een beroep op afwezigheid van alle schuld gedaan voor de periode tot 16 juni 2012. Ten aanzien van de periode van 16 juni 2012 tot 20 juni 2012 heeft de raadsman zich gerefereerd voor wat betreft feit 2 aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis, wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bijlage A (pag. 29 tot en met 63) bij dit vonnis, en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot de feiten waarop deze in het bijzonder betrekking hebben.

Nadere bewijsoverwegingen en de bewijsbeoordeling.

Ten aanzien van feit 1.

Uit de bewijsmiddelen blijkt het navolgende. [slachtoffer 1] is op 8 mei 2012 naar Nederland gekomen om in de prostitutie te gaan werken. In een discotheek in Roemenië heeft [medeverdachte 5] haar gevraagd of ze in Nederland als prostituee wilde werken. Hij vertelde dat hij een broer in Nederland had en dat ze daarheen kon gaan om in een club te werken. [slachtoffer 1] heeft vervolgens besloten dit te doen om geld voor haar familie te verdienen. [medeverdachte 4] (de in Nederland verblijvende (half)broer van [medeverdachte 5]) heeft nog contact gezocht met [slachtoffer 1] in Roemenië en met haar over het prostitutiewerk gesproken. [medeverdachte 4] heeft geld gestuurd voor de reis en [slachtoffer 1] is met [medeverdachte 5] naar Nederland gereisd. [slachtoffer 1] had op dat moment nog relatief kort een liefdesrelatie met [medeverdachte 5]. In Nederland zijn ze opgehaald door [medeverdachte 4] en naar Oss gebracht. In Oss heeft [slachtoffer 1] met [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en [slachtoffer 2] (een minderjarige Roemeense prostituee) op een kamer gewoond. Deze kamer werd gehuurd door [medeverdachte 4]. Na enkele weken zijn [medeverdachte 5], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar een caravan/chalet op de camping in Lith verhuisd.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat bij de huur van deze caravan [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] betrokken zijn geweest.

Bij aankomst van [slachtoffer 1] in Nederland heeft [medeverdachte 4] meteen een seksadvertentie voor [slachtoffer 1] op het internet geplaatst. Er zijn foto’s van [slachtoffer 1] gemaakt om deze eveneens op het internet te plaatsen. [medeverdachte 4] heeft [slachtoffer 1] uitleg gegeven over de prostitutiewerkzaamheden. [slachtoffer 1] is daarna werkzaam geweest als prostituee in de escort-service onder de naam [alias]. [slachtoffer 1] werd onder meer door [medeverdachte 5] naar de klanten gebracht. Van elke met de prostitutie verdiende € 100,-- droeg ze € 20,-- tot € 30,-- af aan [medeverdachte 4] en de rest van het geld deelde ze met [medeverdachte 5], met wie zij een liefdesrelatie had. [medeverdachte 4] had contact met de klanten en had overleg over de prijs voor de seksuele handelingen met de klanten. [medeverdachte 4] bepaalde naar welke klant [slachtoffer 1] ging. Uit de opgenomen taps blijkt dat [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] actief betrokken waren bij het werven van klanten voor [slachtoffer 1] via internet. Er was veelvuldig telefonisch contact tussen de verdachten onderling.

Uit de verklaringen van [slachtoffer 1], [getuige 1] en de taps blijkt dat [medeverdachte 4], en [verdachte] en [medeverdachte 1] betrokken zijn geweest bij het meenemen van [slachtoffer 1] naar Duitsland om haar daar in een club te laten werken. Uit de verklaring van [getuige 1] blijkt dat dit niet alleen een saunaclub was, maar dat het ook de bedoeling was dat zij en [slachtoffer 1] daar eventueel met de klanten seks zouden bedrijven. [getuige 1] benoemt dit door te zeggen dat met de klanten wordt geslapen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 1] ten tijde van het ten laste gelegde een jonge Roemeense vrouw van 21 jaar was. Zij had geen werk in Roemenië en wilde in Nederland geld voor haar familie verdienen. Zij is in een discotheek gevraagd prostitutiewerk te gaan verrichten. Zij had weinig opleiding genoten en sprak geen Nederlands. Zij kwam uit een instabiele gezinssituatie en bovendien een slechte financiële situatie in Roemenië. Verdachte en de medeverdachten moeten zich van deze slechte financiële positie bewust zijn geweest. Gezegd kan worden dat het een feit van algemene bekendheid is dat de levensstandaard voor veel mensen in Roemenië erg laag is. [slachtoffer 1] is meteen na aankomst in Nederland bij een andere, minderjarige Roemeense prostituee en bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] gehuisvest. Laatstgenoemde twee regelden alles voor [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] stond een substantieel deel van haar inkomsten af aan [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5]. Ook in Lith was zij woonachtig met [medeverdachte 5] en twee prostituees. In Nederland had zij geen sociaal netwerk.

Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 1] zich in een kwetsbare positie bevond en dat verdachte en de medeverdachten door hun handelen ook misbruik hebben gemaakt van deze kwetsbare positie van [slachtoffer 1]. Daaraan doet niet af dat [slachtoffer 1] zegt dat zij de prostitutiewerkzaamheden vrijwillig heeft verricht en haar inkomsten vrijwillig heeft afgestaan, wat daar overigens ook van zij. Niet kan worden gezegd dat de positie van [slachtoffer 1] niet verschilde met de situatie van de gemiddelde mondige prostituee in Nederland.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en de medeverdachte(n) door misbruik van haar kwetsbare positie [slachtoffer 1] hebben vervoerd en gehuisvestmet het oogmerk die [slachtoffer 1] uit te buiten.

Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte en de medeverdachten [slachtoffer 1] hebben meegenomen naar Duitsland teneinde haar ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling.

Het verweer van de verdediging dat het juridisch niet mogelijk is dezelfde persoon meerdere keren mee te nemen naar een ander land met het oogmerk zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie, vindt geen steun in het recht.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte en de medeverdachten [slachtoffer 1] door misbruik van haar kwetsbare positie ertoe hebben bewogen zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie, haar hebben bewogen verdachte en/of de medeverdachten te bevoordelen uit de opbrengst daarvan en opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting.

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank de samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten zodanig nauw en bewust dat gesproken kan worden van het tezamen en in vereniging plegen van deze feiten.

Ten aanzien van feit 2.

De rechtbank zal voor het bewijs ten aanzien van feit 2 met name uitgaan van de verklaringen van [slachtoffer 2] bij de politie afgelegd. [slachtoffer 2] heeft bij de politie meermalen uitvoerig en in grote lijnen consistent verklaard. Slechts op een aantal detailpunten is afwijkend door haar verklaard. Haar verklaring wordt op essentiële punten ondersteund door andere bewijsmiddelen. Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 2] een verklaring afgelegd die in grote lijnen aansluit bij haar bij de politie afgelegde verklaringen. De rechtbank stelt vast dat tijdens het verhoor ten overstaan van de rechter-commissaris sprake was van een ingewikkelde manier van vraagstelling. De getuige is op een confronterende wijze ondervraagd door vijf raadslieden over een in zijn algemeenheid, maar zeker ook voor [slachtoffer 2] intiem onderwerp. Een onderwerp waar, zo blijkt ook uit de politieverklaringen, de getuige niet graag en met enige schroom over spreekt. De rechtbank kan zich voorstellen dat die omstandigheden tot een minder stellige verklaring van deze op dat moment 17-jarige getuige hebben geleid.

Voor zover er al sprake is van tegenstrijdigheden zijn deze gering. Mede gelet op het tijdsverloop doen deze geringe afwijkingen geen afbreuk aan de kern van haar verklaring. Al hetgeen overigens is aangevoerd, leidt ook niet tot een ander oordeel. De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 2] dan ook betrouwbaar en zal deze verklaringen, voor zover door de rechtbank in de bijlage opgenomen, gebruiken voor het bewijs.

Vaststaat dat [slachtoffer 2] ten tijde van het ten laste gelegde 16 jaren en daarmee minderjarig was.

De minderjarigheid vormt een geobjectiveerd bestanddeel.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 2] omstreeks eind maart/begin april 2012 naar Nederland is gekomen. [medeverdachte 4] heeft haar onder valse voorwendselen naar Nederland gehaald. [slachtoffer 2] was in de veronderstelling dat zij in Nederland in een club zou gaan werken en geen prostitutiewerkzaamheden zou gaan verrichten. Dat wilde zij ook niet en dat heeft zij [medeverdachte 4] ook medegedeeld. In Nederland aangekomen, is [slachtoffer 2] onder meer door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] opgehaald en naar het eerste verblijfadres, de woning van[getuige 4] te Oss, gebracht, waar ze ongeveer een maand heeft verbleven. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] zijn betrokken geweest bij de huur van deze woning.

[medeverdachte 4] heeft na aankomst het identiteitsbewijs van [slachtoffer 2] ingenomen en enige tijd onder zich gehouden. [medeverdachte 4] heeft [slachtoffer 2] een vals identiteitsbewijs gegeven, waaruit zou moeten blijken dat zij meerderjarig is.

Op haar eerste dag in Nederland werd door [medeverdachte 4] aan [slachtoffer 2] medegedeeld dat zij in de prostitutie moest gaan werken. Voor de reis naar Nederland had [medeverdachte 4]

€ 1.500,-- voorgeschoten aan [slachtoffer 2] en haar begeleider. Dit bedrag moest [slachtoffer 2] terugbetalen aan [medeverdachte 4]. Aan [slachtoffer 2] werd medegedeeld dat zij, als zij niet zou gaan werken in de prostitutie, terug zou moeten naar Roemenië en het voorgeschoten geld meteen terug zou moeten geven. Dat geld had [slachtoffer 2] echter niet en het was voor haar ook niet mogelijk om in Roemenië dat geld te verdienen. Daarmee is [slachtoffer 2] door [medeverdachte 4] in een slechte financiële positie gebracht.

Vanaf mei 2012 is [slachtoffer 2] in de escort-service werkzaam geweest. Meestalwerd zij door [medeverdachte 4] of [medeverdachte 5] naar de klanten gebracht. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben [slachtoffer 2] ook een aantal malen voor haar werkzaamheden als prostituee naar het adres van klanten gebracht. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij [medeverdachte 1] en [verdachte] een maand na aankomst in Nederland heeft leren kennen. Gelet op haar verklaring en de in de bewijsmiddelen opgenomen taps waarbij [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 3] betrokken zijn, acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] en [medeverdachte 3] vanaf mei 2012 betrokken waren bij de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 2].

[slachtoffer 2] moest een groot deel, namelijk 60% van haar inkomsten aan [medeverdachte 4] afstaan. [medeverdachte 4] deelde de inkomsten op zijn beurt met [medeverdachte 1] en [verdachte]. Ook stond [slachtoffer 2] een deel van haar inkomsten af aan [medeverdachte 5] voor het vervoer.

[medeverdachte 4] heeft [slachtoffer 2] instructies gegeven over de wijze waarop zij de prostitutiewerkzaamheden moest uitvoeren. Ook moest zij, voordat zij met de prostitutiewerkzaamheden is begonnen, zonder betaling seks hebben met [medeverdachte 4], [medeverdachte 6] en anderen. Kennelijk had dit onder meer tot doel om [slachtoffer 2] seksuele ervaring op te laten doen. Ten behoeve van de werving van de prostitutieklanten zijn er van [slachtoffer 2] seksueel getinte foto’s gemaakt door [medeverdachte 4], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] heeft ook wel eens de nagels van [slachtoffer 2] verzorgd. De gemaakte foto’s waren bestemd om op de sekssite te zetten voor de werving van klanten. [medeverdachte 1] heeft accessoires, kleding en make-up alsmede glijmiddel en condooms ten behoeve vande prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 2] betaald en verstrekt. [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zochten op de laptop klanten voor [slachtoffer 2]. [medeverdachte 4] sprak met de klanten en maakte afspraken over de prijs en de locatie. Hij controleerde [slachtoffer 2] en bepaalde welke klanten zij kreeg. Als zij ongesteld was, moest zij van [medeverdachte 4] toch seks hebben met de klanten, waarvoor zij plastic kapjes van [medeverdachte 4] kreeg. Ook heeft zij met klanten seks gehad zonder condoom.

[medeverdachte 6] heeft voordat [slachtoffer 2] naar de tweede woning is verhuisd, twee klanten voor [slachtoffer 2] geregeld met wiezij seks moest hebben.. Zij kreeg daar geen geld voor, terwijl [medeverdachte 6] daar wel geld voor heeft gekregen. Toen [slachtoffer 2] naar het tweede adres is verhuisd, stopte het werken voor [medeverdachte 6].

[slachtoffer 2] heeft op haar tweede verblijfadres te Oss op een kamer met onder meer [medeverdachte 4] verbleven.

Vanaf 1 juni 2012 is [slachtoffer 2] op de camping te Lith gaan wonen. Daar verbleven ook de in de prostitutie werkzame [slachtoffer 1] en de medeverdachte [medeverdachte 5]. [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn betrokken geweest bij de huur van de caravan/chalet aan [camping] te Lith.

Eind juni 2012 is [slachtoffer 2] door onder meer [medeverdachte 5] naar België gebracht om daar samen met een andere prostituee seks te hebben met een klant. Deze klant was door [medeverdachte 4] geregeld.

Voor wat betreft [medeverdachte 6] geldt dat zijn betrokkenheid tot mei 2012 kan worden bewezen.

Voor wat betreft [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 3] geldt dat hun betrokkenheid vanaf mei 2012 kan worden bewezen.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 4] en de medeverdachten [medeverdachte 6] de minderjarige [slachtoffer 2] hebben geworven. Verdachte was daar niet bij betrokken en wordt in zoverre vrijgesproken.

De rechtbank vindt wel bewezen dat verdachte en de medeverdachten de minderjarige [slachtoffer 2] hebben vervoerd en gehuisvest met het oogmerk die [slachtoffer 2] uit te buiten.

De rechtbank acht voorts bewezen dat verdachte en de medeverdachten de minderjarige [slachtoffer 2] ertoe hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en opzettelijk voordeel hebben getrokken uit die seksuele handelingen van [slachtoffer 2] met een derde tegen betaling.

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde de samenwerking tussen de verdachten zodanig nauw en bewust dat gesproken kan worden van het tezamen en in vereniging plegen van deze feiten.

Het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van feit 3.

De officier van justitie acht de feiten ten laste gelegd onder 3 wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging ten aanzien van feit 3.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de hennephandel in de periode van 24 april 2012 tot en met 20 juni 2012. Met de tapgesprekken kan men niet verder komen dan de vaststelling dat er in het verleden misschien wel eens een poging is ondernomen in die richting. Er zijn verder geen getuigenverklaringen die reppen over concrete deals of concrete hennepkwekerijen, laat staan dat er bewijs is dat deze in de ten laste gelegde periode hebben plaatsgevonden. De belastende verklaringen van [getuige 2] dienen in dit kader buiten beschouwing te worden gelaten omdat deze te algemeen en daarmee onvoldoende toetsbaar zijn. Ten aanzien van het onder 3 cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaring van [getuige 2].

De verklaringen van [getuige 2] zijn ten aanzien van de feiten 3 tot en met 6 mede redengevend voor het bewijs. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van deze getuige. De verklaringen van [getuige 2] worden ondersteund door de taps waar onder meer de naam [betrokkene], de naam die [getuige 2] ook in zijn verklaring noemt, in voorkomt. Daarnaast belast hij door zijn verklaringen niet alleen de medeverdachten, maar ook zichzelf. Bovendien is deze getuige nog een keer bij de rechter-commissaris gehoord waar hij bij zijn bij de politie afgelegde verklaringen is gebleven.

De rechtbank zal de verklaringen van [getuige 2] dan ook gebruiken voor het bewijs.

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 3.

Het telen etc. van hennep tezamen en in vereniging in de periode van 24 april 2012 tot en met 20 juni 2012.

Gelet op onder meer de vele aangetroffen hennepgerelateerde goederen in de woning van verdachte, de aangetroffen hennepstekken, de tapgesprekken en sms-berichten van [medeverdachte 1] en [verdachte], die wijzen op hennephandel, en de belastende verklaring van [getuige 2] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met een ander of anderen opzettelijk hennep heeft geteeld, verkocht en afgeleverd in de ten laste gelegde periode.

Het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van 4 kilo hennep op 18 juni 2012.

Gelet op onder meer de observaties op 18 juni 2012 met betrekking tot [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3], de tapgesprekken en sms-jes, het aantreffen van 4 kilo hennep in de auto van de Duitse[getuige 3], de belastende verklaring van[getuige 3] dat de hennep op 18 juni 2012 is gekocht van twee Nederlandse jongens, waarbij zij de foto’s van [medeverdachte 1] en [verdachte] aanwijst, het feit dat[getuige 3] op weg was om de hennep naar Duitsland te brengen en het aantreffen van een dactyspoor van [verdachte] op de in de auto aangetroffen vuilniszak met hennep, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 18 juni 2012 tezamen en in vereniging met anderen 4 kilo hennep opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

Het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van de feiten 4 en 5.

De officier van justitie acht de feiten 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het onder feit 4 ten laste gelegde busje CS-gas.

Het standpunt van de verdediging ten aanzien van de feiten 4 en 5.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de feiten 4 en 5. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat er alleen bewijs is voor de wapens waarbij een DNA match is met het DNA van verdachte. Ten aanzien van de overige wapens moet bewezen worden dat verdachte deze voorhanden heeft gehad. Het is mogelijk dat de tas met wapens en/of de explosieven er de dag voor de aanhouding van verdachte is geplaatst of zelfs na zijn aanhouding. Het is ook mogelijk dat de inhoud van de tas in de loop van de tijd zo is gevuld, de vraag is door wie.

Er is een viertal bronnen dat verdachte zou kunnen incrimineren. [getuige 2], de briefjes op de slaapkamer, de taps en het DNA/de dacty.

Aan de hand van de innerlijk tegenstrijdige verklaring van [getuige 2] [getuige 2] kan niet bewezen worden dat verdachte in de ten laste gelegde periode die wapens aanwezig heeft gehad. [getuige 2] had er kennelijk belang bij om te verklaren zoals hij heeft gedaan. Dat de Fransen voor wapens komen vindt geen verankering in het dossier. Het DNA van [getuige 2] zit op de vuurwapens in de tas, terwijl uit het dossier totaal niet blijkt dat er een werkbroek van [getuige 2] in de tas lag.

[getuige 2] heeft meer dan 1 ½ maand de slaapkamer van verdachte in de woning in [gemeente] gebruikt en in diens bed geslapen. Hij heeft kennelijk de wapens zelf gehaald bij [betrokkene], op verdachte zijn bed uitgestald, in de tas gestopt en al dan niet na de aanhouding van verdachte in de sloot gedeponeerd.

[getuige 2] handelde zelf in wapens, vide de briefjes.

De aangetroffen briefjes zijn in verschillende handschriften. De naam [getuige 2] komt geregeld voor op de briefjes. De interpretatie van de briefjes door de verbalisanten is geheel willekeurig.

De taps kunnen ook over hennep gaan.

Voor het voorhanden hebben of aanwezig hebben van deze voorwerpen is vereist dat de verdachte zich min of meer bewust moet zijn geweest van die aanwezigheid. Er is onvoldoende om die bewustheid aan te nemen.

Niet valt uit te sluiten dat de DNA sporen op de in beslag genomen pistolen daarop terecht zijn gekomen door indirecte overdracht. Niet kan zonder meer worden aangenomen dat verdachte bedoelde voorwerpen in handen heeft gehad.

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de feiten 4 en 5.

De rechtbank zal verdachte ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde CS-gas vrijspreken, nu dit wapen in een auto is aangetroffen die door meerdere personen werd gebruikt.

Op 20 juni 2012 zijn tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte onder meer hulzen, patronen, een wapen, een kolf van een geweer en handgeschreven notities aangetroffen.

Op 27 juni 2012 is in een sloot achter het perceel van de woning van verdachte een tas met onder meer een groot aantal vuurwapens, een geluiddemper, munitie en patroonmagazijnen aangetroffen.

De kolf aangetroffen op 20 juni 2012 in de woning van verdachte past op een van de vuurwapens, aangetroffen in de tas.

Op 4 juli 2012 zijn op perceel [adres 2] te[gemeente], direct nabij de erfafscheiding van perceel [adres 2] te [gemeente] onder meer 4 pakketjes van 200 gram kneedbare springstof aangetroffen. De bewoonster van het aanpalende perceel [adres 2] heeft verklaard dat zij deze explosieven daar niet heeft neergelegd.

De in de tas aangetroffen wapens en patronen zijn bemonsterd. Het DNA-profiel van verdachte [verdachte] is gelijk aan het afgeleide DNA-hoofdprofiel van een bemonstering met een wattenstaafje van AK 47 112625 (AAEQ0114NL).

Het DNA-profiel van verdachte [verdachte] is gelijk aan het DNA-sporenprofiel van een bemonstering van patroonhouder AK47 en 2 patronen (AAEQ0112NL). De berekende frequentie van het mannelijk DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op verzoek van [verdachte] of [persoon 1] wapens, patronen en springstof heeft opgehaald bij [betrokkene] in Rotterdam. [verdachte], [medeverdachte 1] en [persoon 1] waren wapens en munitie bij elkaar aan het sprokkelen om deze te verkopen aan een aantal personen.

Tijdens het politieonderzoek zijn onder meer de telefoons van verdachte en zijn broer [medeverdachte 1] getapt. Door verdachte en zijn broer worden diverse telefoongesprekken/sms-jes gevoerd die gelinkt kunnen worden aan de handel in wapens en munitie. Ook zijn er gesprekken van [verdachte] met een persoon genaamd [betrokkene]. Dat is de naam die [getuige 2] in zijn verklaring noemt als de persoon waar hij de wapens en munitie heeft opgehaald.

In een van de sms-berichten (26 april 2012 tussen [verdachte] en een contact genaamd “[naam]”) wordt gesproken over ‘I got also boom boom for you. I make a price list that’s around 30000 for everything’

De combinatie van het aantreffen van de springstof, de slagpijpjes, voornoemd bericht en een briefje waarin voor een aantal wapens, vesten, demper en 4 x 200 gr. een bedrag van 32700 wordt genoemd, draagt bij aan het bewijs van betrokkenheid van verdachte bij het voorhanden hebben van wapens

In de woning van [verdachte], in onder meer zijn slaapkamer, is een aantal notities aangetroffen met benamingen die kunnen worden gerelateerd aan wapens die zijn aangetroffen in of nabij de woning/het perceel [adres 2] te [gemeente].

Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, gebaseerd op de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn broer de in de tenlastelegging genoemde wapens, munitie, de springstof, slagpijpjes en geluiddemper voorhanden heeft gehad.

Dat de tas met wapens tijdens de doorzoeking op 20 juni 2012 niet is aangetroffen, is niet verwonderlijk omdat de tas verstopt was op een plek in een sloot waar verbalisanten niet zonder aanleiding gaan zoeken.

Het verweer dat [getuige 2] [getuige 2] ook in de slaapkamer van [verdachte] heeft verbleven en daar mogelijk de notities heeft achtergelaten, acht de rechtbank niet zonder meer aannemelijk. Overigens is het niet relevant wie de briefjes heeft opgesteld, nu op een van de briefjes ook de naam van [verdachte] wordt vermeld.

De rechtbank acht, gezien de bewijsmiddelen, het verweer dat het DNA van [verdachte] door indirecte overdracht op de wapens terecht is gekomen, zonder nadere onderbouwing niet aannemelijk.

Het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van feit 6.

De officier van justitie acht feit 6 wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de ten laste gelegde pillen.

Het standpunt van de verdediging ten aanzien van feit 6.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van feit 6. Van de pillen is geen NFI-waardering. Het dossier biedt geen uitsluitsel waar de tas met amfetamine precies is aangetroffen. Van de woning maakten meerdere mensen gebruik.

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 6.

Met betrekking tot de aangetroffen pillen zal de rechtbank verdachte vrijspreken omdat deze pillen niet door het NFI zijn getest en niet is komen vast te staan wat de samenstelling ervan is.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn broer [medeverdachte 1] 366 gram van een materiaal bevattende amfetamine voorhanden heeft gehad in de bijkeuken van hun woning in [gemeente]. Naast het aantreffen van het materiaal dient de verklaring van [getuige 2] dat zowel verdachte als zijn broer in die periode in speed handelden als steunbewijs voor het voorhanden hebben van voornoemd materiaal.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

in de periode van 1 mei 2012 tot en met 20 juni 2012 in Nederland en/of in

Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen,

(lid 1, onder 1) [slachtoffer 1] door misbruik van een

kwetsbare positie heeft vervoerd en gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en

(lid 1, onder 3) [slachtoffer 1] heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een

ander land, te weten Duitsland, ertoe te brengen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en

(lid 1, onder 4) [slachtoffer 1] door misbruik van een

kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele

handelingen met een derde tegen betaling en

(lid 1, onder 6) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van

[slachtoffer 1] en

(lid 1, onder 9) [slachtoffer 1] door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen hem en/of zijn mededaders te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met een derde,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) in of omstreeks voornoemde periode

- een liefdesrelatie met die [slachtoffer 1] onderhouden en

- voor voornoemde [slachtoffer 1] onderdak geregeld en

- seksadvertenties betreffende die [slachtoffer 1] opgemaakt en op internet geplaatst en

- fotografische opnamen van die [slachtoffer 1] gemaakt ten behoeve van de werving van

prostitutieklanten voor die [slachtoffer 1] en

- die [slachtoffer 1] gehuisvest op camping [camping] te Lith, in een caravan/chalet tezamen met andere vrouw(en) die in de prostitutie werkzaam waren of

zouden zijn en tezamen met/in duurzame aanwezigheid van een van zijn mededaders en

- de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] georganiseerd/gecoördineerd/gecontroleerd; en

- afspraken met prostitutieklanten gemaakt over de prijs voor de werkzaamheden van die [slachtoffer 1] en

- meermaals die [slachtoffer 1] naar een prostitutieplek vervoerd en van een

prostitutieplek naar de verblijfplaats van die [slachtoffer 1] vervoerd en

- die [slachtoffer 1] meegenomen naar een club in Duitsland met de bedoeling haar

aldaar prostitutiewerkzaamheden te laten verrichten en

- die [slachtoffer 1] bewogen een aanmerkelijk deel van haar

verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) af

te staan.

in de periode van 1 mei 2012 tot en met 20 juni 2012 in Nederland en/of in

België, tezamen en in vereniging met anderen,

(lid 1, onder 2) [slachtoffer 2] (geboren op [1995]) heeft vervoerd en gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt en

(lid 1, onder 5) [slachtoffer 2] (geboren op [1995]) ertoe heeft gebracht

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en

(lid 1, onder 8) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele

handelingen van [slachtoffer 2] (geboren op [1995]) met een derde

tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) in of omstreeks voornoemde periode)

- voor voornoemde [slachtoffer 2] onderdak geregeld en

-die [slachtoffer 2] onder druk gezet en dreigende taal jegens die [slachtoffer 2] geuit en

gedreigd die [slachtoffer 2] te slaan en

- voornoemde [slachtoffer 2] bewogen in de prostitutie te gaan en

- seksadvertenties betreffende die [slachtoffer 2] opgemaakt en op internet

geplaatst en

- kinderpornografische afbeeldingen van die [slachtoffer 2] gemaakt ten

behoeve van de werving van prostitutieklanten voor die [slachtoffer 2] en

- die [slachtoffer 2] gehuisvest op camping [camping] te Lith, in een caravan/chalet tezamen met andere vrouwen die in de prostitutie werkzaam waren of zouden zijn en tezamen in duurzame aanwezigheid van een van zijn mededaders die een liefdesrelatie met een van die andere vrouwen onderhield en

- het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 2] enige tijd onder zich gehouden en

- de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer 2]

georganiseerd/gecoördineerd/gecontroleerd en

- meermaals afspraken met klanten gemaakt over de prijs van en locatie voor

de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] en

- werkkleding en accessoires en make-up aan die [slachtoffer 2] verstrekt en

de nagels van die [slachtoffer 2] verzorgd en

- een telefoon aan die [slachtoffer 2] verstrekt ten behoeve van de organisatie rond

haar prostitutiewerkzaamheden en

- het telefoonverkeer van die [slachtoffer 2] gecontroleerd en

- condooms aan die [slachtoffer 2] verstrekt en

- die [slachtoffer 2] plastic kapjes verstrekt zodat zij haar

prostitutiewerkzaamheden tijdens haar menstruatieperiode zou blijven

uitoefenen en

- die [slachtoffer 2] bewogen seks met haar klanten te hebben zonder condoom en

- meermaals die [slachtoffer 2] naar een prostitutieplek vervoerd en van een

prostitutieplek naar de verblijfplaats van die [slachtoffer 2] vervoerd en

- voornoemde [slachtoffer 2] in een slechte financiële positie gebracht en

gehouden en

- die [slachtoffer 2] gedreigd haar naar Roemenië terug te

sturen en

- die [slachtoffer 2] bewogen een groot deel van haar

verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en zijn mededaders af

te staan.

in de periode van 24 april 2012 tot en met 20 juni 2012 in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

opzettelijk heeft geteeld en verkocht een hoeveelheid hennep, in elk geval een

hoeveelheid van een stof bevattende hennep, zijnde hennep een stof als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst II

en

op 18 juni 2012 in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, ongeveer 4 kilo hennep, zijnde hennep een stof als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk voornoemde

hoeveelheid hennep gekocht van een of meerdere perso(o)n(en) en

vervolgens in een personenauto vervoerd in de richting van Duitsland.

in de periode van 1 maart 2012 tot en met 4 juli 2012 te

Teeffelen, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met anderen,

- wapens van categorie II, onder 2, te weten 2 pistoolmitrailleurs (merk CZ, type Scorpion en merk Sterling) en een machinepistool (merk Zastava, model AK47) en

- een of meer wapen(s), althans onderdelen en/of hulpstukken die specifiek

bestemd zijn en van wezenlijke aard zijn in de zin van artikel 3 lid 1 Wet

wapens en munitie voor een wapen, als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie

II, onder 7, te weten 4, elektrische slagpijpjes en

800 gram springstof (TNT), zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing en

- een wapen van categorie II, onder 1, te weten een gaspistool merk Walther, type P99 en

- munitie van categorie III, te weten 534 kogelpatronen en 2 hulzen,

voorhanden heeft gehad.

in de periode van 1 maart 2012 tot en met 27 juni 2012 te Teeffelen, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie I, onder 3, te weten een geluiddemper voor een vuurwapen voorhanden heeft gehad.

op 20 juni 2012 te Teeffelen, gemeente Oss, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 366 gram, van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

Verdachte wist tot 16 juni 2012 niet dat [slachtoffer 2] minderjarig was. [slachtoffer 2] beschikte over een vals identiteitsbewijs, waaruit bleek dat ze meerderjarig was. Normaliter is het niet mogelijk om als minderjarige vanuit Roemenië naar het buitenland te gaan. Gelet op deze omstandigheden kon en mocht verdachte verontschuldigbaar dwalen, temeer nu zij tevens over een ID beschikte waaruit kon blijken dat zij meerderjarig was. De raadsman heeft dan ook ontslag van alle rechtsvervolging ten aanzien van feit 2 tot de datum van 16 juni 2012 bepleit.

Het standpunt van de officier van justitie.

Het verweer dient te worden verworpen. De leeftijd is een geobjectiveerd bestanddeel.

Dat [slachtoffer 2] 18 jaar zou zijn, is te makkelijk door verdachte aangenomen. Het is wel degelijk mogelijk als minderjarige naar het buitenland te gaan. Daar is een machtiging voor nodig, die er ook was.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Artikel 273f lid 1 sub 5º van het Wetboek van Strafrecht ziet op de bescherming van kinderen, waarbij de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel vormt. Op grond daarvan had verdachte de verplichting om gedegen onderzoek te doen naar de leeftijd van [slachtoffer 2]. Daarvan is op geen enkele wijze gebleken. Op de vraag van de rechtbank ter terechtzitting of verdachte wist dat [slachtoffer 2] minderjarig was, wilde verdachte geen antwoord geven. Het enkele feit dat verdachte een identiteitsbewijs van [slachtoffer 2] onder ogen zou zijn gekomen en hij vóór 16 juni 2012 niet met het slachtoffer zou hebben gesproken over haar leeftijd, maakt niet dat hij er voorheen op mocht vertrouwen dat [slachtoffer 2] meerderjarig was. Het verweer dat verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald, treft dan ook geen doel.

Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 6:

  • -

    een gevangenisstraf van 60 maanden met aftrek voorarrest;

  • -

    opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis;

  • -

    hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (immateriële schade van € 15.000,-- en materiële schade van € 16.875,--);

  • -

    verbeurdverklaring van de goederen vermeld onder 1, 11, 17 en 21 op de lijst van 5 november 2013;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de goederen vermeld onder 3, 4, 6, 12, 13,14,16, 18, 19, 23, 25 en 26 tot en met 37 op voornoemde lijst;

  • -

    teruggave aan verdachte van de goederen vermeld onder 2, 5, 7, 8, …20 en 22 op voornoemde lijst.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

De officier van justitie maakt kenbaar voornemens te zijn een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft aangevoerd dat zelfs bij een integrale bewezenverklaring de strafeis van de officier van justitie niet moet worden gevolgd en een lagere straf aan de orde is.

Bij het bepalen van de straf dient rekening te worden gehouden met de inhoud van het reclasseringsrapport betreffende verdachte. Verdachte is een jonge man die over een aantal maanden vader wordt. Hij wil er voor zijn kind zijn.

De raadsman heeft verzocht de schorsing van de voorlopige hechtenis niet op te heffen. Het is bestendige rechtspraak dat als een verdachte langere tijd is geschorst en zich aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden, er geen enkele aanleiding is de schorsing van de voorlopige hechtenis bij uitspraak op te heffen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De slachtoffers betreffen een Roemeens meisje van 16 jaar en een jonge Roemeense vrouw van 21 jaar. Zij hebben weinig opleiding genoten en komen uit een minder welvarende thuissituatie in Roemenië. Zij beheersten de Nederlandse taal niet en konden zich moeilijk verstaanbaar maken. Zij hadden in Nederland geen sociaal netwerk. Daardoor bevonden zij zich in een kwetsbare positie.

Verdachte heeft de slachtoffers vervoerd naar de klanten en gehuisvest. Daarnaast is verdachte actief geweest op het internet, teneinde klanten voor de slachtoffers te vinden.

[slachtoffer 2] moest altijd beschikbaar zijn voor de prostitutiewerkzaamheden, ook als zij ongesteld was. Zij heeft ook zonder condoom seks met klanten gehad.

Deze feiten zijn, zo blijkt ook uit de verklaringen van het slachtoffer [slachtoffer 2] bij de politie, zeer vernederend en traumatisch voor het slachtoffer geweest.

Slachtoffers van dit soort ernstige seksuele delicten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van.

Verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van de twee jonge vrouwen door gedurende een periode van meer dan een maand de vrouwen te bewegen tot prostitutie en gedurende deze periode voordeel te trekken uit de inkomsten van hun werkzaamheden.

Uit het dossier blijkt dat het slachtoffer [slachtoffer 2] niets heeft overgehouden aan de door haar verrichte prostitutiewerkzaamheden. Naast de huur moest zij nog voor allerlei zaken, onder meer gerelateerd aan het prostitutiewerk, geld afdragen. [slachtoffer 1] heeft een substantieel deel van haar inkomsten afgedragen.

Verdachte heeft de slachtoffers uitgebuit. Verdachte heeft daarbij gehandeld uit puur winstbejag en heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen voor de psychische en lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Op geen enkel moment heeft verdachte getoond dat hij inzicht heeft in de laakbaarheid van zijn handelen. Uit de taps blijkt ook dat verdachte zich op een respectloze manier uitlaat over de slachtoffers..

Naast voornoemde feiten heeft verdachte zich bezig gehouden met het telen en buiten het grondgebied van Nederland brengen van hennep. Ook had verdachte een grotere hoeveelheid amfetamine aanwezig.

Hennep kan gevaar opleveren voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Het telen van hennep gaat steeds meer gepaard met andere, ook zware vormen van criminaliteit.

Onder verdachte is een groot aantal zware wapens aangetroffen, waaronder pistoolmitrailleurs, een machinepistool en springstof met bijbehorende slagpijpjes.

Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en springstof verhoogt het risico op een levensbedreigend geweldsdelict. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van dergelijke wapens.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf passend en geboden is.

De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan de gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

De officier van justitie heeft opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis gevorderd.

De voorlopige hechtenis is bij beschikking d.d. 23 mei 2013 met ingang van 24 mei 2013 door de rechtbank geschorst. Op dat moment moesten nog diverse onderzoekshandelingen worden verricht en was er geen zicht op een inhoudelijke behandeling van de strafzaak op afzienbare termijn.

Gelet op de op te leggen straf acht de rechtbank termen aanwezig de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen en zal dit dan ook beslissen.

De stelling dat de schorsing van de voorlopige hechtenis alleen kan worden opgeheven indien enig gestelde voorwaarde niet is nageleefd, vindt geen steun in het recht.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht, gelet op de bepleite afwezigheid van alle schuld, de vordering van de benadeelde partij af te doen zoals ook in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte 6] is voorgesteld.

Beoordeling.

De benadeelde partij heeft in verband met de gedwongen afgedragen inkomsten een bedrag van € 16.875,-- (45 dagen maal 3 klanten per dag maal € 125,--) gevorderd; € 15.000,-- immateriële schade ten gevolge van 45 dagen gedwongen prostitutie; immateriële schade ten gevolge van seksueel misbruik door [medeverdachte 4] ([medeverdachte 4],) ad € 3.500,-- en immateriële schade ten gevolge van seksueel misbruik door [medeverdachte 6] ([medeverdachte 6]) ad € 2.000,--. De rechtbank begrijpt dat laatstgenoemde immateriële schade (€ 3.500,-- en € 2.000,--) alleen in de strafzaken van medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] wordt gevorderd.

De rechtbank acht de vordering toewijsbaar, met uitzondering van de gedwongen afgedragen inkomsten met betrekking tot 2 klanten à € 125,-- welke inkomsten rechtstreeks naar medeverdachte [medeverdachte 6] zijn gegaan.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk met betrekking tot de immateriële schade van € 15.000,-- en de materiële schade van € 16.625,--.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn die geheel of grotendeels door middel van de strafbare feiten zijn verkregen en/of met betrekking tot en/of met behulp waarvan de feiten zijn begaan, en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorde.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met behulp van en/of met betrekking tot welke de feiten zijn begaan of voorbereid en de voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 47, 57, 273f

Opiumwet art. 2, 3, 10, 11

Wet wapens en munitie art. 2, 3, 13, 26, 55.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

Mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

T.a.v. feit 2:

Mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

T.a.v. feit 3:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van

de Opiumwet gegeven verbod.

en

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder A

van de Opiumwet gegeven verbod.

T.a.v. feit 4:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens

en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II,

meermalen gepleegd.

en

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet

wapens en munitie.

T.a.v. feit 5:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet

wapens en munitie.

T.a.v. feit 6:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C,

van de Opiumwet gegeven verbod.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6:

Gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

Opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis in de zaak met

parketnummer 01/849243-12 met ingang van heden.

T.a.v. feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van € 31.625,00 subsidiair 193 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], van een bedrag van € 31.625,-- (zegge:

eenendertigduizend zeshonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en

verhaal te vervangen door 193 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een

bedrag van € 15.000,-- immateriële schadevergoeding (post: 45 dagen

gedwongen prostitutie) en materiële schadevergoeding € 16.625,-- (post:

gedwongen afgedragen inkomsten).

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag van door (een

van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 31.625,--

(zegge: eenendertigduizend zeshonderdvijfentwintig euro), te weten € 15.000,--

immateriële schadevergoeding (post: 45 dagen gedwongen prostitutie) en

materiële schadevergoeding € 16.625,-- (post: gedwongen afgedragen inkomsten).

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door

(een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: de goederen

vermeld onder 1, 11, 17 en 21, vermeld op de lijst van in beslag genomen

goederen d.d. 5 november 2013.

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: de

goederen vermeld onder 3, 4, 6, 12, 13,14,16, 18, 19, 23, 25 en 26 tot en met

37, vermeld op de lijst van in beslag genomen goederen d.d. 5 november 2013.

Deze lijst is aan dit vonnis gehecht en dient als hier ingevoegd en herhaald te

worden beschouwd.

Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten:

- 1 stuk papier (2)

- 1 stuk papier (5)

- 1 gsm Samsung (7)

- 1 gsm Blackberry Bold (8)

- 2 pillen

- 1 luchtdruk pistool (20)

- 1 akte (22)

aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.C.P.M. Valckx, voorzitter,

mr. N.M. Spelt en mr. M.A. Waals, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 2 december 2013.

[Bijlage A; de bewijsmiddelen]