Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6372

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
14-11-2013
Datum publicatie
14-11-2013
Zaaknummer
01/839562-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Leraar/directeur van school in Valkenswaard veroordeeld voor het plegen van ontucht met een aan zijn zorg en opleiding toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd. Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren met bijzondere voorwaarden en met aftrek van voorarrest, daarnaast een taakstraf voor de duur van 120 uren en ontzetting van het recht het beroep van van leraar uit te oefenen gedurende 5 jaren.

Verdachte dient aan het slachtoffer schade te vergoeden.

De dagvaarding met betrekking tot het bezit van kinderporno is nietig verklaard.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 240b
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 261
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2013/383
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/839562-12

Datum uitspraak: 14 november 2013

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1964],

wonende te [adres 1].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 februari 2013, 23 april 2013, 11 juli 2013 en 31 oktober 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak tegen verdachte is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 3 januari 2013. In de dagvaarding zijn feiten omschreven overeenkomstig artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De tenlastelegging is na vordering van de officier van justitie op de terechtzitting van 31 oktober 2013 overeenkomstig artikel 314a Sv gewijzigd.

Na deze wijziging is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij

een of meerdere malen in of omstreeks de periode van 01 juli 2010 tot en

met 22 oktober 2012 te Valkenswaard

(telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of

waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren [1995]

,

en bestaande de ontucht hierin dat hij (telkens)

- zijn, verdachtes, hand op de broek (ter hoogte van het geslachtsdeel) van

die [slachtoffer] heeft gelegd en/of de hand van die [slachtoffer] naar

zijn, verdachtes, geslachtsdeel heeft gebracht en/of (vervolgens) de hand

van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, geslachtsdeel heeft gedrukt en/of

- die [slachtoffer] op de mond en/of in de nek en/of op het voorhoofd en/of

op de wang en/of het oor, in elk geval het lichaam, van die [slachtoffer]

heeft gezoend en/of

- zijn, verdachtes, tong in de richting van de mond van die [slachtoffer]

heeft gebracht en/of met zijn mond en/of tong het gezicht en/of de mond van

die [slachtoffer] heeft aangeraakt en/of

- die [slachtoffer] (stevig) heeft vastgehouden en/of geknuffeld en/of

- samen met die [slachtoffer] onder een kleed op een bank heeft gelegen en/of

- die [slachtoffer] (met zijn hoofd) bij hem op schoot liet liggen en/of

(terwijl) hij die [slachtoffer] streelde en/of betastte en/of vasthield (ter

hoogte) van/aan het (onder)lichaam en/of

- de tepels van die [slachtoffer] heeft gestreeld en/of heeft betast en/of

- het (ontblote) geslachtsdeel van die [slachtoffer] heeft betast en/of

aangeraakt en/of die [slachtoffer] heeft afgetrokken en/of

- zijn, verdachtes, (onder)lichaam heeft laten betasten door die [slachtoffer]

;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

A.

hij

een of meerdere malen in of omstreeks de periode van 01 juli 2010 tot en met

23 april 2011 te Valkenswaard

met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde

minderjarige [slachtoffer], geboren [1995], die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een

of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, en bestaande de ontuchtige

handelingen hieruit dat hij (telkens)

- zijn, verdachtes, hand op de broek (ter hoogte van het geslachtsdeel) van

die [slachtoffer] heeft gelegd en/of de hand van die [slachtoffer] naar

zijn, verdachtes, geslachtsdeel heeft gebracht en/of (vervolgens) de hand

van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, geslachtsdeel heeft gedrukt en/of

- die [slachtoffer] op de mond en/of in de nek en/of op het voorhoofd en/of

op de wang en/of het oor, in elk geval het lichaam, van die [slachtoffer]

heeft gezoend en/of

- zijn, verdachtes, tong in de richting van de mond van die [slachtoffer]

heeft gebracht en/of met zijn mond en/of tong het gezicht en/of de mond van

die [slachtoffer] heeft aangeraakt en/of

- die [slachtoffer] (stevig) heeft vastgehouden en/of geknuffeld en/of

- samen met die [slachtoffer] onder een kleed op een bank heeft gelegen en/of

- die [slachtoffer] (met zijn hoofd) bij hem op schoot liet liggen en/of

(terwijl) hij die [slachtoffer] streelde en/of betastte en/of vasthield (ter

hoogte) van/aan het (onder)lichaam en/of

- de tepels van die [slachtoffer] heeft gestreeld en/of heeft betast en/of

- het (ontblote) geslachtsdeel van die [slachtoffer] heeft betast en/of

aangeraakt en/of die [slachtoffer] heeft afgetrokken en/of

- zijn, verdachtes, (onder)lichaam heeft laten betasten door die [slachtoffer]

;

Artikel 247 jo. artikel 248 Wetboek van Strafrecht

en/of

B.

hij

een of meerdere malen, in of omstreeks de periode van 01 juli 2010 tot en

met 22 oktober 2012 te Valkenswaard

een of meermalen (telkens) door giften of beloften van geld of goed, te weten

het geven en/of beloven van een of meer belkaart(en) en/of misbruik van uit

feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht (als leraar en/of als

volwassene ten opzichte van een minderjarige met PDD-NOS) of door misleiding

een persoon, [slachtoffer], geboren [1995] waarvan

verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van

achttien jaren nog niet had bereikt

(telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of

zodanige handelingen van verdachte te dulden

en bestaande de ontuchtige handelingen hieruit dat hij (telkens)

- zijn, verdachtes, hand op de broek (ter hoogte van het geslachtsdeel) van

die [slachtoffer] heeft gelegd en/of de hand van die [slachtoffer] naar

zijn, verdachtes, geslachtsdeel heeft gebracht en/of (vervolgens) de hand

van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, geslachtsdeel heeft gedrukt en/of

- die [slachtoffer] op de mond en/of in de nek en/of op het voorhoofd en/of

op de wang en/of het oor, in elk geval het lichaam, van die [slachtoffer]

heeft gezoend en/of

- zijn, verdachtes, tong in de richting van de mond van die [slachtoffer]

heeft gebracht en/of met zijn mond en/of tong het gezicht en/of de mond van

die [slachtoffer] heeft aangeraakt en/of

- die [slachtoffer] (stevig) heeft vastgehouden en/of geknuffeld en/of

- samen met die [slachtoffer] onder een kleed op een bank heeft gelegen en/of

- die [slachtoffer] (met zijn hoofd) bij hem op schoot liet liggen en/of

(terwijl) hij die [slachtoffer] streelde en/of betastte en/of vasthield (ter

hoogte) van/aan het (onder)lichaam en/of

- de tepels van die [slachtoffer] heeft gestreeld en/of heeft betast en/of

- het (ontblote) geslachtsdeel van die [slachtoffer] heeft betast en/of

aangeraakt en/of die [slachtoffer] heeft afgetrokken en/of

- zijn, verdachtes, (onder)lichaam heeft laten betasten door die [slachtoffer]

;

Artikel 248a Wetboek van Strafrecht

hij,

een of meerdere malen, in of omstreeks de periode van 01 januari 2003 tot en

met 22 oktober 2012 te Valkenswaard, in een of meer panden gelegen aan de

[adres 1], in elk geval in Nederland, tezamen en

in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, één of meermalen

(telkens)

een groot aantal afbeeldingen te weten ongeveer 6376 afbeeldingen, in elk

geval een groot aantal afbeeldingen en/of

(een) gegevensdrager(s) te weten (een) laptop(s) ((onder meer) merk: Dell)

en/of (een) computer(s) ((onder meer) merk: Goldstar en/of HP Compaq en/of

een computer, merk onbekend, met beslagcode: 400-47) en/of (een) CD('s) en/of

(een) DVD('s) welke zijn aangetroffen in een of meer panden gelegen aan de

[adres 1] en/of een of meer harde schijven ((onder

meer) merk: Quantum Fireball HD en/of Hitachi), bevattende een groot aantal

afbeeldingen,

in bezit heeft/hebben gehad en/of zich daartoe de toegang heeft/hebben

verschaft door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van

een communicatiedienst,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen (onder meer) bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een)

vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong) van het lichaam

van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een)

voorwerp(en) en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)

en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van

18

jaren nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of

(een) voorwerp(en) en/of de mond/tong)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze

perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in

een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte)

houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen

en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de

afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten

en/of billen in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt (terwijl op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie

zichtbaar is)(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte en/of een of meer van zijn

mededader(s) een gewoonte heeft gemaakt;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

De geldigheid van de dagvaarding.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat de dagvaarding ten aanzien van feit 2 nietig dient te worden verklaard. De raadsman voert daartoe aan dat de tenlastelegging in deze concrete en specifieke zaak aanzienlijk concreter en duidelijker had moeten zijn. De tenlastelegging is onbegrijpelijk. De beslagcodes worden in de tenlastelegging niet genoemd. Verder betreft het ten laste gelegde een uitzonderlijk lange periode en is in deze zaak veel materiaal aangetroffen en er zijn ook veel afbeeldingen aangetroffen , in verschillende panden en in meerdere ruimten van die panden. Het gaat om een aantal in beslag genomen computers/laptops en andere gegevensdragers (harde schijven) waarvan verschillende personen gebruik maakten.. Om die reden kan naar het oordeel van de verdediging niet worden volstaan met wat wel de nieuwe wijze van ten laste leggen wordt genoemd in zaken betreffende artikel 240b Sr.

De rechtbank stelt voorop dat aan de term “afbeelding van een seksuele gedraging” in de zin van artikel 240b, eerste lid, Sr. op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis toekomt. Zonder feitelijke omschrijving van die afbeelding in de tenlastelegging voldoet de dagvaarding niet aan de in artikel 261, eerste lid, Sv. gestelde eis van opgave van het feit. Dat er in casu sprake is van meerdere afbeeldingen maakt dat niet anders.

Het vereiste van een feitelijke omschrijving van hetgeen verdachte wordt verweten, waarborgt dat voor verdachte en de rechtbank duidelijk is welk verwijt aan de verdachte wordt gemaakt.

In de onderhavige zaak heeft officier van justitie ervoor gekozen de seksuele gedragingen, die op 6376 tenlastegelegde afbeeldingen te zien zouden zijn, te noemen in de tenlastelegging zonder (een of meer van) de beelden nader feitelijk te omschrijven. Daarbij is telkens niet vermeld op welke specifieke afbeelding de in algemene termen beschreven gedragingen betrekking hebben en/of op welke pagina’s van het zaaksproces-verbaal deze gedragingen terug te vinden zijn. In aanmerking genomen dat het over een groot aantal afbeeldingen gaat, het proces-verbaal 747 bladzijden betreft en er op meerdere gegevensdragers die op verschillende locaties zijn gevonden, afbeeldingen zijn aangetroffen, is zowel voor de verdediging als voor de rechtbank niet duidelijk op welke afbeeldingen bij de beschrijving van de gedragingen in de tenlastelegging wordt gedoeld.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de inleidende dagvaarding, voor wat betreft de 6376 tenlastegelegde afbeeldingen onder feit 2, onvoldoende feitelijk is omschreven en derhalve niet voldoet aan de eisen die artikel 261, lid 1, Sv. aan de dagvaarding stelt. De rechtbank zal daarom de dagvaarding partieel (namelijk ten aanzien van feit 2) nietig verklaren.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding voor het overige geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Bronnen.

Voor zover de in dit vonnis vermelde feiten en omstandigheden door de rechtbank redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring van het ten laste gelegde, wordt hierna in de voetnoten verwezen naar de wettige bewijsmiddelen waaraan de rechtbank deze feiten en omstandigheden ontleent.

De gebezigde bewijsmiddelen ontleent de rechtbank aan:

  • -

    een dossier van Politie eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale recherche Eindhoven, met dossiernummer 2233120523 (onderzoek Zeearend), zaaksdossier 3.1, afgesloten d.d. 21 mei 2013, aantal doorgenummerde bladzijden: 942 (hierna te noemen: eindpv);

  • -

    het proces-verbaal van de terechtzitting van deze rechtbank van 31 oktober 2013.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht feit 1 primair en feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte erkent de ten laste gelegde ontuchtige handelingen met de minderjarige met uitzondering van het volgende:

  • -

    dat hij de hand van de minderjarige naar zijn, verdachtes, geslachtsdeel bracht,

  • -

    dat er opzettelijk tongcontact is geweest, en

  • -

    dat hij zijn onderlichaam liet betasten door de minderjarige.

De seksuele handelingen vonden plaats vanaf mei 2012.

Het oordeel van de rechtbank.

Op 15 maart 2012 meldde een docente, verbonden aan [school] te Valkenswaard, bij de politie dat zij zich zorgen maakte over de gang van zaken op de school die wordt bezocht door kwetsbare kinderen die niet kunnen functioneren in het reguliere onderwijs. Op de school heerste naar haar zeggen een knuffelcultuur en meldster had de directeur enkele malen in een omhelzing/knuffel betrapt met [slachtoffer]. De laatste keer was twee à drie weken geleden1.

Nadat er meerdere getuigen door de politie waren gehoord, werden er door de politie camera’s opgehangen op de school. Op de beelden van die camera’s is te zien dat op 22 oktober 2012 [slachtoffer] en verdachte in een ruimte beneden in de school op een bank plaats nemen en dat [slachtoffer] met zijn hoofd op de schoot van verdachte gaat liggen, dat verdachte daarbij met zijn hand onder de nek van [slachtoffer] beweegt, voorover buigt en zijn gezicht ter hoogte van het gezicht van [slachtoffer] brengt, dat verdachte zijn arm om [slachtoffer] heen slaat, zijn hand op diens middel legt en zijn hand over het lichaam van [slachtoffer] beweegt. Nadat [slachtoffer] vervolgens een deken over zich heen heeft getrokken is te zien dat de onderarm van verdachte onder de deken is en dat hij zich over het hoofd van [slachtoffer] buigt en zo blijft zitten. Vervolgens beweegt verdachte zijn rechterarm onder de deken naar voren. Even later is te zien dat verdachte strelende bewegingen maakt over de schouder en over het hoofd en over de schouder en over de rug van [slachtoffer], van boven naar onderen, waarbij zijn hand gedeeltelijk onder de deken verdwijnt. Even later is te zien dat verdachte zijn armen om [slachtoffer] heen heeft geslagen en hem over de rug streelt. Weer later tonen de beelden dat [slachtoffer] zijn rechterhand in de richting van de schoot van verdachte beweegt en een aantal keren heen en weer beweegt.2

Er werd, zoals [slachtoffer], geboren [1995]3 (nader ook te noemen: aangever) heeft verklaard, tussen hem en verdachte veel geknuffeld en een jaar geleden (de rechtbank begrijpt ongeveer in november 2011) kreeg aangever van verdachte voor het eerst een kus op de wang en een kus op de mond, later werd er geknuffeld en gezoend en begon verdachte aangever ook te strelen. Verdachte wreef over de tepels van aangever en ging met zijn hand over de broek over het geslachtsdeel van aangever. Aanvankelijk speelden de ontmoetingen tussen aangever en verdachte zich af op het kantoor van verdachte in de school, die gevestigd is aan [adres 2], maar op enig moment verplaatste zich dat naar een andere ruimte van de school. Zij lagen dan op de bank achter een scherm in de ruimte beneden en [slachtoffer] lag dan tegen verdachte aan. Verdachte had de armen om aangever heen geslagen.

Op enig moment ging verdachte met zijn hand in de onderbroek van [slachtoffer] naar zijn geslachtsdeel. Het ging dan verder dan aanraken en er was sprake van aftrekken waardoor [slachtoffer] een orgasme kreeg. Dat is zes à zeven keer gebeurd. De eerste keer dat verdachte [slachtoffer] heeft afgetrokken was in februari 2012 en het is tussen de vijf en tien keer gebeurd. Aangever verklaarde voorts dat verdachte probeerde zijn tong bij hem naar binnen te steken. Verdachte kuste hem ook wel eens op zijn oor en op zijn mond en streelde hem over zijn hele lichaam.

De dag dat verdachte werd aangehouden (op 22 oktober 2012) hebben zij gestreeld en gezoend, beneden in de kleine ruimte. Zij hebben een deken over zich heen getrokken en verdachte heeft toen zijn -aangevers- geslachtsdeel over de kleding onder de dekens gestreeld.4

Het is een keer of vier à vijf gebeurd dat verdachte aangever op zijn kamer/kantoor aftrok. De seksuele handelingen vonden gemiddeld drie keer per week plaats. De eerste keer dat verdachte met de hand in de broek van aangever ging was rond januari, februari 2012. Het was wel bijna standaard dat aangever en verdachte op donderdag achter het scherm gingen en dat er gekust, geknuffeld en afgetrokken werd.5

Verdachte heeft de ten laste gelegde handelingen ter terechtzitting bekend. Verdachte ontkent dat hij zich door aangever liet betasten en/of dat verdachte de hand van aangever naar zijn -aangevers- geslachtdeel heeft gebracht.6

De rechtbank zal desondanks bewezen verklaren dat verdachte zijn lichaam door aangever heeft laten betasten, gelet de camerabeelden, gemaakt op 22 oktober 2012, waaruit deze handelingen blijken7 en gelet op de verklaring van aangever, die op dit onderdeel door genoemde beelden wordt ondersteund.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte de hand van aangever naar zijn, verdachtes, geslachtsdeel heeft gebracht en vervolgens de hand van aangever op zijn geslachtsdeel heeft gedrukt omdat ten aanzien van dit deel van de verklaring van aangever geen steunbewijs gevonden is. Van dit deel van de tenlastelegging wordt verdachte vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

meerdere malen in de periode van 1 januari 2012 tot en met 22 oktober 2012 te Valkenswaard (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en opleiding toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren [1995],

en bestaande de ontucht hierin dat hij (telkens)

- zijn, verdachtes, hand op de broek (ter hoogte van het geslachtsdeel) van die [slachtoffer] heeft gelegd

- die [slachtoffer] op de mond en in de nek en op het voorhoofd en op de wang heeft gezoend en

- zijn, verdachtes, tong in de richting van de mond van die [slachtoffer] heeft gebracht en met zijn mond en/of tong het gezicht en/of de mond van die [slachtoffer] heeft aangeraakt en

- die [slachtoffer] (stevig) heeft vastgehouden en geknuffeld en

- samen met die [slachtoffer] onder een kleed op een bank heeft gelegen en

- die [slachtoffer] (met zijn hoofd) bij hem op schoot liet liggen en (terwijl) hij die [slachtoffer] streelde en vasthield aan het (onder)lichaam en

- de tepels van die [slachtoffer] heeft gestreeld en/of heeft betast en

- het (ontblote) geslachtsdeel van die [slachtoffer] heeft betast en/of aangeraakt

en die [slachtoffer] heeft afgetrokken en

- zijn, verdachtes, (onder)lichaam heeft laten betasten door die [slachtoffer].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist:

- gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarden:

reclasseringscontact, ambulante behandeling bij “de Omslag”, een verbod om activiteiten en/of werkzaamheden te verrichten met minderjarigen, contactverbod met de minderjarige [slachtoffer].

- oplegging aan verdachte van een beroepsverbod voor de duur van 5 jaren, met opdracht aan de reclassering toezicht te houden op de naleving daarvan.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging verzoekt aan verdachte een deels voorwaardelijke en een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk zal zijn aan het voorarrest, met als bijzondere voorwaarde: voortzetting van het contact met de reclassering en voortzetting van de ambulante behandeling.

De verdediging verzet zich niet tegen het opleggen van een beroepsverbod, zij het dat dat beperkt zou moeten worden tot het les geven aan minderjarigen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze naar voren zijn gekomen bij het onderzoek ter terechtzitting van 31 oktober 2013 en zoals deze blijken uit de over hem opgemaakte rapportage van het PBC van 22 april 2013 en uit het reclasseringsrapport van 7 mei 2013.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met de aan zijn zorg en opleiding toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], in zijn hoedanigheid van leraar/directeur van de school waar [slachtoffer] op zat. Verdachte heeft aldus het door de minderjarige en zijn ouders in hem gestelde vertrouwen op grove wijze beschaamd en een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn slachtoffer, die vanwege zijn leeftijd en zijn relatie tot de verdachte in een kwetsbare positie verkeerde en niet in afdoende mate in staat was om aan het handelen van verdachte weerstand te bieden.

Het behoeft geen betoog dat seksueel misbruik van een minderjarige zeer nadelige gevolgen kan hebben (in de zin van psychische, emotionele en lichamelijke schade) bij de desbetreffende minderjarige en dat hij hierdoor ernstig kan worden geschaad in zijn verdere ontwikkeling.

De adviezen.

De deskundigen van het Pieter Baan Centrum adviseren in hun rapportage d.d. 22 april 2013 om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten in de zedenzaak. Zij menen dat betrokkene vanuit de gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens op middellange tot lange termijn een licht tot matig verhoogde kans heeft op herhaling van een nieuw zedenfeit. Op grond hiervan adviseren de deskundigen aan verdachte een behandeling in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel op te leggen. De aan het voorwaardelijk strafdeel gekoppelde voorwaarde zou dan moeten zijn dat betrokkene zich onder ambulante behandeling stelt van een forensisch psychiatrische instelling, waar -rekening houdend met de bij betrokkene gediagnosticeerde PDD-NOS- individuele gesprekstherapie kan worden geboden, waarin relatievorming tegen de achtergrond van onrijpheid van verdachtes persoonlijkheid centraal komt te staan. De deskundigen menen dat reclasseringstoezicht over een langere periode aangewezen is om toezicht te houden op de voortgang van de behandeling en op verdachtes relatievorming omdat het recidiverisico zich pas op middellange tot lange termijn voordoet.


De Reclassering adviseert in haar rapport van 7 mei 2013 aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: een meldingsgebod en een behandelverplichting.

In strafverminderende zin zal de rechtbank rekening houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, waarvan blijkens de deskundigenrapportage sprake was ten tijde van het ten laste gelegde en met het feit dat verdachte nooit eerder met justitie in aanraking is gekomen. Verdachte heeft er tevens ter terechtzitting blijk van gegeven in te zien, dat hij de grenzen ten aanzien van [slachtoffer] ver heeft overschreden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte gedurende vijf jaren zal moeten worden ontzet uit het beroep van leraar voorzover dat betreft het onderwijs aan/de begeleiding van minderjarigen, nu verdachte de handelingen pleegde ten tijde van en in het uitoefenen van dat beroep. Daarbij houdt de rechtbank ook rekening met de periode waarin de ontucht plaatsvond en de mogelijkheid dat verdachte in de toekomst zal recidiveren.

De rechtbank is van oordeel dat, in verband met een juiste normhandhaving en mede gelet op voornoemde rapporten en adviezen van de deskundigen van het Pieter Baan Centrum en van de Reclassering, alsmede hetgeen hiervoor is overwogen, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, en daarnaast een taakstraf van de duur van 120 uren.

De rechtbank zal de gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Verdachte zal in de proeftijd een behandeling moeten ondergaan teneinde recidive te voorkomen.

De rechtbank zal een proeftijd opleggen voor de duur van 5 jaren, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

Alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden in ogenschouw nemend zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank niet toekomt aan beoordeling van het onder feit 2 ten laste gelegde en deze straf naar haar oordeel passend en in overeenstemming is met de ernst van het bewezen verklaarde. Daarbij heeft de rechtbank ook acht geslagen op de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.

De vordering van de benadeelde partij.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij integraal toewijsbaar en verzoekt daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging acht de vordering van de benadeelde partij voor wat de immateriële schade betreft tot een bedrag van € 2.500,- toewijsbaar. De overige posten acht de verdediging eveneens toewijsbaar met uitzondering van de post: gederfde inkomsten van de ouders van het slachtoffer.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 2.500,- en materiële schadevergoeding tot een bedrag van € 1.150,- (posten 2 en 9), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in (de hierna te noemen onderdelen van) de vordering, omdat de rechtbank van oordeel is, nu de vordering wordt betwist, dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, te weten immateriële schade voor zover deze het bedrag van € 2.500,- te boven gaat, en materiële schadevergoeding voor wat betreft de gederfde inkomsten van de ouders van de benadeelde (post 7). De rechtbank acht de laatste post, gelet ook op de betwisting, onvoldoende onderbouwd.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Beslag.

De eis van de officier van justitie.

- onttrekking aan het verkeer van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen.

Het standpunt van de verdediging.

Verdediging verzet zich niet tegen onttrekking aan het verkeer of verbeurdverklaring van de op het adres van verdachte in beslag genomen goederen, met uitzondering van de goederen die zijn aangetroffen in pand 400.

Het oordeel van de rechtbank.

Gelet op de beslissing die de rechtbank zal geven ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde, te weten nietig-verklaring van de dagvaarding ten aanzien van dat feit, komt de rechtbank niet toe aan het geven van een beslissing op het beslag.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 27, 28, 36f, 57, 249 en 251.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 2:

Verklaart de dagvaarding nietig

Verklaart het overige ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf :

T.a.v. feit 1:

Ontucht plegen met een aan zijn zorg en opleiding toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1 primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

5

jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

-dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering.

-dat veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer], zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

-dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in de straat: [adres 3], zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

-dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder ambulante behandeling zal stellen van de forensische kliniek "De Omslag" van de GGz E te Eindhoven of een andere zorginstelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven.

- dat veroordeelde gedurende de proeftijd geen activiteiten en/of werkzaamheden

zal verrichten met minderjarigen, voor zolang de reclassering zulks noodzakelijk oordeelt,

waarbij de Reclassering Nederland, Regio's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

T.a.v. feit 1 primair:

Taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis

T.a.v. feit 1 primair:

Ontzet de verdachte voor de duur van 5 jaren van het recht het beroep van

leraar uit de oefenen, voorzover het betreft onderwijs aan/begeleiding van minderjarigen.

T.a.v. feit 1 primair:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 3.650,- (zegge: drieduizend zeshonderdvijftig euro), te weten € 2.500,- immateriële schadevergoeding (post 1) en een bedrag van € 1.150,- ter zake materiële schadevergoeding (post 2 en 9).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Maatregel van schadevergoeding van € 3.650,00 subsidiair 46 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van € 3.650,- (zegge: drieduizend zeshonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 46 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 2.500,- immateriële schadevergoeding (post 1) en een bedrag van € 1.150,- ter zake materiële schadevergoeding (post 2 en 9).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 31 oktober 2013 reeds geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. M.M. Klinkenbijl en mr. S.J.O. de Vries, leden,

in tegenwoordigheid van L.F.M. Schulte, griffier,

en is uitgesproken op 14 november 2013.

1 Pv bevindingen p. 35-37 van het eindpv

2 Pv bevindingen p. 194-199 van het eindpv

3 Akte van geboorte, p. 108 van het eindpv

4 Pv verhoor aangever, p. 77-89 van het eindpv

5 Pv verhoor verdachte, p. 109-116 van het eindpv.

6 Pv van de terechtzitting van 31 oktober 2013

7 Pv bevindingen, p. 194-199 van het eindpv