Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6373

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
15-11-2013
Datum publicatie
15-11-2013
Zaaknummer
01/845151-13
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2016:3021, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar voor een verdachte die zich in een tijdsbestek van ruim een jaar schuldig heeft gemaakt aan een groot aantal woninginbraken en pogingen daartoe, en deze misdrijven voor een deel met een ander heeft gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01/845151-13

Datum uitspraak: 15 november 2013

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1979],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

wonende te [woonplaats]), [adres],

thans gedetineerd te Detentiecentrum Alphen aan den Rijn.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7 juni 2013, 16 augustus 2013 en 1 november 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 17 mei 2013. De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 1 november 2013 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht. Met inachtneming van deze wijziging is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 13 december 2012 te Erp, gemeente Veghel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit :

- een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen een camera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en/of

- een woning gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen een sleutelbos, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht);

2.

hij in of omstreeks de periode van 13 november 2012 tot en met 14 november 2012 te Waalre ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 3] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is gegaan en/of de buitenverlichting heeft/hebben vernield en/of vervolgens een raam heeft/hebben opengebroken en/of de woning heeft/hebben betreden en/of vervolgens doorzocht, hetgeen is gebleken uit het openen van verschillende lades en/of (kast)deuren in die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);

3.

hij op of omstreeks 23 november 2012 te Geldermalsen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 4] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is gegaan en/of vervolgens een raam heeft/hebben opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);

4.

hij op of omstreeks 25 november 2012 te Oss tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit :

- een woning gelegen aan de[adres 5] heeft weggenomen een of meer sieraden en/of horloges en/of een zonnebril en/of een vest, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en/of

- een woning gelegen aan de [adres 6] heeft weggenomen een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht);

5.

Hij op of omstreeks 9 december 2012 te Reuver, gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning gelegen aan de [adres 7] heeft weggenomen een of meer sieraden en/of horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht);

6.

hij op of omstreeks 6 december 2011 te Berghem, gemeente Oss, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer woningen gelegen aan de [adres 8] en/of de[adres 9] weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woningen te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun

bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of imklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woningen is gegaan en/of vervolgens ramen heeft/hebben opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);

7.

Hij op of omstreeks 14 december 2011 te Heesch, gemeente Bernheze, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning gelegen aan de [adres 10] heeft weggenomen een kluis met de navolgende inhoud: een of meer creditcards en/of kentekenbewijzen en/of paspoorten en/of een geldbedrag (1100 euro) en/of een hypotheekakte, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht);

8.

Hij op of omstreeks 10 januari 2012 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning gelegen aan de [adres 11] heeft weggenomen een of meer horloges en/of Dvd's en/of blouses en/of twee paar schoenen en/of een weegschaal en/of een geldbedrag (125 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht);

9.

hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2012 en 3 maart 2012 te Oss ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 12] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te

verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is gegaan en/of vervolgens een raam heeft/hebben opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);

10.

hij op of omstreeks 20 oktober 2012 te Tiel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 13] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is gegaan en/of vervolgens een raam heeft/hebben opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);

11.

Hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2012 tot en met 10 maart 2012 te Heesch, gemeente Bernheze, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning gelegen aan de [adres 14] heeft weggenomen een IPad en/of een of meer sieraden en/of beelden en/of flessen parfum en/of een geldbedrag (300 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht);

12.

Hij op of omstreeks 2 december 2011 te Waalwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning gelegen aan de [adres 15] heeft weggenomen een geldbedrag (750 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 18], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht);

13.

Hij op of omstreeks 3 december 2011 te Zeeland, gemeente Landerd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning gelegen aan de [adres 16] heeft weggenomen een geldbedrag (460 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 19], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Bronnen.

 een eindproces-verbaal van de politie Oost-Brabant, Districtelijke Opsporing Maasland, met nummer PL21YO 2013020778, afgesloten op 6 mei 2013, in totaal 789 doorgenummerde bladzijden (hierna in Bijlage A aangeduid als: eindproces-verbaal);

 een aanvullend proces-verbaal van de politie Oost-Brabant, Districtelijke Opsporing Maasland, met nummer 2013020778A, afgesloten op 17 juli 2013, in totaal 186 doorgenummerde bladzijden (hierna in Bijlage A aangeduid als: aanvullend proces-verbaal);

 processen-verbaal van Forensisch Technische Opsporing (map) (hierna in Bijlage A aangeduid als Forensisch Technische Opsporing);

 een proces-verbaal sporenonderzoek van de politie Gelderland-Zuid, divisie COZ, forensische opsporing, met proces-verbaalnummer PL084T 2012116937-3, in totaal 3 bladzijden (ten aanzien van feit 3);

 een proces-verbaal sporenonderzoek van de politie Brabant-Noord, divisie informatie en opsporing, recherche expertise, team forensische opsporing, van proces-verbaalnummer PL21R3 2012123821-2, van 28 november 2012, verbalisant [verbalisant 7] (ten aanzien van feit 4);

 een rapport DNA-rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 25 juli 2013 van [deskundige], NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA (ten aanzien van feit 10);

 een proces-verbaal sporenonderzoek van de regiopolitie Midden- en West-Brabant, divisie operationele ondersteuning, unit FTO, van 4 december 2011, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] (ten aanzien van feit 12);

 de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 november 2013.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot de feiten waarop deze in het bijzonder betrekking hebben.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

Op de in de schriftelijke aantekeningen genoemde gronden heeft de verdediging vrijspraak bepleit voor het ten laste gelegde onder feit 2 tot en met feit 5, feit 7, feit 9 en feit 11 tot en met feit 13. Voor wat de bewezenverklaring van feit 1, feit 6, feit 8 en feit 10 is gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Omwille van de leesbaarheid van de overweging, wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de gehele uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bijlage A (pag. 17 tot en met 26) bij dit vonnis, en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Nadere bewijsoverwegingen en de bewijsbeoordeling.

Ten aanzien van feit 1 (incident 1 en incident 2) en feit 10 (incident 60).

De onder feit 1 ten laste gelegde inbraken in respectievelijk de woningen [adres 1] en [adres 2] te Erp, gemeente Veghel, zijn, zoals blijkt uit de aangifte (incident 1) en het proces-verbaal uitlezen camerabeelden (incident 2) gepleegd in de avond van 13 december 2012 tussen ongeveer 18.00 en 19.45 uur. In de nabijheid van het perceel aan de [adres 1] is een zaklampje gevonden waarop een speekselspoor is aangetroffen. Het DNA-profiel van dat speekselspoor matcht met dat van verdachte. Op de camerabeelden gemaakt met de beveiligingscamera’s gevestigd aan het perceel [adres 2] is waargenomen dat de dader van de inbraak aldaar gedurende de hele tijd een voorwerp gelijkend op een zaklampje in zijn mond heeft gehouden. De rechtbank overweegt dat deze waarneming bij incident 2 overeenkomt met het sporenbeeld van incident 1. Gelet hierop, de korte tijdsduur tussen de inbraken, in samenhang met de aangiftes en hetgeen hierna nader zal worden overwogen met betrekking tot de modus operandi, acht de rechtbank feit 1 wettig en overtuigend bewezen.

De poging tot woninginbraak, zoals onder feit 10 is ten laste gelegd, in de woning [adres 13] te Tiel is, zoals blijkt uit de aangifte, gepleegd op 20 oktober 2012 rond 16.00 uur. Uit de camerabeelden van een tuin van een nabijgelegen perceel is gebleken dat een van beide daders (dader 1) een baard had en zijn haar gebonden op een lange paardenstaart droeg. De rechtbank stelt vast dat dit signalement overeenkomt met de foto’s van verdachte in het dossier. Te zien is dat dader 1 tijdens het rennen naar en klimmen op het hek naar het platte dak van genoemde woning een op een pijpje gelijkend voorwerp in zijn mond doet. Op de vluchtroute van de daders is een schroevendraaier aangetroffen. Op deze schroevendraaier is een speekselspoor aangetroffen waarvan het DNA-profiel matcht met dat van verdachte. Gelet hierop, de aangifte en hetgeen hierna nader zal worden overwogen met betrekking tot de modus operandi, acht de rechtbank feit 10 wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 6 (incident 40 en incident 41).

De onder feit 6 ten laste gelegde pogingen tot woninginbraak in respectievelijk de woningen [adres 8] (incident 40) en 56 (incident 41) te Berghem, gemeente Oss, zijn, zoals uit de aangiftes blijkt, gepleegd op 6 december 2011, respectievelijk tussen 13.00 uur en 17.30 uur en tussen 09.00 uur en 18.30 uur. In beide percelen werd bloed aangetroffen waarvan het DNA-profiel matcht met dat van verdachte. Gelet hierop en in samenhang bezien met de aangifte acht de rechtbank feit 6 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte deze poging tot inbraak in vereniging heeft gepleegd, zodat verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 3 (incident 19) en feit 4 (incident 23 en incident 24).

De onder feit 3 ten laste gelegde poging tot woninginbraak in de woning [adres 4] te Geldermalsen is, aldus de aangifte, gepleegd op 23 november 2012, tussen 13.45 en 18.15 uur. Op de tegelvloer van de badkamer in deze woning werd een schoenspoor aangetroffen. Uit vergelijkend onderzoek is gebleken dat dit schoenspoor waarschijnlijk is gemaakt met de linkerschoen van verdachte die hij tijdens zijn aanhouding op 27 februari 2013 droeg. Gelet hierop, de aangifte en hetgeen hierna zal nader worden overwogen met betrekking tot de modus operandi, acht de rechtbank feit 3 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte deze poging tot inbraak in vereniging heeft gepleegd, zodat verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

De woninginbraken in respectievelijk de woningen[adres 5] en [adres 6]te Oss, zoals onder feit 4 ten laste gelegd zijn, aldus de aangiftes, gepleegd op 25 november 2012 tussen 12.45 uur en 18.45 uur. In beide woningen werd op respectievelijk een lichtstraat onder een draairaam en een vensterbank onder een opengebroken raam een schoenspoor aangetroffen. Uit vergelijkend onderzoek is gebleken dat deze schoensporen mogelijk, respectievelijk waarschijnlijk, zijn gemaakt met de linkerschoen van verdachte die hij tijdens zijn aanhouding op 27 februari 2013 droeg. Gelet hierop, gezien de omstandigheid dat beide woningen nabij van elkaar gelegen zijn, de aangifte en hetgeen hierna nader zal worden overwogen met betrekking tot de modus operandi, acht de rechtbank feit 4 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte deze inbraken in vereniging heeft gepleegd, zodat verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 9 (incident 57), feit 11 (incident 64), feit 12 (incident 66) en feit 13 (incident 74).

De onder feit 9 ten laste gelegde poging tot woninginbraak in de woning [adres 12] te Oss is, volgens de aangifte, gepleegd tussen 2 maart 2012, omstreeks 14.00 uur, en 3 maart 2013. Op het kozijn van de slaapkamer aan de onderzijde van het uitzetraam werd een werktuigspoor van een schroevendraaier aangetroffen.

De woninginbraak in de woning [adres 14] te Heesch, zoals onder feit 11 is ten laste gelegd is, zoals blijkt uit de aangifte, gepleegd op 9 maart 2012, omstreeks 20.30 uur en 10 maart 2012, omstreeks 00.30 uur. Een hefraamboom werd ontzet waardoor het draairaam geheel geopend kon worden. Op het draairaam werd een werktuigspoor van een schroevendraaier aangetroffen.

De onder feit 12 ten laste gelegde woninginbraak in de woning [adres 15] is, aldus de aangifte, gepleegd op 2 december 2011, tussen 12.00 uur en 19.45 uur. In de sluitnaad van het draai-/kiepraam van de logeerkamer aan de achterzijde van de woning is een werktuigspoor van een schroevendraaier aangetroffen.

De onder feit 13 ten laste gelegde woninginbraak in de woning [adres 16] te Zeeland, gemeente Landerd is, zoals uit de aangifte volgt, gepleegd op 3 december 2011 tussen 14.30 uur en 20.15 uur.

De rechtbank stelt vast dat in alle vier woningen verschillende werktuigsporen van een schroevendraaier zijn aangetroffen. Uit vergelijkend onderzoek is gebleken dat deze werktuigsporen voor een ieder waarschijnlijk zijn veroorzaakt met de schroevendraaier die is aangetroffen in het dashboardkastje van de auto waarin verdachte reed ten tijde van zijn aanhouding en waarvan verdachte ter terechtzitting van 1 november 2013 heeft verklaard dat deze schroevendraaier van hem is. De verklaring van verdachte dat hij deze schroevendraaier eerst in 2013 bij een bedrijf voor auto-onderdelen heeft gekocht acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig gelet op de onderzoeksbevindingen van het vergelijkend werktuigspooronderzoek, waaruit al volgt dat deze schroevendraaier is gebruikt bij inbraken terwijl deze, volgens verdachte, nog nieuw in de winkel lag.

Gelet hierop, in samenhang bezien met de respectievelijke aangiftes en hetgeen hierna nader zal worden overwogen met betrekking tot de modus operandi, acht de rechtbank feit 9, feit 11, feit 12 en feit 13 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht telkens niet bewezen dat verdachte deze poging tot inbraak en inbraken in vereniging heeft gepleegd, zodat verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Modus operandi.

Aan verdachte zijn in totaal 16 woninginbraken dan wel pogingen daartoe ten laste gelegd.

De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van een aanzienlijk deel daarvan sprake is geweest van een vaste werkwijze die duidt op betrokkenheid van telkens dezelfde dader.

Bij de afzonderlijke woninginbraken komt op grond van de aangiften en de technische onderzoeken de volgende modus operandi naar voren.

De toegang tot de woningen werd veelal verkregen door een raam of kozijn op de eerste verdieping (veelal slaapkamers) te verbreken met een schroevendraaier. De woningen werden via platte daken aan de achterzijde benaderd en betreden. De inbraken vonden met name overdag of ’s avonds plaats in vrijstaande of twee-onder-een-kapwoningen. De in het voorgaande beschreven modus operandi acht de rechtbank in voldoende mate onderscheidend en de rechtbank gaat van deze modus operandi uit als min of meer vaste werkwijze van verdachte. Weliswaar is het niet ondenkbaar dat anderen dan verdachte en/of (een) medeverdachte(n) een soortgelijke, tamelijk specifieke, werkwijze hebben gehanteerd, maar dit neemt niet weg dat deze modus operandi als bewijsmiddel bruikbaar is indien de betrokkenheid van verdachte ook uit ander bewijs blijkt, zoals hiervoor reeds is overwogen. Dit geldt in het bijzonder omdat verdachte ten aanzien van verschillende feiten die met deze modus operandi zijn gepleegd, geen enkele toetsbare of geloofwaardige verklaring heeft geboden voor zijn aanwezigheid toen en daar, welke aanwezigheid wel blijkt uit die overige technische bewijsmiddelen.

Vrijspraak ten aanzien van feit 2, feit 5 en feit 7.

De rechtbank zal verdachte bij gebrek aan voldoende wettig bewijs vrijspreken van het onder feit 5 ten laste gelegde.

Voor wat betreft het onder feit 2 en feit 7 ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank acht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig waarop de betrokkenheid van verdachte bij deze feiten kan worden gebaseerd. De rechtbank acht de enkele omstandigheid dat bij beide inbraken technische sporen zijn aangetroffen (een schoenspoor respectievelijk een werktuigspoor) die in verband met verdachte kunnen worden gebracht, ontoereikend. De rechtbank betrekt in haar oordeel dat de wijze waarop deze inbraken hebben plaatsgevonden duidelijk afwijkt van die waarop de hierboven beschreven (pogingen tot) inbraken zijn gepleegd. De modus operandi is daarmee te weinig specifiek om mede op basis daarvan te concluderen dat deze feiten ook door verdachte moeten zijn gepleegd. Gelet hierop acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen het onder feit 2 en feit 7 ten laste gelegde, zodat de verdachte ook van die feiten behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

(1.)

op 13 december 2012 te Erp, gemeente Veghel, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit:

- een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen een camera, toebehorende aan[slachtoffer 1], en

- een woning gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen een sleutelbos, toebehorende aan [slachtoffer 2],

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

(3.)

op 23 november 2012 te Geldermalsen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 4] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan [slachtoffer 5], en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen door middel van braak en inklimming, naar die woning is gegaan en vervolgens een raam heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(4.)

op 25 november 2012 te Oss, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit :

- een woning gelegen aan de[adres 5] heeft weggenomen sieraden en horloges en een zonnebril en een vest, toebehorende aan [slachtoffer 6], en

- een woning gelegen aan de [adres 6] heeft weggenomen een telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 7],

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

(6.)

op 6 december 2011 te Berghem, gemeente Oss, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit woningen gelegen aan de [adres 8] en de[adres 9] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10], en zich daarbij de toegang tot die woningen te verschaffen door middel van braak en inklimming, naar die woningen is gegaan en vervolgens ramen heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(8.)

op 10 januari 2012 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 11] heeft weggenomen horloges en dvd’s en blouses en twee paar schoenen en een weegschaal en een geldbedrag (125 euro), toebehorende aan [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

(9.)

in de periode van 2 maart 2012 en 3 maart 2012 te Oss ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 12] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan [slachtoffer 15], en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te

verschaffen door middel van braak en inklimming, naar die woning is gegaan en vervolgens een raam heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(10.)

op 20 oktober 2012 te Tiel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 13] weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan[slachtoffer 16], en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen door middel van braak en inklimming, met zijn mededader naar die woning is gegaan en vervolgens een raam heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(11.)

in de periode van 9 maart 2012 tot en met 10 maart 2012 te Heesch, gemeente Bernheze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 14] heeft weggenomen een iPad en sieraden en beelden en flessen parfum en een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 17], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

(12.)

op 2 december 2011 te Waalwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 15] heeft weggenomen een geldbedrag (725 euro), toebehorende aan [slachtoffer 18], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

(13.)

op 3 december 2011 te Zeeland, gemeente Landerd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 16] heeft weggenomen een geldbedrag (460 euro), toebehorende aan [slachtoffer 19], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

De motivering van de beslissing.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van het voorarrest.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting verzuimd om haar schriftelijke vordering aan de rechtbank over te leggen.

Het standpunt van de verdediging.

Voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder feit 1, feit 6, feit 8 en feit 10 ten laste gelegde mocht komen heeft de verdediging de rechtbank verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van cliënt.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich een tijdsbestek van ruim een jaar schuldig gemaakt aan een groot aantal woninginbraken en pogingen daartoe, en heeft deze misdrijven voor een deel met een ander gepleegd.

De woning is bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Een inbraak in de woning veroorzaakt vaak gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoners in het bijzonder en in de samenleving in het algemeen. Daarnaast brengt een woninginbraak voor de benadeelden materiële schade en overlast met zich mee. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken. Hij heeft zich enkel laten leiden door financiële motieven. De rechtbank rekent het verdachte voorts aan dat, voor zover bekend, hij zijn verblijf in Nederland met name heeft gebruikt om woninginbraken te plegen. Het lijkt erop dat dit het enige doel van zijn bezoek aan Nederland was.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van deze feiten en omstandigheden een duidelijke strafrechtelijke reactie op zijn plaats, in de vorm van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van de hierna te melden duur. Een andere straf dan die onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou geen recht doen aan het aantal en de ernst van de bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank zal dezelfde gevangenisstraf opleggen als de door de officier van justitie gevorderde straf, ook al spreekt de rechtbank verdachte vrij van het onder feit 2, feit 5 en feit 7 ten laste gelegde. De gevorderde straf is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde. De rechtbank ziet in de ter terechtzitting naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden van verdachte geen redenen om een lagere gevangenisstraf op te leggen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 17] (ten aanzien van feit 11).

Benadeelde partij [slachtoffer 17] voornoemd heeft een civiele vordering ingediend ten bedrage van € 6.000,- voor materiële schade (diverse gestolen sieraden).

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een materiële schadevergoeding naar redelijkheid en billijkheid aan de benadeelde partij toe te kennen met daarbij dan oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ingevolge artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsvrouwe heeft vrijspraak bepleit voor het feit waarop deze vordering betrekking heeft en zich derhalve primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij afgewezen dient te worden dan wel dat de benadeelde partij daarin niet ontvankelijk verklaard dient te worden. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en dat de benadeelde partij om die reden in haar vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard.

Uit de verklaring van de benadeelde partij ter terechtzitting van 1 november 2013 is de rechtbank het volgende gebleken. Volgens de verzekeringsmaatschappij was de geschatte waarde van de weggenomen sieraden van de benadeelde partij gelegen tussen € 8.000,- en

€ 9.000,- en daarmee lag deze waarde fors hoger dan de maximaal aan de benadeelde partij uitgekeerde schadevergoeding van € 2.500,- waarop zij ingevolge de polisvoorwaarden recht had.

Ter terechtzitting door de rechtbank gevraagd naar een onderbouwing van haar civiele vordering heeft de benadeelde partij aangevoerd dat zij slechts beschikte over echtheidscertificaten van de sieraden, maar dat zij in staat geacht moet worden om op een later moment de waarde met andere stukken van overtuiging te onderbouwen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering op het moment van beoordelen niet onderbouwd en is de vordering ter terechtzitting door de verdediging weersproken. Het met stukken onderbouwen van de vordering van de benadeelde partij en het daarover innemen van een nader standpunt door de verdediging zou tot een nieuwe behandeling moeten leiden. De rechtbank overweegt dat dit een onevenredige belasting zou vormen van het onderhavige strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering en overwegen dan de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De rechtbank zal de kosten van partijen compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De motivering van de in beslag genomen goederen.

De rechtbank stelt vast dat er thans nog beslag rust op de volgende goederen:

  1. een schroevendraaier;

  2. een zaklampje;

  3. een paar handschoenen;

  4. een mobiele telefoon, merk Samsung, kleur wit;

  5. en mobiele telefoon, merk Samsung, kleur grijs;

  6. een paar schoenen, merk Nike, type Free Run 2, maatvoering 42,5;

  7. een zwarte etui met daarin een creditcard op naam van de verdachte, twee bankbiljetten van 5 euro en een bankbiljet van 10 Poolse Zloty;

  8. een paspoort op naam van de verdachte en zijn Poolse verblijfskaart;

  9. een TomTom, type Live.

De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor onder a. tot en met c. genoemde in beslag genomen goederen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat dit goederen zijn met betrekking tot welke één of meer bewezen verklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.

Voor wat betreft de overige goederen zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten, omdat naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 2, feit 5 en feit 7 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 4:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 6:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 8:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 9:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 10:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 11, feit 12 en feit 13 telkens:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

legt op de volgende straf:

gevangenisstraf voor de duur van vier jaar;

beveelt dat de tijd, door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de aan verdachte opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf;

legt op als bijkomende straf:

verbeurdverklaring van na te noemen in beslag genomen goederen, te weten:

- een schroevendraaier;

- een zaklampje;

- een paar handschoenen;

gelast de teruggave aan de verdachte van na te noemen in beslag genomen goederen, te weten:

- een mobiele telefoon, merk Samsung, kleur wit;

- een mobiele telefoon, merk Samsung, kleur grijs;

- een paar schoenen, merk Nike, type Free Run 2, maatvoering 42,5;

- een zwarte etui met daarin een creditcard op naam van de verdachte, twee bankbiljetten van 5 euro en een bankbiljet van 10 Poolse Zloty;

- een paspoort op naam van de verdachte en zijn Poolse verblijfskaart;

- een TomTom, type Live;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 17] niet ontvankelijk in haar vordering;

compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. E.M.J. Raeijmaekers en mr. H.H.E. Boomgaart, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.M. Weemers, griffier,

en is uitgesproken op 15 november 2013.