Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6343

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
01/035201-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke betrokkene ter beschikking is gesteld met een jaar. De rechtbank houdt de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege aan en schorst daartoe het onderzoek voor onbepaalde tijd (maximaal drie maanden).

Gronddelict: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/035201-01

Uitspraakdatum: 13 november 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

verblijvende te[kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 27 december 2001 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 27 juli 2012 met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 12 juni 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 09 augustus 2013 en 30 oktober 2013.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van[kliniek] d.d. 22 mei 2013, ondertekend door dr. J. Lucieer (psychiater), drs. W.M. van der Vlist (hoofd risicomanagement& behandeling, klinisch psycholoog) en drs. M.A. Polak (hoofd van de inrichting);

  • -

    het externe advies opgemaakt d.d. 24 april 2013 door drs. R. de Vries,

GZ- psycholoog;

  • -

    het externe advies opgemaakt d.d. 19 mei 2013 door I. Maksimovic, psychiater;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van de terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

"(…)De heer [terbeschikkinggestelde] is een thans 43 jarige man welke is gediagnosticeerd met ernstige afhankelijkheid van verschillende middelen, waaronder benzodiazepinen. Daarnaast is er sprake van een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Tevens zijn er aanwijzingen voor kenmerken van psychopathie. Binnen de kliniek bestaat nog immer de mening dat het behandeltraject van de heer [terbeschikkinggestelde] vorderingen kent en dat er tevens geen grote stappen genomen kunnen worden in het resocialisatietraject. Zoals bijvoorbeeld ook is gebleken bij de bespreking in het kader van de overgang naar de Blink, blijkt de heer [terbeschikkinggestelde] het nog moeilijk te vinden om zich met de structuur van een werkomgeving te verhouden. De heer [terbeschikkinggestelde] heeft de neiging zijn eigen kunnen te overschatten en zijn risico's te onderschatten. De heer [terbeschikkinggestelde] laat keer op keer zien gebaat te zijn bij een externe vorm van (verplichte) structuur, controle en toezicht, waarbij hij als het ware door de omgeving wordt ondersteund om te kunnen functioneren. Het behandelteam is van mening dat een verdere invulling van het huidige onbegeleide verlofkader met verplicht toezicht en controle een voorwaarde is voor de heer [terbeschikkinggestelde] om zich verder te kunnen ontwikkelen binnen het resocialisatietraject. Dit verlofkader stelt de heer [terbeschikkinggestelde] in staat om vooralsnog vanuit de beschermde omgeving van de kliniek zijn vaardigheden verder te vergroten en te laten zien dat hij gedurende een langere periode stabiel kan blijven functioneren. Uitbreiding van vrijheden verloopt in een rustig tempo, herhaaldelijk is gebleken dat wanneer het tempo van de resocialisatie omhoog gaat, dat er dan tevens een toename in risicovol gedrag is ontstaan. De heer [terbeschikkinggestelde] heeft laten zien in de afgelopen jaren een positieve ontwikkeling te hebben doorgemaakt op het gebied van impulscontrole en toegenomen stabiliteit in gedrag. Van het ernstige incident in de Van der Hoevenkliniek is hij geworden tot iemand die wat meer realistisch zicht heeft op zijn eigen structurele beperkingen en mogelijkheden. Daarbij is ook duidelijk dat de heer [terbeschikkinggestelde] langdurig aangewezen zal blijven op vormen van extern risico management.

(…)Gezien de gestelde persoonlijkheidspathologie is er nog veel begeleiding nodig bij het verdere resocialisatietraject. Dit traject richt zich op het kunnen volhouden van werken buiten de kliniek, het sociale netwerk verder verstevigen en een verblijf van de kliniek. De komende tijd dient meer helder te worden of een verblijf binnen de Blink überhaupt nog mogelijk zal blijken te zijn. Hier direct aan gekoppeld is natuurlijk de inzet van de heer [terbeschikkinggestelde] zelf. De beperkte copingvaardigheden en mogelijkheden van de heer [terbeschikkinggestelde] maken dat het resocialisatietraject op een voorzichtige en rustige wijze plaats dient te vinden en dat er veel aandacht is voor risico's en het managen daarvan. De heer [terbeschikkinggestelde] is iemand die weinig zicht heeft op zijn eigen beleving, wel probeert meer te delen met zijn omgeving, maar feitelijk te zwak gestructureerd is om zaken zelfstandig aan te kunnen. Gunstig is dat de heer [terbeschikkinggestelde] zich beter laat begeleiden en dat de eerder aangebrachte structuur en afspraken in de kliniek, waarbinnen hij zijn eigen autonomie kan ervaren, nog immer een goede combinatie is gebleken. Zucht naar middelen is frequent onderwerp van gesprek en controle, net zoals het bespreken van medicatie en medicatietrouw gespreksonderwerpen zijn.

(…)Gelet op bovenstaande adviseert de kliniek de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen voor een termijn van één jaar. Het komende jaar acht de kliniek noodzakelijk om het resocialisatietraject naar een verblijf buiten de kliniek verder vorm te geven en te onderzoeken in hoeverre de heer [terbeschikkinggestelde] hieraan kan en wil deelnemen. Het is op dit moment moeilijk te overzien hoe het resocialisatietraject er op langere termijn uitziet en daarom acht de kliniek een toets moment over één jaar van belang.(…)"

In voornoemd extern advies opgemaakt d.d. 24 april 2013 door drs. R. de Vries , GZ-psycholoog, is onder meer het navolgende gesteld:

"(…)Onderzochte is formeel lijdende aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, in diagnostische zin te omschrijven als cannabisafhankelijkheid onder toezicht staand en afhankelijkheid van sedativum, hypnoticum of anxiolyticum. Daarnaast is onderzochte lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, in diagnostische zin te omschrijven als een borderline persoonlijkheidsstoornis (hoofddiagnose) en een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken.

(…) De diagnostische conclusies van de kliniek worden in grote lijnen onderschreven. Verschil in de vaststelling zit meer gradueel in de waardering van de antisociale persoonlijkheidskenmerken, welke waardering bij de kliniek leidt tot de vaststelling van antisociale trekken bij een borderline persoonlijkheidsstoornis, terwijl ondergetekende opteert voor zowel een borderline- als een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Tevens neemt ondergetekende cannabisafhankelijkheid in de classificatie op waar de kliniek dit niet doet, omdat deze afhankelijkheid een bij onderzochte bekend fenomeen is, hij verlangen naar dit middel niet ontkent en jarenlang incidenteel gebruik aantoont dat onderzochte van dit middel nog steeds geen afstand kan c.q. wenst te doen; ook al staat hij onder toezicht en is het gebruik hem niet toegestaan.(...) Het risico op van onderzochte uitgaand geweld tegen personen of daadwerkelijke (fysieke) dreiging daarmee is binnen de huidige condities, waaronder de bestaande onbegeleid verlofstatus met 6 overnachtingen, maar ook binnen een daarna te voorziene transmurale verlofstatus binnen het kader van de TBS-maatregel, tot een aanvaardbaar laag niveau teruggebracht.

(…) Mocht op dit moment de maatregel geheel wegvallen, dan wordt het recidiverisico op de langere termijn geschat op matig. Onderzochte lijkt zich in te willen zetten voor het opbouwen van een meer gestructureerde levensstijl dan voor de oplegging het geval was en is in zijn gedrag rustiger en stabieler geworden. Hoe lang hij dat vol zal houden is voornamelijk afhankelijk van de geleidelijkheid (niet per se: traag) van de opbouw van vrijheden en mogelijkheden, zodat inbedding in bestendigende structuren kan plaatsvinden, voordat de maatregel geheel wegvalt.

(…)Het gaat daarbij om geleidelijke overgang van de huidig strikt klinische- en hoogbeveiligde omgeving, wellicht via de tussenstap van een FP A of een voorziening van de GGzE, naar een meer ongedwongen kader, maar nog wel onder voorwaarden, in de regio van herkomst.(…)(…) De risicoprognose van de kliniek wordt in grote lijn gedeeld. Het verschil zit in het doordrongen zijn van de gewenstheid in de resocialisatie spoedig tot een volgende stap te komen; juist mede om een gedragskundig ongewenste plotseling beëindiging te voorkomen.(…) De mate van beveiliging die onderzochte behoeft is betrekkelijk laag. Toezicht dient nog wel geruime tijd te blijven bestaan en aanvankelijk nog vrij intensief te zijn. De zorg dient voornamelijk gericht te worden op handhaving van de bereikte psychische status quo en vormgeving van de resocialisatie in de omgeving van herkomst. Zolang onderzochte zich aan de door ondergetekende voorgestelde voorwaarden houdt, wordt de kans op recidive van een ernstig geweldsdelict op laag geschat.

(…)Van behandeling in strikte zin is geen sprake meer. De wijze waarop de kliniek de bestaande risico's hanteert komt weliswaar over als verantwoord, maar tevens stagneert hierdoor de resocialisatie dusdanig, dat daarmee effectief (in de zin van doorplaatsing naar de resocialisatieafdeling buiten de kliniek) nog steeds geen begin is gemaakt. Die stap lijkt aan dermate strikte voorwaarden gebonden, dat onderzochte deze niet zal kunnen waarmaken. In de ogen van ondergetekende is een dermate strikt reageren op enig cannabis- of alcoholgebruik niet dienstig meer voor de voortgang van het traject; ook niet gezien naar de lange termijn. De verslavingsproblematiek van onderzochte heeft nooit zozeer bij deze middelen gelegen en gebruik ervan kent geen directe relatie tot het gepleegde geweld. Versnelling van het resocialisatietraject is aangewezen. Wellicht moet daartoe een andere route dan via de eigen resocialisatieafdeling worden gevolgd, middels uitplaatsing naar een voorziening in de regio van herkomst.

De reclassering uit die regio zou reeds bij de voorbereiding daarvan betrokken kunnen worden met het oog op een omzetting naar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging over een jaar.

(…)Op grond van voorgaande moge geadviseerd worden de maatregel terbeschikkingstelling van onderzochte te verlengen met een (1) jaar. Het valt niet te verwachten dat de voorgestelde wijziging zich binnen een jaar zal kunnen voltrekken.(…) Geadviseerd wordt de verpleging het komende jaar nog te continueren. Voorwaardelijke beëindiging biedt op dit moment nog geen meerwaarde omdat passende voorwaarden- en voorzieningen nog niet zijn opgesteld c.q. gevonden. Ook wat betreft de fasering zou dit prematuur zijn, nu onderzochte zich nog in de fase van onbegeleid verlof bevindt. Transmuraal verlof en de overplaatsing naar een voorziening in de regio van herkomst (ondergetekende gaat er van uit dat plaatsing op De Blink niet haalbaar is gebleken) moeten nog worden gerealiseerd. Dan is eerst enige gewenning aan de nieuwe omgeving aan de orde. Op geleide van de inzet van onderzochte kunnen dan verdere stappen worden genomen binnen de regio van herkomst.

Voorlopig valt als eindterm te denken aan een begeleide woonvorm of een tamelijk

intensief begeleide zelfstandige woonvorm.(…)"

In voornoemd extern advies opgemaakt d.d. 19 mei 2013 door I. Maksimovic , psychiater, is onder meer het navolgende gesteld:

"(…)Bij betrokkene is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestesvermogens in de zin van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven met borderline en antisociale kenmerken. Bij hem is sprake geweest van een ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens in de zin van afhankelijkheid (dan wel misbruik) van diverse middelen, die thans gedeeltelijk in remissie is onder toezicht.

(…)Gelet op het gunstige toestandsbeeld van betrokkene en het ontbreken van geweldsincidenten in afgelopen jaren, wordt de kans op herhaling bij het wegvallen van de TBS structuur niet als imminent hoog geschat. Op den duur zou die wel middelmatig kunnen worden, zonder externe ondersteuning, als betrokkene volledig aan zichzelf zou worden overgelaten zonder dat er voldoende geregeld is qua woon-, werk- en financiële omstandigheden en zonder dat begeleiding (waar betrokkene op terug kan vallen als het nodig is) geregeld is. Dit geeft ook de richting voor het beleid in de komende periode - men dient toe te werken aan het tot stand brengen van de factoren buiten de kliniek, die in een extramurale fase zouden zorgen dat de kans op delictzettende gedrag wordt geminimaliseerd.

De klinische inschatting is, dat door het chronische karakter van betrokkenes persoonlijkheidsstoornis het recidiverisico niet valt uit te sluiten. Het positieve is, dat betrokkene, door de verandering in de uiting van zijn persoonlijkheidsstoornis, zijn frustratie in afgelopen jaren niet heeft geuit in de vorm van fysieke agressie naar anderen, maar eerder in de vorm van zelfbeschadigend gedrag (…).

Het is echter niet onaannemelijk dat betrokkene, zonder externe ondersteuning, op den duur, mede door het gebruik van middelen, terug zou kunnen vallen in het delictzettend gedrag. Voor de bestendiging van de weerbaarheid ten aanzien van stress, i.e. voor de verdere stabilisatie van betrokkenes persoonlijkheidsstoornis, is het van belang dat de psychiatrische zorg wordt gecontinueerd. Dit kan echter ook op den duur in een ambulante setting plaatsvinden, in de vorm van een forensisch psychiatrische ambulante steunende en structurerende begeleiding.

(…)Ondergetekende schat in dat het risico op gewelddadig gedrag zonder TBS kader op den duur matig is, gelet op de positieve ontwikkelingen van de afgelopen jaren (het ontbreken van agressieve incidenten ondanks frustraties).

(…)Het tot stand komen en bestendigen van de beschermende factoren (wonen, werken, dagbesteding, netwerk en op den duur ambulante begeleiding) zou de kans op herhaling minimaliseren. Het is niet uit te sluiten, dat de resocialisatie met vallen en opstaan zal verlopen, maar dat dient als zodanig te worden geaccepteerd en verdisconteerd in het beleid. In de steunende en structurerende begeleiding/behandeling van betrokkene (zij het intramuraal, zij het extramuraal) moet aandacht worden besteed aan de rol van het gebruik van middelen (als copingmechanisme, als verzetsmiddel, als zelfbeschadigend iets - want daardoor komt betrokkene niet verder in de resocialisatie). Het is wel te verwachten dat betrokkene incidenteel terug zal vallen in bet middelengebruik. De zaak is om dat zo veel als mogelijk te beperken, gelet op de kwetsbare persoonlijkheid van betrokkene. Qua resocialisatie is bet belangrijk, dat betrokkene wordt ondersteund wanneer hij, vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis, niet in staat is om tijdelijk daarvoor de verantwoordelijkheid te nemen.

(…) De kliniek pleit (in het voorlopige verlengingsadvies) voor een meer behoudend tempo.

(…) Er wordt geadviseerd om de TBS te verlengen met één jaar.

(…) Er wordt geadviseerd om de verpleging te continueren. Verder wordt er geadviseerd om dat jaar te gebruiken voor het tot stand brengen van omstandigheden voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging.(…)"

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik heb in september 2013 een maatregel gehad omdat ik een te laag kreatinine gehalte had. Ik heb in juni 2013 voor het laatst softdrugs gebruikt. Ik wens een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Ik wil in samenspraak met de reclassering en het GGZ uitzoeken hoe we tot een geleidelijk pad kunnen komen voor mijn resocialisatie. Ik zit nu al twaalf jaar binnen en raak gefrustreerd over het trage verloop.

De deskundige M. Franken, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Er is een positieve update van het verlengingsadvies. Betrokkene doet twee dagen per week vrijwilligerswerk buiten de kliniek. Betrokkene stelt zich begeleidbaar op en houdt zich aan de afspraken. De Blink is vooralsnog een stap te ver omdat er te weinig structuur is. Er wordt momenteel transmuraal verlof voor de [kliniek]aangevraagd. Vanuit de FPA zal worden gewerkt naar een woonvoorziening in Eindhoven. De brief van de aanvraag voor transmuraal verlof is in behandeling. Ik denk wel dat er stappen gemaakt moeten worden. Geleidelijkheid is hierbij geboden. Betrokkene dient meer in de maatschappij te gaan oefenen. Wij achten de FPA een noodzakelijke tussenstap. In de FPA kan betrokkene eventuele missers maken waarbij hij bijgestuurd en ondersteund kan worden. Ook kan betrokkene eventueel voor een time out teruggestuurd worden naar[kliniek]. Indien de verpleging van overheidswege voorwaardelijk wordt beëindigd, mag betrokkene slechts twee keer een fout maken. Wij zitten nu op een positief punt maar er moeten nog veel hobbels genomen worden. Het zou jammer zijn als betrokkene twee keer de fout in gaat waardoor hij dan terug bij af is. Ik denk dat het de moeite waard is om volgend jaar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te onderzoeken.

De inschatting van het recidiverisico van de kliniek is gebaseerd op de spanningen die bij betrokkene op kunnen lopen waardoor hij zich terugtrekt en drugs gaat gebruiken. Dit zou kunnen leiden tot een nieuw delict.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik deel de visie van de kliniek en persisteer bij de vordering.

De raadsvrouwe heeft het woord gevoerd overeenkomstig de aangehechte pleitnota.

Daarnaast heeft de raadsvrouwe subsidiair verzocht om in de beschikking een overweging op te nemen dat er voortvarende stappen ondernomen dienen te worden in het resocialisatietraject zodat er volgend jaar in ieder geval een maatregelrapport ligt en dat er voortvarend wordt gezocht naar de mogelijkheden van overplaatsing en werk.

De rechtbank verenigt zich in grote lijnen met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige alsook met de adviezen van de externe deskundigen.

Gelet op het vorenstaande en teneinde de terbeschikkinggestelde perspectief te bieden om op termijn tot een beëindiging van de terbeschikkingstelling te kunnen komen, is de rechtbank echter van oordeel dat thans reeds dient te worden onderzocht of de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zou kunnen worden beëindigd. Bij die overweging betrekt de rechtbank de aard van het indexdelict en de duur van de opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging tot heden.

Daarom dient de Reclassering Nederland een maatregelrapport op te stellen, waarin de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege worden onderzocht.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, zal de rechtbank op grond van artikel 509t lid 5 van het Wetboek van Strafvordering de beslissing op een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor onbepaalde tijd, maar maximaal drie maanden, aanhouden in afwachting van het rapport van Reclassering Nederland. Daarnaast is de rechtbank, gelet op artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, zodat de terbeschikkingstelling zal worden verlengd met één jaar.

DE BESLISSING

De rechtbank:

- verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar;

- houdt de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege aan en schorst daartoe het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, tot ten hoogste drie maanden, teneinde de reclassering een rapport te laten opmaken omtrent de vraag of, en zo ja, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder, de verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde kan worden beëindigd;

- beveelt de oproeping van de terbeschikkinggestelde, de deskundige M. Franken en de rapporteur van de reclassering tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting, met kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde, S.C. Sassen, advocaat te Amsterdam.

- stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.

Deze beslissing is gegeven door

mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,

mr. J.W.H. Renneberg en mr. F. Schneider, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.H.L. Coppens, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 november 2013.

Mr. Schneider is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.