Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6652

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-12-2013
Datum publicatie
02-12-2013
Zaaknummer
01/845233-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2016:1248
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek voorarrest voor mensenhandel met betrekking tot een 16-jarig Roemeens meisje en uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht dit meisje bewegen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen met verdachte. Opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Toewijzing vordering benadeelde partij terzake immateriële schade en materiële schade tot een bedrag van € 2.250,--.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845233-12

Datum uitspraak: 02 december 2013

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op[1965],

wonende te [adres], [land].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 september 2012, 11 december 2012, 25 februari 2013, 23 mei 2013, 4, 5, 8 en 18 november 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van (dag: onleesbaar) augustus 2012.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 4 november 2013 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

Hij in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 20 juni 2012 te

Oss en/of Teeffelen en/of Lith en/of/althans (elders) in Nederland en/of in

Duitsland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen

(lid 1, onder 2) [slachtoffer] (geboren op [1995]) heeft geworven en/of

vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk

van uitbuiting van die [slachtoffer], terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt; en/of

(lid 1, onder 5) [slachtoffer] (geboren op [1995]) ertoe heeft gebracht

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of

voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer] enige

handeling heeft ondernomen waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar

zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer] de

leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt; en/of

(lid 1, onder 8) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit seksuele

handelingen van [slachtoffer] (geboren op [1995]) met of voor een derde

tegen betaling, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt;

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (immers) (in of omstreeks

voornoemde periode)

- voornoemde [slachtoffer] vanuit Roemenië naar Nederland over gebracht/over doen

brengen; en/of

- die [slachtoffer] gezegd/voorgehouden dat zij in Nederland geld zou kunnen/gaan

verdienen (zonder te vermelden dat zij zich (daarbij dan) zou moeten (gaan)

prostitueren); en/of

- (voor) voornoemde [slachtoffer] onderdak verschaft/geregeld; en/of

- een liefdesrelatie met die [slachtoffer] aangegaan/onderhouden; en/of

- die [slachtoffer] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve taal jegens die [slachtoffer]

geuit en/of gedreigd die [slachtoffer] te slaan; en/of

- voornoemde [slachtoffer] verzocht/bewogen in de prostitutie te gaan; en/of

- voornoemde [slachtoffer] instructies gegeven betreffende de wijze waarop zij de

(prostitutie)werkzaamheden moest uitvoeren; en/of

- voornoemde [slachtoffer] opgedragen/bewogen om zonder betaling (meermaals) seksuele

handelingen te verrichten en/of te ondergaan met verdachte en/of zijn

mededader(s) en/of een of meer derde(n) waaronder het (meermaals) seksueel

binnen dringen bij die [slachtoffer] door verdachte en/of zijn mededader(s) en/of een

of meer derde(n) (met [onder meer] het kennelijke doel die [slachtoffer] seksuele

ervaring te laten op doen; en/of

- (een) (seks)advertentie(s) betreffende die [slachtoffer] opgemaakt en/of op internet

geplaatst; en/of

- (kinder)(porno)(foto)grafische afbeeldingen van die [slachtoffer] gemaakt ten

behoeve van de werving van (prostitutie)klanten voor die [slachtoffer]; en/of

- die [slachtoffer] een vals/onjuist identiteitsbewijs verschaft (waarop is vermeld

dat zij meerderjarig is); en/of

- die [slachtoffer] gehuisvest op een afgelegen plek (te weten (een) camping [camping]

[camping]te Lith), in een caravan/(klein) chalet) tezamen met een of meer (andere)

vrouw(en) die in de prostitutie werkzaam waren/was of zoud(en) zijn en onder

toezicht van/tezamen met/in (duurzame) aanwezigheid van verdachte en/of een

van zijn mededader(s) (die een liefdesrelatie met (een) (van) die andere

vrouwen onderhield); en/of

- het identiteitsbewijs van die [slachtoffer] ingenomen, althans (enige tijd) onder

zich gehouden; en/of

- de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer] georganiseerd/gecoördineerd/

gecontroleerd; en/of

- (meermaals) afspraken met klanten gemaakt over de prijs van en locatie voor

de (prostitutie)werkzaamheden van die [slachtoffer]; en/of

- (werk)kleding en/of accessoires en/of make-up aan die [slachtoffer] verstrekt en/of

de nagels van die [slachtoffer] verzorgd/gedaan; en/of

- een telefoon aan die [slachtoffer] verstrekt ten behoeve van (de organisatie rond)

haar prostitutiewerkzaamheden; en/of

- het/de telefoon(verkeer) van die [slachtoffer] gecontroleerd; en/of

- condooms aan die [slachtoffer] heeft verstrekt; en/of

- die [slachtoffer] (plastic) kapjes te verstrekken opdat/zodat zij haar

(prostitutie)werkzaamheden tijdens haar menstruatie(periode) zou/kon blijven

uitoefenen; en/of

- die [slachtoffer] gedwongen/bewogen seks met haar klanten te hebben zonder condoom;

en/of

- (meermaals) die [slachtoffer] naar een prostitutieplek vervoerd en/of van een

prostitutieplek naar de verblijfplaats van die [slachtoffer] vervoerd; en/of

- voornoemde [slachtoffer] in een slechte/moeilijke financiële positie gebracht; en/of

- (meermaals) die [slachtoffer] gedreigd haar naar Roemenië terug te sturen en/of te

slaan omdat die [slachtoffer] een klant had geweigerd; en/of

- die [slachtoffer] gedwongen/bewogen een (groot/aanmerkelijk) deel van haar

verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) af

te staan/dragen;

(artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 april 2012

tot en met 20 juni 2012 te 's-Hertogenbosch en/of Oss en/of Lith, althans in

Nederland een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of

misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door

misleiding, te weten als (toekomstig) pooier, althans werkverschaffer,

althans als volwassene (ten opzichte) (van [slachtoffer]), een (minderjarig)

persoon,[slachtoffer] geboren op [1995] waarvan verdachte wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog

niet had bereikt, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen

(waaronder anale en/of vaginale geslachtsgemeenschap, althsn seksueel

binnendringen van die [slachtoffer]), te plegen of zodanige handelingen van verdachte

te dulden;

(Artikel 248a Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Bronnen.

- een dossier van de regiopolitie Brabant-Noord, districtelijke opsporing Maasland, met dossiernummer PL21YO-2011130697, afgesloten d.d. 29 oktober 2012, aantal doorgenummerde bladzijden: pag. 1 tot en met 3361, met daarbij de tapprocessen-verbaal betreffende [medeverdachte 1] (mappen 1, 2 en 3), [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4], (mappen 1 en 2) en[medeverdachte 5] (dossier 1);

- Proces-verbaal verhoor betreffende de verklaring van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris d.d. 30 mei 2013;

- Proces-verbaal verhoor betreffende[medeverdachte 3] bij de rechter-commissaris d.d. 5 maart 2013.

Het standpunt van de officier van justitie.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde acht de officier van justitie bewezen dat verdachte de minderjarige [slachtoffer] in vereniging met de medeverdachten heeft gehuisvest en vervoerd met het oogmerk van uitbuiting. Voorts heeft verdachte in vereniging met [medeverdachte 3] het slachtoffer geworven en overgebracht (lid 1 onder 2).

Verdachte heeft met anderen het slachtoffer [slachtoffer] ertoe gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen (lid 1 onder 5) en opzettelijk voordeel getrokken uit die handelingen (lid 1 onder 8). De officier van justitie acht ten aanzien van verdachte in ieder geval bewezen dat hij twee klanten voor [slachtoffer] heeft geregeld en het geld van deze klanten heeft opgestreken.

De officier van justitie acht feit 2 eveneens wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Op de in de pleitnota aangevoerde gronden heeft de raadsvrouwe geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsvrouwe - kort gezegd -aangevoerd dat concrete mensenhandelactiviteiten betreffende verdachte er niet zijn, behoudens hetgeen [slachtoffer] (wisselend) verklaart over twee klanten die verdachte bij [slachtoffer] zou hebben gebracht. Deze verklaring is ongeloofwaardig en onbetrouwbaar en wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 2 is er ook geen steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer].

Het oordeel van de rechtbank.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis, wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bijlage A (pag. 15 tot en met 18) bij dit vonnis, en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot de feiten waarop deze in het bijzonder betrekking hebben.

Nadere bewijsoverwegingen en de bewijsbeoordeling.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2.

De rechtbank zal voor het bewijs ten aanzien van de feiten 1 en 2 met name uitgaan van de verklaringen van [slachtoffer] bij de politie afgelegd. [slachtoffer] heeft bij de politie meermalen uitvoerig en in grote lijnen consistent verklaard. Slechts op een aantal detailpunten is afwijkend door haar verklaard. Haar verklaring wordt op essentiële punten ondersteund door andere bewijsmiddelen. Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer] een verklaring afgelegd die in grote lijnen aansluit bij haar bij de politie afgelegde verklaringen. De rechtbank stelt vast dat tijdens het verhoor ten overstaan van de rechter-commissaris sprake was van een ingewikkelde manier van vraagstelling. De getuige is op een confronterende wijze ondervraagd door vijf raadslieden over een in zijn algemeenheid, maar zeker ook voor [slachtoffer] intiem onderwerp. Een onderwerp waar, zo blijkt ook uit de politieverklaringen, de getuige niet graag en met enige schroom over spreekt. De rechtbank kan zich voorstellen dat die omstandigheden tot een minder stellige verklaring van deze op dat moment 17-jarige getuige hebben geleid.

Voor zover er al sprake is van tegenstrijdigheden zijn deze gering. Mede gelet op het tijdsverloop doen deze geringe afwijkingen geen afbreuk aan de kern van haar verklaring. Al hetgeen overigens is aangevoerd, leidt ook niet tot een ander oordeel. De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer] dan ook betrouwbaar en zal deze verklaringen, voor zover door de rechtbank in de bijlage opgenomen, gebruiken voor het bewijs.

Vaststaat dat [slachtoffer] ten tijde van het ten laste gelegde 16 jaren en daarmee minderjarig was.

De minderjarigheid vormt een geobjectiveerd bestanddeel.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer] omstreeks eind maart/begin april 2012 naar Nederland is gekomen. [medeverdachte 3] heeft haar onder valse voorwendselen naar Nederland gehaald. [slachtoffer] was in de veronderstelling dat zij in Nederland in een club zou gaan werken en geen prostitutiewerkzaamheden zou gaan verrichten. Dat wilde zij ook niet en dat heeft zij [medeverdachte 3] ook medegedeeld. In Nederland aangekomen, is [slachtoffer] onder meer door [medeverdachte 3] en [verdachte] opgehaald en naar het eerste verblijfadres, de woning van [getuige 2] te Oss, gebracht, waar ze ongeveer een maand heeft verbleven. [verdachte] en [medeverdachte 3] zijn betrokken geweest bij de huur van deze woning.

[medeverdachte 3] heeft na aankomst het identiteitsbewijs van [slachtoffer] ingenomen en enige tijd onder zich gehouden. [medeverdachte 3] heeft [slachtoffer] een vals identiteitsbewijs gegeven, waaruit zou moeten blijken dat zij meerderjarig is.

Op haar eerste dag in Nederland werd door [medeverdachte 3] aan [slachtoffer] medegedeeld dat zij in de prostitutie moest gaan werken. Voor de reis naar Nederland had [medeverdachte 3]

€ 1.500,-- voorgeschoten aan [slachtoffer] en haar begeleider. Dit bedrag moest [slachtoffer] terugbetalen aan [medeverdachte 3]. Aan [slachtoffer] werd medegedeeld dat zij, als zij niet zou gaan werken in de prostitutie, terug zou moeten naar Roemenië en het voorgeschoten geld meteen terug zou moeten geven. Dat geld had [slachtoffer] echter niet en het was voor haar ook niet mogelijk om in Roemenië dat geld te verdienen. Daarmee is [slachtoffer] door [medeverdachte 3] in een slechte financiële positie gebracht.

Vanaf mei 2012 is [slachtoffer] in de escorte-service werkzaam geweest.

[medeverdachte 3] heeft [slachtoffer] instructies gegeven over de wijze waarop zij de prostitutiewerkzaamheden moest uitvoeren. Ook moest zij, voordat zij met de prostitutiewerkzaamheden is begonnen, zonder betaling seks hebben met [medeverdachte 3], [verdachte] en anderen. Kennelijk had dit onder meer tot doel die [slachtoffer] seksuele ervaring op te laten doen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [verdachte] betrokken is geweest bij de huur van de tweede woning waar [slachtoffer] heeft verbleven. [verdachte] heeft, voordat [slachtoffer] naar de tweede woning is verhuisd, twee klanten voor [slachtoffer] geregeld, waarmee zij seks moest hebben. Zij kreeg daar geen geld voor, terwijl [verdachte] daar wel geld voor heeft gekregen. Zij hoorde van [medeverdachte 3] dat [verdachte] het verdiende geld aan hem had moeten geven.Toen [slachtoffer] naar het tweede adres was verhuisd, stopte het werken voor [verdachte].

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 3] de minderjarige [slachtoffer] hebben geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest met het oogmerk die [slachtoffer] uit te buiten.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte en de medeverdachte de minderjarige [slachtoffer] ertoe hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en opzettelijk voordeel hebben getrokken uit die seksuele handelingen van [slachtoffer] met een derde tegen betaling.

Verdachte was vanaf het begin direct betrokken bij het ophalen en de huisvesting van [slachtoffer]. Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde de samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 3] zodanig nauw en bewust dat gesproken kan worden van het tezamen en in vereniging plegen van deze feiten.

De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde eveneens wettig en overtuigend bewezen.

[slachtoffer] heeft verklaard dat ze ongeveer vijf tot zes keer seks met verdachte heeft gehad. Dat deed ze omdat dat moest van [medeverdachte 3].

De belastende verklaring van [slachtoffer] wordt ondersteund door de verklaring van respectievelijk[medeverdachte 3] bij de politie, welke verklaring inhoudt dat [verdachte] vaak seks heeft gehad met [slachtoffer] en de verklaring van [getuige 1], inhoudend dat hij [verdachte] regelmatig bij [slachtoffer] heeft afgezet. [slachtoffer] was dan alleen. Na een half uur haalde hij verdachte vervolgens weer op.

Door de hele situatie, zoals hiervoor vermeld, had verdachte als (toekomstige) pooier van [slachtoffer] overwicht op [slachtoffer] en maakte daar misbruik van.

De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna is bewezen verklaard.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

in de maand april 2012 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

(lid 1, onder 2) [slachtoffer] (geboren op [1995]) heeft geworven en

vervoerd en overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk

van uitbuiting van die [slachtoffer], terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt en

(lid 1, onder 5) [slachtoffer] (geboren op [1995]) ertoe heeft gebracht

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en

(lid 1, onder 8) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele

handelingen van [slachtoffer] (geboren op [1995]) met een derde

tegen betaling, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt

hebbende verdachte en/of zijn mededader in of omstreeks voornoemde periode

- voornoemde [slachtoffer] vanuit Roemenië naar Nederland over doen brengen en

- die [slachtoffer] gezegd/voorgehouden dat zij in Nederland geld zou kunnen/gaan

verdienen zonder te vermelden dat zij zich daarbij dan zou moeten gaan

prostitueren en

- voor voornoemde [slachtoffer] onderdak verschaft/geregeld en

- die [slachtoffer] onder druk gezet en/of dreigende taal jegens die [slachtoffer] geuit en

- voornoemde [slachtoffer] bewogen in de prostitutie te gaan en

- voornoemde [slachtoffer] instructies gegeven betreffende de wijze waarop zij de

prostitutiewerkzaamheden moest uitvoeren en

- voornoemde [slachtoffer] opgedragen om zonder betaling meermaals seksuele

handelingen te verrichten en/of te ondergaan met verdachte en zijn

mededader en/of een of meer derde(n) waaronder het (meermaals) seksueel

binnen dringen bij die [slachtoffer] door verdachte en/of zijn mededader(s) en/of een

of meer derde(n) (met [onder meer] het kennelijke doel die [slachtoffer] seksuele

ervaring te laten op doen en

- die [slachtoffer] een vals/onjuist identiteitsbewijs verschaft (waarop is vermeld

dat zij meerderjarig is) en

- het identiteitsbewijs van die [slachtoffer] ingenomen en enige tijd onder

zich gehouden en

- de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer] georganiseerd en

- afspraken met klanten gemaakt over de prijs van en locatie voor

de prostitutie werkzaamheden van die [slachtoffer] en

- voornoemde [slachtoffer] in een slechte/moeilijke financiële positie gebracht en

- (meermaals) die [slachtoffer] gedreigd haar naar Roemenië terug te sturen en

- die [slachtoffer] gedwongen haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte af te staan.

op tijdstippen in de maand april 2012 in Nederland meermalen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten als (toekomstig) pooier, een minderjarig persoon, [slachtoffer], geboren op [1995], waarvan verdachte wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog

niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, waaronder anale en vaginale geslachtsgemeenschap met verdachte te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

  • -

    een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek voorarrest;

  • -

    opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis;

  • -

    toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] betreffende immateriële schade van € 15.000,--, immateriële schade van € 2.000,-- en materiële schade van € 250,--. Ten aanzien van het overige deel van de vordering is de benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Mocht de rechtbank de feiten bewezen achten dan is de rol van verdachte zodanig klein geweest dat de reeds door hem ondergane hechtenis ruimschoots voldoende moet zijn als strafoplegging. In dit verband verwijst de verdediging naar straffen die in vergelijkbare zaken in de praktijk worden opgelegd. Voorts vraagt de raadsvrouwe zich af wat het nut is een gevangenisstraf op te leggen langer dan het voorarrest aan iemand die niet meer in Nederland mag komen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Het slachtoffer betreft een Roemeens meisje van 16 jaar. Zij komt uit een minder welvarende thuissituatie in Roemenië. Zij beheerste de Nederlandse taal niet en kon zich moeilijk verstaanbaar maken. Zij had in Nederland geen sociaal netwerk. Daardoor bevond zij zich in een kwetsbare positie.

Verdachte heeft met de medeverdachte dit jonge meisje naar Nederland laten komen.

Na aankomst van het slachtoffer heeft de medeverdachte haar laten weten dat zij als prostituee moest gaan werken en haar onder druk gezet. Om haar seksuele ervaring op te laten doen, moest dit meisje seks zonder betaling hebben met meerdere mannen, waaronder verdachte. Verdachte heeft meerdere malen seks gehad met dit meisje. De bewezen verklaarde feiten zijn, zo blijkt ook uit de verklaringen van het slachtoffer bij de politie, zeer vernederend en traumatisch voor het slachtoffer geweest.

Slachtoffers van dit soort ernstige seksuele delicten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van.

Verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van dit jonge meisje door haar te bewegen tot prostitutie en voordeel te trekken uit de inkomsten van haar werkzaamheden.

Verdachte heeft daarbij gehandeld uit puur winstbejag en heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen voor de psychische en lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Ook bij het seksueel misbruik door verdachte van het slachtoffer heeft hij kennelijk alleen oog gehad voor zijn eigen gerief. Op geen enkel moment heeft verdachte getoond dat hij inzicht heeft in de laakbaarheid van zijn handelen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf passend en geboden is.

De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

De officier van justitie heeft opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis gevorderd.

De voorlopige hechtenis is bij beschikking d.d. 23 mei 2013 met ingang van 24 mei 2013 door de rechtbank geschorst. Op dat moment moesten nog diverse onderzoekshandelingen worden verricht en was er geen zicht op een inhoudelijke behandeling van de strafzaak op afzienbare termijn.

Gelet op de op te leggen straf acht de rechtbank termen aanwezig de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen en zal dit dan ook beslissen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de immateriële schade van € 15.000,-- en € 2.000,-- voor toewijzing vatbaar. Tevens vindt de officier van justitie ten aanzien van de materiële schade een bedrag van € 250,-- toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

Primair is de raadsvrouwe van mening dat de vordering moet worden afgewezen in verband met het verzoek tot vrijspraak. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat de schade niet makkelijk is te herleiden naar enig bedrag.

Beoordeling.

De benadeelde partij heeft in verband met de gedwongen afgedragen inkomsten een bedrag gevorderd van € 16.875,-- (45 dagen maal 3 klanten per dag maal € 125,--), € 15.000,-- immateriële schade ten gevolge van 45 dagen gedwongen prostitutie, immateriële schade ten gevolge van seksueel misbruik door [medeverdachte 3] ([medeverdachte 3] ) ad € 3.500,-- en immateriële schade ten gevolge van seksueel misbruik door [verdachte] (verdachte) ad € 2.000,--. De rechtbank begrijpt dat de immateriële schade van € 3.500,-- alleen in de strafzaak van medeverdachte [medeverdachte 3] wordt gevorderd.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte betrokken is geweest bij de mensenhandel in de maand april 2012. Voor de materiële en immateriële schade, veroorzaakt in de periode na april 2012, acht de rechtbank verdachte niet aansprakelijk.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door de bewezen verklaarde feiten toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schade van € 2.000,-- en materiële schade van € 250,-- (2 x € 125,--).

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de overige gevorderde immateriële schade en materiële schade, aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 57, 248a en 273f.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

Mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

T.a.v. feit 2:

Uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij

wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien

jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te

plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en/maatregel.

T.a.v. feit 1, feit 2:

* Gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

Opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis in de zaak met

parketnummer 01/845233-12 met ingang van heden.

T.a.v. feit 1, feit 2:

* Maatregel van schadevergoeding van € 2.250,00 subsidiair 32 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van € 2.250,-- (zegge:

tweeduizend tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te

vervangen door 32 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van

€ 2000,-- immateriële schadevergoeding (ten gevolge van seksueel misbruik door

verdachte) en materiële schadevergoeding (post gedwongen afgedragen inkomsten 2

x € 125,--).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 2.250,-- (zegge: tweeduizend tweehonderd vijftig euro), te weten € 2.000,-- immateriële schadevergoeding (post: seksueel misbruik door verdachte) en € 250,-- materiële schadevergoeding (post: gedwongen afgedragen inkomsten 2 x € 125,--).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.C.P.M. Valckx, voorzitter,

mr. N.M. Spelt en mr. M.A. Waals, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 2 december 2013.

[Bijlage A: de bewijsmiddelen]