Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6653

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-12-2013
Datum publicatie
02-12-2013
Zaaknummer
01/849357-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek voorarrest voor mensenhandel met betrekking tot twee vrouwen uit Roemenië, waaronder een 16-jarig meisje, en uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon jonger dan 18 jaren opzettelijk bewegen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen. Opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Toewijzing vordering benadeelde partij terzake immateriële schade en materiële schade betreffende gedwongen afgedragen inkomsten.

De rechtbank beschouwt verdachte als de intitiatiefnemer van de mensenhandel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/849357-12

Datum uitspraak: 02 december 2013

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum][1985],

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 september 2012, 11 december 2012, 25 februari 2013, 23 mei 2013, 4, 5, 8 en 18 november 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van (dag: onleesbaar) augustus 2012.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 4 november 2013 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

Hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en met 20 juni 2012 te Oss

en/of Teeffelen en/of Lith en/of/althans (elders) in Nederland en/of in

Duitsland en/of in België en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen

(lid 1, onder 1) [slachtoffer 1] door dwang en/of geweld en/of een (andere)

feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere

feitelijkhe(i)d en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit

feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een

kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of

opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die ander; en/of

(lid 1, onder 3) [slachtoffer 1] heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een

ander land, te weten Nederland en/of Duitsland en/of België ertoe te brengen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of

voor een derde tegen betaling; en/of

(lid 1, onder 4) [slachtoffer 1] door dwang en/of geweld en/of een (andere)

feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere

feitelijkhe(i)d en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit

feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een

kwetsbare positie heeft gedwongen/bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele

handelingen met of voor een derde tegen betaling; en/of

(lid 1, onder 6) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van

[slachtoffer 1]; en/of

(lid 1, onder 9) [slachtoffer 1] door dwang en/of geweld en/of een (andere)

feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere

feitelijkhe(i)d en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit

feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een

kwetsbare positie heeft gedwongen/bewogen hem en/of zijn mededader(s) te

bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor

een derde,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (immers) (in of omstreeks

voornoemde periode)

- een liefdesrelatie met die [slachtoffer 1] aangegaan/onderhouden; en/of

- (voor) voornoemde [slachtoffer 1] onderdak verschaft/geregeld; en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] verzocht/bewogen in de prostitutie te gaan; en/of

- (een) (seks)advertentie(s) betreffende die [slachtoffer 1] opgemaakt en/of op internet

geplaatst; en/of

- fotografische opnamen van die [slachtoffer 1] gemaakt ten behoeve van de werving van

(prostitutie)klanten voor die [slachtoffer 1]; en/of

- die [slachtoffer 1] gehuisvest op (onder meer) een afgelegen plek (te weten (een)

camping [camping] te Lith), in een caravan/(klein) chalet) tezamen met een

of meer (andere) vrouw(en) die in de prostitutie werkzaam waren/was of

zoud(en) zijn en tezamen met/in (duurzame) aanwezigheid van verdachte en/of

een van zijn mededader(s); en/of

- de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer 1] georganiseerd / gecoördineerd /

gecontroleerd; en/of

- afspraken met (prostitutie) klanten gemaakt over de prijs voor de

werkzaamheden van die [slachtoffer 1]; en/of

- (meermaals) die [slachtoffer 1] naar een prostitutieplek vervoerd en/of van een

prostitutieplek naar de verblijfplaats van die [slachtoffer 1] vervoerd; en/of

- die [slachtoffer 1] meegenomen naar een (seks)club in Duitsland met de bedoeling haar

aldaar prostitutiewerkzaamheden te laten verrichten; en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen/bewogen een (groot/aanmerkelijk) deel van haar

verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) af

te staan/dragen;

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

Hij in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 20 juni 2012 te

Oss en/of Teeffelen en/of Lith en/of/althans (elders) in Nederland en/of in

Duitsland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen

(lid 1, onder 2)[slachtoffer 2] (geboren op[1995]) heeft geworven en/of

vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk

van uitbuiting van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt; en/of

(lid 1, onder 5)[slachtoffer 2] (geboren op[1995]) ertoe heeft gebracht

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of

voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 2] enige

handeling heeft ondernomen waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar

zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 2] de

leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt; en/of

(lid 1, onder 8) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit seksuele

handelingen van[slachtoffer 2] (geboren op[1995]) met of voor een derde

tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt;

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (immers) (in of omstreeks

voornoemde periode)

- voornoemde [slachtoffer 2] vanuit Roemenië naar Nederland over gebracht/over doen

brengen; en/of

- die [slachtoffer 2] gezegd/voorgehouden dat zij in Nederland geld zou kunnen/gaan

verdienen (zonder te vermelden dat zij zich (daarbij dan) zou moeten (gaan)

prostitueren); en/of

- (voor) voornoemde [slachtoffer 2] onderdak verschaft/geregeld; en/of

- een liefdesrelatie met die [slachtoffer 2] aangegaan/onderhouden; en/of

- die [slachtoffer 2] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve taal jegens die [slachtoffer 2]

geuit en/of gedreigd die [slachtoffer 2] te slaan; en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] verzocht/bewogen in de prostitutie te gaan; en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] instructies gegeven betreffende de wijze waarop zij de

(prostitutie)werkzaamheden moest uitvoeren; en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] opgedragen/bewogen om zonder betaling (meermaals) seksuele

handelingen te verrichten en/of te ondergaan met verdachte en/of zijn

mededader(s) en/of een of meer derde(n) waaronder het (meermaals) seksueel

binnen dringen bij die [slachtoffer 2] door verdachte en/of zijn mededader(s) en/of een

of meer derde(n) (met [onder meer] het kennelijke doel die [slachtoffer 2] seksuele

ervaring te laten opdoen; en/of

- (een) (seks)advertentie(s) betreffende die [slachtoffer 2] opgemaakt en/of op internet

geplaatst; en/of

- (kinder)(porno)(foto)grafische afbeeldingen van die [slachtoffer 2] gemaakt ten

behoeve van de werving van (prostitutie)klanten voor die [slachtoffer 2]; en/of

- die [slachtoffer 2] een vals/onjuist identiteitsbewijs verschaft (waaruit blijkt dat

zij meerderjarig is); en/of

- die [slachtoffer 2] gehuisvest op een afgelegen plek (te weten (een) camping [camping]

[camping] te Lith), in een caravan/(klein) chalet) tezamen met een of meer (andere)

vrouw(en) die in de prostitutie werkzaam waren/was of zou(den) zijn en onder

toezicht van/tezamen met/in (duurzame) aanwezigheid van verdachte en/of een

van zijn mededader(s) (die een liefdesrelatie met (een) (van) die andere

vrouw(en) onderhield); en/of

- het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 2] ingenomen, althans (enige tijd) onder

zich gehouden; en/of

- de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer 2] georganiseerd/gecoördineerd/

gecontroleerd; en/of

- (meermaals) afspraken met klanten gemaakt over de prijs van en locatie voor

de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer 2]; en/of

- (werk)kleding en/of accessoires en/of make-up aan die [slachtoffer 2] verstrekt en/of

de nagels van die [slachtoffer 2] verzorgd/gedaan; en/of

- een telefoon aan die [slachtoffer 2] verstrekt ten behoeve van (de organisatie rond)

haar prostitutiewerkzaamheden; en/of

- het/de telefoon(verkeer) van die [slachtoffer 2] gecontroleerd; en/of

- condooms aan die [slachtoffer 2] heeft verstrekt; en/of

- die [slachtoffer 2] (plastic) kapjes te verstrekken opdat/zodat zij haar

(prostitutie)werkzaamheden tijdens haar menstruatie(periode) zou/kon blijven

uitoefenen; en/of

- die [slachtoffer 2] gedwongen/bewogen seks met haar klanten te hebben zonder condoom;

en/of

- (meermaals) die [slachtoffer 2] naar een prostitutieplek vervoerd en/of van een

prostitutieplek naar de verblijfplaats van die [slachtoffer 2] vervoerd; en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] in een slechte/moeilijke financiële positie gebracht en/of

gehouden; en/of

- (meermaals) die [slachtoffer 2] gedreigd haar naar Roemenië terug te sturen en/of te

slaan (onder meer) omdat die [slachtoffer 2] een klant had geweigerd/wilde weigeren;

en/of

- die [slachtoffer 2] gedwongen/bewogen een (groot/aanmerkelijk) deel van haar

verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) af

te staan/dragen;

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 april 2012

tot en met 20 juni 2012 te 's-Hertogenbosch en/of Oss en/of Lith, althans in

Nederland een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of

misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door

misleiding, te weten als (toekomstig) pooier, althans werkverschaffer in de

prostitutie, althans als volwassene, een minderjarig persoon, te weten[slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], geboren op[1995], waarvan verdachte wist of redelijkerwijs

moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

(telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen (waaronder

anale en/of vaginale geslachtsgemeenschap, althans seksueel binnen dringen van

die [slachtoffer 2]), te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

(Artikel 248a Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Bronnen.

- een dossier van de regiopolitie Brabant-Noord, districtelijke opsporing Maasland, met dossiernummer PL21YO-2011130697, afgesloten d.d. 29 oktober 2012, aantal doorgenummerde bladzijden: pag. 1 tot en met 3361, met daarbij de tapprocessen-verbaal betreffende [medeverdachte 1] (mappen 1, 2 en 3), [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], (mappen 1 en 2) en [medeverdachte 4] (dossier 1);

- Proces-verbaal verhoor betreffende de verklaring van[slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris d.d. 30 mei 2013;

- Proces-verbaal verhoor betreffende [verdachte] bij de rechter-commissaris d.d. 5 maart 2013

Het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3.

De officier van justitie acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3.

Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de raadsman geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde feit. Kort gezegd houdt het verweer van de raadsman in dat [slachtoffer 1] geheel vrijwillig als prostituee heeft gewerkt en er geen sprake was van een situatie van uitbuiting. Haar situatie verschilde niet van de gemiddelde mondige prostituee in Nederland. Verdachte heeft geen gedraging verricht welke ertoe strekte [slachtoffer 1] te belemmeren in haar vrijheid om te stoppen als prostituee.

Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de raadsman tevens geconcludeerd tot vrijspraak van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten. Kort gezegd houdt het verweer van de raadsman in dat de verklaringen van[slachtoffer 2] onbetrouwbaar zijn en niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Voor wat betreft feit 3 is er naast de verklaring van[slachtoffer 2] geen objectief steunbewijs uit andere bron.

Indien wel tot een bewezenverklaring van de mensenhandel wordt gekomen, is de periode van de prostitutiewerkzaamheden maximaal drie weken.

Het oordeel van de rechtbank.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis, wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bijlage A (pag. 19 tot en met 37) bij dit vonnis, en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot de feiten waarop deze in het bijzonder betrekking hebben.

Nadere bewijsoverwegingen en de bewijsbeoordeling.

Ten aanzien van feit 1.

Uit de bewijsmiddelen blijkt het navolgende.

[slachtoffer 1] is op 8 mei 2012 naar Nederland gekomen om in de prostitutie te gaan werken. In een discotheek in Roemenië heeft [medeverdachte 5] haar gevraagd of ze in Nederland als prostituee wilde werken. Hij vertelde dat hij een broer in Nederland had en dat ze daarheen kon gaan om in een club te werken. [slachtoffer 1] heeft vervolgens besloten dit te doen om geld voor haar familie te verdienen. [verdachte] (de in Nederland verblijvende (half)broer van [medeverdachte 5]) heeft nog contact gezocht met [slachtoffer 1] in Roemenië en met haar over het prostitutiewerk gesproken. [verdachte] heeft geld gestuurd voor de reis en [slachtoffer 1] is met [medeverdachte 5] naar Nederland gereisd. [slachtoffer 1] had op dat moment nog relatief kort een liefdesrelatie met [medeverdachte 5]. In Nederland zijn ze opgehaald door [verdachte] en naar Oss gebracht. In Oss heeft [slachtoffer 1] met [verdachte], [medeverdachte 5] en [slachtoffer 2] (een minderjarige Roemeense prostituee) op een kamer gewoond. Deze kamer werd gehuurd door [verdachte]. Na enkele weken zijn [medeverdachte 5], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar een caravan/chalet op de camping in Lith verhuisd.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat bij de huur van deze caravan [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] betrokken zijn geweest.

Bij aankomst van [slachtoffer 1] in Nederland heeft [verdachte] meteen een seksadvertentie voor [slachtoffer 1] op het internet geplaatst. Er zijn foto’s van [slachtoffer 1] gemaakt om deze eveneens op het internet te plaatsen. [verdachte] heeft [slachtoffer 1] uitleg gegeven over de prostitutiewerkzaamheden. [slachtoffer 1] is daarna werkzaam geweest als prostituee in de escort-service onder de naam [alias]. [slachtoffer 1] werd onder meer door [medeverdachte 5] naar de klanten gebracht. Van elke met de prostitutie verdiende € 100,-- droeg ze € 20,-- tot € 30,-- af aan [verdachte] en de rest van het geld deelde ze met [medeverdachte 5], met wie zij een liefdesrelatie had. [verdachte] had contact met de klanten en had overleg over de prijs voor de seksuele handelingen met de klanten. [verdachte] bepaalde naar welke klant [slachtoffer 1] ging. Uit de opgenomen taps blijkt dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] actief betrokken waren bij het werven van klanten voor [slachtoffer 1] via internet. Er was veelvuldig telefonisch contact tussen de verdachten onderling.

Uit de verklaringen van [slachtoffer 1], [getuige 1] en de taps, blijkt dat [verdachte], en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] betrokken zijn geweest bij het meenemen van [slachtoffer 1] naar Duitsland om haar daar in een club te laten werken. Uit de verklaring van [getuige 1] blijkt dat dit niet alleen een saunaclub was, maar dat het ook de bedoeling was dat zij en [slachtoffer 1] daar eventueel met de klanten seks zouden bedrijven. [getuige 1] benoemt dit door te zeggen dat met de klanten wordt geslapen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 1] ten tijde van het ten laste gelegde een jonge Roemeense vrouw van 21 jaar was. Zij had geen werk in Roemenië en wilde in Nederland geld voor haar familie verdienen. Zij is in een discotheek gevraagd prostitutiewerk te gaan verrichten. Zij had weinig opleiding genoten en sprak geen Nederlands. Zij kwam uit een instabiele gezinssituatie en bovendien een slechte financiële situatie in Roemenië. Verdachte en de medeverdachten moeten zich van deze slechte financiële positie bewust zijn geweest. Gezegd kan worden dat het een feit van algemene bekendheid is dat de levensstandaard voor veel mensen in Roemenië erg laag is. [slachtoffer 1] is meteen na aankomst in Nederland bij een andere, minderjarige, Roemeense prostituee en bij [medeverdachte 5] en [verdachte] gehuisvest. Laatstgenoemde twee regelden alles voor [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] stond een substantieel deel van haar inkomsten af aan [verdachte] en [medeverdachte 5]. Ook in Lith was zij woonachtig met [medeverdachte 5] en twee prostituees. In Nederland had zij geen sociaal netwerk.

Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 1] zich in een kwetsbare positie bevond en dat verdachte en de medeverdachten door hun handelen ook misbruik hebben gemaakt van deze kwetsbare positie van [slachtoffer 1]. Daaraan doet niet af dat [slachtoffer 1] zegt dat zij de prostitutiewerkzaamheden vrijwillig heeft verricht en haar inkomsten vrijwillig heeft afgestaan, wat daar overigens ook van zij. Niet kan worden gezegd dat de positie van [slachtoffer 1] niet verschilde met de situatie van de gemiddelde mondige prostituee in Nederland.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en de medeverdachte(n) door misbruik van haar kwetsbare positie [slachtoffer 1] hebben geworven vanuit Roemenië, haar hebben vervoerd, overgebracht en gehuisvest met het oogmerk die [slachtoffer 1] uit te buiten.

Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte [slachtoffer 1] hebben meegenomen naar Nederland en dat verdachte en de medeverdachten [slachtoffer 1] hebben meegenomen naar Duitsland teneinde haar ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling.

Het verweer van de verdediging dat het juridisch niet mogelijk is dezelfde persoon meerdere keren mee te nemen naar een ander land met het oogmerk zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie, vindt geen steun in het recht.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte en de medeverdachten [slachtoffer 1] door misbruik van haar kwetsbare positie ertoe hebben bewogen zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie, haar hebben bewogen verdachte en/of de medeverdachten te bevoordelen uit de opbrengst daarvan en opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting.

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank de samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten zodanig nauw en bewust dat gesproken kan worden van het tezamen en in vereniging plegen van deze feiten.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3.

De rechtbank zal voor het bewijs ten aanzien van de feiten 2 en 3 met name uitgaan van de verklaringen van[slachtoffer 2] bij de politie afgelegd. [slachtoffer 2] heeft bij de politie meermalen uitvoerig en in grote lijnen consistent verklaard. Slechts op een aantal detailpunten is afwijkend door haar verklaard. Haar verklaring wordt op essentiële punten ondersteund door andere bewijsmiddelen. Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 2] een verklaring afgelegd die in grote lijnen aansluit bij haar bij de politie afgelegde verklaringen. De rechtbank stelt vast dat tijdens het verhoor ten overstaan van de rechter-commissaris sprake was van een ingewikkelde manier van vraagstelling. De getuige is op een confronterende wijze ondervraagd door vijf raadslieden over een in zijn algemeenheid, maar zeker ook voor[slachtoffer 2] intiem onderwerp. Een onderwerp waar, zo blijkt ook uit de politieverklaringen, de getuige niet graag en met enige schroom over spreekt. De rechtbank kan zich voorstellen dat die omstandigheden tot een minder stellige verklaring van deze op dat moment 17-jarige getuige hebben geleid.

Voor zover er al sprake is van tegenstrijdigheden zijn deze gering. Mede gelet op het tijdsverloop doen deze geringe afwijkingen geen afbreuk aan de kern van haar verklaring. Al hetgeen overigens is aangevoerd, leidt ook niet tot een ander oordeel. De rechtbank acht de verklaringen van[slachtoffer 2] dan ook betrouwbaar en zal deze verklaringen, voor zover door de rechtbank in de bijlage opgenomen, gebruiken voor het bewijs.

Vaststaat dat[slachtoffer 2] ten tijde van het ten laste gelegde 16 jaren en daarmee minderjarig was.

De minderjarigheid vormt een geobjectiveerd bestanddeel.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 2] omstreeks eind maart/begin april 2012 naar Nederland is gekomen. [verdachte] heeft haar onder valse voorwendselen naar Nederland gehaald. [slachtoffer 2] was in de veronderstelling dat zij in Nederland in een club zou gaan werken en geen prostitutiewerkzaamheden zou gaan verrichten. Dat wilde zij ook niet en dat heeft zij [verdachte] ook medegedeeld. In Nederland aangekomen, is [slachtoffer 2] onder meer door [verdachte] en [medeverdachte 6] opgehaald en naar het eerste verblijfadres, de woning van [getuige 2] te Oss, gebracht, waar ze ongeveer een maand heeft verbleven. [medeverdachte 6] en [verdachte] zijn betrokken geweest bij de huur van deze woning.

[verdachte] heeft na aankomst het identiteitsbewijs van [slachtoffer 2] ingenomen en enige tijd onder zich gehouden. [verdachte] heeft [slachtoffer 2] een vals identiteitsbewijs gegeven, waaruit zou moeten blijken dat zij meerderjarig is.

Op haar eerste dag in Nederland werd door [verdachte] aan [slachtoffer 2] medegedeeld dat zij in de prostitutie moest gaan werken. Voor de reis naar Nederland had [verdachte]

€ 1.500,-- voorgeschoten aan [slachtoffer 2] en haar begeleider. Dit bedrag moest [slachtoffer 2] terugbetalen aan [verdachte]. Aan [slachtoffer 2] werd medegedeeld dat zij, als zij niet zou gaan werken in de prostitutie, terug zou moeten naar Roemenië en het voorgeschoten geld meteen terug zou moeten geven. Dat geld had [slachtoffer 2] echter niet en het was voor haar ook niet mogelijk om in Roemenië dat geld te verdienen. Daarmee is [slachtoffer 2] door [verdachte] in een slechte financiële positie gebracht.

Vanaf mei 2012 is [slachtoffer 2] in de escort-service werkzaam geweest. Meestal werd zij door [verdachte] of [medeverdachte 5] naar de klanten gebracht. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben [slachtoffer 2] ook een aantal malen voor haar werkzaamheden als prostituee naar het adres van klanten gebracht. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] een maand na aankomst in Nederland heeft leren kennen. Gelet op haar verklaring en de in de bewijsmiddelen opgenomen taps waarbij [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] betrokken zijn, acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] vanaf mei 2012 betrokken waren bij de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 2].

[slachtoffer 2] moest een groot deel, namelijk 60% van haar inkomsten aan [verdachte] afstaan. [verdachte] deelde de inkomsten op zijn beurt met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Ook stond [slachtoffer 2] een deel van haar inkomsten af aan [medeverdachte 5] voor het vervoer.

[verdachte] heeft [slachtoffer 2] instructies gegeven over de wijze waarop zij de prostitutiewerkzaamheden moest uitvoeren. Ook moest zij, voordat zij met de prostitutiewerkzaamheden is begonnen, zonder betaling seks hebben met [verdachte], [medeverdachte 6] en anderen. Kennelijk had dit onder meer tot doel om [slachtoffer 2] seksuele ervaring op te laten doen. Ten behoeve van de werving van de prostitutieklanten zijn er van [slachtoffer 2] seksueel getinte foto’s gemaakt door [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4]. [medeverdachte 4] heeft ook wel eens de nagels van [slachtoffer 2] verzorgd. De gemaakte foto’s waren bestemd om op de sekssite te zetten voor de werving van klanten. [medeverdachte 2] heeft accessoires, kleding en make-up alsmede glijmiddel en condooms ten behoeve van prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer 2] betaald en verstrekt. [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] zochten op de laptop klanten voor [slachtoffer 2]. [verdachte] sprak met de klanten en maakte afspraken over de prijs en de locatie. Hij controleerde [slachtoffer 2] en bepaalde welke klanten zij kreeg. Als zij ongesteld was, moest zij van [verdachte] toch seks hebben met de klanten, waarvoor zij plastic kapjes van [verdachte] kreeg. Ook heeft zij met klanten seks gehad zonder condoom.

[medeverdachte 6] heeft voordat [slachtoffer 2] naar de tweede woning is verhuisd, twee klanten voor [slachtoffer 2] geregeld met wie zij seks moest hebben. Zij kreeg daar geen geld voor, terwijl [medeverdachte 6] daar wel geld voor heeft gekregen. Toen [slachtoffer 2] naar het tweede adres is verhuisd, stopte het werken voor [medeverdachte 6].

[slachtoffer 2] heeft op haar tweede verblijfadres te Oss op een kamer met onder meer [verdachte] verbleven.

Vanaf 1 juni 2012 is [slachtoffer 2] op de camping te Lith gaan wonen. Daar verbleven ook de in de prostitutie werkzame [slachtoffer 1] en de medeverdachte [medeverdachte 5]. [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] zijn betrokken geweest bij de huur van de caravan/chalet aan [camping] te Lith.

Eind juni 2012 is [slachtoffer 2] door onder meer [medeverdachte 5] naar België gebracht om daar samen met een andere prostituee seks te hebben met een klant. Deze klant was door [verdachte] geregeld.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 6] de minderjarige[slachtoffer 2] hebben geworven vanuit Roemenië, haar hebben vervoerd, overgebracht en gehuisvest met het oogmerk die [slachtoffer 2] uit te buiten.

Voor wat betreft [medeverdachte 6] geldt dat zijn betrokkenheid tot mei 2012 kan worden bewezen.

Voor wat betreft [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] geldt dat hun betrokkenheid vanaf mei 2012 kan worden bewezen.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte en de medeverdachten de minderjarige [slachtoffer 2] ertoe hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en opzettelijk voordeel hebben getrokken uit die seksuele handelingen van [slachtoffer 2] met een derde tegen betaling.

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde de samenwerking tussen de verdachten zodanig nauw en bewust dat gesproken kan worden van het tezamen en in vereniging plegen van deze feiten.

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde eveneens wettig en overtuigend bewezen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte wist dat [slachtoffer 2] minderjarig was.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze de eerste dag in Nederland seks met verdachte moest hebben in de woning van [getuige 2]. Verdachte dreigde haar zonder geld terug naar Roemenië te sturen als ze niet deed wat hij zei. Hij eiste dat zij anale seks met hem had. Daarna heeft ze nog vaak orale, anale en vaginale seks met hem gehad. Ze voelde zich gedwongen seks met verdachte te hebben. Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 2] door verdachte werd beperkt in haar keuzes. Verdachte bepaalde met wie zij seks had en welke seksuele handelingen er dienden te worden verricht.

In de periode vanaf mei 2012 heeft verdachte met [slachtoffer 2] op één kamer gewoond.

Verdachte had daardoor de gelegenheid seks met [slachtoffer 2] te hebben. Uit een van de tapgesprekken op 2 juni 2012 blijkt dat verdachte de hele nacht

seks had gehad met een nieuw meisje. Hij vertelt daarbij dat ze heel goed sekst.

Vaststaat dat dit geen betrekking heeft op [slachtoffer 2], die op dat moment al enige tijd in Nederland was. De rechtbank leidt uit deze tap echter wel af dat verdachte de nieuwe meisjes min of meer keurde door seksuele handelingen met hen te verrichten.

Door de hele situatie, zoals hiervoor vermeld, had verdachte als (toekomstige) pooier van [slachtoffer 2] overwicht op [slachtoffer 2] en maakte daar misbruik van.

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna is bewezen verklaard.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

in de periode van 1 mei 2012 tot en met 20 juni 2012 in Nederland en/of in

Duitsland en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen

(lid 1, onder 1) [slachtoffer 1] door misbruik van een

kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en

(lid 1, onder 3) [slachtoffer 1] heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een

ander land, te weten Nederland en Duitsland ertoe te brengen

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en

(lid 1, onder 4) [slachtoffer 1] door misbruik van een

kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en

(lid 1, onder 6) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van

[slachtoffer 1] en

(lid 1, onder 9) [slachtoffer 1] door misbruik van een

kwetsbare positie heeft bewogen hem en/of zijn mededaders te

bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met een derde,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) in of omstreeks voornoemde periode

- een liefdesrelatie met die [slachtoffer 1] aangegaan/onderhouden en

- voor voornoemde [slachtoffer 1] onderdak geregeld en

- voornoemde [slachtoffer 1] bewogen in de prostitutie te gaan en

- seksadvertenties betreffende die [slachtoffer 1] opgemaakt en op internet

geplaatst en

- fotografische opnamen van die [slachtoffer 1] gemaakt ten behoeve van de werving van

prostitutieklanten voor die [slachtoffer 1] en

- die [slachtoffer 1] gehuisvest op camping [camping] te Lith, in een caravan/chalet tezamen met andere vrouwen die in de prostitutie werkzaam waren of

zouden zijn en tezamen met/in duurzame aanwezigheid van een van zijn mededaders en

- de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] georganiseerd / gecoördineerd /

gecontroleerd en

- afspraken met prostitutieklanten gemaakt over de prijs voor de

werkzaamheden van die [slachtoffer 1] en

- (meermaals) die [slachtoffer 1] naar een prostitutieplek vervoerd en van een

prostitutieplek naar de verblijfplaats van die [slachtoffer 1] vervoerd en

- die [slachtoffer 1] meegenomen naar een club in Duitsland met de bedoeling haar

aldaar prostitutiewerkzaamheden te laten verrichten en

- die [slachtoffer 1] bewogen een aanmerkelijk deel van haar

verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) af

te staan.

in de periode van 1 april 2012 tot en met 20 juni 2012 in Nederland en/of in

België, tezamen en in vereniging met anderen,

(lid 1, onder 2)[slachtoffer 2] (geboren op[1995]) heeft geworven en

vervoerd en overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk

van uitbuiting van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt en

(lid 1, onder 5)[slachtoffer 2] (geboren op[1995]) ertoe heeft gebracht

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en

(lid 1, onder 8) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van[slachtoffer 2] (geboren op[1995]) met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) in of omstreeks voornoemde periode

- voornoemde [slachtoffer 2] vanuit Roemenië naar Nederland over doen brengen en

- die [slachtoffer 2] gezegd dat zij in Nederland geld zou kunnen verdienen zonder te vermelden dat zij zich daarbij dan zou moeten gaan prostitueren en

- voor voornoemde [slachtoffer 2] onderdak geregeld en

- die [slachtoffer 2] onder druk gezet en dreigende taal jegens die [slachtoffer 2]

geuit en gedreigd die [slachtoffer 2] te slaan en

- voornoemde [slachtoffer 2] bewogen in de prostitutie te gaan en

- voornoemde [slachtoffer 2] instructies gegeven betreffende de wijze waarop zij de

prostitutiewerkzaamheden moest uitvoeren en

- voornoemde [slachtoffer 2] opgedragen om zonder betaling meermaals seksuele

handelingen te verrichten en/of te ondergaan met verdachte en/of zijn

mededaders en een of meer derde(n) waaronder het meermaals seksueel

binnen dringen bij die [slachtoffer 2] door verdachte en/of zijn mededader(s) en/of een

of meer derde(n) (met [onder meer] het kennelijke doel die [slachtoffer 2] seksuele

ervaring te laten opdoen en

- seksadvertenties betreffende die [slachtoffer 2] opgemaakt en op internet

geplaatst en

- kinderpornografische afbeeldingen van die [slachtoffer 2] gemaakt ten

behoeve van de werving van prostitutieklanten voor die [slachtoffer 2] en

- die [slachtoffer 2] een vals identiteitsbewijs verschaft waaruit zou blijken dat

zij meerderjarig is en

- die [slachtoffer 2] gehuisvest op camping [camping]

[camping] te Lith, in een caravan/chalet tezamen met andere

vrouwen die in de prostitutie werkzaam waren of zouden zijn en in duurzame aanwezigheid van een van zijn mededaders, die een liefdesrelatie met een van die andere

vrouwen onderhield en

- het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 2] ingenomen, en enige tijd onder zich gehouden en

- de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] georganiseerd/gecoördineerd/

gecontroleerd en

- meermaals afspraken met klanten gemaakt over de prijs van en locatie voor

de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 2] en

- werkkleding en accessoires en make-up aan die [slachtoffer 2] verstrekt en de nagels van die [slachtoffer 2] verzorgd en

- een telefoon aan die [slachtoffer 2] verstrekt ten behoeve van de organisatie rond

haar prostitutiewerkzaamheden en

- het telefoonverkeer van die [slachtoffer 2] gecontroleerd en

- condooms aan die [slachtoffer 2] verstrekt en

- die [slachtoffer 2] plastic kapjes verstrekt zodat zij haar prostitutiewerkzaamheden tijdens haar menstruatieperiode zou blijven uitoefenen en

- die [slachtoffer 2] bewogen seks met haar klanten te hebben zonder condoom en

- meermaals die [slachtoffer 2] naar een prostitutieplek vervoerd en van een prostitutieplek naar de verblijfplaats van die [slachtoffer 2] vervoerd en

- voornoemde [slachtoffer 2] in een slechte financiële positie gebracht en gehouden en

- die [slachtoffer 2] gedreigd haar naar Roemenië terug te sturen en

- die [slachtoffer 2] bewogen een groot deel van haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte en zijn mededaders af te staan.

op tijdstippen in de periode van 01 april 2012 tot en met 20 juni 2012 te Oss en/of in Lith, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten als (toekomstig) pooier in de prostitutie een minderjarig persoon, te weten[slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], geboren op[1995], waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, telkens opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen waaronder anale en/of vaginale geslachtsgemeenschap met verdachte te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

  • -

    een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek voorarrest;

  • -

    opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis;

  • -

    hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij[slachtoffer 2] (immateriële schade van € 15.000,-- en € 3.500,-- en materiële schade van

€ 16.875,--);

  • -

    verbeurdverklaring van een bankpas Western Union;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van een notebook Acer Aspire;

  • -

    teruggave aan verdachte van een overschrijvingsbewijs Western Union.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft verzocht bij een bewezenverklaring niet een straf conform de richtlijnen van het openbaar ministerie op te leggen. Hij heeft verwezen naar jurisprudentie in soortgelijke zaken, waarbij naar hij stelt aanzienlijk lagere straffen zijn opgelegd dan in deze zaak is geëist. Voorts heeft hij verzocht er rekening mee te houden dat verdachte 338 dagen in voorarrest heeft gezeten, geen strafblad heeft in Nederland, een vrouw en een jong kind heeft en de pleegperiode bij een bewezenverklaring beperkt is.

De raadsman acht een gevangenisstraf conform het voorarrest op zijn plaats.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De slachtoffers betreffen een Roemeens meisje van 16 jaar en een jonge Roemeense vrouw van 21 jaar. Zij hebben weinig opleiding genoten en komen uit een minder welvarende thuissituatie in Roemenië. Zij beheersten de Nederlandse taal niet en konden zich moeilijk verstaanbaar maken. Zij hadden in Nederland geen sociaal netwerk. Daardoor bevonden zij zich in een kwetsbare positie.

Verdachte heeft beide vrouwen geworven en naar Nederland laten komen.

Na aankomst van het 16-jarige slachtoffer heeft hij haar laten weten dat zij als prostituee moest gaan werken en haar daartoe onder druk gezet. Om haar seksuele ervaring op te laten doen, moest dit meisje van verdachte seks zonder betaling hebben met meerdere mannen. Ook heeft verdachte vele malen seks gehad met dit meisje. Het meisje moest altijd beschikbaar zijn voor de prostitutiewerkzaamheden, ook als zij ongesteld was. Zij heeft ook zonder condoom seks met klanten gehad.

Deze feiten zijn, zo blijkt ook uit de verklaringen van het slachtoffer bij de politie, zeer vernederend en traumatisch voor het slachtoffer geweest.

Slachtoffers van dit soort ernstige seksuele delicten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van.

Verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van de twee jonge vrouwen door gedurende een periode van meer dan een maand de vrouwen te bewegen tot prostitutie en gedurende deze periode voordeel te trekken uit de inkomsten van hun werkzaamheden.

Uit het dossier blijkt dat het slachtoffer [slachtoffer 2] niets heeft overgehouden aan de door haar verrichte prostitutiewerkzaamheden. Naast de huur moest zij nog voor allerlei zaken, onder meer gerelateerd aan het prostitutiewerk, geld afdragen. [slachtoffer 1] heeft een substantieel deel van haar inkomsten afgedragen.

Verdachte heeft de slachtoffers uitgebuit. Verdachte heeft daarbij gehandeld uit puur winstbejag en heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen voor de psychische en lichamelijke integriteit van de slachtoffers. De rechtbank beschouwt verdachte als de initiatiefnemer van de mensenhandel, welke hij vervolgens coördineerde. Op geen enkel moment heeft verdachte empathie getoond naar de slachtoffers en/of getoond dat hij inzicht heeft in de laakbaarheid van zijn handelen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf passend en geboden is.

De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan de gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

De officier van justitie heeft opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis gevorderd.

De voorlopige hechtenis is bij beschikking d.d. 23 mei 2013 met ingang van 24 mei 2013 door de rechtbank geschorst. Op dat moment moesten nog diverse onderzoekshandelingen worden verricht en was er geen zicht op een inhoudelijke behandeling van de strafzaak op afzienbare termijn. Gelet op de op te leggen straf acht de rechtbank termen aanwezig de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen en zal dit dan ook beslissen.

De stelling dat de schorsing van de voorlopige hechtenis alleen kan worden opgeheven indien enig gestelde voorwaarde niet is nageleefd, vindt geen steun in het recht.

De vordering van de benadeelde partij[slachtoffer 2].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

Primair heeft de raadsman aangevoerd dat behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Meest subsidiair refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling.

De benadeelde partij heeft in verband met de gedwongen afgedragen inkomsten een bedrag van € 16.875,-- (45 dagen maal 3 klanten per dag maal € 125,--) gevorderd; € 15.000,-- immateriële schade ten gevolge van 45 dagen gedwongen prostitutie; immateriële schade tegen gevolge van seksueel misbruik door [verdachte], verdachte ) ad € 3.500,-- en immateriële schade ten gevolge van seksueel misbruik door [medeverdachte 6] ([medeverdachte 6]) ad € 2.000,--. De rechtbank begrijpt dat laatstgenoemde immateriële schade alleen in de strafzaak van medeverdachte [medeverdachte 6] wordt gevorderd.

De rechtbank acht de vordering toewijsbaar, met uitzondering van de gedwongen afgedragen inkomsten met betrekking tot 2 klanten à € 125,-- welke inkomsten rechtstreeks naar medeverdachte [medeverdachte 6] zijn gegaan.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk met betrekking tot de immateriële schade van € 15.000,-- en de materiële schade van € 16.625,--.

Met betrekking tot de immateriële schade van € 3.500,-- zal de rechtbank de vordering niet hoofdelijk toewijzen.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerp vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met behulp waarvan de feiten zijn begaan

en dit voorwerp ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorde.

De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerp vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid en het voorwerp (laptop met o.m. kinderporno) van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerp aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van dit in beslag genomen goed.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 248a, 273f.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

Mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2:

Mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 3:

Uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij

weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

* Gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 2, feit 3:

* Maatregel van schadevergoeding van € 35.125,00 subsidiair 210 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer[slachtoffer 2], van een bedrag van € 35.125,-- (zegge:

vijfendertigduizend honderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en

verhaal te vervangen door 210 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een

bedrag van € 15.000,-- immateriële schadevergoeding (post: 45 dagen gedwongen

prostitutie), € 3.500,-- (post: immateriële schade ten gevolge van seksueel

misbruik door verdachte) en materiële schadevergoeding € 16.625,-- (post:

gedwongen afgedragen inkomsten).

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag van € 31.625,-- door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij[slachtoffer 2] van een bedrag van € 35.125,--

(zegge: vijfendertigduizend honderdvijfentwintig euro), te weten € 15.000,--

immateriële schadevergoeding (post: 45 dagen gedwongen prostitutie,

€ 3.500,-- (post: immateriële schade ten gevolge van seksueel misbruik door

verdachte) en materiële schadevergoeding € 16.625,-- (post: gedwongen afgedragen inkomsten).

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag van € 31.625,-- door

(een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

 Verbeurdverklaring van de in beslag genomen bankpas, Western Union.

 Onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen computer, Acer Aspire Notebook;

 Teruggave aan verdachte van het in beslag genomen bankafschrift, Western Union.

Opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis in de zaak met parketnummer 01/849357-12 met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.C.P.M. Valckx, voorzitter,

mr. N.M. Spelt en mr. M.A. Waals, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 2 december 2013.

[Bijlage A; de bewijsmiddelen]