Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6642

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
28-11-2013
Datum publicatie
28-11-2013
Zaaknummer
01/845374-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaren.

Indexdelict, kortgezegd: plegen van ontucht met iemand beneden de 16 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845374-08

Uitspraakdatum: 28 november 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1966],

verblijvende in [kliniek 1].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 28 januari 2009 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 24 november 2011 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 16 oktober 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 november 2013.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van drs. P.J.C. Bakx, 1e geneeskundige, en drs. K.M. ten Brinck, directeur behandeling/plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 20 september 2013;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van ‘met iemand jonger dan 16 jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Risicotaxatie

HCR-20

De kans op gewelddadig gedrag is beoordeeld op grond van de situatie tot en met 14 mei 2012.

In het verleden, heden en de toekomst komen meerdere factoren voor die samenhangen met seksueel gewelddadig gedrag. Patiënt is een zwakbegaafde man waarbij sprake is van pedofilie wat in combinatie met voornamelijk impulsiviteit en een egocentrische houding (persoonlijkheidsstoornis NAO met borderline en antisociale kenmerken) tot meerdere seksuele delicten bij jonge kinderen heeft geleid. Patiënt is een kwetsbare man die snel emotioneel overstuur is, zich moeilijk kan verplaatsen in anderen en zich makkelijk laat beïnvloeden door anderen. Eerdere behandeling heeft niet kunnen voorkomen dat patiënt opnieuw een seksueel delict pleegde.

Patiënt zet zich in het heden goed in voor zijn behandeling en er is enig effect zichtbaar. Het is echter ook duidelijk dat patiënt levenslang begeleiding nodig blijft hebben. Voor een goed verloop van de behandeling is het nodig dat aangeleerde vaardigheden en inzichten zich gaan generaliseren naar het dagelijks leven en consolideren. Hoewel patiënt aangeeft spijt te hebben van zijn delicten, legt hij de schuld grotendeels buiten zichzelf en is er nog altijd sprake van minimalisatie van het delict. Patiënt heeft onvoldoende zelfinzicht. Tijdens de dadergroepen blijkt patiënt nog niet alle openheid te hebben gegeven over de aard van de seksuele delicten. De vraag is tevens of er genoeg zicht is op de seksuele beleving van patiënt.

Opmerkelijk te noemen is dat patiënt als MDO-inbreng aangeeft tijdens onbegeleid verlof eens naar de dierentuin te willen, een plek waar veel kinderen zijn. Het feit dat patiënt in het verleden (en heden) niet in staat is geweest op een adequate manier relaties, zowel vriendschappelijk als partnerrelaties, op te bouwen met leeftijdsgenoten is tevens een factor die heeft meegespeeld in de aanloop tot de delicten.

Toekomstige slachtoffers van patiënt kunnen jongens en meisjes zijn, die hij kent of met wiens ouders hij een zekere vriendschap onderhoudt.

Gezien bovenstaande wordt de kans dat patiënt, bij onmiddellijke beëindiging van de TBS, opnieuw een seksueel delict pleegt als groot beoordeeld. Hoofdzakelijk het ontbreken van begeleiding welke structureel zicht kan houden op patiënts contacten met kinderen speelt hierin een grote rol. De kans op andere agressie is gezien het ontbreken hiervan in de voorgeschiedenis gering.

De kans op recidive of agressief gedrag in de kliniek en tijdens begeleid verlof wordt als gering beoordeeld. Patiënt stelt zich over het algemeen afhankelijk op richting de hulpverlening en accepteert hiermee hun begeleiding. Recidive in seksueel gedrag naar kinderen is hiermee binnen de klinische setting en binnen begeleide verloven te voorkomen.

Wanneer gekeken wordt naar de aanloop van de seksuele delicten, waarbij patiënt eerst via ouders van het kind een band aangaat om vertrouwen te winnen, is de kans dat een dergelijk scenario zich voordoet tijdens onbegeleide verloven gering. Wanneer er een gedegen managementplan aanwezig is (rekening houdende met zijn cognitieve beperkingen) waarbij helder geformuleerde verlofdoelen aanwezig zijn welke goed worden voorgestructureerd (verbaal en op schrift meegegeven aan patiënt), zijn stemming vooraf wordt bepaald en patiënt openheid geeft van zaken lijkt de kans op seksueel gewelddadig gedrag tijdens onbegeleide verloven gering.

(…)

HKT-30 (9 items)

Patiënt heeft in ernstige mate de voorwaarden overtreden die waren gesteld bij een voorwaardelijke veroordeling, door in de proeftijd opnieuw delicten te plegen.

Er zijn het afgelopen jaar geen aanwijzingen voor het gebruik van of preoccupatie met middelen.

Patiënt is een man die zonder externe structuur aan zijn impulsen toegeeft. Tevens is er sprake van affectlabiliteit. Patiënt is emotioneel instabiel.

Er zijn geen aanwijzingen voor sterke vijandigheid. Wel uit patiënt zich snel verongelijkt en plaatst hij zichzelf in de slachtofferrol, waarbij hij zich verwijtend uitlaat over anderen die hem in zijn ogen hebben benadeeld. Deze vormen van ‘agressie’ zijn echter indirect.

Patiënt heeft beperkte sociale en relationele vaardigheden, waardoor hij snel geïsoleerd kan raken. De beperkte vaardigheden zijn vooral gelieerd aan zijn beperkte sociale emotionele ontwikkelingsniveau. Patiënt zal naar verwachting meedoen aan de hem geboden behandeling, hoewel soms eigenzinnig. Patiënt heeft geringe copingvaardigheden. Bij ophopende stress is er kans op destabilisatie.

Actueel delictgevaar

De kans dat patiënt, bij onmiddellijke beëindiging van de TBS, opnieuw een seksueel delict pleegt, wordt als groot beoordeeld.

Conclusie en advies

Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er nog altijd sprake is van delictgevaar. Het traject zal nog meer tijd in beslag nemen dan één jaar. Daarom wordt geadviseerd de TBS met dwangverpleging met twee jaar te verlengen.’

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik begrijp dat ik nog niet klaar ben. Ik kan me voorstellen dat ik nog twee jaar verlenging van de terbeschikkingstelling krijg. Ik vind dat ik op de goede plek zit en dat ik goed bezig ben. Ik heb pedoseksuele gevoelens en het is moeilijk om over mijn gevoelens te praten, maar dat gaat nu beter. Tijdens verloven weet ik dat ik uit de buurt van kinderen moet blijven. Internet is mijn grootste valkuil, omdat ik via internet met vrouwen kan afspreken om zo met hun kinderen in contact te kunnen komen. Waarschijnlijk zit ik niet de hele twee jaar binnen de kliniek. Ik ben aangenomen bij [kliniek 2], daar kan ik begeleid gaan wonen.

De deskundige T.A.M. Deenen, psycholoog en optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

De samenwerking met betrokkene is goed. Hij heeft een langdurige begeleiding nodig. Een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar is noodzakelijk. Wellicht kan betrokkene voor het einde van de twee jaar al buiten de kliniek worden geplaatst. Begin volgend jaar wordt transmuraal verlof voor betrokkene aangevraagd. Dan volgt mogelijk medio volgend jaar overplaatsing naar [kliniek 2]. Dat is een organisatie voor de opvang van verstandelijk gehandicapten met een minder hoog beveiligingsniveau dan de kliniek. De langste tijd van de klinische behandeling zit er wel op. Het is van wezenlijk belang dat de kliniek toezicht blijft houden op betrokkene, maar de begeleiding zou op termijn ook via de reclassering of een andere instelling kunnen worden vormgegeven.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de vordering.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik refereer me aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, voor de duur van twee jaar.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [verdachte] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. N.M. Spelt, voorzitter,

mr. P.A. Buijs en mr. B. Poelert, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 november 2013.

mr. B. Poelert is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.